Posts tonen met het label geheugen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geheugen. Alle posts tonen

dinsdag 8 april 2014

Spoken? Ze bestáán!

Onze woonloopbaan in Leiden beloopt zo'n vijfendertig jaar. We zijn begonnen 'op kamers' in één van de oudste wijken van Leiden: d'Oude Morsch. Twee kamers in een huis uit de vroege zes-/zeventiende eeuw, met uitzicht over het Galgewater en de Blauwpoortsbrug. Zo'n huis en buurt met verhalen. Een fragmentje daarvan hebben wij in de tien jaar dat we er woonden, meegemaakt. Ondanks de bevroren ramen in de winter, het optrekkend vocht waardoor schoenen binnen een week konden beschimmelen - echt waar - of iedereen die op de vreemdste momenten op de ramen tikte om 'het toilet te gebruiken', te vragen 'hoe het er binnen uit ziet' of gewoon om te klieren, was het een waanzinnige plek.

De volgende stap was een woning uit de jaren dertig. Dat was zo'n enorm populaire woning met glas in lood, een tuin en rode baksteen. En gehorig. Dat hoort erbij. Wie in zulke woningen wil wonen, moet kunnen incasseren en niet al te moeilijk doen. Boven onze woonkamer woonden andere mensen dan boven de slaapkamertjes; onder drie bovenwoningen heb je twee benedenwoningen. Ook dit was een situatie met moderne gebreken: klein en ook hier geen cv. Ook hier werd de rioolontstopper geregeld gebeld. Maar het was gezellig. Flinterdunne muurtjes en houten vloeren geven sfeer. Echt.

Nu wonen we bijna veertien jaar in nieuwbouw. De rioolontstopper is niet meer geweest. 'Grappig' is dat het hout in dit nieuwe huis binnen negen jaar al aan het rotten sloeg, terwijl de vorige twee huizen daarvan absoluut geen last hadden. Over kwaliteit gesproken (de verklaring van timmermannen is dat dat oude hout de tijd kreeg te rijpen - te drogen - en het moderne niet).

Wat zo'n nieuw huis níet heeft, is een eigen sfeer. Dat je plots ontdekt dat in die schimmelkast een luik zit dat toegang biedt tot een 'riool' naar de beerput. Dat de buren je kunnen vertellen wie er ooit woonden. Wij vonden, met twee kinderen, een ambtenarenwoning echt erg klein, maar hoorden dat daar ooit een gezin woonde, met vier kinderen. Het is leuk om te zien hoe de vloerbelijning plots stokt; een toilet of douche was er pas in de jaren zestig/zeventig ingebouwd ten koste van een doorgang of van een kast.

In onze vorige twee woningen leefde het. Geluidjes die je niet direct kon plaatsen. De muis achter het behang (omdat het behang op rachels van de muur af was gespannen) of in het plafond dat op riet was gestuct. De wind die in en met de gaskachel speelt. Het 'knallen' van afkoelend hout in de zomer. In moderne huizen zijn ook wel geluiden. Maar heel andere. Dat zijn veel meer de door de betonconstructie doorgegeven contactgeluiden van soms húizen verder. De stemmen die via het mechanisch ventilatiesysteem je huis binnendringen. Maar het huis zélf doet weinig.

Het fascinerendst was de ontdekking dat hout een geheugen heeft.

Heel af en toe maakten we dat mee. Dan kraakte de vloer alsof er iemand liep. Volgens de buurman aan het Kort Galgewater, die er al eeuwen leek te wonen, was dat het geheugen. "Wat hoort, zijn je eigen voetstappen en de plankenvloer die terug vormt in z'n ruststand. Dat gaat in het tempo en langs de route die je zelf liep. Let maar eens op." Dan lag je in bed en hoorde je heel zacht krakend iemand het huis door gaan.

Het geheugen van hout. Als dat waar is, weet ik nu waar de spoken vandaan komen. En ook waarom zoveel mensen hongeren naar story telling. Hun huis leeft niet.

dinsdag 4 maart 2014

Vergeten!

Het is echt waar: iedere dag gebeurt je wel iets waarover je verbaast, of waarover je je kúnt verbazen.

Wat me de afgelopen weken echter steeds zwaarder valt, is die dingen onthouden. Dan zit ik, zoals nu, rond 19.13 uur achter (voor?) een tekstinvoer-apparaat en denk: Tja, wat nu?! Terugploegend in m'n herinneringen vind ik vaak m'n 'briljante ingeving' weer terug. Maar ook niet.

Grotendeels komt het doordat ik het bloggen te weinig prioriteit geef. Je kent het wellicht wel. Dat je iets bedenkt om te vertellen en dan 'eerst even' iets anders denkt te moeten doen. Daarna is het idee weg. Zoals je ook 's ochtends nooit meer die roman kunt reproduceren die je in je slaap, in je dromen al helemaal had geschreven.

Maar, zul je denken, er zijn toch zat van apparaten en mogelijkheden om je gedachten vast te leggen? Klopt. En omdat dat het probleem niet is, zijn die niet de oplossing. Ik heb altijd een iPhone bij me. Maar ik pak 'm níet om even snel in eéń van de daarop staande notitie-apps een notitie te maken. Sterker, die staan er vooral stoffig te worden. Zelden door me gebruikt.

Overigens is een belangrijke reden daarvoor dat de meeste van die registratie-toepassingen rust en gelegenheid eisen. Achter het stuur van een verpleeghuisbus heb ik er geen bal aan. Dan kan ik niet even rustig iets uit m'n broekzak vissen en de ingeving 'opnoteren'. Werkt niet. Dat geldt ook voor de dictafoon(-functie): niet te doen, in de meeste situaties.

Het enige wat werkt(e), is een snelle eerste uitwerking maken van het (blog-)idee. In het weekeinde gaat het daarom vaak een tikkie beter. O, en op Leiden Centraal een hele blogpost tikken op een iPhone; het idee was er, maar die 'toetsjes'... . Ik was blij dat het er na een half uur op stond.

Wat ik maar wil beweren, is dat de gedachte dat er voor alles een app-oplossing - een technologische - is, wat mij betreft veuls te kort door de bocht is. Het belangrijkste effect van die gedachte is dat mensen nog gaan denken dat het aan hén ligt als iets niet lukt. Je hebt immers álle mogelijkheden tot je beschikking?!

Misschien dat ik toch weer aan de slag ga met tientallen Post-It's, die de vraag oproepen wat je in vrédesnaam bedoelde met die cryptische omschrijvingen. Want hoe ik het ook draai en wentel: ondanks m'n ook voor mezelf haast oncijferbare handschrift-in-haast, is dat handschrijven toch echt de snelste manier om zoiets vluchtigs als een gedachte te vangen.

woensdag 29 januari 2014

Waar wás dit?!

Wat is een mensengeheugen een onbetrouwbaar ding, zeg.

Op het moment zijn we bezig het ouderlijk huis te ontruimen. Da's een soort van ontdekkingsreis in je eigen verleden. Veel beelden blijken verdwenen uit je geheugen. Maar ze zíjn er nog wel. Soms maken ze dat je je ongemakkelijk voelt in je vel. Soms verwarren ze. Deze bijvoorbeeld.

20140129-185656.jpg

Het is een foto uit een doos met oude foto's. Ik sta er op, samen met m'n broers en zus en m'n moeder. Heel waarschijnlijk is m'n vader de fotograaf. Voor de nieuwsgierigen: ik zit daar links op m'n hurken.

Ik kan me hiervan níets herinneren.

De foto van de foto - dat is het - is inmiddels zo wazig geworden dat hij goed voldoet als reliekje, maar straatnamen zijn niet te ontcijferen. Wel dat er een filiaal van Paul C. Kaiser was. Via de website van de Historische Vereniging Rijswijk vond ik een telefoonlijst uit 1950. Een gok. Een goede, denk ik.

De keten, later opgegaan in Hus, had een filiaal in de buurt van hét verkeersknooppunt van Rijswijk, Geestbrugweg/Haagweg. Het blíjft een gok, maar ik vermoed dat het deze plek is geweest.

20140129-193830.jpg

Een waanzinnige wereld van verschil. Het rustige plein van begin jaren '60 met de stratemakers en het totale gemis aan verkeer op één auto na voor een rood verkeerslicht. Het bijna literair wachten op de tram naar Voorburg, op een valies. Als de tram zou arriveren, stak je over mét voorrang op al het andere verkeer. De hele foto ademt een onwerkelijke, verdwenen, sfeer.

Vijftig jaar later is het anders. De hectiek is adembenemend. De oversteek naar de tram is inmiddels zo gevaarlijk dat hekken en vluchtheuvels de veiligheid moeten garanderen. Je kunt je niet eens voorstellen dat je op het hedendaagse plein rustig voor de etalage van de bakker zou blijven staan om zijn waren te bewonderen.

Het terugzoeken van die paar feitjes en de veronderstellingen in de voorgaande driehonderd woorden kostten ma bijna een uur zoeken. Nu heb ik een waarschijnlijkheidsgok.

Het idiote is dat er ook foto's zijn te vinden die wél vrij goed zijn te plaatsen. Zo sprong ooit een buurtschooiertje bij me achterop de fiets, voor de gein, waarna we samen over de kop gingen op het plein van de Snijdersschool. Bij de toen al brildragende Jan sneed een brilleglas een centimeter boven het oog naar binnen. De hevig bloedende wond liet een litteken na dat vijftig jaar later nog te voelen is.

En dan maken ze schoolfoto's. Van mij deze:

20140129-201925.jpg

De wond herken ik. Het zwaluwstaartje ook - in een tijd waarin hechten normaal was. Ook de trui kan ik me nu herinneren. De stropdas? Absoluut niet! Die verrast me. Had je gevraagd wanneer ik voor de eerste keer een stropdas droeg, dan was het antwoord geweest "waarschijnlijk ergens op de middelbare school". Niet, dus.

Geheugen. Vertrouw 'm niet blidelings.

Waarmee ik blijf zitten, is de verwondering dat ik mijn eigen moeder haast niet herken. Op andere foto's stáát een vrouw die ik niet (meer) herken. Da's maf, je bloedeigen moeder! Geen idee of jij dit herkent, maar voor mij is toch weer een reden om het nodige voorbehoud te hebben bij 'historische getuigenissen'. Vooral die waarin de getuige indrukwekkend gedetailleerd getuigt.

Wie, bijvoorbeeld, is dat meisje dat, met ons, staat te wachten? Mijn zus en jongste broer zitten op haar koffer. Het moet dus haast wel familie zijn. Een nicht uit Limburg, die kwam helpen? Maar wíe het is? Ik zou het niet weten.

donderdag 12 september 2013

Treiteraars in je hoofd

Hoe zou jij het vinden als zich vreemde mensen in je huis bevinden en zich bemoeien met jouw huishouden? Vast niet prettig. Waar halen ze het recht vandaan? Wie denken ze wel dat ze zijn? Dit is jóuw huis. Jouw domein. Jouw veilige haven.

Vandaag heb ik een oudere vrouw ontmoet die last heeft van vreemde mensen in huis. Ze treiteren haar door precies die dingen te doen waaraan zij een hekel heeft: spullen aanraken die net schoon zijn, of haar uit te foeteren. Het zijn vier personen: twee mannen en twee vrouwen. Hóe ze in huis zijn terecht gekomen, weet ze niet. Ze waren er een paar maanden geleden ineens.

Niemand ziet of hoort ze. De vier mensen wonen in haar hoofd. En dat weet ze.

Als je met haar praat, snap je een heel klein beetje hoe wanhoop ontstaat. Want je wéét dat die mensen er niet zijn en dat hun stemmen dus elders vandaan komen. Maar je hóórt ze wel. Sterker, soms zíe je ook. Die stemmen houden je ook uit je slaap. Voorkomen dat je rustig thuis kunt zitten. Je eigen huis uit vluchten om rust te vinden.

Langzaam word je gesloopt.

In je omgeving leeft onwetendheid. Je oogt niet warrig. Je bént ook niet in de war. Je bent gewoon helder met een goed geheugen. En met stemmen. Niemand lijkt je te kunnen helpen. Je naasten maken zich uiteraard wel enorme zorgen. Zij komen echter niet veel verder dan het advies de stemmen te negeren. Net te doen alsof ze er niet zijn. Want je hebt zelf toch ook wel in de gaten dat ze niet echt zijn? Dat er niemand je huis binnen kan komen als alles op slot zit? Dat niemand, ook gebelde politiemensen niet, iets zíet.

Maar die stemmen, die zijn wel degelijk echt. En bedreigend.

Daar zit je dus. Met een probleem dat echt voelt als jóuw probleem. Als iets waar alleen jij iets kunt doen. Als iets waar je omgeving geen snars van begrijpt. Als iets waar je wanhopig van kan worden. Kán worden?! Wórdt!

Niks uitzonderlijk, dit verhaal. Dit type klacht komt veel voor. De wanen. De stemmen. Het lijden in stilte. Met de dood als oplossing. Want vergis je niet in het gekmakende van de situatie.

Je wist dat dementie/Alzheimer gepaard kan gaan met deze psychoses?

donderdag 4 juli 2013

De conditie van de boekenworm

Een goede fysieke conditie: dat zou goed zijn voor je gezondheid en welbevinden op latere leeftijd. Sterker, het zou een vertragend effect hebben op geheugenachteruitgang. Mijn conditie is, denk ik, net iets ondergemiddeld en ik verwacht niet dat ik 'm nog omhoog krijg, die conditie. Natuurlijk, stevige buik- en armspieren zouden leuk zijn. Maar zolang je daar veel inspanning voor moet leveren en er nog geen pilletje voor is, zie ik mezelf dat niet doen. Dan maar cognitieve discrepantie toepassen en denken dat 'het bij de leeftijd hoort'.

Dan word je blij als je dit leest: Being a Lifelong Bookworm May Keep You Sharp in Old Age. Samengevat: lezen, en schrijven, zijn goed voor het geheugen op latere leeftijd.

Wat me eigenlijk binnen secondes na lezen, door het hoofd flitste, was: maar als dat zo is én het waar is dat we steeds meer passief lijken te gaan consumeren, waarmee eindigen we dan? Met het draconisch beeld dat we menselijke lichamen langer in stand kunnen houden, maar met geheugenproblemen? wat wonnen we dan? Het zou een mooi plot zijn voor een toekomstroman à la Brave New World; Remember, the Man Who Thaught He Mastered His Machines.

Het is maar de vraag of de tweede premisse klopt: dat we minder (zijn) gaan lezen en schrijven. Daarvan ben ik nog niet zo overtuigd. Wel dat we ánders zijn gaan lezen. Dat 'anders' heeft echter wel een lijntje naar 'geheugen trainen'. De belangrijkste wijziging is de hyperlink, die het door en tussen informatiebronnen flitsen mogelijk maakt. Maar wel met als effect dat je geneigd bent lijnen en verbanden uit het oog te verliezen en van detail naar detail te springen.

Dat is misschien nog wel de belangrijkste reden om alert te zijn. Als ik iets schrijf voor een nieuwswebsite, maar ook dit blog, dan is het commentaar vaak: 'Niet langer dan 500 woorden. Meer kunnen ze niet aan.' 'Ze' dat ben jij dus. En, inderdaad, ik heb een gruwelijke hekel aan staccato geschreven teksten. De PowerpointPest, wat mij betreft. Die tussen- en bijzinnen verafschuwt en daardoor ritme uit zinnen haalt en de dans van woorden onmogelijk maakt. Dood, 'functioneel' en saai taalgebruik.

Maar het lijkt wel toonzettend.

Stel, stél dat we inderdaad van het scherm lezend kortere teksten en kortere zinnen voorgeschoteld krijgen. Stel dat we inderdaad minder romanlengte teksten lezen. Stel dat we liever de management samenvatting lezen dan het hele rapport. Stel dat we ons oordeel (snel) baseren op bewerkte, secundaire bronnen, nieuwsberichten.
Stel dat we rapporten maken waarin de conclusies belangrijk zijn, maar de redenering hoe daar te komen minder. Stel dat we communiceren in steeds kortere berichten en bewoordingen. Stel dat we eerder 'audio-visueel' inzetten om te communiceren dan 'geschreven'. Stel dat het niet uitmaakt hóe je iets precies uitdrukt.

Ik weet het nog niet: of dat nu een voor- of een nadeel is. Wat ik wél weet, is dat over langere tijd gekeken de vaardigheden die we opdoen zinvol zijn. Maar nu gaat het niet om een vaardigheid. Het gaat over herinneren.

Dat zou toch wel lullig worden. Als over enkele generaties de machines onze herinneringen hebben.... en de mens de illusie de baas te zijn.