Er zijn van die dingen die je blijven verbazen. Je stapt er makkelijk onbewust overheen. Tot je je er plots even bewust van bent.
De zomer lijkt er een seizoen bij uitstek voor.
Mij overkomt het vooral als ik op een warme dag een boek zit te lezen. Ik kan me één keer echt heel goed herinneren. Niet de titel van het boek, maar het gevoel. Het was een misdaadverhaal dat speelde in Amsterdam ergens in de 19de eeuw. In de winter. Dat is erg belangrijk, geloof ik.
Op die warme dag in een buitenland wás ik plots in koud Amsterdam. Een heel vreemde gewaarwording, die overigens alleen delen van seconden besloeg. Het flitst voorbij.
Echt snappen doe ik het niet. Het is niet dat ik dan echt in het verhaal ben verdwenen. Da's nogal moeilijk in een rumoerige, warme omgeving als een strand of zwembad, ook als je in de schaduw zit. En wat me opvalt: het zijn vrij vaak situaties die zich afspelen in een weer situatie die níet warm is.
Mij doet het nog het meest denken aan 'midden in de zomer denken aan Kerstmis'. Alsof je denkt aan het onbereikbare op dat moment. Op zomerdagen aan de koude van de winter of de storm en regen van de herfst. Dan zou je op koude winterdagen datzelfde effect moeten hebben in omgekeerde richting: tijdens vorstperiodes opgaan in beelden van warme zomerdagen. Soms heb ik het ook bij reclames of films, waarbij bij mij in de zomer reclames over het warmte of het warme weer daardoor averechts werken. Een soort overdosis warmte, terwijl de toekomst de komende maanden er een is van koelte, wind en sneeuw.
Eerlijk gezegd, denk ik dat dat zo ook gaat.
Ik vind het nog steeds een teken van een ideaal klimaat. Als het regent, kunnen we hunkeren naar droogte. Als het koud is, naar warmte. En als het warm is naar regen en wind. Het fijne is dat we ook echt kans maken op realisatie van die wens, want onze klimaatzone kent het hele spectrum (nog, want klimaatverandering schijnt dat te gaan veranderen). Voor mij is dat een vrij plausibele verklaring.
Het verklaart overigens ook waarom ik nooit in bijvoorbeeld Florida zou willen wonen: altijd lente. Hoe vervelend wil je het hebben.
Posts tonen met het label lezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lezen. Alle posts tonen
vrijdag 8 augustus 2014
dinsdag 10 juni 2014
Van boek via ereader naar boek
Wonderlijk.
In vroeger jaren kampeerden we (allemaal) zo licht mogelijk. Bagage, immers, moest of worden meegetorst op de rug of achter in de - toen vaak nog kleine en evenzeer krakkemikkige - auto worden gepropt. De tijden waren, kortom, anders.
Eén van de grote vraagstukken die toen bij 'op vakantie gaan' hoorde, was dus: wat móet mee en hoe klein en licht kan dat zijn? Lichtgewicht sheltertenten in plaats van bungalowtenten. De prachtig vormgegeven en stormbestendige, maar lóódzware, De Waardtenten waren er nog niet. Met dons gevulde slaapzakken waren warm, koel, licht en klein, en duur. Een hele industrie aan lichtgewicht, handig en klein.
Had je het basale, dan kwam de luxe. De waxinelichtjes voor de gezelligheid, en als teken van alternatievigheid tegenover als die geëlektrificeerde kampeerders. Eén petieterig klein potje pindakaas, want dat verkochten ze 'daar' niet (anderen hadden dat met hagelslag en zelfs ketchup). Met de inzet van het otootje: stoeltjes en een tafeltje. Dát was een trendbreuk.
Maar het moeilijkste: de boeken.
Vakantie was van alles dóen en daaromheen niksen. Persoonlijk zijn mijn beste herinneringen niet zozeer aan culturele meesterwerken in een verzengende hitte, maar aan gemoedelijke avonden op campings. Overdag kon je die ook wel treffen: een lichaamsvriendelijke temperatuur en geen directe zon meer. 's Avonds hoorde je het leven een zucht van verlichting slaken: rust!
Dat zijn de momenten om eventjes lekker te gaan lezen. Maar ja, hoeveel lees je in drie weken? Die hoeveelheid moet je immers mee slepen. En, o wee, als je dan tijdens de vakantie ontdekt dat je in de stemming bent om een héél ander genre boek te lezen. Dan zeul je ook nog 's nutteloos gewicht aan papier mee.
De komst van de e-reader en de tablet bleken de uitkomst. Je kiest niet. Je neemt een hele bibliotheek mee. Duizenden 'gratis' boeken die je nooit allemaal zult lezen, maar die je hebberigheid even bevredigden. Overigens zijn het ook nog eens vaker de 'verkeerde' boeken dan de juiste. Je troost je met de gedachte dat die dan toch in elk geval beter zijn dan de folders van het lokale Syndicat d'Initiative.
Hop. e-Reader in de bagage. Het oplaadsnoer niet vergeten! Oplaadsnoer?! Oei, maar wat als er ter plekke geen stopcontact is? Of, aannemelijker, geen juiste aansluiting. Van die situaties waarin je ontdekt dat hún aardepinnetje niet op dezelfde plek zit als de aarde in jouw steker. Dat zóu balen zijn.
Weet je wat: we nemen een paar boeken mee. Er is altijd wel ruimte in de bagage en stel dat er problemen zijn met de stroom, dan hebben we in elk geval iets. Want die boeken, die doen het altijd.
In vroeger jaren kampeerden we (allemaal) zo licht mogelijk. Bagage, immers, moest of worden meegetorst op de rug of achter in de - toen vaak nog kleine en evenzeer krakkemikkige - auto worden gepropt. De tijden waren, kortom, anders.
Eén van de grote vraagstukken die toen bij 'op vakantie gaan' hoorde, was dus: wat móet mee en hoe klein en licht kan dat zijn? Lichtgewicht sheltertenten in plaats van bungalowtenten. De prachtig vormgegeven en stormbestendige, maar lóódzware, De Waardtenten waren er nog niet. Met dons gevulde slaapzakken waren warm, koel, licht en klein, en duur. Een hele industrie aan lichtgewicht, handig en klein.
Had je het basale, dan kwam de luxe. De waxinelichtjes voor de gezelligheid, en als teken van alternatievigheid tegenover als die geëlektrificeerde kampeerders. Eén petieterig klein potje pindakaas, want dat verkochten ze 'daar' niet (anderen hadden dat met hagelslag en zelfs ketchup). Met de inzet van het otootje: stoeltjes en een tafeltje. Dát was een trendbreuk.
Maar het moeilijkste: de boeken.
Vakantie was van alles dóen en daaromheen niksen. Persoonlijk zijn mijn beste herinneringen niet zozeer aan culturele meesterwerken in een verzengende hitte, maar aan gemoedelijke avonden op campings. Overdag kon je die ook wel treffen: een lichaamsvriendelijke temperatuur en geen directe zon meer. 's Avonds hoorde je het leven een zucht van verlichting slaken: rust!
Dat zijn de momenten om eventjes lekker te gaan lezen. Maar ja, hoeveel lees je in drie weken? Die hoeveelheid moet je immers mee slepen. En, o wee, als je dan tijdens de vakantie ontdekt dat je in de stemming bent om een héél ander genre boek te lezen. Dan zeul je ook nog 's nutteloos gewicht aan papier mee.
De komst van de e-reader en de tablet bleken de uitkomst. Je kiest niet. Je neemt een hele bibliotheek mee. Duizenden 'gratis' boeken die je nooit allemaal zult lezen, maar die je hebberigheid even bevredigden. Overigens zijn het ook nog eens vaker de 'verkeerde' boeken dan de juiste. Je troost je met de gedachte dat die dan toch in elk geval beter zijn dan de folders van het lokale Syndicat d'Initiative.
Hop. e-Reader in de bagage. Het oplaadsnoer niet vergeten! Oplaadsnoer?! Oei, maar wat als er ter plekke geen stopcontact is? Of, aannemelijker, geen juiste aansluiting. Van die situaties waarin je ontdekt dat hún aardepinnetje niet op dezelfde plek zit als de aarde in jouw steker. Dat zóu balen zijn.
Weet je wat: we nemen een paar boeken mee. Er is altijd wel ruimte in de bagage en stel dat er problemen zijn met de stroom, dan hebben we in elk geval iets. Want die boeken, die doen het altijd.
zondag 18 mei 2014
Het herbarium
De foto's heb ik gemaakt op de terugweg. Het idee drong zich op op de heenweg.
De bloemetjes deden een jeugdherinnering opflakkeren.
Het zal in de eerste of tweede klas van de middelbare achool zijn geweest. Biologie-les. Het niveau was dat van de bloempjes en de bijtjes, de stampers en de meeldraden, de bloeiwijzen en de bladvormen. Boeiend materiaal, kortom.

Maar de top was de les waarin de lerares, meen ik toch, aankondigde dat we allemaal een herbarium moesten maken. Ik denk dat niemand van ons enig idee had wat dat was. Maar dat veranderde snel. Een herbarium, zo hoorden wij, was een boek met gedroogde planten. Dat was handig om planten te 'determineren'. In één klap zaten we in een wereld van moeilijke woorden en gedróógde planten. Dat er bij dat determineren ook nog een dik, rood boek hoort, wisten we toen nog niet. O, gelukkige onwetendheid.
We moesten - en liefst in het voorjaar, want dan bloeit alles - wilde planten verzamelen en daarmee een herbarium aanleggen. Daarna werd uit de doeken gedaan dat je daarvoor de natuur - het weiland - in moest en bloeiende planten verzamelen. Thuis moesten die worden platgeperst met een speciale pers. Niet zomaar; de bloem en enkele blaadjes moest je achteraf nog kunnen herkennen. En het persen moest lang duren, want alles moest droog zijn.

Doen ze dat tegenwoordig nog? Of is het zo dat de leerlingen het veld in gaan gewapend met een smart phone om alles vast te leggen? Zo ja, dan missen ze wat. Achteraf misschien nog het leerzaamste. Toen in elk geval het frustrerendste.
Al die plantjes op de foto's heb ook ik verzameld. Het heet niet voor niets onkruid. Makkelijk te vinden spul. Wij verzamelden dus snel grote hoeveelheden. Zoals een docent betaamt, werden we wel gepest met een opdracht die een net iets groter aantal plantjes bevatte dan het aantal makkelijk te vinden soorten.

Het drogen bleek het leerzaamste onderdeel. Was het niet voor biologie, dan toch wel voor zelfbeheersing.
Die rotplantjes hadden de neiging onmiddellijk dood te gaan nadat ze waren losgerukt. Dan kwam je thuis met verlept materiaal. Wat ook zo verschrikkelijk was, is dat die plantjes niet op hun plek bleven liggen. Dan lagen de blaadjes goed, maar verschoof het bloemetje. Had je ze met een snelle beweging toch vastgeklemd tussen de papierlagen, dan moest je dat geheel weer zien te persen. Het persje was véél te klein voor massaproductie. Onder bedden moeten in die weken heel veel bakstenen kunnen zijn gevonden op oude kranten. Voor ons, jongens - de meisjes deden het veel beter zouden we later zien - was dat belangrijk: snelheid.

In de pers kon je wel zes, zeven lagen plantjes kwijt. Althans, als je de lengte van de vleugelmoer als indicatie hanteerde. In elk geval heb ik de meerlaags aanpak gevolgd en van alles in één keer gedroogd.
Op die leeftijd is ongeduld een goede zaak en geduld iets voor die verfoeide ouderen. Zodoende kwamen de gedroogde plantjes bijna droog tevoorschijn. Voor ons droog en plat genoeg.

Dan krijg je weer een lesje geduld. De meeste plantjes zagen er vrij droog uit. Later zou blijken dat schimmels zich er desondanks prima konden handhaven. Ernstiger was wat tevoorschijn kwam. Plantjes waarvan de bladeren afbraken. Onbruikbaar. Plantjes waarvan in die bliksemsnelle beweging de bladeren tóch verkeerd waren terechtgekomen en nu gedraaid of erger waren. Onbruikbaar. Plantjes die waren verdwenen: "Ik weet zeker dat er vijf in de pers zaten". Die waren over het algemeen mét het droogpapier weggegooid. Onbruikbaar.
Maar de grootste ellende waren 'de dikke bloemen'. Kijk, die tere bloemetjes die plet je wel. Maar die dikkere dus niet. En wat je ook niet moest doen, zo bleek, is een aantal daarvan in één ruk op elkaar proberen te drogen. Dan werkt de pers niet en drogen de bloemetjes haast niet.

Nee, de grootste ellende - en die gedachte schoot me dus te binnen op de heenweg - waren die dikkoppen. Daarvan had niemand verteld hoe je díe droogt. De distels, maar ook de paardebloemen; die verdomde bloemen, die zo dik zijn dat ze volgens ons helemaal niet eens geplet of gedroogd kúnnen worden.
Dan zijn moderne media als oplossing msisschien wel leuk. Maar je hebt die erváring van een herbarium (moeten) maken niet. Een gemis.
De bloemetjes deden een jeugdherinnering opflakkeren.
Het zal in de eerste of tweede klas van de middelbare achool zijn geweest. Biologie-les. Het niveau was dat van de bloempjes en de bijtjes, de stampers en de meeldraden, de bloeiwijzen en de bladvormen. Boeiend materiaal, kortom.
Maar de top was de les waarin de lerares, meen ik toch, aankondigde dat we allemaal een herbarium moesten maken. Ik denk dat niemand van ons enig idee had wat dat was. Maar dat veranderde snel. Een herbarium, zo hoorden wij, was een boek met gedroogde planten. Dat was handig om planten te 'determineren'. In één klap zaten we in een wereld van moeilijke woorden en gedróógde planten. Dat er bij dat determineren ook nog een dik, rood boek hoort, wisten we toen nog niet. O, gelukkige onwetendheid.
We moesten - en liefst in het voorjaar, want dan bloeit alles - wilde planten verzamelen en daarmee een herbarium aanleggen. Daarna werd uit de doeken gedaan dat je daarvoor de natuur - het weiland - in moest en bloeiende planten verzamelen. Thuis moesten die worden platgeperst met een speciale pers. Niet zomaar; de bloem en enkele blaadjes moest je achteraf nog kunnen herkennen. En het persen moest lang duren, want alles moest droog zijn.
Doen ze dat tegenwoordig nog? Of is het zo dat de leerlingen het veld in gaan gewapend met een smart phone om alles vast te leggen? Zo ja, dan missen ze wat. Achteraf misschien nog het leerzaamste. Toen in elk geval het frustrerendste.
Al die plantjes op de foto's heb ook ik verzameld. Het heet niet voor niets onkruid. Makkelijk te vinden spul. Wij verzamelden dus snel grote hoeveelheden. Zoals een docent betaamt, werden we wel gepest met een opdracht die een net iets groter aantal plantjes bevatte dan het aantal makkelijk te vinden soorten.
Het drogen bleek het leerzaamste onderdeel. Was het niet voor biologie, dan toch wel voor zelfbeheersing.
Die rotplantjes hadden de neiging onmiddellijk dood te gaan nadat ze waren losgerukt. Dan kwam je thuis met verlept materiaal. Wat ook zo verschrikkelijk was, is dat die plantjes niet op hun plek bleven liggen. Dan lagen de blaadjes goed, maar verschoof het bloemetje. Had je ze met een snelle beweging toch vastgeklemd tussen de papierlagen, dan moest je dat geheel weer zien te persen. Het persje was véél te klein voor massaproductie. Onder bedden moeten in die weken heel veel bakstenen kunnen zijn gevonden op oude kranten. Voor ons, jongens - de meisjes deden het veel beter zouden we later zien - was dat belangrijk: snelheid.
In de pers kon je wel zes, zeven lagen plantjes kwijt. Althans, als je de lengte van de vleugelmoer als indicatie hanteerde. In elk geval heb ik de meerlaags aanpak gevolgd en van alles in één keer gedroogd.
Op die leeftijd is ongeduld een goede zaak en geduld iets voor die verfoeide ouderen. Zodoende kwamen de gedroogde plantjes bijna droog tevoorschijn. Voor ons droog en plat genoeg.
Dan krijg je weer een lesje geduld. De meeste plantjes zagen er vrij droog uit. Later zou blijken dat schimmels zich er desondanks prima konden handhaven. Ernstiger was wat tevoorschijn kwam. Plantjes waarvan de bladeren afbraken. Onbruikbaar. Plantjes waarvan in die bliksemsnelle beweging de bladeren tóch verkeerd waren terechtgekomen en nu gedraaid of erger waren. Onbruikbaar. Plantjes die waren verdwenen: "Ik weet zeker dat er vijf in de pers zaten". Die waren over het algemeen mét het droogpapier weggegooid. Onbruikbaar.
Maar de grootste ellende waren 'de dikke bloemen'. Kijk, die tere bloemetjes die plet je wel. Maar die dikkere dus niet. En wat je ook niet moest doen, zo bleek, is een aantal daarvan in één ruk op elkaar proberen te drogen. Dan werkt de pers niet en drogen de bloemetjes haast niet.
Nee, de grootste ellende - en die gedachte schoot me dus te binnen op de heenweg - waren die dikkoppen. Daarvan had niemand verteld hoe je díe droogt. De distels, maar ook de paardebloemen; die verdomde bloemen, die zo dik zijn dat ze volgens ons helemaal niet eens geplet of gedroogd kúnnen worden.
Dan zijn moderne media als oplossing msisschien wel leuk. Maar je hebt die erváring van een herbarium (moeten) maken niet. Een gemis.
Labels:
biologie,
ervaren,
geduld,
herinnering,
leren,
lezen,
nieuwe media,
onderwijs
donderdag 4 juli 2013
De conditie van de boekenworm
Een goede fysieke conditie: dat zou goed zijn voor je gezondheid en welbevinden op latere leeftijd. Sterker, het zou een vertragend effect hebben op geheugenachteruitgang. Mijn conditie is, denk ik, net iets ondergemiddeld en ik verwacht niet dat ik 'm nog omhoog krijg, die conditie. Natuurlijk, stevige buik- en armspieren zouden leuk zijn. Maar zolang je daar veel inspanning voor moet leveren en er nog geen pilletje voor is, zie ik mezelf dat niet doen. Dan maar cognitieve discrepantie toepassen en denken dat 'het bij de leeftijd hoort'.
Dan word je blij als je dit leest: Being a Lifelong Bookworm May Keep You Sharp in Old Age. Samengevat: lezen, en schrijven, zijn goed voor het geheugen op latere leeftijd.
Wat me eigenlijk binnen secondes na lezen, door het hoofd flitste, was: maar als dat zo is én het waar is dat we steeds meer passief lijken te gaan consumeren, waarmee eindigen we dan? Met het draconisch beeld dat we menselijke lichamen langer in stand kunnen houden, maar met geheugenproblemen? wat wonnen we dan? Het zou een mooi plot zijn voor een toekomstroman à la Brave New World; Remember, the Man Who Thaught He Mastered His Machines.
Het is maar de vraag of de tweede premisse klopt: dat we minder (zijn) gaan lezen en schrijven. Daarvan ben ik nog niet zo overtuigd. Wel dat we ánders zijn gaan lezen. Dat 'anders' heeft echter wel een lijntje naar 'geheugen trainen'. De belangrijkste wijziging is de hyperlink, die het door en tussen informatiebronnen flitsen mogelijk maakt. Maar wel met als effect dat je geneigd bent lijnen en verbanden uit het oog te verliezen en van detail naar detail te springen.
Dat is misschien nog wel de belangrijkste reden om alert te zijn. Als ik iets schrijf voor een nieuwswebsite, maar ook dit blog, dan is het commentaar vaak: 'Niet langer dan 500 woorden. Meer kunnen ze niet aan.' 'Ze' dat ben jij dus. En, inderdaad, ik heb een gruwelijke hekel aan staccato geschreven teksten. De PowerpointPest, wat mij betreft. Die tussen- en bijzinnen verafschuwt en daardoor ritme uit zinnen haalt en de dans van woorden onmogelijk maakt. Dood, 'functioneel' en saai taalgebruik.
Maar het lijkt wel toonzettend.
Stel, stél dat we inderdaad van het scherm lezend kortere teksten en kortere zinnen voorgeschoteld krijgen. Stel dat we inderdaad minder romanlengte teksten lezen. Stel dat we liever de management samenvatting lezen dan het hele rapport. Stel dat we ons oordeel (snel) baseren op bewerkte, secundaire bronnen, nieuwsberichten.
Stel dat we rapporten maken waarin de conclusies belangrijk zijn, maar de redenering hoe daar te komen minder. Stel dat we communiceren in steeds kortere berichten en bewoordingen. Stel dat we eerder 'audio-visueel' inzetten om te communiceren dan 'geschreven'. Stel dat het niet uitmaakt hóe je iets precies uitdrukt.
Ik weet het nog niet: of dat nu een voor- of een nadeel is. Wat ik wél weet, is dat over langere tijd gekeken de vaardigheden die we opdoen zinvol zijn. Maar nu gaat het niet om een vaardigheid. Het gaat over herinneren.
Dat zou toch wel lullig worden. Als over enkele generaties de machines onze herinneringen hebben.... en de mens de illusie de baas te zijn.
Dan word je blij als je dit leest: Being a Lifelong Bookworm May Keep You Sharp in Old Age. Samengevat: lezen, en schrijven, zijn goed voor het geheugen op latere leeftijd.
Wat me eigenlijk binnen secondes na lezen, door het hoofd flitste, was: maar als dat zo is én het waar is dat we steeds meer passief lijken te gaan consumeren, waarmee eindigen we dan? Met het draconisch beeld dat we menselijke lichamen langer in stand kunnen houden, maar met geheugenproblemen? wat wonnen we dan? Het zou een mooi plot zijn voor een toekomstroman à la Brave New World; Remember, the Man Who Thaught He Mastered His Machines.
Het is maar de vraag of de tweede premisse klopt: dat we minder (zijn) gaan lezen en schrijven. Daarvan ben ik nog niet zo overtuigd. Wel dat we ánders zijn gaan lezen. Dat 'anders' heeft echter wel een lijntje naar 'geheugen trainen'. De belangrijkste wijziging is de hyperlink, die het door en tussen informatiebronnen flitsen mogelijk maakt. Maar wel met als effect dat je geneigd bent lijnen en verbanden uit het oog te verliezen en van detail naar detail te springen.
Dat is misschien nog wel de belangrijkste reden om alert te zijn. Als ik iets schrijf voor een nieuwswebsite, maar ook dit blog, dan is het commentaar vaak: 'Niet langer dan 500 woorden. Meer kunnen ze niet aan.' 'Ze' dat ben jij dus. En, inderdaad, ik heb een gruwelijke hekel aan staccato geschreven teksten. De PowerpointPest, wat mij betreft. Die tussen- en bijzinnen verafschuwt en daardoor ritme uit zinnen haalt en de dans van woorden onmogelijk maakt. Dood, 'functioneel' en saai taalgebruik.
Maar het lijkt wel toonzettend.
Stel, stél dat we inderdaad van het scherm lezend kortere teksten en kortere zinnen voorgeschoteld krijgen. Stel dat we inderdaad minder romanlengte teksten lezen. Stel dat we liever de management samenvatting lezen dan het hele rapport. Stel dat we ons oordeel (snel) baseren op bewerkte, secundaire bronnen, nieuwsberichten.
Stel dat we rapporten maken waarin de conclusies belangrijk zijn, maar de redenering hoe daar te komen minder. Stel dat we communiceren in steeds kortere berichten en bewoordingen. Stel dat we eerder 'audio-visueel' inzetten om te communiceren dan 'geschreven'. Stel dat het niet uitmaakt hóe je iets precies uitdrukt.
Ik weet het nog niet: of dat nu een voor- of een nadeel is. Wat ik wél weet, is dat over langere tijd gekeken de vaardigheden die we opdoen zinvol zijn. Maar nu gaat het niet om een vaardigheid. Het gaat over herinneren.
Dat zou toch wel lullig worden. Als over enkele generaties de machines onze herinneringen hebben.... en de mens de illusie de baas te zijn.
Labels:
brave new world,
geheugen,
innovatie,
leeftijd,
lezen,
ouderdom,
schrijven,
singulariteit,
toekomst,
verandering,
vergeten
Locatie:
Leiden, Nederland
vrijdag 7 juni 2013
En de eerste drie regels zíjn...
Vandaag is zo'n dag dat de blogpost een makkie is. Ik kan me er vanaf maken door je te wijzen op een artikel in Slate, want alles wat hieronder gaat komen, is daar uit gehaald.
Het is typisch zo'n onderwerp waarvan ik vond dat het goed is als het geregeld terugkeert in de aandacht: de vluchtige manier van lezen, van informatieverwerken. Ik zou eens moeten zien te turven hoe vaak ik dat verwijt voorbij zie komen op Twitter: dat iemand niet goed las. Ik heb er zelf ook last van, hoor. Soms laat je je helemaal meeslepen in die ongrijpbare drang ook eens ergens de eerste mee te zijn of de spitsvondigste van het stel. Maar als je dat wilt worden, moet je het juist níet nastreven.
Een nieuwtje is maar een deel van het verhaal. Veel belangrijker is wie degene ís die het brengt. Want de (status van de) brenger van het nieuws, bepáált meteen (of) het nieuws (is). Dan kun jij nog alle gelijk van de wereld hebben, als een BN-er precies dezelfde boodschap later brengt, is dát waarschijnlijk het bericht dat wordt gezien als het eerste. Lullig. Maar waar. En niets nieuws onder de zon, want zo werkt de werkelijke wereld ook. Inhoud is veel minder belangrijk dan we denken (wat dus echt anders is dan: inhoud doet er niet toe).
In Slate, dus, las ik vandaag een artikel met de titel You Won’t Finish This Article; Why people online don’t read to the end. Het antwoord op de why-vraag komt niet echt uit de verf, maar het artikel is desalniettemin lezenswaardig en informatief.
M'n advies is nú de vorige hyperlink te gebruiken en het originele artikel te lezen. Ik pik er twee citaten uit voor de overblijvers.
Het is en blijft un peu onthutsend: vijftig procent van de lezers haalt de helft van een artikel niet. Ernstiger is dat een grote groep eigenlijk niet verder komt dan de eerste regels, het eerste schermbeeld. Heel terecht stelt Farhad Manjoo dan ook de vraag wat die mensen eigenlijk wél lazen en opnamen.
En wat ze (dan dus ) doorgaven via social media.
Het is typisch zo'n onderwerp waarvan ik vond dat het goed is als het geregeld terugkeert in de aandacht: de vluchtige manier van lezen, van informatieverwerken. Ik zou eens moeten zien te turven hoe vaak ik dat verwijt voorbij zie komen op Twitter: dat iemand niet goed las. Ik heb er zelf ook last van, hoor. Soms laat je je helemaal meeslepen in die ongrijpbare drang ook eens ergens de eerste mee te zijn of de spitsvondigste van het stel. Maar als je dat wilt worden, moet je het juist níet nastreven.
Een nieuwtje is maar een deel van het verhaal. Veel belangrijker is wie degene ís die het brengt. Want de (status van de) brenger van het nieuws, bepáált meteen (of) het nieuws (is). Dan kun jij nog alle gelijk van de wereld hebben, als een BN-er precies dezelfde boodschap later brengt, is dát waarschijnlijk het bericht dat wordt gezien als het eerste. Lullig. Maar waar. En niets nieuws onder de zon, want zo werkt de werkelijke wereld ook. Inhoud is veel minder belangrijk dan we denken (wat dus echt anders is dan: inhoud doet er niet toe).
In Slate, dus, las ik vandaag een artikel met de titel You Won’t Finish This Article; Why people online don’t read to the end. Het antwoord op de why-vraag komt niet echt uit de verf, maar het artikel is desalniettemin lezenswaardig en informatief.
M'n advies is nú de vorige hyperlink te gebruiken en het originele artikel te lezen. Ik pik er twee citaten uit voor de overblijvers.
I’m going to keep this brief, because you’re not going to stick around for long. I’ve already lost a bunch of you. For every 161 people who landed on this page, about 61 of you—38 percent—are already gone. You “bounced” in Web traffic jargon, meaning you spent no time “engaging” with this page at all.
So now there are 100 of you left. Nice round number. But not for long! We’re at the point in the page where you have to scroll to see more. Of the 100 of you who didn’t bounce, five are never going to scroll. Bye!
OK, fine, good riddance. So we’re 95 now. A friendly, intimate crowd, just the people who want to be here. Thanks for reading, folks! I was beginning to worry about your attention span, even your intellig … wait a second, where are you guys going? You’re tweeting a link to this article already? You haven’t even read it yet! What if I go on to advocate something truly awful, like a constitutional amendment requiring that we all type two spaces after a period?
Wait, hold on, now you guys are leaving too? You’re going off to comment? Come on! There’s nothing to say yet. I haven’t even gotten to the nut graph.
Het is en blijft un peu onthutsend: vijftig procent van de lezers haalt de helft van een artikel niet. Ernstiger is dat een grote groep eigenlijk niet verder komt dan de eerste regels, het eerste schermbeeld. Heel terecht stelt Farhad Manjoo dan ook de vraag wat die mensen eigenlijk wél lazen en opnamen.
En wat ze (dan dus ) doorgaven via social media.
There’s a very weak relationship between scroll depth and sharing. Both at Slate and across the Web, articles that get a lot of tweets don’t necessarily get read very deeply. Articles that get read deeply aren’t necessarily generating a lot of tweets.
(...)
Schwartz tells me that on a typical Slate page, only 25 percent of readers make it past the 1,600th pixel of the page, and we’re way beyond that now. Sure, like every other writer on the Web, I want my articles to be widely read, which means I want you to Like and Tweet and email this piece to everyone you know. But if you had any inkling of doing that, you’d have done it already. You’d probably have done it just after reading the headline and seeing the picture at the top. Nothing I say at this point matters at all.
Labels:
attentie,
beeldscherm,
betrouwbaarheid,
concentratie,
imago,
lezen,
netwerken,
oppervlakkig,
snelheid,
social media,
vluchtig
Locatie:
Leiden, Nederland
woensdag 6 februari 2013
De redding van de bieb: rust
Waarom ga ik eigenlijk nooit meer naar een bibliotheek (terwijl ik er wel al jaren lid van blijf)?
De afgelopen paar weken heb ik zo ongeveer drie boektitels getipt gekregen; van vrij recente tot titels die een jaar geleden verschenen. Je zit met iemand te praten en die wijst je daar dan op: "Moet je echt eens lezen. Goed boek.". Wat doe je dan?
Een manier is een boekhandel binnen lopen, het boek zoeken en er wat in bladeren. Dat gaat vooral goed als wordt gezocht naar gangbare titels. Minder gangbare wordt al lastig. Die zijn niet standaard op voorraad uit angst voor winkeldochters. Laat staan als je op zoek gaat naar vakliteratuur, zo ongeveer alles buiten de top 25's. Gelukkig woon ik in een universiteitsstad en dus hebben we keuze genoeg. Hebben?! Hadden, want de boehandels hebben het zwaar.
Een andere optie is het bedoelde boek lenen. Bij iemand die het heeft. Ik weet niet hoe jou dat vergaat, maar boeken uitlenen kost mij enorm veel moeite. Zo heb ik er anderhalf jaar geleden eentje uitgeleend aan een collega en wacht ik nog steeds op de terugkeer. Op de een of andere manier heb ik daarom ook het voorgevoel dat anderen ook liever niet uitlenen.
Maar uitlenen. Dat is het domein van de bibliotheek toch?
Toen schoot me ineens de vaststelling te binnen dat ik eigenlijk steeds minder bij de bibliotheek kom. We zijn er wel lid van. Maar boeken lenen? Zelden. Ja, zo vlak voor de vakantie één of twee van die ANWB-, Kosmos- of Dominicus-reisgidsen (die je dan uiteindelijk nooit goed hebt doorgelezen).
En ik wist ook onmiddellijk waarom de bibliotheek niet direct op mijn netvlies verscheen: ze hebben me te vaak 'nee' verkocht.
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130201-172305.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130201-172305.jpg" alt="20130201-172305.jpg" class="alignnone size-full" /></a>
Niet dat ze in een bibliotheek niet veel boeken hebben. Ze hebben er zat, rijen kasten vol. Maar net niet wat ik zoek. Nu snap ik best dat een bibliotheek niet álles in huis kan hebben. Dat lukte in <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Bibliotheek_van_Alexandrië">Alexandrië</a> al niet in de tijd dat er véél minder boeken (rollen papyrus) waren. Maar daarmee valt voor mij de interessante kant van een bibliotheek weg.
Daar verwacht ik de boeken te kunnen vinden die ofwel nét uit zijn en de boeken die niet zo makkelijk meer te vinden zijn in de boekwinkel. En juist díe titels bleek de bibliotheek niet te hebben. Nogmaals, dat is een keuze en zeker geen onbegrijpelijke.
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130201-174955.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130201-174955.jpg" alt="20130201-174955.jpg" class="alignnone size-full" /></a>
Jammer genoeg gaat dat, denk ik, wel betekenen dat de bibliotheek het loodje gaat leggen. Tuurlijk, bibliotheken proberen ook andere activiteiten te ontwikkelen. Dat gaat in de ene gemeente super en in de volgende slecht. Dat alle bibliotheken zoeken naar een nieuwe identiteit is wel duidelijk.
Maar nu zit ik dus wel met de vraag waarom bibliotheken 'boeken' zo, ogenschijnlijk, stiefmoederlijk behandelen. Er zijn cursussen en lezingen te volgen. Er staan computers om 'te internetten'. Er is muziek te lenen. En dvd's.
Maar ja, in de wereld is dat inmiddels allemaal - bijna allemaal - ook op andere manieren te vinden. En sneller. Muziek en films zijn legaal te downloaden. Lezingen en cursussen zijn online te volgen. Menselijk contact is wat moeilijker.
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130201-174945.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130201-174945.jpg" alt="20130201-174945.jpg" class="alignnone size-full" /></a>
Naar mijn mening zit daar het probleem van 'de bibliotheek'. In de haast het hele online gebeuren bij te houden, is de vraag uit het oog verloren: waarom eigenlijk? Waarom zou een bibliotheek dat proberen? Wat is de kern van een bibliotheek, naast de collectie boeken? Is dat koste wat het kost achter de wensen van de gebruikers aanrennen? en dus Internet-toegang gaan bieden? En cursussen? Is het de taak van de bibliotheek kennis te vergroten, zoals een volksuniversiteit, een buurthuis of een reguliere onderwijsinstelling al doen?
Wat mij betreft, prima. Maar daarmee laten bibliotheken wel een enorm kans liggen. Denk ik. Zo'n <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Blue_Ocean_Strategy">rode en blauwe oceaan</a>-gevalletje. De rode oceaan staat voor het bloed van het slagveld van meerdere partijen, terwijl de blauwe oceaan er nog ongerept bij ligt. En dus een stuk makkelijker te veroveren. Waarom de strijd aangaan in een arena die niet de jouwe is? Waar anderen sterker zijn?
Een bibliotheek ís geen kennisinstituut. Ook niet als er veel boeken liggen. Dat leidt niet automatisch tot alwetende medewerkers. En een bibliotheek is evenmin een zoekmachine. Ja, wél in de eigen systemen en ook nog wel in gestructureerde databanken. Maar het is godsonmogelijk op te boksen tegen de kracht van iets zo groot als het Internet. Daarin kan de bibliotheek hoogstens de functie vervullen van
verkeersregelaar op een overvolle strandparkeerplaats.
Maar wat al die anderen níet kunnen, is rust bieden. Informatie tot je nemen, vereist altijd een vorm van concentratie. In de meeste gevallen zal dat rust zijn en juist dat is iets wat zeldzaam wordt. Behalve wellicht in de bibliotheek.
Een blauwe oceaan zal ik het maar niet noemen. Maar een blauwe vlek in een verder rode oceaan lijkt het me wel. Of anders toch wel een blauwe vijver. Er zijn kortom natuurlijk nog veel grotere winsten te behalen. De vraag is alleen of een bibliotheek dat gevecht moet beginnen en hoe groot de kans is er levend uit tevoorschijn te komen.
Zo'n rustpunt is ook niet per sé een stiltepunt. Het belangrijkste is dat de bibliotheek zich daar niet profileert op het uitlenen van boeken (en daardoor verheffen van het volk), niet profileert op kennis- of informatiemakelaar, maar profileert als rustgever, onthaaster, als vluchtpunt wellicht.
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130201-174937.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130201-174937.jpg" alt="20130201-174937.jpg" class="alignnone size-full" /></a>
Bibliotheken zouden zich dan nog meer moeten richten op het láng vasthouden van hun gasten, op <em>hospitality</em> en op <em><a href="http://www.hostmanship.nl/">hostmanship</a></em>. Een bibliotheek wordt dan een plek waar je je een paar uur kunt terugtrekken uit de hectiek van alledag.
Dat boek dat ik zoek; dat wordt op mijn <em>tablet</em> geladen. De muziek komt <em>streaming</em> tot me. Film? Idem. Alle boeken, muziek en films ter wereld zijn op die manier beschikbaar. Maar waar vind ik de rust om, met name, een boek te lezen? Een plek afgeschermd van onrust.
In de bibliotheek, denk ik dan maar. Die dan grotendeels bestaat uit leeskamers en -zalen. Ennuh... muziekkamers misschien? Cursusruimtes? Werkplekken? Rondom een café-restaurant waar een 'eenvoudige doch voedzame maaltijd' is te krijgen.
Maar goed. Eerst maar eens kijken of dat concept van 'rust' werkt. Want, tja, dit soort van ideeën ontstaat nooit op één plaats. Bibliotheken hebben al leesclubs. De eerste comfortabele leesplekken in bibliotheken zijn er ook.
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130201-174924.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130201-174924.jpg" alt="20130201-174924.jpg" class="alignnone size-full" /></a>
Labels:
bibliotheek,
boeken,
gastheer,
hostmanship,
lezen,
rust,
toekomst
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)