Het is een ietwat lastig begrip: plein. Die heb je in soorten en maten. Het Rode Plein, het Pietersplein; dat zijn pléinen met een kapitale P.. De Italiaanse pleinen verdienen die P ook, maar dan eerder vanwege hun sfeer. Dúizenden pleinen zijn er op de wereld te vinden. De meerderheid gedoemd hun leven te slijten in onbekendheid bij de rest van de wereld. Van die pleinen die eerder lijken te zijn ontstaan als een soort van restsom in de stedelijke ontwikkeling: "Verrek, de straten sluiten niet goed aan. Dat wordt dus een plein.".
Pleinen. Zelfs een verbreding van een straat loopt het risico te worden gebombardeerd tot plein. Blijkbaar heeft het iets statusverhogends: plein zijn.
Hier in Leiden hebben we dus ook pleinen. Die zijn interessant. Niet al die pleinen heten ook plein. Er is ook een hele reeks pleinen die markt heet. Daaraan kun je een mooie uitleg ophangen: dat in vroeger tijden die open ruimtes de naam kregen die het gebruik eraan gaf - en de pleinen dus 'nutteloze' ruimtes waren. Garenmarkt, beestenmarkt, lammermarkt, kaasmarkt: handelsmarkten die ruimte nodig hadden, en niet exclusief Leids.
De ellende is dat die pleinen, ontdaan van hun functie, geen ankerpunt meer hebben. Het zijn lege ruimtes waarvan het het de vraag is wat je ermee moet. Inderdaad: parkeerplaats is vaak hun lotsbestemming.
De plein-pleinen hebben dat anker meestal nog wel: een kerk, een station, een (verwijzing naar) monument. Die pleinen zijn daarom meestal ook ingericht in overeenstemming met dát ankerpunt. Ze ondervinden de invloed daarvan, daar waar de functieloze pleinen 'onbeschermd' zijn.
De ergste pleinen zijn toch wel de winkelpleinen. In de loop van de jaren zestig vat de gedachte post dat consumenten alles bij elkaar wilden hebben. De eerste winkelcentra duiken op: winderige winkelgebiedjes als In de Boogaard in Rijswijk. De tot dan over de buurt, wijk en stad verspreide winkeltjes leggen het loodje tegen de opgewekte gemakzucht.
Ongelooflijk veel van die winkelpleinen en -centra zijn mislukt, in ieder geval in termen van beleving. De winkelier die de winkel afsluit en naar een andere wijk of stad vetrekt om te wonen, heeft echt heel andere gevolgen voor het leefklimaat dan de winkelier die achter of boven zijn winkel woonde. Anonieme leegte heerst na sluitingstijd; een onvriendelijke leegte.
Die pleinen hebben wij hier ook. Want in Leiden woont geen bijzonder soort mens, geen apart ras of nieuw type. Ook hier zijn die winderige fouten neergezet.
De komende tijd wordt er weer eentje opgekalefaterd. Het is een lullig pleintje, qua formaat. Maar het wordt een plein. In de directe omgeving heeft de kaalslag al plaatsgevonden. Een indrukwekkende oppervlakte ligt klaar voor 'wonen, winkelen en werken'. Nog te bouwen.
Heel verstandig en slim is de zet om de ontwikkeling van het gebied vergezeld te laten gaan van goede informatievoorziening. Er is een website. Er zijn mensen actief op Twitter en Facebook.
Maar het ontbreekt aan iets. Er is haast geen gesprek.
Het heet, onbescheiden, Het Plein Van Leiden. Dat is niet niks. Als je dan hoort dat de ontwikkeling wordt begeleid door het gebruik van óók social media, dan springt je hart op. Gaan we het zien gebeuren in Leiden? Een bouwproject waarbij de buurtbewoners virtueel meekijken door die grote gaten in de bouwschutting, commentaar geven en, uiteraard, het véél beter weten dan de bouwers. Gaan we zien dat de buurtbewoners meepraten?
Nee, dus. Er is een ideëendoos (voor een tijdelijke bestemming voor een braakliggend stuk grond). En verder is het vooral zenden, informatie verschaffen.
Het Plein Van Leiden; wat was het mooi geweest als 'we' hadden kunnen meepraten, vragen stellen of gratis 'advies' geven. Het is een druk stukje Leiden. Veel mensen komen er langs, hebben er last van, wringen zich op de fiets langs bussen en vrachtwagens, moeten er als scholier langs naar school.
Zo'n pleinaanpassing is immers niet alleen slopen en bouwen. Het is ook en vooral een bezigheid die de sociale structuur raakt. En díe bestaat uit mensen.
Mensen die je vooral moet laten meepraten en -denken, die je ook in deze fase partner moet laten zijn. Dan heb je ook grotere kans dat het hún project, hún wijk, hún plein wordt.
Waar je ook meer bij betrokken bent als het klaar is.
Posts tonen met het label buurt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label buurt. Alle posts tonen
vrijdag 8 november 2013
donderdag 12 september 2013
Treiteraars in je hoofd
Hoe zou jij het vinden als zich vreemde mensen in je huis bevinden en zich bemoeien met jouw huishouden? Vast niet prettig. Waar halen ze het recht vandaan? Wie denken ze wel dat ze zijn? Dit is jóuw huis. Jouw domein. Jouw veilige haven.
Vandaag heb ik een oudere vrouw ontmoet die last heeft van vreemde mensen in huis. Ze treiteren haar door precies die dingen te doen waaraan zij een hekel heeft: spullen aanraken die net schoon zijn, of haar uit te foeteren. Het zijn vier personen: twee mannen en twee vrouwen. Hóe ze in huis zijn terecht gekomen, weet ze niet. Ze waren er een paar maanden geleden ineens.
Niemand ziet of hoort ze. De vier mensen wonen in haar hoofd. En dat weet ze.
Als je met haar praat, snap je een heel klein beetje hoe wanhoop ontstaat. Want je wéét dat die mensen er niet zijn en dat hun stemmen dus elders vandaan komen. Maar je hóórt ze wel. Sterker, soms zíe je ook. Die stemmen houden je ook uit je slaap. Voorkomen dat je rustig thuis kunt zitten. Je eigen huis uit vluchten om rust te vinden.
Langzaam word je gesloopt.
In je omgeving leeft onwetendheid. Je oogt niet warrig. Je bént ook niet in de war. Je bent gewoon helder met een goed geheugen. En met stemmen. Niemand lijkt je te kunnen helpen. Je naasten maken zich uiteraard wel enorme zorgen. Zij komen echter niet veel verder dan het advies de stemmen te negeren. Net te doen alsof ze er niet zijn. Want je hebt zelf toch ook wel in de gaten dat ze niet echt zijn? Dat er niemand je huis binnen kan komen als alles op slot zit? Dat niemand, ook gebelde politiemensen niet, iets zíet.
Maar die stemmen, die zijn wel degelijk echt. En bedreigend.
Daar zit je dus. Met een probleem dat echt voelt als jóuw probleem. Als iets waar alleen jij iets kunt doen. Als iets waar je omgeving geen snars van begrijpt. Als iets waar je wanhopig van kan worden. Kán worden?! Wórdt!
Niks uitzonderlijk, dit verhaal. Dit type klacht komt veel voor. De wanen. De stemmen. Het lijden in stilte. Met de dood als oplossing. Want vergis je niet in het gekmakende van de situatie.
Je wist dat dementie/Alzheimer gepaard kan gaan met deze psychoses?
Vandaag heb ik een oudere vrouw ontmoet die last heeft van vreemde mensen in huis. Ze treiteren haar door precies die dingen te doen waaraan zij een hekel heeft: spullen aanraken die net schoon zijn, of haar uit te foeteren. Het zijn vier personen: twee mannen en twee vrouwen. Hóe ze in huis zijn terecht gekomen, weet ze niet. Ze waren er een paar maanden geleden ineens.
Niemand ziet of hoort ze. De vier mensen wonen in haar hoofd. En dat weet ze.
Als je met haar praat, snap je een heel klein beetje hoe wanhoop ontstaat. Want je wéét dat die mensen er niet zijn en dat hun stemmen dus elders vandaan komen. Maar je hóórt ze wel. Sterker, soms zíe je ook. Die stemmen houden je ook uit je slaap. Voorkomen dat je rustig thuis kunt zitten. Je eigen huis uit vluchten om rust te vinden.
Langzaam word je gesloopt.
In je omgeving leeft onwetendheid. Je oogt niet warrig. Je bént ook niet in de war. Je bent gewoon helder met een goed geheugen. En met stemmen. Niemand lijkt je te kunnen helpen. Je naasten maken zich uiteraard wel enorme zorgen. Zij komen echter niet veel verder dan het advies de stemmen te negeren. Net te doen alsof ze er niet zijn. Want je hebt zelf toch ook wel in de gaten dat ze niet echt zijn? Dat er niemand je huis binnen kan komen als alles op slot zit? Dat niemand, ook gebelde politiemensen niet, iets zíet.
Maar die stemmen, die zijn wel degelijk echt. En bedreigend.
Daar zit je dus. Met een probleem dat echt voelt als jóuw probleem. Als iets waar alleen jij iets kunt doen. Als iets waar je omgeving geen snars van begrijpt. Als iets waar je wanhopig van kan worden. Kán worden?! Wórdt!
Niks uitzonderlijk, dit verhaal. Dit type klacht komt veel voor. De wanen. De stemmen. Het lijden in stilte. Met de dood als oplossing. Want vergis je niet in het gekmakende van de situatie.
Je wist dat dementie/Alzheimer gepaard kan gaan met deze psychoses?
Labels:
alzheimer,
buurt,
de dood,
dementie,
domein,
geheugen,
gemeente,
helder,
maatschappij,
mensen,
netwerk,
opvang,
psychose,
schizofrenie,
stemmen
Locatie:
Leiden, Nederland
dinsdag 9 juli 2013
De pitloze samenleving
Laat ik beginnen met:
Alleen al onze taal geeft weer dat we zoveel facetten en dimensies kennen, dat het beheersen van alles ondoenlijk is. In hun fysieke vorm lopen onder- en bovenwereld in dezelfde fysieke omgeving. Maar verder zijn het eigen werelden.
Verkeer dat zich niet houdt aan de voorgekookte routes, heet sluipverkeer. Alsof daar een wat sinister aura omheen moet hangen. Verkeer plannen we over het algemeen toch al vrij slecht. Pas sinds enkele jaren dringt het besef door dat het weleens slim kan zijn wandelpaden aan te leggen die de natuurlijke loop volgen. De olifantepaadjes geïnstitutionaliseerd!
We regelen ons een slag in de rondte. Zonder noemenswaardig effect. Verkeersdeelnemers bepalen zelf wel wat wel en wat niet mogelijk is. En dus rijden de fietsers op fietspaden beide kanten op en staan auto's op 'onbenutte plekjes weg' geparkeerd.
Wat me intrigeert, is de opkomende netwerksamenleving en -economie. Die zal pitloos zijn.

Het is niet niks als je 'overheid' bent, om te ontdekken dat je invloed snel afneemt. Toch is dat wat momenteel gebeurt. Het is ook zo voorspelbaar dát het gebeurt. Inmiddels is wel duidelijk dat andere verhoudingen ontstaan; op de arbeidsmarkt, maar ook in het openbaar bestuur. De veelgezochte Mondige Burger staat op, zij het anders dan gedacht.
In essentie is er aan de netwerken niet eens zo heel veel verandert. Het hebben van veel (losse) contacten was en is nog steeds lucratief. Wat wél veranderd, is de bereikbaarheid van die contacten. Sociale poortwachters worden gepasseerd. Ideeën en meningen overlijden niet langer 'in de pijplijn'. Allicht, het - tijdelijke - nadeel is dat soms ook teveel doorkomt. Met de gewenning aan korte lijnen zal - net als met een nieuw speeltje - de nieuwigheid worden vervangen door zelfkritisch gebruik.
Mondige Burgers zijn niet alleen degenen die goed weten van rechten en plichten. Het zijn óók degenen die de mores van een tegencultuur dragen waarin niet geld ruilmiddel is. Het zijn ook de jongeren die uit het zicht van de overheid leven; helemaal níet bézig met 'werk of opleiding'. Het zijn ook degenen die - al of niet uit nood geboren - op een andere manier met 'bezit' omgaan. Het zijn ook degenen voor wie duidelijk werd dat zij zélf hun toekomst moeten veiligstellen. Het zijn ook degenen die zelf stroom opwekken in een grid delen met de wijk.

De bouwstenen zijn misschien niet nieuw. De anarchisten en de anarcho-syndicalisten voorzagen een dergelijke dynamica al, zij het met andere intenties en gevolgen. Maar de zelfsturende kracht van groepen in de samenleving flakkert momenteel op. Of dat een vuurtje, een vuur of een uitdovend brandje zal zijn, moet nog blijken. De technologie maakt echter meer dan ooit mogelijk. Eigen banken? Ja, maar vooral ook eigen géldsystemen als LETS en Bitcoin. Hébben? Delen! Van slaapplaatsen tot kamers, van auto's tot gereedschappen.
Zoiets als het Internet heeft duidelijk gemaakt wat een kernloos netwerk vermag. Natuurlijk heeft het nog geen fundamentele verandering teweeg gebracht; dat gebeurt als de open netwerkvorm ook in de reële wereld neerslaat. De eerste stappen in die richting zijn gezet.
In een kernloos netwerk is geen sturend orgaan aanwezig. Connecties en verkeer ontstaan naar gelang de behoefte. Sluipverkeer bestaat niet. Een knooppunt kan hoogstens niet meer 'mee doen' en zichzelf buitenspel plaatsen.
Dat is de verandering: enkele grote monopolisten worden aangevuld met (vervangen door?) vele kleinschalige leveranciers. Zoals bekend van school: kleine eenheden zijn moeilijker te beïnvloeden van buitenaf.
In dat licht bezien is het interessant waar zometeen de overheid blijft. De discussie binnen de wereld van ambtenaren wekt de indruk dat men daar nog steeds denkt een regelende positie te behouden.
De kans is veel groter dat zij één van velen worden.
mijn overtuiging is dat het idee van een stuurbare samenleving een illusie is.
Alleen al onze taal geeft weer dat we zoveel facetten en dimensies kennen, dat het beheersen van alles ondoenlijk is. In hun fysieke vorm lopen onder- en bovenwereld in dezelfde fysieke omgeving. Maar verder zijn het eigen werelden.
Verkeer dat zich niet houdt aan de voorgekookte routes, heet sluipverkeer. Alsof daar een wat sinister aura omheen moet hangen. Verkeer plannen we over het algemeen toch al vrij slecht. Pas sinds enkele jaren dringt het besef door dat het weleens slim kan zijn wandelpaden aan te leggen die de natuurlijke loop volgen. De olifantepaadjes geïnstitutionaliseerd!
We regelen ons een slag in de rondte. Zonder noemenswaardig effect. Verkeersdeelnemers bepalen zelf wel wat wel en wat niet mogelijk is. En dus rijden de fietsers op fietspaden beide kanten op en staan auto's op 'onbenutte plekjes weg' geparkeerd.
Wat me intrigeert, is de opkomende netwerksamenleving en -economie. Die zal pitloos zijn.
Het is niet niks als je 'overheid' bent, om te ontdekken dat je invloed snel afneemt. Toch is dat wat momenteel gebeurt. Het is ook zo voorspelbaar dát het gebeurt. Inmiddels is wel duidelijk dat andere verhoudingen ontstaan; op de arbeidsmarkt, maar ook in het openbaar bestuur. De veelgezochte Mondige Burger staat op, zij het anders dan gedacht.
In essentie is er aan de netwerken niet eens zo heel veel verandert. Het hebben van veel (losse) contacten was en is nog steeds lucratief. Wat wél veranderd, is de bereikbaarheid van die contacten. Sociale poortwachters worden gepasseerd. Ideeën en meningen overlijden niet langer 'in de pijplijn'. Allicht, het - tijdelijke - nadeel is dat soms ook teveel doorkomt. Met de gewenning aan korte lijnen zal - net als met een nieuw speeltje - de nieuwigheid worden vervangen door zelfkritisch gebruik.
Mondige Burgers zijn niet alleen degenen die goed weten van rechten en plichten. Het zijn óók degenen die de mores van een tegencultuur dragen waarin niet geld ruilmiddel is. Het zijn ook de jongeren die uit het zicht van de overheid leven; helemaal níet bézig met 'werk of opleiding'. Het zijn ook degenen die - al of niet uit nood geboren - op een andere manier met 'bezit' omgaan. Het zijn ook degenen voor wie duidelijk werd dat zij zélf hun toekomst moeten veiligstellen. Het zijn ook degenen die zelf stroom opwekken in een grid delen met de wijk.
De bouwstenen zijn misschien niet nieuw. De anarchisten en de anarcho-syndicalisten voorzagen een dergelijke dynamica al, zij het met andere intenties en gevolgen. Maar de zelfsturende kracht van groepen in de samenleving flakkert momenteel op. Of dat een vuurtje, een vuur of een uitdovend brandje zal zijn, moet nog blijken. De technologie maakt echter meer dan ooit mogelijk. Eigen banken? Ja, maar vooral ook eigen géldsystemen als LETS en Bitcoin. Hébben? Delen! Van slaapplaatsen tot kamers, van auto's tot gereedschappen.
Zoiets als het Internet heeft duidelijk gemaakt wat een kernloos netwerk vermag. Natuurlijk heeft het nog geen fundamentele verandering teweeg gebracht; dat gebeurt als de open netwerkvorm ook in de reële wereld neerslaat. De eerste stappen in die richting zijn gezet.
In een kernloos netwerk is geen sturend orgaan aanwezig. Connecties en verkeer ontstaan naar gelang de behoefte. Sluipverkeer bestaat niet. Een knooppunt kan hoogstens niet meer 'mee doen' en zichzelf buitenspel plaatsen.
Dat is de verandering: enkele grote monopolisten worden aangevuld met (vervangen door?) vele kleinschalige leveranciers. Zoals bekend van school: kleine eenheden zijn moeilijker te beïnvloeden van buitenaf.
In dat licht bezien is het interessant waar zometeen de overheid blijft. De discussie binnen de wereld van ambtenaren wekt de indruk dat men daar nog steeds denkt een regelende positie te behouden.
De kans is veel groter dat zij één van velen worden.
Labels:
buurt,
coöperatie,
kleinschalig,
maat,
mens,
netwerk,
overheid,
paradigma,
Revolutie,
samenwerken,
smartgrid
Locatie:
Leiden, Nederland
zaterdag 22 september 2012
Een sloot water
Vandaag fietste ik een bruggetje over een sloot over.
Achter me een wijk die wellicht het best wordt beschreven als 'anonieme flatwijk uit de jaren zeventig'. Galerijflats van zes, zeven verdiepingen hoog, waar de wanhoop vanaf schreeuwt doordat iemand de gevels 'fleurig en kleurig' probeerde te maken. Een wijk ook die karig is bedeeld met groen, al dan niet openbaar. Waar zoveel mensen op een beperkte oppervlakte wonen dat parkeerplaatsen al bijna een groter gebied innemen dan de woningen.
Aan de andere kant van de sloot ook een jaren zeventig buurt. Maar ietsje anders. Hier staan eengezinswoningen, bijna bungalows. Hier is het groen, ook door de tuinen en hier valt het autoblik niet zo erg op omdat de woningdruk lager is.
Een slootje als een grens tussen werelden van verschil.
Fysieke grenzen tussen buurten en wijken zijn er altijd wel geweest. Maar de sociale zijn er veel meer en maken een stad daardoor ook gedetailleerder én complexer. Dat laatste heeft alles te maken met normen en waarden waardoor wat voor de een al onacceptabel is voor de ander de gewoonste zaak van de wereld is. Een archetypisch voorbeeld daarvan is de houding ten aanzien van studeren: het 'studiehoofd'.
Je moet voor jezelf maar eens nagaan hoe ingewikkeld onze sociale structuur is. Een wijk is geen buurt. Die laatste wordt vaak bepaald door een zekere mate van sociale samenhang. Maar ook die is niet eenvormig. Ook binnen buurten bestaan verschillen, soms maar enkele huizen of gezinnen groot. Uit mijn jeugd: "Die voelen zich te goed voor ons" of, andersom, "Mag jij van je moeder met díe kinderen omgaan?". Snoeihard begrenzend en soms onnavolgbaar subtiel in de redenen.
Tussen leefomgeving en cultuur móet een balans bestaan, wil ze leefbaar zíjn. Ook dat is een eindeloze discussie. De verstedelijking in vorige eeuwen heeft welgestelde dames ertoe gebracht 'het volk te verheffen', te leren zich te gedragen. Met de beste bedoelingen, maar ook voorbijgaand aan de wensen van hun 'leerlingen'. Scholing is en blijft een vorm van disciplinering. We zijn geneigd te denken dat wij in een tijd leven waarin dat 'opvoeden', die vorm van disciplinering niet meer voorkomt. Daar kun je vraagtekens bij plaatsen. Vooral nieuwbouwwijken - en dan vooral de grote, de Vinex - vertonen alle karakteristieken van sociale groepen die in een verkeerd lijf worden gedwongen. Dan gaan sociale gewoonten knellen, wringen en vooral wrijven met die in aanpalende gebieden.
En die luisteren vrij nauw.
Scooters bijvoorbeeld. En dan moet je eens niet op de merken letten of de waarde. Dan moet je eens proberen na te gaan wie de bestuurders zijn. In een welgestelde omgeving is de kans groot dat je veel jongeren, vooral meisjes, op scooters zult zien. Maar in minder welgestelde wijken worden scooters vaker ook bereden door mensen van middelbare leeftijd. De betekenis voor de berijder van precies hetzelfde soort voertuig is volslagen anders.
Die detaillering vind je op zoveel plaatsen. Van die sloot en de gebouwde omgeving, tot de vervoermiddelen. O, en kleding natuurlijk. Maar ook je plaatselijke supermarkt. Als je in een wat grotere stad woont met meerdere vestigingen van één concern: ga maar eens kijken. De kans is niet ondenkbeeldig dat assortimenten niet precies hetzelfde zijn. En degenen die dat het beste konden, waren de buurtwinkeliers. Velen van hen kenden hun pappenheimers, kenden hun klanten. Maar ja, die hebben we steeds minder, want doelmatigheid dwingt ons in de keuzes die de grootwinkelier maakt.
Achter me een wijk die wellicht het best wordt beschreven als 'anonieme flatwijk uit de jaren zeventig'. Galerijflats van zes, zeven verdiepingen hoog, waar de wanhoop vanaf schreeuwt doordat iemand de gevels 'fleurig en kleurig' probeerde te maken. Een wijk ook die karig is bedeeld met groen, al dan niet openbaar. Waar zoveel mensen op een beperkte oppervlakte wonen dat parkeerplaatsen al bijna een groter gebied innemen dan de woningen.
Aan de andere kant van de sloot ook een jaren zeventig buurt. Maar ietsje anders. Hier staan eengezinswoningen, bijna bungalows. Hier is het groen, ook door de tuinen en hier valt het autoblik niet zo erg op omdat de woningdruk lager is.
Een slootje als een grens tussen werelden van verschil.
Fysieke grenzen tussen buurten en wijken zijn er altijd wel geweest. Maar de sociale zijn er veel meer en maken een stad daardoor ook gedetailleerder én complexer. Dat laatste heeft alles te maken met normen en waarden waardoor wat voor de een al onacceptabel is voor de ander de gewoonste zaak van de wereld is. Een archetypisch voorbeeld daarvan is de houding ten aanzien van studeren: het 'studiehoofd'.
Je moet voor jezelf maar eens nagaan hoe ingewikkeld onze sociale structuur is. Een wijk is geen buurt. Die laatste wordt vaak bepaald door een zekere mate van sociale samenhang. Maar ook die is niet eenvormig. Ook binnen buurten bestaan verschillen, soms maar enkele huizen of gezinnen groot. Uit mijn jeugd: "Die voelen zich te goed voor ons" of, andersom, "Mag jij van je moeder met díe kinderen omgaan?". Snoeihard begrenzend en soms onnavolgbaar subtiel in de redenen.
Tussen leefomgeving en cultuur móet een balans bestaan, wil ze leefbaar zíjn. Ook dat is een eindeloze discussie. De verstedelijking in vorige eeuwen heeft welgestelde dames ertoe gebracht 'het volk te verheffen', te leren zich te gedragen. Met de beste bedoelingen, maar ook voorbijgaand aan de wensen van hun 'leerlingen'. Scholing is en blijft een vorm van disciplinering. We zijn geneigd te denken dat wij in een tijd leven waarin dat 'opvoeden', die vorm van disciplinering niet meer voorkomt. Daar kun je vraagtekens bij plaatsen. Vooral nieuwbouwwijken - en dan vooral de grote, de Vinex - vertonen alle karakteristieken van sociale groepen die in een verkeerd lijf worden gedwongen. Dan gaan sociale gewoonten knellen, wringen en vooral wrijven met die in aanpalende gebieden.
En die luisteren vrij nauw.
Scooters bijvoorbeeld. En dan moet je eens niet op de merken letten of de waarde. Dan moet je eens proberen na te gaan wie de bestuurders zijn. In een welgestelde omgeving is de kans groot dat je veel jongeren, vooral meisjes, op scooters zult zien. Maar in minder welgestelde wijken worden scooters vaker ook bereden door mensen van middelbare leeftijd. De betekenis voor de berijder van precies hetzelfde soort voertuig is volslagen anders.
Die detaillering vind je op zoveel plaatsen. Van die sloot en de gebouwde omgeving, tot de vervoermiddelen. O, en kleding natuurlijk. Maar ook je plaatselijke supermarkt. Als je in een wat grotere stad woont met meerdere vestigingen van één concern: ga maar eens kijken. De kans is niet ondenkbeeldig dat assortimenten niet precies hetzelfde zijn. En degenen die dat het beste konden, waren de buurtwinkeliers. Velen van hen kenden hun pappenheimers, kenden hun klanten. Maar ja, die hebben we steeds minder, want doelmatigheid dwingt ons in de keuzes die de grootwinkelier maakt.
Labels:
archetype,
buurt,
ongelijkheid,
scooter,
strateficatie,
Wijk
Abonneren op:
Posts (Atom)