Posts tonen met het label gezin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezin. Alle posts tonen

woensdag 21 augustus 2013

Een parallelle wereld

Dat we met z'n allen op deze planeet zijn, is duidelijk. En onze kennis is toch wel zo groot dat we weten dat we niet allemaal hetzelfde zijn, hetzelfde denken, hetzelfde doen of zelfs maar bij elkaar in de buurt wonen. Er zijn verschillen.

Zo af en toe - maar steeds vaker, bedenk ik me nu - waait één van de twee zoons aan. Hij woont op kamers in de binnenstad. Op een mooi plekje, aan een drukke straat. Maar als het zomer is, is het er warm. Als het winter is, bevriezen de leidingen nog weleens. En het is duur, want in een studentenstad kun je nog steeds goudgeld vragen voor kamers. Je ziet: redenen genoeg om bij paps en mams langs te gaan. Heel toevallig en nonchalant uiteraard.

Eerlijk gezegd, ben ik blij dat-i langskomt.

Uiteraard omdat het een teken is dat-i het hier vertrouwt en prettig vindt (nee, cynicus, niet altijd om geld te lenen, bier mee te sjouwen of lekker te douchen). Het is ook een moment om weer eens een poging te doen uit hem te persen hoe het met zijn 'studie' gaat, en met z'n financiën. Leuk dat-i die vragen vindt....
Voor een goede balans: de andere zoon, die nog thuis woont, doet precies hetzelfde met als belangrijke verschil dat híj op zolder woont. Maar ook die moet je uitpersen om te weten hoe hij in het leven staat of hoe z'n studie vordert. Overigens, doen ze beide dezelfde opleiding waarbij de jongste twee studiejaren voorloopt op de oudste.

De dagen dat-i er is, zijn ook de dagen dat je je weer eens realiseert dat met z'n allen op één planeet wonen, niet hetzelfde is als werelden delen. Sterker, die deling gaat tot in het gezin. Je bent geneigd te kijken naar de momenten die je gezamenlijk hebt. Maar minstens zo aardig is het eens te kijken naar de afwijkingen.

Zo zet de thuiswonende zoon zowel op zolder als in de huiskamer altijd de televisie aan. Echt altijd. En als hij die ruimte verlaat, blijft de tv aan. Alsof het een soort van inrichtingselement is zoals een bankstel of een schemerlamp.

Maar het tekenendst vind ik nog hun programmakeuzes. Politieachtervolgingen, douaneperikelen, lollige huisgemaakte video's, reallife onzin over opgezette popsterren, journaals, politieke programma's: in een vreemde mengelmoes komt het allemaal voorbij. Zeker niet alles wordt ook bekeken. Zeker niet alles wat wordt bekeken, wordt serieus genomen. Gelukkig. Het is allemaal bewegend behang rond etenstijd.

Het is wél iets om eens bij stil te staan. Ik zie immers ineens programma's die ik zelf nooit, of niet snel, zou kiezen. Ineens is er een venster naar een andere wereld.

Wat je doet, kun je je voorstellen als koorden die zich achter je ontrollen. Dat is een uiterst gebrekkige beeldspraak die onrecht doet aan de complexiteit van onszelf. Maar hij maakt wel duidelijk dat koorden elkaar kunnen raken, kruisen, verknopen. En hij maakt duidelijk dat die momenten absoluut géén indicatie zijn voor een leven, voor een identiteit. We kunnen inderdaad heel goed een dure auto rijden én goedkoop ondergoed aanschaffen. We kunnen inderdaad heel goed tegen buitenlanders zijn én hen tot onze vriendenkring rekenen. We kunnen inderdaad heel goed lammetjes schattig vinden én plofkip kopen. De lígging van het koord zijn we. Niet een los punt op dat koord.

Het moet dus ook heel goed mogelijk zijn om bijvoorbeeld hele avonden te vullen met televisiekeuzes die mij zouden verrassen. Gewoon, omdat ik die keuze niet zou maken. En jij zou ook andere maken. Er moet dus een parallelle wereld bestaan van mensen die, in dit geval, kijken en praten over programma's die mij vreemd zijn. En zij weten op hun beurt weer niets van mij.

Fascinerend: dat je op straat mensen tegenkomt die ook in een heel andere wereld leven.

vrijdag 1 maart 2013

Het eind van Het Nieuwe Werken


Ze hebben het allemaal natuurlijk allang voorspeld: dat <a href="http://het-nieuwe-werken.startpagina.nl/">Nieuwe Werken</a> kón niet lukken. Dat idee dat mensen lokatie- en tijd-onafhankelijk productiever zouden zijn dan gewoon iedere werkdag op vastgestelde tijden op kantoor verschijnen. En nu bewijst een internetbegrip als Yahoo dat dat inderdaad ook niet kan. De nieuwe topman, sorry -vrouw, van het bedrijf verordonneerde dat medewerkers zich ook op geregelde tijden op kantoor laten zien.

<a href="http://allthingsd.com/20130225/survey-says-despite-yahoo-ban-most-tech-companies-support-work-from-home-for-employees/">AllThingsD </a>(Wall Street Journal) stuitte op dit interne memo van Yahoo-topvrouw Marissa Meyer en bracht het van de week naar buiten:

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/photo-28-02-13-18-07-50.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/photo-28-02-13-18-07-50.jpg?w=300" alt="Photo 28-02-13 18 07 50" width="300" height="287" class="alignnone size-medium wp-image-3513" /></a>

Het verhaal laat zich raden. Yahoo - een bedrijf onder druk - probeert vereende krachten te verzamelen en op die manier (weer) een positie in de kopgroep van het veld te verwerven. Dan heb je dus weer sprankelende ideeën nodig. Die krijg je niet als mensen elkaar te weinig zien. Die werkwijze past goed bij solistisch werk, maar niet bij groepswerk. Logisch, toch?

In het kielzog van Yahoo zag je de afgelopen week meer directeuren, voorzitters van raden van bestuur én hun medewerkers ineens <a href="http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2680/Economie/article/detail/3400832/2013/02/27/Nine-to-five-en-dan-de-kroeg-in-dat-is-zo-slecht-nog-niet.dhtml">'uit de kast'</a> komen over Het Nieuwe Werken. Opvallend genoeg bleken de medewerkers vooral problemen te hebben met het gevoel buiten de organisatie en vooral buiten de bedrijfspolitiek te staan. Zorgen, dus, over de kansen op promotie en zorgen over dat beroemd-beruchte 'witte voetje bij de baas'.

En dus is het aftakeling van Het Nieuwe Werken ingezet.

Níet. Vind ik.

Want het is behoorlijk inflattoir dat begrip Het Nieuwe Werken. Inmiddels lijkt het zo dat alle thuiswerk-activiteit onder Het Nieuwe Werken wordt geschaard. Ook wordt het concept ge- en misbruikt om flexibeler kantoorgebruik te rechtvaardigen. Dat dat, heel toevallig, ook leidt tot flexibeler, lees: kwantitatief beperktere, kantoorinrichting, is mooi meegenomen in deze tijden van economisch zwaar weer.

Het Nieuwe Werken is echter iets heel anders.

Niet dat ik pretendeer dé of een definitie te hebben van Het Nieuwe Werken, wil ik wel een poging wagen de geest ervan te benoemen. Die zou wat mij betreft moeten zijn dat niet het wérken centraal staat, maar de atmosfeer, de cultuur, de omgeving. Het Nieuwe Werken is werken in een veilige omgeving. Die omgeving voelt als thuis, net zo veilig en net zo flexibel. Dát is Het Nieuwe Werken: je thuisvoelen.

Thuis is vooral een kwestie van geborgenheid. Dat is een kernbegrip in het Nieuwe Denken, zoals ik dat maar ven noem. Onder verschillende namen en in verschillende gedaanten en variaties zie je het terug: in de idee van een <em>tribe</em>, in de nieuwe organisatievormen, in verdienmodellen op basis van 'geven, en later innen', in begrippen als gunfactor.

Dat is wat veel ondernemers die 'aan Het Nieuwe Werken beginnen' niet snappen. Het Nieuwe Werken is geen kunstje met laptops, mobiele telefoons of thuiswerkplekken. Het Nieuwe Werken is ontastbaar.

Het Nieuwe Werken is niet ontstaan binnen grote, bestaande bedrijven. De eerste aanzetten komen heel ergens anders vandaan; uit de wereld van de kleine, beginnende bedrijven. De ondernemers die, niet per sé zelf gekózen, samenhokten en later huisvesting vonden in omgevingen als Seats2Meet. Dát is het begin: mensen die hun eigen ding deden, maar ook aanspraak zochten. Die gelijkgestemden klonterden in nieuwe vormen van bedrijfsvoering.

Voor mij is er ook reden aan te nemen dat grote bedrijven niet aan Het Nieuwe Werken kúnnen doen anders dan de cosmetische versie. Kom maar op. Eén van de problemen waar grote bedrijven mee worstelen, is nu juist die samenhangende cultuur, is nu juist (het ontbreken van) geborgenheid. Hoe identificeer je je met een werkgever die slechts een losvaste relatie met jou heeft? Vergis je niet: dát is wel een verschil met (ooit) bijvoorbeeld PTT. Dat bedrijf had een levenslange relatie met personeel en personeel vond zichzelf lid van de postfamilie.

In een groot bedrijf één samenhangende cultuur bewerkstelligen eist nogal wat. Een gemiddeld bedrijf gaat niet doen wat bijvoorbeeld Apple doet: hoe je het wendt of keert een stevig gesloten (angst)cultuur scheppen. Het Nieuwe Werken maakt iets anders noodzakelijk: een huiselijke sfeer bijna. Dat betekent dat werk en privé minder strikt zijn gescheiden. Dat is niet hetzelfde als de geslepen directeur die slinks meer arbeidsuren te krijgen door te stellen "dat we hier geen negen tot vijf-mentaliteit hebben". De kans is groot dat dat gewoon ouderwetse uitbuiting is. In Het Nieuwe Werken is er oprechte interesse.

Gaat Het Nieuwe Werken het redden? Da's dus een heel lastige.

In de meeste bedrijven is het inmiddels al zo gedevalueerd tot synoniem voor slechtere arbeidsomstandigheden en klassiek thuiswerken dat de kansen op cultuuraanpassing gering zijn. Die kansen zijn er wel bij de startende ondernemers: de eenpersoons tot max. vijfpersoons bedrijven om de schaalgrootte te bepalen. Maar veel essentiëler is de opstelling van íedereen in die onderneming. Het Nieuwe Werken lukt alleen als iedereen ook het idee heeft volwaardig deel te nemen. Ik geloof er niets van dat de huidige generatie leidinggevende daartoe in staat is. Ook van de nieuwe ondernemers zal een deel door de mand vallen als het bedrijf groeit: dan ontpopt zich de klassieke directieve directeur.

Maar zolang we onze startende ondernemers koesteren - zeker de idealistische - is er hoop op verandering. Die tegenkracht is alleen maar positief.

In afwachting van die ontwikkelingen moeten we maar accepteren dat Het Nieuwe Werken devalueert en dat met name overheden nog steeds denken dat 'programma's' en 'plannen van (huisvestings)eisen' zoden aan de dijk zetten. Dat doen ze níet!

zaterdag 22 december 2012

Kerstboom van de herinnering


Onze kerstboom is scheef en staat scheef. Hij helt toch wel 4-5 graden uit het lood. Maar als je er recht voor gaat zitten, ziet hij er kaarsrecht uit. Het rechtzetten gaat niet lukken; we probeerden 'm al in de uiterste stand van de houder te zetten. Maar dat hielp niet veel. De natuur laat zich niet goed rechtzetten en mijn timmermansoog is ook nooit wat geweest.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121221-195702.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121221-195702.jpg" alt="20121221-195702.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

We kopen gewoontegetrouw een doodlevende boom; al tijden geleden omgezaagd op een kweekperceel vol met kerstbomen. Zakelijk gezien zouden we een plastieken boom moeten kopen. Dan ben je niet alleen op den duur goedkoper uit, maar je weet ieder jaar wat je te wachten staat. In elk geval een réchte imitatie. En ook vaak zo heerlijk symmetrisch. Jaloersmakend.

Maar da's dus net de lol. Ieder jaar weer is het raak. We gaan met z'n tweeën, drieën of vieren 'een boom uitzoeken'. Dát is het moment waarop de lol begint. Dan komen de herinneringen aan eerdere jaren en expedities. Staand voor de stapels kerstbomen wordt dat sterker. "Nee, man, een boom van 3 meter past niet in de huiskamer" "Ben je blind? Die is hartstikke kaal aan deze kant" "Ja, hoor, als we deze afzagen blijft er bijna niets van over" "Hoezo, te duur?" "Als we deze laten frezen, past-i echt wel in de houder"

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121221-195713.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121221-195713.jpg" alt="20121221-195713.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

En zo trekken de mannen van het gezelschap, met handschoenen aan, boom na boom uit de stapel om te laten keuren en om harsvlekken op te lopen. Maar je vindt er altijd eentje. Na een laatste rondje - "ligt er echt geen mooiere?" - sjouw je die naar de inpakker-frezer. Want dat is wél veranderd. De boom is geen dennenboom meer, maar een Nordmanspar. En de stam zagen we niet zelf meer op maat; dat wordt gefreesd. Da's vooruitgang.

Zo'n €50 lichter wordt de boom dan vorstelijk in de auto geperst, waarna de passagiers eromheen worden geschikt, deels gebogen ín de boom. Gelukkig is het maar 10 minuten rijden naar huis. Onderweg nemen de gesprekken alweer voorschotjes: "ik hoop dat-i niet te breed is. Te hoog is-t-i in elk geval al" "Hmmm..Eigenlijk wel veel geld, €50. Na kerst in de uitverkoop toch naar een kunstboom gaan kijken?" Niet dat we dat ooit hebben gedaan, terwijl we het wel al jaren zeggen.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121221-195725.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121221-195725.jpg" alt="20121221-195725.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

Na een nachtje buiten 'uitzakken van de takken' - god weet waarom, want ik zie het verschil haast nooit - komt de boom naar binnen. Ook dat is zo'n moment: veel gesjachrijn "kijk toch uit met die top" en gestress om de boom in z'n houder te krijgen. En dit jaar dus de verloren strijd om 'm netjes rechtop te zetten. Dat lukt bijna nooit, maar dit jaar is het wel een Toren van Pisa-effect.

Aan versieringen in de boom ontbreekt het ons niet. Ballen in soorten en maten. Motorisch voortgedreven draaidingetjes. Zilveren vogeltjes met witte pauwestaarten. Enorme papiermaché hoofden en ballen. Een parachute. Een vliegtuigen, mét geluid. Glazen druppels, kerstboompjes, ballen en klokjes. Glinsterende slingers, altijd te kort en te dun. Lampjes. Die nooit goed over de boom zijn te verspreiden. De discussie over wel of geen piek (geen, dit jaar). En ten slotte het in de boom spuiten van een beetje sneeuw. "Jezus, pap, da's veel te veel sneeuw. De hele boom is wit" Ook dat is dit jaar geen probleem: de spuitbus bleek al halfleeg.

En dan staat-i weer voor een week of drie: de kerstboom vol herinneringen.

Want dat is nu precies waarom we zo'n boom hebben en geen kunstboom met esthetisch verantwoorde versiering: samen de boom halen en opzetten, is een toppunt in ons gezinsleven. En de versieringen vertegenwoordigen allemaal iets: van de bal die we kochten toen zoon#1 werd geboren tot de versiering die zoon#2 zo mooi vind. Van het ritueel om de draaiende kerstbal ergens op te hangen waar-i ook kán draaien tot het kiezen wat wel en wat niet dit jaar in de boom komt. Iedere handeling is er een van herinneringen. Tot en met de 15cm hoge plastic sneeuwpop voor de deur; die kan zingen, maar zijn mond werd jaren geleden al na 5 minuten gesnoerd en hij, zonder batterijen, gedegradeerd tot mogelijk decorstukje. Dit jaar voor het eerst.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121221-195744.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121221-195744.jpg" alt="20121221-195744.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

Dan zit je naar zo'n boom te kijken. En denk je: dat is toch wel weer jammer van al die efficiënte aanpakken. Van kunstvormen die nooit meer spannend zijn, maar ook van foto's die lekker handig digitaal zijn opgeslagen. Dat is zo. Maar ze zijn daardoor ook weer onbereikbaarder geworden. Niet dat je iedere dag in een fotoalbum bladert, maar de computer waarop je werkt en speelt is ook het apparaat waarop ergens de foto's staan. Maar je ziet ze niet. Herinneringen moet je oproepen, bijvoorbeeld door iets vast te pakken en in de handen rond te draaien. Da's digitaal lastig.

Ach, ieder voordeel heb z'n nadeel zullen we maar denken. Voorlopig ga ik tot ongeveer 7 januari van de kerstboom genieten. Tenzij hij eerder omkukelt...