Posts tonen met het label vergeten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vergeten. Alle posts tonen

vrijdag 17 januari 2014

Vergeten?!

Uiteindelijk is ze er toch terecht gekomen. M'n moeder blijft wonen in een verzorgingshuis. We hebben daar een kamertje ingericht met eigen spulletjes. Nu komt de Grote Klus: het leeghalen van het huis dat vanaf 1972 onze thuisbasis was.

Heb je er weleens stilgestaan bij de analogieën tussen zo'n huis en iets als het Internet?

Wat op het Internet gebeurt, blijft op het Internet. Het is een parafrase van de beroemde kreet dat wat in Las Vegas gebeurt in Las Vegas blijft; verborgen voor de rest van de wereld. Dat wat het Internet herbergt, blijft juist níet (helemaal) verborgen.

Dat wat je ooit op enige manier vastlegde, blijft bewaard; een andere parafrase.

Bij het opruimen, leeghalen en weggooien van spullen in het huis werd me dat weer eens duidelijk. Je klimt de zolder op waar je al jaren niet kwam en waar, nog langer, achter het hoekbeschot van alles ligt weggeborgen.

We verzamelen wat af. Geef ons ruimte en we benutten 'm. Ik sta er zelf nog versteld van hoe snel wij ooit een twee keer zo grote woonruimte vol kregen met spulletjes. En nu kruip je duistere nissen in. Recht op je verleden af.

Kampeerspullen. Bandrecorders. Platenspelers. Hout. Lampen. Dozen. Roerloos ligt alles je vanuit de schemering aan te staren. Ooit heeft een muis er een leuke speeltuin aan gehad. De grote hoeveelheid muizengif doet vermoeden dat daaraan bruut een eind is gemaakt.

Als het niet móet, gooien we blijkbaar niet weg. Mij zou het niets verbazen als 'de mens' liefst alles wil bewaren. Je weet nooit wanneer het nog 's van pas komt. Het is toch altijd wel de herinnering waard.

Da's toch frappant, vind je niet? Dat je die paar keer in je leven een zolder of bergruimte leeg ruimt, informatie over jezelf vindt.

Dat is dus de parallel met dat verfoeide Internet.

Je schrijft een brief. je maakt een foto. Zelf denk je dat die na (al die) jaren zijn verdwenen. Totdat blijkt dat iemand anders ze heeft bewaard.

Totdat je plots wordt geconfronteerd met een vergeten verleden; wellicht zelfs materiaal waarnaar je nu met gemengde gevoelens kijkt: passen ze wel in het sociaal construct dat ik ben? In mijn imago?

Dat is hetzelfde als een aspect van het Internet. Niet alles wordt vergeten. Sterker, de opslag is zo klein en zo makkelijk dat we heel veel niet vergeten. De káns dat je uitlatingen worden vergeten, is klein. Inmiddels lijken we het punt te naderen waarin we echt dat doen wat we o zo graag willen: álles bewaren. Vooralsnog alles digitaals, maar met de komst van 3D-scanners en -printers is de stap naar de fysieke omgeving binnen bereik.

Het Internet als wereldwijd huis, mét zolderopslag.

maandag 2 december 2013

Eindelijk een grens

Jarenlang is het voor velen een oneindige oceaan: het Internet. Zoals de Middeleeuwers moeten hebben gekeken naar de einder en hebben gedacht dat er geen eind aan zou komen. Of dat je er af zou vallen. Alleen de ontdekkingsreizigers wisten beter; die voeren recht op die einder af. Pas na járen, decennia en eeuwen was het werk gedaan en de bol rond in kaart gebracht.

Onbekende gebieden roepen dat effect op. Waar je nog bent geweest, lijkt groter en verder weg dan je je op de terugweg herinnert. De terugweg lijkt veel sneller te gaan dan de heenweg. Dat heeft alles te maken met het nieuwe, het onbekende karakter waardoor je veel meer details opneemt dan in het geval het een routine reis is (en je dus veel níet meer ziet!). Het heeft ook alles te maken met het gegeven dat je nog helemaal niet weet hoe groot het gebied is wat vóoŕ je ligt.

Dat geldt voor het Internet ook.

We blijven het zien als een oneindige bron aan informatie. Een bron die ook maar blijft groeien, want iedere seconde komt er informatie bij. Sneller, groter, meer. Niet verwonderlijk dat je je verloren en kleintjes kunt voelen. Natuurlijk is er wél sprake van een information overload. Natuurlijk is er óók sprake van een filter failure. Het ís ongecontroleerd spuitende oliebron, zo lijkt het.

Toch is er wel degelijk een grens.

Informatie heeft een ingebakken zelfvernietigingsmechanisme: ze veroudert. Een belangrijk aspect van informatie is zijn relevantie. Dat wat niet relevant is, slaan we niet op. Ik durf te wedden dat het je - al is het een beetje - moeite kost je het weer voor de geest te halen van verleden week dinsdag. Dat van 11 mei 1989 weet je in elk geval niet. Het is ook irrelevant.

In je huis en op je werk zijn ook ongetwijfeld onnutte informatieverzamelingen te vinden. Die heeft iedereen; van die stapels papier, halfbijgehouden ordners, directories op harde schijven met informatie die je wellicht nog eens nodig hebt. Om je vakantieherinnering terug op te roepen, om de belastingdienst te bewijzen dat je die kosten écht maakte, omdat je de verzekeringspolissen nooit helemaal begreep en ze dus allemaal maar bewaarde. Weesverzamelingen, want ze dienen geen ander doel dan het geruststellen van jouw angst.

Bij een grote schoonmaak als een verhuizing of baanwissel blijk je zo'n driekwart weg te gooien.

In een digitale wereld is die bewaardrang nog makkelijker te bevredigen. Bits en bytes nemen geen extra fysieke ruimte in en zijn eindeloos kopieerbaar. En dus groeit de verzameling. En de backup ervan ook. Alsmede de backup van de backup, want 'je weet maar nooit'.

Naast de ingebouwde zelfvernietiger in de vorm van relevantie is er nog eentje: de leesbaarheid.

Vooruitgang is alleen mogelijk in combinatie met veroudering. Da's mooi, want daardoor is er ook van die kant een grens ingebouwd: sommige informatie is stomweg niet meer benaderbaar, omdat er inmiddels nieuwe software of hardwareversies zijn en het overzetten van de informatie uit de oude omgeving naar de nieuwe 'niet meer loont'. Als kopieën gemaakt met de eerste kopieermachines die vervagen...

Waarom dat niet eerder gebeurde? Het gebeurde altijd al, maar nu is het tempo niet meer bij te houden. Teveel zou moeten worden gemigreerd in te korte tijd. Keuzes maken is dan aan de orde. Precies dat is wat steeds duidelijker wordt en steeds meer zal gaan gebeuren.

Enorme privacy bedreigende dataverzamelingen; leuk, maar voor hoe lang?

donderdag 4 juli 2013

De conditie van de boekenworm

Een goede fysieke conditie: dat zou goed zijn voor je gezondheid en welbevinden op latere leeftijd. Sterker, het zou een vertragend effect hebben op geheugenachteruitgang. Mijn conditie is, denk ik, net iets ondergemiddeld en ik verwacht niet dat ik 'm nog omhoog krijg, die conditie. Natuurlijk, stevige buik- en armspieren zouden leuk zijn. Maar zolang je daar veel inspanning voor moet leveren en er nog geen pilletje voor is, zie ik mezelf dat niet doen. Dan maar cognitieve discrepantie toepassen en denken dat 'het bij de leeftijd hoort'.

Dan word je blij als je dit leest: Being a Lifelong Bookworm May Keep You Sharp in Old Age. Samengevat: lezen, en schrijven, zijn goed voor het geheugen op latere leeftijd.

Wat me eigenlijk binnen secondes na lezen, door het hoofd flitste, was: maar als dat zo is én het waar is dat we steeds meer passief lijken te gaan consumeren, waarmee eindigen we dan? Met het draconisch beeld dat we menselijke lichamen langer in stand kunnen houden, maar met geheugenproblemen? wat wonnen we dan? Het zou een mooi plot zijn voor een toekomstroman à la Brave New World; Remember, the Man Who Thaught He Mastered His Machines.

Het is maar de vraag of de tweede premisse klopt: dat we minder (zijn) gaan lezen en schrijven. Daarvan ben ik nog niet zo overtuigd. Wel dat we ánders zijn gaan lezen. Dat 'anders' heeft echter wel een lijntje naar 'geheugen trainen'. De belangrijkste wijziging is de hyperlink, die het door en tussen informatiebronnen flitsen mogelijk maakt. Maar wel met als effect dat je geneigd bent lijnen en verbanden uit het oog te verliezen en van detail naar detail te springen.

Dat is misschien nog wel de belangrijkste reden om alert te zijn. Als ik iets schrijf voor een nieuwswebsite, maar ook dit blog, dan is het commentaar vaak: 'Niet langer dan 500 woorden. Meer kunnen ze niet aan.' 'Ze' dat ben jij dus. En, inderdaad, ik heb een gruwelijke hekel aan staccato geschreven teksten. De PowerpointPest, wat mij betreft. Die tussen- en bijzinnen verafschuwt en daardoor ritme uit zinnen haalt en de dans van woorden onmogelijk maakt. Dood, 'functioneel' en saai taalgebruik.

Maar het lijkt wel toonzettend.

Stel, stél dat we inderdaad van het scherm lezend kortere teksten en kortere zinnen voorgeschoteld krijgen. Stel dat we inderdaad minder romanlengte teksten lezen. Stel dat we liever de management samenvatting lezen dan het hele rapport. Stel dat we ons oordeel (snel) baseren op bewerkte, secundaire bronnen, nieuwsberichten.
Stel dat we rapporten maken waarin de conclusies belangrijk zijn, maar de redenering hoe daar te komen minder. Stel dat we communiceren in steeds kortere berichten en bewoordingen. Stel dat we eerder 'audio-visueel' inzetten om te communiceren dan 'geschreven'. Stel dat het niet uitmaakt hóe je iets precies uitdrukt.

Ik weet het nog niet: of dat nu een voor- of een nadeel is. Wat ik wél weet, is dat over langere tijd gekeken de vaardigheden die we opdoen zinvol zijn. Maar nu gaat het niet om een vaardigheid. Het gaat over herinneren.

Dat zou toch wel lullig worden. Als over enkele generaties de machines onze herinneringen hebben.... en de mens de illusie de baas te zijn.