Posts tonen met het label privacy. Alle posts tonen
Posts tonen met het label privacy. Alle posts tonen

woensdag 14 mei 2014

Google opsplitsen

Soms lees ik iets en denk: "Wacht effe. Klopt dit? Wat schuift hier?".

IK moet even iets overtikkend, uit de De Volkskrant vandaag. Het is uit het artikel over de uitspraak van het Europees Hof van Justitie aangaande 'het recht om te worden vergeten' (ben ik vóór). Het gaat over Google en een Spaanse meneer die eiste dat bepaalde informatie uit zijn verleden niet meer zou opduiken na zoekopdrachten. Hij kreeg gelijk; en de pleuris brak uit, bij wijze van spreken.

Het hof maakt namelijk expliciet onderscheid tussen een krant, die willekeurige berichten op een ritje zet, en een zoekmachine, die 'geautomatiseerd, onophoudelijk en systematisch' het internet afstruint op zoek naar informatie. Daarmee is de exploitant iemand die gegevens 'opvraagt, verzamelt, vastlegt en ordent', voordat hij ze 'bewaart en ter beschikking stelt' in de vorm van zoekresultatenlijsten.


Kijk. Dit is er zo eentje. Ik zie een verschuiving.

Heel strik bekeken, klopt het niet, denk ik. Een verschil tussen krant en zoekmachine bestaat. Maar een zoekmachine is, dacht ik zo, is geen databank. De krant is een databank. En een zoekmachine is een logaritme waarmee een dataset wordt opgedoken en samengesteld.

Hier worden twee functies samengevoegd, waarbij de secundaire primair wordt gemaakt. Google wás een zoekmachine en heeft om die functie uit te voeren 'iets' nodig om te doorzoeken. Als de rechter had geoordeeld dat Google teveel de vermenging van twee functies had toegelaten door zelf een databank op te bouwen, had ik het begrepen.

De koppeling met die meneers situatie is vreemd. Stel dat het Google algoritme in staat is gedecentraliseerde en gedistribueerde databanken te doorzoek - bekend als 'de wereld' - zou er dan nog een probleem zijn? Als dat zo is, dan moet er een situatie bestaan waarin we onzichtbaar kunnen zijn.

En dat is onmogelijk.

Ook in dit geval niet. Die meneer is niet de enige partij en dus ook niet dé waarheid. Er is ook de waarheid van de aanklager, van de sociale dienst, van de gedupeerden, van de bank, van....; in al die gevallen wordt het verhaal verteld vanuit hún perspectief. Hij heeft daarin een andere rol.

Wat ik me vanuit het 'privacy'belang weer wél kan voorstellen, is dat je via de rechter afdwingt dat een privaat bedrijf gegevens over jóuw leven in bezit heeft. In bezit. Niet: doorzoekt en presenteert. Een uitspraak in die richting zou fnuikend kunnen uitpakken voor Google. Want daarin zij ze echt eng: ze zoeken niet alleen, maar verzamelen en bewaren. Die combinátie zou wettelijk verboden moeten zijn; net zoals dynamiet en slaghoedjes gescheiden moeten worden gehouden. Of zoals de Trias Politica macht minder gevaarlijk maakt.

Het is niet de vraag of wíj onze of dé geschiedenis kunnen of mogen herschrijven. Het is de vraag welke geschiedenis Google opslaat.

donderdag 20 februari 2014

Waarin geld verdwijnt

Inmiddels weten we het: De Crisis is niet een crisis met een oorzaak als de vorige. Eerder heeft hij trekjes van de beurskrach van 1929.

De belangrijkste parallel is het kunstmatige. De krach was vooral een gevolg van het uiteen lopen van de realiteit van alledag en de kunstmatige realiteit van de beurskoers. Op het moment dat het elastiekje tussen die twee te strak kwam te staan, knapte het. En donderde de wereld de Grote Depressie is.

De crisis die wij nu meemaken, heeft ook alles met kunstmatigheid te maken. Een luchtkasteel, een reus op lemen voeten, een bouwwerk van speelkaarten is ingestort: ons financieel systeem. Dat blijkt steeds virtueler te zijn geworden.

Waar in de jaren twintig van de vorige eeuw de kassier nog achter een loket met mouwbeschermers en rubber 'duimpjes' bankbiljetten telde, verzorgt nu een (reken)machine de transacties. Die machine wordt gestuurd door regels, algoritmes, die niet alleen complex zijn, maar daardoor vooral ook ónvoorspelbaar in hun gezamenlijk effect.

Kunstmatig en virtueel. Da's ook precies de ontwikkeling die ons (spaar)geld doormaakt.

Het is een moment voor grote zorgen. Langzaam maar zeker verliest de reden waarom jij werkt, alle grond onder de voeten. Dat kun je zwartkijken noemen. Het wegvallen van de Gouden Standaard onder symbolische middelen als munten en papiergeld leidde immers ook niet tot ellende. Die vergelijking loopt echter mank. Die munten en dat papier kun je nog steeds onder de matras opslaan. Het was immers fysiek. Dat je er verstandiger aan deed waardevaste materialen onder je matras op te slaan, is een andere vraag.

Wij kúnnen al bijna niets meer opslaan. Contant geld wordt uitgebannen. Als jij nú je portemonnee openmaakt; zit daar dan meer, evenveel of minder in dan, pak 'm beet, vijf jaar geleden? Minder, weet ik zeker. Contant geld verdwijnt uit de geldcirculatie. Onder aanvoering van de banken wordt ons aangepraat dat virtueel geld veiliger is. De winkelier kan niet meer worden overvallen. Voor de consument is het o zo handig: altijd geld bij de hand.

Overigens zie ik tegelijkertijd ook een verwante beweging; die van groeiend wantrouwen waardoor er juist meer contant geld wordt opgenomen. Geld dat wordt 'gespaard'- onder de matras? - of dat wordt gebruikt uit (protest)reactie tegen de surveillancemogelijkheden van digitale transactiesystemen.

Mijn verwachting is echter dat 'gemak' en 'veiligheid' doorslaggevend zijn en waardesymbolen als munten en biljetten steeds meer uit het dagelijks leven zullen verdwijnen.

De eerste keer dat ik me dat realiseerde, is toen een kennis me vertelde dat hij steeds minder fooien kreeg "omdat mensen steeds meer gaan chippen". Indertijd heb ik dat vooral opgevat als een teken dat er minder inkomen was voor de 'fooi-afhankelijken'. Dat is overigens ook zo.

Een volgende moment was de uitspraak van m'n eega: "Ik kan voor m'n werk geen kleingeld wisselen. Vroeger kon ik in het dorp nog 2-euromunten krijgen bij de bank. Die is er niet meer en de automaat geeft niet eens meer de optie van 5-eurobiljetten."

Contant geld zou weleens z'n langste tijd kunnen hebben gehad. Of dat bewust beleid is, durf ik niet met zekerheid te zeggen. Mij zou dat niet verbazen. Digitale transacties zijn immers mens-vrije kosten-efficiënte.

Een volledig gedigitaliseerd waarderuilsysteem heeft, net als andere waarderuilsystemen, nadelen. In dit geval zelfs enorme. Waar ooit de inbreker of andere rampspoed de waardepapieren onder de matras kon laten verdwijnen; waar ooit de bankkluis waar dat geld dan wél veilig was, kon worden gekraakt; daar komt nu de digitale versie, waar jouw geld plots niet meer jóuw geld kan zijn.

Het is geen angst voor bits of bytes. Die kunnen net als munten een waarde weergeven. Wéérgeven, niet zíjn of vertégenwoordigen. De virtualisatie is dan compleet. En met de digitalisering is ook de beruchte transparantie weer een stap verder. "Wij weten wat u doet met die waarde". Maar wie zijn 'wij'? En wie zegt me dat er niet tóch een onzalig plan wordt uitgevoerd om het, bekende!, spaargeld af te romen ter dekking van overheidstekorten?

Dan was die matras nog zo slecht niet. Maar wat leg je er onder???

dinsdag 26 november 2013

Spiedend kind

Ikzelf vind het een goed idee. Maar ja, het schoot ook míjn hersenpan binnen, recht naar m'n hersens. En alles wat je zelf bedenkt, ervaar je, vertekend, als goed.

Het probleem is een alleenwonende mens. Op het moment dat die slechter mobiel wordt en steeds meer binnen blijft zitten, is de kans reuzegroot dat-i sociaal isoleert. Exclusie, uitsluiting, mag je dat noemen, ware het niet dat ik vind dat die term actief handelen impliceert. Er wórdt iemand uitgesloten. Isolatie is echter in veruit de meerderheid van de gevallen een sluipend proces waarin iemand langzaamaan buiten een sociaal netwerk raakt.

De enig echte uitzondering op die regel zijn gezinsleden. Buren, kennissen en familieleden - dat zijn je ooms, tantes, neven en nichten die je hoe vaak ziet? - zijn contacten die kunnen verwateren. Er kan in de loop van de tijd steeds minder gemeenschappelijks overblijven. Gezinsleden hebben wat dat betreft nog de sterkste (bloed)band.

Het is geen toeval dat de overheid zich zo concentreert op gezinsverbanden als mantelzorgbasis. In die relatie is de vrijblijvendheid het minst en de binding het grootst. Ouders en kinderen laten elkaar minder snel zakken dan bijvoorbeeld buren en kennissen zullen doen. Het is geen wet van Meden en Perzen, dat niet.

Maar hoe ondersteun je iemand die alleen woont?

De gebruikelijke reactie is die persoon sterker te maken, te empoweren. Meestal vullen we dat in als het informeren van mensen, want "informatie maakt kennis, maakt macht". Toch?! Nee, dus. Die vanzelfsprekendheid klopt van geen kant. Informatie beschikbaar stellen heeft steeds meer de gedaante aangenomen van een zwaktebod: "U heeft toch de instrumenten gekregen? Dat ú er niets mee doet, is uw eigen schuld". Informatie als schaamlap.

Nee, dan de inzet van technologie. Als we de isolerende mens nu eens voorzien van middelen om contact te zoeken? En dus kopen kinderen voor ouders mobiele telefoons. Wat later worden die vervangen door toestellen met grotere toetsen. Of er wordt een computer aangeschaft. Inmiddels is dat een tablet. De algemeen geldende wetenschap is immers dat die, beter dan alles anders, goed aansluiten bij het intuïtieve gebruik van ouderen en kinderen. Ook leuk waren de experimenten met kabeltelevisie en settop boxen.

Geen van die oplossingen werkt!

Geen van die oplossingen werkt gedurende langere tijd. De reden daarvoor is niet zo moeilijk te raden: het is de vereenzamende zélf die actie moet ondernemen. Nog afgezien van het feit dat lichaamsfuncties afnemen - trillen en blindheid zijn echt geen uitzonderingen - gaat die architectuur er van uit dat de afhankelijke partij actie onderneemt. Vreemd, want die afhankelijkheid wordt vaak mede veroorzaakt door een gebrek aan vaardigheden om dat contact op te nemen.

Oma of opa met technische hulpmiddelen opzadelen is, net als met informatie, zeggen: "Het ligt aan jóu als er geen contact meer is.".

Volstrekt idioot. Mij verbaast het al jaren. De oplossing lijkt me zo vanzelfsprekend: leg het initiatief níet bij de isolerende, maar elders.

20131126-193931.jpg

Echt ingewikkeld is dat niet. Zet een IP-camera in één, of meer, kamers en geef de IP-adressen aan de mensen die belangrijk zijn om contact mee te hebben. Zo'n IP-camera is op afstand te bedienen en te bekijken. Geluid is ook geen onderwerp: kunnen ze ook. En, echt hollands, ze zijn niet eens echt duur.

Een privacy-probleem? Nou, nee. Het zijn geautoriseerde gebruiker-kijkers. De camera kan ook nog worden voorzien van een verklikker als-t-i actief wordt.

20131126-193956.jpg

Kom, thuiszorginstellingen, koop duizenden van die dingen en breng ze onder de standaarddienstverlening. Maak afspraken met de Ziggo's en UPC's van deze wereld over wifi-netwerken. Da's pas echt maatschappelijk ondernemen! Dan kunnen de kinderen actief kijken of hun vader of moeder nog gezond en wel is, als er weer eens niet wordt opgenomen. En natuurlijk blijven ze ook nog bellen en langskomen.

Maak het in elk geval degene die nog actief actie kúnnen ondernemen, gemakkelijker dat ook te doen in plaats van het faciliteren van de steeds zwakker wordende partij. Want dat is water naar de zee dragen.

20131126-193947.jpg

donderdag 22 augustus 2013

Leiden dynamisch digitaal

Het is niet eens zó moeilijk te maken, begreep ik van technisch beter onderlegde mensen. Het kost geld - wat niet? - en het kost voorstellingsvermogen.

Wat doen toeristen in Leiden? Onder andere foto's maken; ter herinnering, omdat het mooie of pittoreske beelden oplevert. Als je veel door de stad fietst - ook in jouw eigen gemeente - zijn er gegarandeerd plekken die je geregeld passeert en die er iedere dag anders uitzien. Op sommige dagen stop je wellicht en kijk je wat langer. Naar de nevel die uit de gracht opstijgt of de zon die wonderlijk mooi strijk- of tegenlicht geeft in een klinkerstraat.

Wat mij nu zo mooi lijkt, voor Leiden, is een groot aantal camera's in de stad die dergelijke plekken ontsluiten. De camera hoeft, mág, niet kunnen bewegen. Het is een stilstaand beeld wat je zoekt, geen surveillance. Via draadloos Internet - en Leiden krijgt dat over de hele stad. Toch? - zijn die beelden op te vragen.

Maak van die beelden een Leiden Dynamisch Digitaal: een permanente veranderend 'tijdschrift' bestaand uit beelden uit de stad. Heel veel beelden uit de stad en zeker niet alleen de toeristische trekpleisters.

LeidenDD laat je de stad dan zien zoals hij echt is: soms verregend-lelijk, soms indrukwekkend mooi. Dan komen de toeristen niet meer? Dan komen de toeristen júist, want we willen allemaal uiteindelijk toch het origineel ervaren. Weet je nog? Muziek zou ten dode zijn opgeschreven door al dat downloaden. Niets is minder waar: concerten en festivals floreren. Het echte ding zien.

Echt. Hang zo'n honderd camera's op en toon de stad. Mogelijk bedenkt iemand zelfs dat je foto's als Groeten Uit... kunt versturen. Of er een eigen route mee kunt samenstellen. Als de stad echt zulke sterke beelden heeft, dan maken we er zó gebruik van.
Geen oubollige verhalen over Rembrandt of de monumentale Pieterskerk. Geen obligaat verhaal over 'de mooiste gracht van Leiden' - dat bepalen we zélf wel - of de hoeveelheid water in Leiden - dat overzien we toch niet en blijft een 'feitje'. Geen exposé over 'de universiteit' of samenwerkingsrelaties, want die zijn op straat grotendeels onzichtbaar. Laat die informatie voor wat ze is: áchtergrondinformatie, de context.

Waar je de beelden vindt? Ga eens bij de voetgangersbrug staan op de Nieuwe Rijn en kijk naar de Hooglandse Kerk, liefst met heiïg weer. Of op de brug Nieuwe Rijn/Herengracht en kijk over de Herengracht naar de kerk aan de Herensingel. Of, ook op die plek, in het ochtendlicht naar de Rijnbrug. De stokoude boom op de begraafplaats aan de Groenesteeg. De Zuidsingel. De Haven. De bocht in de Haarlemmerweg, ná de spooronderdoorgang. De Besjeslaan. Park Cronesteyn. Zomaar wat plekken waar alleen ik al vaker dacht: whow, wat een mooi beeld. En dat een uur later alweer anders was.

Die Whow-momenten bereikbaarder maken, dat doet LeidenDD. In de vorm van een dynamisch plaatjesboek. Dat geen uur hetzelfde is; verandert met de lichtinval, met de seizoenen. Maar dat wel één van de gezichten van Leiden weergeeft. Leiden zoals Leidenaren de stad meemaken, niet de denkbeeldige stad uit de folders.

Wie biedt?

vrijdag 31 mei 2013

Spijkers op laag water

Dat je, wachtend in een warm lentezonnetje, wat met je slimme telefoon speelt. Wat mail ophaalt. Wat twittert. Wat nieuws leest. En dan op een berichtje stuit als dit, in de De Telegraaf:
Werkloos door dom social media gebruik

LONDEN - Een op de tien jongeren grijpt naast een baan door onverstandige updates op sites als Facebook en Twitter. Steeds meer werknemers worden geselecteerd op basis van online profielen.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Britse On Device Research. Gênante foto's, ongepaste statusupdates of scherpe commentaren op sociaalnetwerksites worden door toekomstige werkgevers hard afgestraft. Vaak krijgt men na zo’n media-inspectie niet eens meer een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek.
Tweederde van de ondervraagden maakt zich geen zorgen om hun profielaccounts en gebruiken social media dan ook niet terughoudend. Ze geven meer om wat vrienden van ze denken dan potentiële werkgevers.
18.000 jongvolwassenen tussen de 16 en 34 jaar deden mee aan het onderzoek. Deelnemers kwamen uit zes verschillende landen: China, India, Nigeria, Brazilië, Engeland en de VS.
Eerder deze week waarschuwde Google-topman Eric Schmidt tieners voor "onverstandig gedrag dat je levenslang achterna kan zitten".

Het onderzoek waarnaar de krant verwijst, is dit:
http://www.slideshare.net/OnDevice/young-peoples-consumer-confidence-index-22121437

Zoals het de De Telegraaf betaamt, dekt de kop de lading niet helemaal. Uit de kop trek je de conclusie dat jongeren hun baan kwíjtraken door social media. Uit het artikel en het onderzoek maak je op dat het gaat om het niet kríjgen van banen: in China, India, Nigeria, Brazilië, Engeland en de VS.

Wat moet je er dus mee? Niets?!

Da's maar de vraag. Natuurlijk kun je - terecht - aanvoeren dat dit nu niet bepaald een representatief onderzoek is voor álle jeugd in álle landen. Eerder zijn het repressieve of conservatieve landen waar ofwel de staat ofwel mores (nog) bijzonder belangrijk worden gemaakt. China scoort hoog. India scoort vrij hoog. Brazilië daarentegen scoort laag.

Het is een 'lastig' onderzoek; de aantallen respondenten wijzigen nogal waardoor je iedere keer goed moet kijken wie nu eigenlijk welke antwoorden gaf. Maar ik neem aan dat de conclusie dat werkgevers zich tijdens de selectieprocedure ook baseren op andere bronnen dan je brief en cv, klopt.

Dat is precies waar het wringt.

De belangrijkste vraag die gesteld moet worden, is of werkgevers dat recht hébben: om hun keuze te baseren op duidelijk privé informatie. Mag, in de oude wereld, een werkgever zich baseren op dorpsroddel en stedelijke achterklap? Als je realistisch bent, dan stel je vast dat dat weinig elegant is, maar dat het wél gebeurt. Als de werkgever die informatie tenminste krijgt. Dat is wel een verschil: de informatie is makkelijk(er) beschikbaar. Daar gaat het dus principieel mis, want dat betekent dat de werkgever áctie onderneemt om die infromatie zélf te vergaren. Ze wordt hem niet aangereikt: hij doet 'antecendentenonderzoek'. Laat dat nu net iets zijn wat in de oude wereld niet zomaar gedaan wordt door jan en alleman. De nieuwe situatie maakt het allemaal een stuk ónduidelijker, mínder transparant. Homosexualiteit is bijvoorbeeld géén onderwerp voor antecedentenonderzoek. Wie zegt dat de social media antecedentenonderzoeker dat niet tóch meewoog?

In antecedentenonderzoek wordt gekeken naar de formele werkelijkheid: veroordelingen, schulden, kwetsbaarheden. In social media lijkt het vaak ook (vooral?) te gaan om de informele werkelijkheid: die tussen vrienden en familie. Het lijkt ook allemaal zo logisch en voorstelbaar. Een drugshulpverlener die op feesten joints rokend op z'n Facebookpagina staat. Niet handig, want z'n cliënten zien dat waarschijnlijk ook. Zoals ook 'stille alcoholisten' op het werk zijn te vinden, is de vraag - net als bij hen - vooral: wat is het effect op collega's en werk?

Dat is precies wat míj zorgen baart. De grenzen lijken te schuiven. Ik schreef het al eerder. De grens tussen werk en privé vervaagt wat. Het is echter zeer de vraag in wiens voordeel. Het gaat té ver, veel te ver, als werkgevers zich baseren op privé informatie, óók(!!) als die openbaar beschikbaar is. Een werkgever dient zich zo professioneel op te (kunnen) stellen dat die informatie geen rol speelt. Die eis mág worden gesteld, omdat ze ook aan de werknemer wordt gesteld als het gaat om het openbaren van 'bedrijfsgeheimen'. Dat wat je in het kader van het werk ter ore komt, wordt je geacht níet naar buiten te brengen. Van tweeën een.

Dat de verhoudingen schuiven werd vanochtend overigens ook op een andere manier geïllustreerd. In de De Volkskrant staat dit over Zweden:

Photo 31-05-13 17 27 39

Het is overduidelijk nog volop zoeken naar hoe ons te gedragen en beschermen in die nieuwe omgeving.

zaterdag 15 september 2012

Privacy is een non-issue?!

'Wat ik in mijn huis doe, moet ik zelf weten. Die vrijheid heb ik. Toch?' Dat is zo'n beetje de manier waarop veel mensen over privacy denken: kunnen dien wat je wilt zonder dat anderen zich daarmee bemoeien.

Privacy is en blijft een probleem. Dat gaan we ook nooit helemaal goed en tot ieders tevredenheid regelen. Maar er zijn wel ankerpunten.

20120915-201425.jpg

Privacy is, denk ik, een onvervreemdbaar recht om ongezien en ongestoord te kunnen leven. De ruimte die je daarvoor hebt, is je eigen woning. Dat is een vrij eenvoudige basis waarmee je in een eenvoudige samenleving heel ver kunt komen. Zo is het dan vanzelfsprekend dat niet iedereen je huis binnen mag komen. Wordt het ook voorstelbaar dat een vrijheidsstraf ook een verlies aan privacy oplevert: anderen hebben het recht je te bespieden (in het kader van de bewaking).

Op het moment dat je de publieke ruimte betreedt, zijn je daden daar ook openbaar. In de publieke ruimte geldt het recht op privacy niet. Niet dat je daar rechteloos bent, maar jouw privacy is er dan één van vele en waarom zouden die niet net zoveel recht hebben?
Ingewikkeld wordt het als de publieke ruimte de privé ruimte binnentreedt. Het is een beetje zo'n situatie van een estuarium: de plek waar de zee de monding van een rivier binnendringt en dus het land. Die bijzondere situatie heeft niet voor niets een eigen naam en omschrijving gekregen. En eigenlijk zou dat ook eens moeten gaan gebeuren voor privacy.

Want er zijn verschillende soorten en gradaties. En de discussies eindeloos: 'we geven onze privacy te nonchalant prijs', 'privacy beschermt vooral kwaadwillenden', 'privacy belemmert samenwerking', 'als je hamert op privacy, heb je vast iets te verbergen'. De grap is dat de meeste van die op- en aanmerkingen nog waar zijn ook, of minstens een punt raken.

En toch is het niet zo complex.

Als ik op straat luid ga staan verkondigen, moet ik niet vreemd opkijken als onbekende derden dan weten wat ik verdien. Maar als ik een leverancier dat vertel, kom ik niet in die publieke ruimte en moet ik er op kunnen vertrouwen dat die gegevens vertrouwelijk worden behandeld. Dezelfde gegevens kan ik echter zélf op een andere plek welzeker publiek maken. Dat ontslaat mijn leverancier niet van een respecteren van mijn privacy.

Kortom - en ik heb het al zo vaak beweerd - we zíjn niet zo logisch. Maar ook hebben we een uitdaging in het vinden van de grens tussen privé en publiek. Want dat is een deel van het probleem. Met zoiets als het Internet is een nieuwe verbinding gemaakt naar het publieke domein die ín het privé domein staat. Ook maakt die technologie het koppelen van databestanden eenvoudiger en daarmee verleidelijk iets te doen met die 'ongebruikt liggende data'.

Zou je je dus niet druk moeten maken over privacy? Welzeker! Maar het is nog steeds een keuze van jou om informatie al of niet publiek te maken. Eerlijk gezegd, lijkt het er op dat juist dát stuk buiten beeld dreigt te vallen. Het gaat om de inténtie. En dat is ook precies waarvoor de wetgever aan de eigenaren van databanken de eis stelt dat informatie (data) alleen mag worden gebruikt voor het doel waarvoor het in eerste instantie werd verkregen. Da's een streep door de rekening als je al die mooie dataverzamelingen ziet die liggen stof te verzamelen.

Daar zit eigenlijk de echte privacy-discussie. Als we aan de slag gaan met big data, gaan we ook aan de slag met nieuwe combinaties van data. Daarin schuilt een principieel probleem. Want ooit benoemde ene Max Weber de grondslagen van een bureaucratie. Daarin geldt dat, tegenover de bureaucratie, de burger dan het récht moet hebben zich te presenteren op een door hem gewenste manier. In mijn woorden: je moet verschillende gezichten naar verschillende overheden kunnen tonen. Maar als we gaan koppelen, zal dát niet meer mogelijk zijn.
En dan hebben we het nog niet eens over het beveiligen van databestanden tegen diefstal. Want dat verwacht ik wel als ik gegevens heb afgestaan, dat jij er zorgvuldig mee omspringt. En niet dat data ineens opduiken als (illegale) handelswaar.

Natuurlijk zullen we als eindgebruikers ons moeten leren bewegen in de nieuwe ruimte die het Internet heet en zullen we de nieuwe bedreigingen en kansen moeten leren herkennen. Maar veel belangrijker zullen de waakhonden zijn die ons en vooral de dataverzamelaars blijven volgen.

Hinderlijk? Noodzakelijk!