Instituties. Mooie dingen. Ze regelen ons gedrag en (dus) ons maatschappelijk verkeer. Er zijn er een heleboel; en dan bedoel ik een heleboel. Van de gemeenschappelijke taal en de mores - normen en waarden - tot en met 'het onderwijs', 'de politiek' en 'het leger'. O, 'het gezin' is er ook een.
Instituties regelen sociale groepen. Da's zowat de bondigste omschrijving die erbij hoort. Instituties staan nooit los van de samenleving. Ze zijn bijvoorbeeld gekoppeld aan de mogelijkheden die een samenleving heeft. In de vroege middeleeuwen worden arbeidstijden geregeld door het beschikbare (dag)licht. Arbeid was 'gewoon onderdeel van het leven'. Met de komst van kunstlicht treedt de scheuring in, die tijdens de Industriële Revolutie een versnelling doormaakt. Arbeid en niet-arbeid raken - vooralsnog definitief - gescheiden.
Momenteel lijkt die scheiding ter discussie te komen staan.
Het was de produktiewijze - 'in de fabriek' en 'op het kantoor' - die vereiste dat werkers bij elkaar kropen, omdat daar de produktiemiddelen - de machines, gereedschappen, energie en licht - waren te vinden. Die industrialisatie is vanwege die scheuring een 'revolutie'. De samenleving ging op z'n kop. Nieuwe verbanden en oplossingen waren nodig. Het paradigma wisselde.
Het bijzondere is dat we nu lijken terug te wisselen. Dat heeft alles te maken met het einde van de industrialisatie-ontwikkeling. Door mechanisering is daarin steeds minder mens nodig. Tegelijk ontwikkelde zich een vraag naar kenniswerkers en groeide de zakelijke dienstverlening. Koppel daaraan het nu beschikbare internet wat op grote afstand werken mogelijk maakt en het plaatje ontwikkelt zich.
Thuiswerken, het nieuwe werken: namen voor situaties waarin wonen en werken weer in elkaars nabijheid komen, in elk geval fysiek. Vooralsnog vooral een nieuwe vórm. Zeker de wereld van de zzp'ers is alweer een stap verder. Velen van hen werken in een context die vroeg-middeleeuws is: arbeid en huishouden zijn weer kort op elkaar betrokken. Werktijd en vrije tijd lopen door elkaar. Saillant, die situatie is niet per sé een vooruitgang. De 'natuurlijke rem' van daglicht bestaat immers niet meer.
Eigenlijk zou je nu een strijd om instituties verwachten. Mogelijkerwijs gebeurt dat al. Zeker de discussies over de positie van zzp'ers lijken daar op te wijzen. Waar zo'n twee eeuwen geleden de vakbonden ontstonden als tegenmacht tegen ongebreidelde wanorde - ten koste van arbeiders - en in het belang van díe groep, zo is er nu weer zo'n discussie nodig. Tóen waren het de vragen naar wat arbeid precies was, tot waar dat wiens verantwoordelijkheid was, wat wel en wat niet beloond moest worden.
Diezelfde vragen zijn ook nu aan de orde.
De kern is: wat is arbeid? Wat is de waarde van wat? Dat is abstract. Maar in een samenleving die beloont op basis van industriële verhoudingen is het niet (goed) mogelijk te denken en belonen op basis van een nieuw criterium. Terwijl dat wel noodzakelijk gevonden zal móeten worden omdat er steeds minder 'beloonbaar werk' - in dat paradigma - te vinden is. De huidige crisis is deels daaraan te wijten.
Die herdefiniëring zal een oplossing moeten bieden voor het ontstaan van een genetwerkte (dus gefragmenteerde) arbeidsomgeving. Alsof dat nog niet genoeg is: ook het betaalbaar geachte werk verandert. Betaalbaar was wat winstgevend was voor de werkgever-producent. Die situatie loopt ten einde nu robots meer zullen worden ingezet.
Dé vraag is wat de grondslag moet zijn voor 'waarde(ring)'. Wellicht moet dat maatschappelijke inzet worden (en dan niet al die (semi-)professionele verbanden van mensen die belangrijk willen zijnn en feitelijk voor zichzelf, vermomd, aan het geld verdienen zijn). Nee, wat doe je altruístisch voor 'de samenleving'?
Posts tonen met het label geld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geld. Alle posts tonen
maandag 14 april 2014
donderdag 20 februari 2014
Waarin geld verdwijnt
Inmiddels weten we het: De Crisis is niet een crisis met een oorzaak als de vorige. Eerder heeft hij trekjes van de beurskrach van 1929.
De belangrijkste parallel is het kunstmatige. De krach was vooral een gevolg van het uiteen lopen van de realiteit van alledag en de kunstmatige realiteit van de beurskoers. Op het moment dat het elastiekje tussen die twee te strak kwam te staan, knapte het. En donderde de wereld de Grote Depressie is.
De crisis die wij nu meemaken, heeft ook alles met kunstmatigheid te maken. Een luchtkasteel, een reus op lemen voeten, een bouwwerk van speelkaarten is ingestort: ons financieel systeem. Dat blijkt steeds virtueler te zijn geworden.
Waar in de jaren twintig van de vorige eeuw de kassier nog achter een loket met mouwbeschermers en rubber 'duimpjes' bankbiljetten telde, verzorgt nu een (reken)machine de transacties. Die machine wordt gestuurd door regels, algoritmes, die niet alleen complex zijn, maar daardoor vooral ook ónvoorspelbaar in hun gezamenlijk effect.
Kunstmatig en virtueel. Da's ook precies de ontwikkeling die ons (spaar)geld doormaakt.
Het is een moment voor grote zorgen. Langzaam maar zeker verliest de reden waarom jij werkt, alle grond onder de voeten. Dat kun je zwartkijken noemen. Het wegvallen van de Gouden Standaard onder symbolische middelen als munten en papiergeld leidde immers ook niet tot ellende. Die vergelijking loopt echter mank. Die munten en dat papier kun je nog steeds onder de matras opslaan. Het was immers fysiek. Dat je er verstandiger aan deed waardevaste materialen onder je matras op te slaan, is een andere vraag.
Wij kúnnen al bijna niets meer opslaan. Contant geld wordt uitgebannen. Als jij nú je portemonnee openmaakt; zit daar dan meer, evenveel of minder in dan, pak 'm beet, vijf jaar geleden? Minder, weet ik zeker. Contant geld verdwijnt uit de geldcirculatie. Onder aanvoering van de banken wordt ons aangepraat dat virtueel geld veiliger is. De winkelier kan niet meer worden overvallen. Voor de consument is het o zo handig: altijd geld bij de hand.
Overigens zie ik tegelijkertijd ook een verwante beweging; die van groeiend wantrouwen waardoor er juist meer contant geld wordt opgenomen. Geld dat wordt 'gespaard'- onder de matras? - of dat wordt gebruikt uit (protest)reactie tegen de surveillancemogelijkheden van digitale transactiesystemen.
Mijn verwachting is echter dat 'gemak' en 'veiligheid' doorslaggevend zijn en waardesymbolen als munten en biljetten steeds meer uit het dagelijks leven zullen verdwijnen.
De eerste keer dat ik me dat realiseerde, is toen een kennis me vertelde dat hij steeds minder fooien kreeg "omdat mensen steeds meer gaan chippen". Indertijd heb ik dat vooral opgevat als een teken dat er minder inkomen was voor de 'fooi-afhankelijken'. Dat is overigens ook zo.
Een volgende moment was de uitspraak van m'n eega: "Ik kan voor m'n werk geen kleingeld wisselen. Vroeger kon ik in het dorp nog 2-euromunten krijgen bij de bank. Die is er niet meer en de automaat geeft niet eens meer de optie van 5-eurobiljetten."
Contant geld zou weleens z'n langste tijd kunnen hebben gehad. Of dat bewust beleid is, durf ik niet met zekerheid te zeggen. Mij zou dat niet verbazen. Digitale transacties zijn immers mens-vrije kosten-efficiënte.
Een volledig gedigitaliseerd waarderuilsysteem heeft, net als andere waarderuilsystemen, nadelen. In dit geval zelfs enorme. Waar ooit de inbreker of andere rampspoed de waardepapieren onder de matras kon laten verdwijnen; waar ooit de bankkluis waar dat geld dan wél veilig was, kon worden gekraakt; daar komt nu de digitale versie, waar jouw geld plots niet meer jóuw geld kan zijn.
Het is geen angst voor bits of bytes. Die kunnen net als munten een waarde weergeven. Wéérgeven, niet zíjn of vertégenwoordigen. De virtualisatie is dan compleet. En met de digitalisering is ook de beruchte transparantie weer een stap verder. "Wij weten wat u doet met die waarde". Maar wie zijn 'wij'? En wie zegt me dat er niet tóch een onzalig plan wordt uitgevoerd om het, bekende!, spaargeld af te romen ter dekking van overheidstekorten?
Dan was die matras nog zo slecht niet. Maar wat leg je er onder???
De belangrijkste parallel is het kunstmatige. De krach was vooral een gevolg van het uiteen lopen van de realiteit van alledag en de kunstmatige realiteit van de beurskoers. Op het moment dat het elastiekje tussen die twee te strak kwam te staan, knapte het. En donderde de wereld de Grote Depressie is.
De crisis die wij nu meemaken, heeft ook alles met kunstmatigheid te maken. Een luchtkasteel, een reus op lemen voeten, een bouwwerk van speelkaarten is ingestort: ons financieel systeem. Dat blijkt steeds virtueler te zijn geworden.
Waar in de jaren twintig van de vorige eeuw de kassier nog achter een loket met mouwbeschermers en rubber 'duimpjes' bankbiljetten telde, verzorgt nu een (reken)machine de transacties. Die machine wordt gestuurd door regels, algoritmes, die niet alleen complex zijn, maar daardoor vooral ook ónvoorspelbaar in hun gezamenlijk effect.
Kunstmatig en virtueel. Da's ook precies de ontwikkeling die ons (spaar)geld doormaakt.
Het is een moment voor grote zorgen. Langzaam maar zeker verliest de reden waarom jij werkt, alle grond onder de voeten. Dat kun je zwartkijken noemen. Het wegvallen van de Gouden Standaard onder symbolische middelen als munten en papiergeld leidde immers ook niet tot ellende. Die vergelijking loopt echter mank. Die munten en dat papier kun je nog steeds onder de matras opslaan. Het was immers fysiek. Dat je er verstandiger aan deed waardevaste materialen onder je matras op te slaan, is een andere vraag.
Wij kúnnen al bijna niets meer opslaan. Contant geld wordt uitgebannen. Als jij nú je portemonnee openmaakt; zit daar dan meer, evenveel of minder in dan, pak 'm beet, vijf jaar geleden? Minder, weet ik zeker. Contant geld verdwijnt uit de geldcirculatie. Onder aanvoering van de banken wordt ons aangepraat dat virtueel geld veiliger is. De winkelier kan niet meer worden overvallen. Voor de consument is het o zo handig: altijd geld bij de hand.
Overigens zie ik tegelijkertijd ook een verwante beweging; die van groeiend wantrouwen waardoor er juist meer contant geld wordt opgenomen. Geld dat wordt 'gespaard'- onder de matras? - of dat wordt gebruikt uit (protest)reactie tegen de surveillancemogelijkheden van digitale transactiesystemen.
Mijn verwachting is echter dat 'gemak' en 'veiligheid' doorslaggevend zijn en waardesymbolen als munten en biljetten steeds meer uit het dagelijks leven zullen verdwijnen.
De eerste keer dat ik me dat realiseerde, is toen een kennis me vertelde dat hij steeds minder fooien kreeg "omdat mensen steeds meer gaan chippen". Indertijd heb ik dat vooral opgevat als een teken dat er minder inkomen was voor de 'fooi-afhankelijken'. Dat is overigens ook zo.
Een volgende moment was de uitspraak van m'n eega: "Ik kan voor m'n werk geen kleingeld wisselen. Vroeger kon ik in het dorp nog 2-euromunten krijgen bij de bank. Die is er niet meer en de automaat geeft niet eens meer de optie van 5-eurobiljetten."
Contant geld zou weleens z'n langste tijd kunnen hebben gehad. Of dat bewust beleid is, durf ik niet met zekerheid te zeggen. Mij zou dat niet verbazen. Digitale transacties zijn immers mens-vrije kosten-efficiënte.
Een volledig gedigitaliseerd waarderuilsysteem heeft, net als andere waarderuilsystemen, nadelen. In dit geval zelfs enorme. Waar ooit de inbreker of andere rampspoed de waardepapieren onder de matras kon laten verdwijnen; waar ooit de bankkluis waar dat geld dan wél veilig was, kon worden gekraakt; daar komt nu de digitale versie, waar jouw geld plots niet meer jóuw geld kan zijn.
Het is geen angst voor bits of bytes. Die kunnen net als munten een waarde weergeven. Wéérgeven, niet zíjn of vertégenwoordigen. De virtualisatie is dan compleet. En met de digitalisering is ook de beruchte transparantie weer een stap verder. "Wij weten wat u doet met die waarde". Maar wie zijn 'wij'? En wie zegt me dat er niet tóch een onzalig plan wordt uitgevoerd om het, bekende!, spaargeld af te romen ter dekking van overheidstekorten?
Dan was die matras nog zo slecht niet. Maar wat leg je er onder???
vrijdag 13 december 2013
Bitcoin?!
Ik had toch een aardig bedrag verdiend, als.... als.... als. Het beruchte 'als'. Het achteruit kijkend beredenerende. Het 'met de feiten van nu' versus 'met de feiten van toen'. Als je niet oppast word je nog een sikkeneurig mens, die treurt om gemiste kansen.
Een jaar of drie terug zag ik voor de eerste keer het woord: Bitcoin. Wat ik me ervan herinner, is dat ik onmiddellijk de kansen zag. Dít was het: een systeem dat los van het geldverkeer een eigen ruilwaarde vertegenwoordigt. In mijn optimisme zag ik de ruil- en deeleconomie al groeien en bloeien. Wat LETS cum suis nooit echt goed was gelukt, zou nu wel gebeuren.
Zijn kracht haalt Bitcoin uit die twee aspecten, anonimiteit en eigen ruilwaarde, gefaciliteerd door technologie. Eindelijk weer eens een toepassing van algoritmes ten goede van de mensheid. Onkraakbaar en bedoeld voor internationalisering van delen.
Serieus. Ik sprong dat spreekwoordelijk gat in de lucht. Grappig was dat ik toen in mijn interne nieuwsbrief collega's informeerde over deze kans. Maar de mensen die altijd en immer bezig waren met inkomsten genereren, zagen er niets in.
De fout die ik maakte, is toen geen bitcoins te kopen. Had ik dat wel gedaan, dan was m'n inleg nu vijftien tot twintig keer over de kop gegaan.
De reden om niet te kopen, is verklaarbaar. Ik zag bitcoin als een middel om ruil te faciliteren. En ik had niets te ruilen, want ik was in loondienst. In mijn geval was dat geen stimulans om buiten de doos te opereren. Het hele concept van delen en ruilen viel op rotsachtige, dorre grond.
Wat ik fout heb ingeschat, is een aspect van bitcoin wat nu, denk ik, voor problemen zorgt. Bitcoins zijn in een vaste hoeveelheid beschikbaar. Er worden er geen bijgemaakt. In een wereld van lieve mensen die onderling ruilen, is dat niet zo'n groot probleem. In de werkelijkheid wel, want dan is dit dé conditie om speculatie te stimuleren. Dat is dan ook gaan gebeuren. Op het moment dat bitcoin bekender werd, schoot de wisselkoers - de koppeling met het klassieke geldsysteem - omhoog. Het speculeren was begonnen.
Bitcoin is een waarde in zichzelf geworden. Niet langer is het een middel, een vehikel om iets anders te bereiken, maar een doel. Dat doel is: 'klassiek geld' verdienen. Heel plat. Heel voorspelbaar.
Het is de koppeling met dat andere geldsysteem wat voor problemen zorgt. Eigenlijk zou die ten spoedigste moeten worden doorgesneden.
Wat gebeurt er als bitcoins een vaste waarde vertegenwoordigen? Dan is speculeren zinloos geworden. Het vereist wel een aanpassing.
In elk geval zal de gesloten bitcoinhoeveelheid dan open moeten zijn. Het is immers de opzet dat zoveel mogelijk mensen bitcoins gaan gebruiken. Dat kan alleen betaalbaar als de bitcoinhoeveelheid kan fluctueren.
Belangrijker is dat er een instantie - een algoritme?! - moet zijn die de waarde van de bitcoin bewaakt. Dat de bitcoin echt los van het klassieke geldsysteem zal functioneren, geloof ik niet (meer). Het is té verleidelijk om te vergelijken en zien 'hoeveel ik nu aan waarde heb'. Dat is, denk ik, alleen te doorbreken als er niets te verdienen valt. Als bitcoins altijd eenzelfde wisselkoers hebben met de klassieke munten.
Het is een slechte tijd om te kopen. De bitcoin is volatiel door de aandacht, de hype. Pas als de massa het voordeel ziet van anonimiteit en een elektronisch betaalmiddel, kan bitcoin groeien en bloeien. Stap één is dan wel de speculatie te stoppen. Die is gebaseerd op een pyramide-systeem, waarin nieuwe instappers de bestaande bezitters van bitcoins financieren. Dat gaat klappen. Pas als de phoenix uit die as herrijst, kan bitcoin serieus doorstoten en z'n werk doen. Want dat ís het: een potentieel ontwrichtende innovatie.
Voor nu? Blijf er ver weg van.
Een jaar of drie terug zag ik voor de eerste keer het woord: Bitcoin. Wat ik me ervan herinner, is dat ik onmiddellijk de kansen zag. Dít was het: een systeem dat los van het geldverkeer een eigen ruilwaarde vertegenwoordigt. In mijn optimisme zag ik de ruil- en deeleconomie al groeien en bloeien. Wat LETS cum suis nooit echt goed was gelukt, zou nu wel gebeuren.
Zijn kracht haalt Bitcoin uit die twee aspecten, anonimiteit en eigen ruilwaarde, gefaciliteerd door technologie. Eindelijk weer eens een toepassing van algoritmes ten goede van de mensheid. Onkraakbaar en bedoeld voor internationalisering van delen.
Serieus. Ik sprong dat spreekwoordelijk gat in de lucht. Grappig was dat ik toen in mijn interne nieuwsbrief collega's informeerde over deze kans. Maar de mensen die altijd en immer bezig waren met inkomsten genereren, zagen er niets in.
De fout die ik maakte, is toen geen bitcoins te kopen. Had ik dat wel gedaan, dan was m'n inleg nu vijftien tot twintig keer over de kop gegaan.
De reden om niet te kopen, is verklaarbaar. Ik zag bitcoin als een middel om ruil te faciliteren. En ik had niets te ruilen, want ik was in loondienst. In mijn geval was dat geen stimulans om buiten de doos te opereren. Het hele concept van delen en ruilen viel op rotsachtige, dorre grond.
Wat ik fout heb ingeschat, is een aspect van bitcoin wat nu, denk ik, voor problemen zorgt. Bitcoins zijn in een vaste hoeveelheid beschikbaar. Er worden er geen bijgemaakt. In een wereld van lieve mensen die onderling ruilen, is dat niet zo'n groot probleem. In de werkelijkheid wel, want dan is dit dé conditie om speculatie te stimuleren. Dat is dan ook gaan gebeuren. Op het moment dat bitcoin bekender werd, schoot de wisselkoers - de koppeling met het klassieke geldsysteem - omhoog. Het speculeren was begonnen.
Bitcoin is een waarde in zichzelf geworden. Niet langer is het een middel, een vehikel om iets anders te bereiken, maar een doel. Dat doel is: 'klassiek geld' verdienen. Heel plat. Heel voorspelbaar.
Het is de koppeling met dat andere geldsysteem wat voor problemen zorgt. Eigenlijk zou die ten spoedigste moeten worden doorgesneden.
Wat gebeurt er als bitcoins een vaste waarde vertegenwoordigen? Dan is speculeren zinloos geworden. Het vereist wel een aanpassing.
In elk geval zal de gesloten bitcoinhoeveelheid dan open moeten zijn. Het is immers de opzet dat zoveel mogelijk mensen bitcoins gaan gebruiken. Dat kan alleen betaalbaar als de bitcoinhoeveelheid kan fluctueren.
Belangrijker is dat er een instantie - een algoritme?! - moet zijn die de waarde van de bitcoin bewaakt. Dat de bitcoin echt los van het klassieke geldsysteem zal functioneren, geloof ik niet (meer). Het is té verleidelijk om te vergelijken en zien 'hoeveel ik nu aan waarde heb'. Dat is, denk ik, alleen te doorbreken als er niets te verdienen valt. Als bitcoins altijd eenzelfde wisselkoers hebben met de klassieke munten.
Het is een slechte tijd om te kopen. De bitcoin is volatiel door de aandacht, de hype. Pas als de massa het voordeel ziet van anonimiteit en een elektronisch betaalmiddel, kan bitcoin groeien en bloeien. Stap één is dan wel de speculatie te stoppen. Die is gebaseerd op een pyramide-systeem, waarin nieuwe instappers de bestaande bezitters van bitcoins financieren. Dat gaat klappen. Pas als de phoenix uit die as herrijst, kan bitcoin serieus doorstoten en z'n werk doen. Want dat ís het: een potentieel ontwrichtende innovatie.
Voor nu? Blijf er ver weg van.
Labels:
geld,
hype,
innovatie,
ontwrichtend,
pyramidespel,
speculatie,
waarde
donderdag 24 oktober 2013
Wat wil je nou, gemeente?
Het afgelopen jaar heb ik het vaker beweerd: technologie biedt geen oplossing voor ongewenst menselijk gedrag; hoe je ermee schudt of er in roert. De reden daarvoor is vrij simpel: ik zie te vaak een haast naïef geloof dat technologie ons gaat verlossen van allerlei ongemakken.
Dat is baarlijke nonsens.
Het is zo verleidelijk; de gedachte dat de inzet van technologie problemen gaat oplossen. Het is zo verleidelijk dat velen het ook wíllen geloven. En er zíjn ook voorbeelden te vinden van successen.
Een sector waar de aandacht voor technologie al jaren vrij groot is, is de thuiszorg. Niet dat die aandacht is gericht op het verhogen van de kwaliteit. De aandacht is vooral gericht op het reduceren van kosten. Da's iets wezenlijk anders.
In de thuiszorg was men er als de kippen bij om technologie in te zetten die tijdregistratie tot op de minuut nauwkeurig mogelijk maakt. Het beeld van dictatoriale registratiesystemen die zorgden voor in- en uit vliegende thuiszorgmedewerkers bij cliënten, is echt niet ver bezijden de werkelijkheid. Nog steeds niet. Dat voor bijna alle cliënten de thuiszorgmedewerker een essentiële levenslijn is naar de buitenwereld, doet in 'het plaatje' niet ter zake.
Dat zouden de ontwikkelaars van apps en andere toepassingen voor gebruik in de thuiszorg zich goed moeten afvragen: draag ik op deze manier bij aan een betere zorg? Of aan een goedkopere? Wie heeft baat bij die ontwikkeling?
Het klinkt zo mooi: technologie in zetten om mensen - jou en mij - langer thuis te laten wonen. Daar valt geld (aan) te verdienen. Dat gebeurt dan ook. Het ene na het andere registratie- of communicatiessysteem wordt ontwikkeld, is innovatiever dan het andere, en verdwijnt vaker in de vergetelheid dan dat het een nationaal succes wordt.
Want zorg is mensenwerk.
Dat kun je dus heel erg fout doen. We dienen ons dan af te vragen waarom dat fout ging. Twee voorbeelden van vandaag.
Vanaf 07.00 zit in Leiden een oudere alleenwonende mevrouw te wachten op een thuiszorgmedewerker die antipsychotica komt bezorgen en laten innemen. 's Middags hoor ik dit: de thuiszorgmedewerker had gebeld, maar er werd niet open gedaan: "De bel was stuk" (die doet het gewoon). Maar wat ernstig is, is het niveau van deze medewerker die blijkbaar niet in staat is te bedenken dat je: kunt bellen naar het huis, via de buren hulp kunt vragen en zeker niet er van mag uit gaan dat er níets ernstigs aan de hand is. Ik vind het stuitend stom. Geen ander woord voor. Voor hetzelfde geld ligt er iemand op de grond en 'doet de bel het niet'.
Dit is geen uitzondering. De bejegening en probleemoplossing zijn structurele problemen. Naar mijn waarneming ook samenvallend met het inkopen van goedkopere zorg; verleend door goedkopere medewerkers, met andere motivatie dan 'zorgen'. Dan kun je leuk apps maken, maar als de zorg die wordt geboden ver beneden de maat is, zet dat geen enkele zode aan de dijk; laat staan, zoden.
Dan belazer je als gemeente-inkoper jezelf. Dan ben je bezig met het creëren van excuussituaties.
Die fixatie op kosten in plaats van effecten zag ik vandaag ook terug komen in het bericht dat in het gecontracteerd taxibusjesvervoer de milieunormen niet worden gehaald. Al die busjes voor schoolvervoer, voor gehandicaptenvervoer, voor ziekenvervoer: de meeste daarvan rijden nog steeds op diesel.
Het is een mooi streven van de plaatselijke overheden om milieuvriendelijk vervoer aan te besteden. Jammer genoeg willen diezelfde aanbesteders ook voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Dat gaat niet werken, gemeente. Concentreren op kosten betekent dat er gereden wordt met goedkopere dieselbusjes. Je kunt er vergif op innemen dat er ook steeds oudere, oncomfortabele busjes worden ingezet. Kosten tellen. Niet de kwaliteit.
Wat dit allemaal te maken heeft met innovatie?
Alles! Het tekent een volledig gebrek aan doelbepaling. Het enige wat er uit blijkt is dat een weifelende opdrachtgever die álles wil. Het tekent een opdrachtgever die spijtig genoeg ook in de illusie verkeert dat dat kán.
Het tekent ook de zoveelste situatie waarin de opdrachtgever veel te kwetsbaar is voor het argument dat 'hiermee al uw problemen worden opgelost'.
Dat is baarlijke nonsens.
Het is zo verleidelijk; de gedachte dat de inzet van technologie problemen gaat oplossen. Het is zo verleidelijk dat velen het ook wíllen geloven. En er zíjn ook voorbeelden te vinden van successen.
Een sector waar de aandacht voor technologie al jaren vrij groot is, is de thuiszorg. Niet dat die aandacht is gericht op het verhogen van de kwaliteit. De aandacht is vooral gericht op het reduceren van kosten. Da's iets wezenlijk anders.
In de thuiszorg was men er als de kippen bij om technologie in te zetten die tijdregistratie tot op de minuut nauwkeurig mogelijk maakt. Het beeld van dictatoriale registratiesystemen die zorgden voor in- en uit vliegende thuiszorgmedewerkers bij cliënten, is echt niet ver bezijden de werkelijkheid. Nog steeds niet. Dat voor bijna alle cliënten de thuiszorgmedewerker een essentiële levenslijn is naar de buitenwereld, doet in 'het plaatje' niet ter zake.
Dat zouden de ontwikkelaars van apps en andere toepassingen voor gebruik in de thuiszorg zich goed moeten afvragen: draag ik op deze manier bij aan een betere zorg? Of aan een goedkopere? Wie heeft baat bij die ontwikkeling?
Het klinkt zo mooi: technologie in zetten om mensen - jou en mij - langer thuis te laten wonen. Daar valt geld (aan) te verdienen. Dat gebeurt dan ook. Het ene na het andere registratie- of communicatiessysteem wordt ontwikkeld, is innovatiever dan het andere, en verdwijnt vaker in de vergetelheid dan dat het een nationaal succes wordt.
Want zorg is mensenwerk.
Dat kun je dus heel erg fout doen. We dienen ons dan af te vragen waarom dat fout ging. Twee voorbeelden van vandaag.
Vanaf 07.00 zit in Leiden een oudere alleenwonende mevrouw te wachten op een thuiszorgmedewerker die antipsychotica komt bezorgen en laten innemen. 's Middags hoor ik dit: de thuiszorgmedewerker had gebeld, maar er werd niet open gedaan: "De bel was stuk" (die doet het gewoon). Maar wat ernstig is, is het niveau van deze medewerker die blijkbaar niet in staat is te bedenken dat je: kunt bellen naar het huis, via de buren hulp kunt vragen en zeker niet er van mag uit gaan dat er níets ernstigs aan de hand is. Ik vind het stuitend stom. Geen ander woord voor. Voor hetzelfde geld ligt er iemand op de grond en 'doet de bel het niet'.
Dit is geen uitzondering. De bejegening en probleemoplossing zijn structurele problemen. Naar mijn waarneming ook samenvallend met het inkopen van goedkopere zorg; verleend door goedkopere medewerkers, met andere motivatie dan 'zorgen'. Dan kun je leuk apps maken, maar als de zorg die wordt geboden ver beneden de maat is, zet dat geen enkele zode aan de dijk; laat staan, zoden.
Dan belazer je als gemeente-inkoper jezelf. Dan ben je bezig met het creëren van excuussituaties.
Die fixatie op kosten in plaats van effecten zag ik vandaag ook terug komen in het bericht dat in het gecontracteerd taxibusjesvervoer de milieunormen niet worden gehaald. Al die busjes voor schoolvervoer, voor gehandicaptenvervoer, voor ziekenvervoer: de meeste daarvan rijden nog steeds op diesel.
Het is een mooi streven van de plaatselijke overheden om milieuvriendelijk vervoer aan te besteden. Jammer genoeg willen diezelfde aanbesteders ook voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Dat gaat niet werken, gemeente. Concentreren op kosten betekent dat er gereden wordt met goedkopere dieselbusjes. Je kunt er vergif op innemen dat er ook steeds oudere, oncomfortabele busjes worden ingezet. Kosten tellen. Niet de kwaliteit.
Wat dit allemaal te maken heeft met innovatie?
Alles! Het tekent een volledig gebrek aan doelbepaling. Het enige wat er uit blijkt is dat een weifelende opdrachtgever die álles wil. Het tekent een opdrachtgever die spijtig genoeg ook in de illusie verkeert dat dat kán.
Het tekent ook de zoveelste situatie waarin de opdrachtgever veel te kwetsbaar is voor het argument dat 'hiermee al uw problemen worden opgelost'.
Labels:
app,
doel,
doelbepaling,
geld,
gemeente,
inkoop,
kosten,
technologie,
thuiszorg,
Visie
Abonneren op:
Posts (Atom)