Posts tonen met het label mantelzorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mantelzorg. Alle posts tonen

dinsdag 15 juli 2014

Hoe ik meewerkte aan ontvoering, of...

Soms denk ik dat het te vaak in dit blog te vaak terugkeert. Maar het zijn en blijven enorm indrukwekkende momenten. Momenten die jij, lezer, hoogstwaarschijnlijk (nog) niet hebt meegemaakt. Momenten die in alle beleid en statistiek zijn gereduceerd tot cijfers. Het is de wereld van gewone mensen die ouder en afhankelijk worden. En wat zíj mee maken.

Probeer je dit eens voor te stellen. Jij bent degene die dit overkomt.

Sinds een paar maanden wordt je enkele keren per week opgehaald om naar een activiteitencentrum te gaan. Je bent wezen kijken. Niet dat het een plek is waarop je zat te wachten; het liefst ben je op jezelf en doe je je eigen dingetjes thuis. Maar huisarts en kinderen hebben je aan het twijfelen gebracht: misschien is het toch verstandig hier naartoe te gaan.

Iedere week wordt je 's ochtends opgehaald met een busje. Je bent vaak de eerste in de bus, want je woont aan de rand van de stad. Daardoor zit je al snel een uurtje in de bus die nog een stuk of vijf mensen ophaalt. Comfortabel is het niet, maar ook niet ón-comfortabel doordat de chauffeur de bus met 10-15 km/u over verkeersdrempels en door kuilen stuurt.

Inmiddels ben je gewend aan het activiteitencentrum, z'n gewoontes, de andere gasten en de medewerkers. Eigenlijk is het zelfs wel gezellig, maar de zelfstandigheid en de eigen omgeving mis je tóch.

Maandagochtend staat op een frisse zomerochtend de bus weer voor de deur. Je stapt in. Het gebruikelijke ritueel. Een beetje mopperen dat jij weer als eerste wordt opgehaald. Het ritueel van tegen het eind van de rit ongeduldig te worden dat het zo lang duurt. Zoals iedere keer.

Wat jij niet weet, is dat je die dag niet naar huis terug zal gaan. Je wordt opgenomen. 's Middags rijdt de bus zijn route met één passagier minder.

Dit is geen fantasie. Dit is heel recent gebeurd. Ik was erbij. Wij wisten 's ochtends al dat je 's middags niet mee naar huis zou gaan.

Dat is heel, heel onwerkelijk om mee te maken.

Het zijn de kleine verhalen - kleine?! - die als enige de werkelijkheid weergeven. De werkelijkheid van mensen die zorg nodig hebben en de moeilijke weg tussen helder en vergetend. De werkelijkheid van gezinsleden en omgeving die het ook niet meer aankunnen en de niet eenvoudig toegankelijke intramurale zorg. De werkelijkheid van moeilijke beslissingen, die niet lichtzinnig worden genomen.

Jij, lezer, kent de cijfers wellicht en hopelijk ook een deel van de verhalen achter die cijfers. De verhalen van individuen, van mensen. De verhalen waar het uiteindelijk om draait. De kans is klein dat jij, lezer, ook de angst in de ogen hebt gezien of de onwetendheid wat voor en over jou is beslist.

Ik ga niet veel woorden meer verspillen aan de stelling dat beleid(s-cijfers) volstrekt tekort schiet als het gaat om persoonlijke effecten. We hebben die verhalen veilig weg gestopt achter neutraal gewauwel. Het is tijd dat die verhalen weer leidend worden. Niks casuïstiek als degraderend fenomeen: het is juist die casuïstiek waarom het gaat. De pijn, ellende, hoop en geloof van ménsen.

woensdag 8 januari 2014

Kinderen maken! Nu!!

Zeg, hoe heb jij je toekomst voor ogen?

Ik bedoel, wat heb je voor verwachtingen bij je oude dag. Ikzelf ben van één van de laatste generaties, weten we nu, die nog uit ging van een zelfgespaarde oudedagsvoorziening: het pensioen. Het was immers zo mooi wat we in Nederland hadden; een systeem van een minimumbestaansniveau voor alle oude mensen, de AOW, aangevuld met een pensioen, als je gewerkt had. Het systeem nivelleerde niet, maar gaf vaste grond.

Dat is voorbij.

Niet alleen gaan we allemaal nog langer, en dus harder, werken. We zullen ook meer voor onszelf moeten gaan zorgen. De ellende is dat de regering daar nogal vreemd mee omgaat; een regering van VVD en PvdA, de oorsprong van de AOW! (sic).

Je zou verwachten dat iemand die weet dat-i in de toekomst voor zichzelf moet gaan zorgen, een buffer aanlegt. Sparen, dus! Maar da's helemaal niet vanzelfsprekend in de huidige situatie. Op spaargeld krijg je minder rente dan je aan belasting betaalt. Nog ernstiger, onze minister-president heeft zo veel behoefte aan geld dat hij al maanden terug pleitte voor meer uitgeven. 'Koop een auto" is inmiddels een iconisch beeld van mensen buiten de werkelijkheid. Ik sprak vandaag een glaszetter: "Ik ríjd niet eens meer met de auto, en vakantie doen we ook niet!".

Minder opvallend is een effect van dit regeringsbeleid wat ik nog nergens terug zag.

Niet alleen gaan we langer en harder werken; we worden ook verplichte mantelzorgers. Da's wat raar, want een mantelzorger is een vrijwillig verzorgende. Maar goed. Deze regering heeft ontdekt dat je overheidsgecinancierde taken heel goed kunt terug trekken en overlaten aan de mensen zelf. En dus verdwijnt de zorg voor ouderen en wordt de omgeving daarvan aangesproken de handen, nóg meer, uit de handen te steken. Alsof je niets anders te doen hebt.

Een voor de hand liggende vraag is waar dit stopt. Thuiszorg overnemen; kun je dan ook veiligheid zelf organiseren? In de middeleeuwen hadden we zowel de schout met z'n rakkers, als particuliere gewapende eenheden. Kunnen we vast nieuw leven inblazen, met vrijwilligers uiteraard. En meteen leger en politie inkrimpen danwel afschaffen. Je snapt 't: het ontbreekt weer 's aan visie bij de overheid. Het kasboekje regeert en daardoor is het onduidelijk waarom het één wel en het ander níet voor bezuiniging in aanmerking komt.

Die mantelzorg gaat nog onverwachte effecten hebben. Ook ongewenste. Zoals geld een voorziening voor de oude dag is, zo is vanaf nu ook mantelzorg dat. Je zult dus een mantel, een netwerk moeten organiseren voor je oude dag. Dat kun je doen door een netwerk te onderhouden van kennissen en buren. Maar die zijn vrijblijvend. Nee, een veel betere is investeren in kinderen. Die hebben geen echte keuze. Ook niet naar de mening van de overheid, die hen vandaag de dag al dringend aanspreekt op die rol.

ef0ca7781faa7201fbbe01b73a6f6a11dea504cf

Stop met dat één, of twee kinderen. Minstens vier of vijf, liefst zes of zeven. Dát is toekomstdenken. Goed, het levert wel een forse extra belasting op voor de planeet. Maar daarvoor bestaat geen regering en geen wet, dus waarom zou de nederlandse overheid zich daar dan iets aan gelegen laten? Ik bedoel maar.

Die vele kinderen zijn ook noodzakelijk vanwege onze hoge mate van individualisering, lees scheidingen. De inboedel delen, het banksaldo splitsen, en ook de mantelzorg eerlijk delen. Dan is het handig als je veel kinderen hebt en beide partijen genoeg mantelzorg kunnen krijgen. Idioot? Nee, zo werd het ooit geregeld en dat is de weg die we nu bewandelen.

Aan die weg kleeft wel een groot voordeel. Het is ook de weg van de kleinschaligheid. In een dag zit per definitie 24 uur. Die zijn maar één keer te gebruiken. Dan kun je niet én werken én mantelzorgen én maatschappelijk actief zijn én kinderen opvoeden én... Dat wordt kiezen. Mijn gok is dat we dan terugvallen op het makkelijkste principe, dat van functiescheiding: één werkende en één zorgende. En of die werkende dan een kleine zelfstandige is?!

Wel heel middeleeuws, nietwaar?

woensdag 1 januari 2014

Leeghalen

Een verrassing kan en wil ik het niet noemen. Na een zoveelste TIA is een paar weken terug besloten dat mijn moeder in het verzorgingshuis blijft. De tijdelijke opvang wordt permanent.

Dat het leven een aaneenschakeling is van eerste ervaringen, zal je hopelijk niet verbazen. In elke levensfase zijn er ingrijpende gebeurtenissen, die één keer een ingrijpende ervaring zijn. Je eerste verliefdheid. Je eerste lichaamsbeharing. De eerste sex (die zelden iets met liefhebben van doen heeft). De stap het ouderlijk huis uit. De eerste frauduleuze daad (deed ook jij; al was het maar spieken of een rol drop pikken). Het eerste kind. Het eerste huis. Je eerste rit, alleen in een auto.

Een reeks van eerste ervaringen en allemaal samen jóu vormend, tot en met die eerste keer dat je haggis eet. Er is geen tweede serie eerste ervaringen die identiek is aan de jouwe.

In het kader van dat vormen, is er wel verschil. Veel eerste ervaringen zijn een direct gevolg van je eigen handelen. Dat kind is echt ontstaan na een stevige partij conceptie en eenmaal geboren, kun je het nergens ruilen of terug geven. Sommige eerste ervaringen zijn onafwendbaar.

De dood is er zo een.

Statistisch is er in een mensenleven één gebeurtenis met een kans van 1. Een honderd procent zekerheid. Je gáát dood. Alles wat leeft, gaat dood. Hoog of laag springen, meer bidden of gezonder leven; het helpt niet.

Die wetenschap doe je niet op als je je jeugd achter je laat. Je weet het altijd al. De dood heeft echter hoogstens een onbeduidend bijrolletje in je leven; totdat plots je omgeving begint te sterven. In de krant valt je ineens op dat geboortejaren van overledenen in jouw geboortedecennium liggen. Ooms, tantes, de generatie vóór je overlijdt. Plots hebben sommige gebeurtenissen voor bepaalde mensen een extra dimensie.

Dat verzorgingshuis gaat er zo een worden.

Het is noodzakelijk. Haar korte termijngeheugen gaat nu snel achteruit. De mobiliteit verzwakt ook. En over gezichtsvermogen en gehoor zullen we maar zwijgen (alhoewel dat laatste ook wel eens tot lach-opwekkende situaties, ook bij haar, leidt). Niet dat alles nu somberder is. Er is gezelschap; meer dan als je alleen in een eengezinswoning zit. Er is aanspraak en toezicht. Hoe gebrekkig ook: het dwingt je tot enige sociale activiteit.

Het betekent voor het voormalig gezin weer een unieke ervaring extra. Niet die kamer in dat verzorgingshuis. Een overlijden ook niet (mijn vader overleed een paar jaar geleden). Nee, de ervaring van het afscheid van het ouderlijk huis. Nu definitief.

Alles zal er uit moeten. De huur opgezegd. Gas, water en licht - en meer - afgerekend. Onomkeerbaar.

Vooralsnog is er nog geen datum voor vastgesteld. Maar het wordt wat. Al die herinneringen die door je handen gaan. De mogelijke controverses over van wie wat of vóór wie wat is. Dan heb je het nog niet eens over de banaliteit van hoe kosten en opbrengsten worden verdeeld.

Me er op verheugen doe ik vanzelfsprekend niet. Het zijn van die momenten waarop mensen die je denkt te kennen, heel anders reageren. Het nooit uitgesprokene wordt dat dán wel.

Het is onomkoombaar.

dinsdag 26 november 2013

Spiedend kind

Ikzelf vind het een goed idee. Maar ja, het schoot ook míjn hersenpan binnen, recht naar m'n hersens. En alles wat je zelf bedenkt, ervaar je, vertekend, als goed.

Het probleem is een alleenwonende mens. Op het moment dat die slechter mobiel wordt en steeds meer binnen blijft zitten, is de kans reuzegroot dat-i sociaal isoleert. Exclusie, uitsluiting, mag je dat noemen, ware het niet dat ik vind dat die term actief handelen impliceert. Er wórdt iemand uitgesloten. Isolatie is echter in veruit de meerderheid van de gevallen een sluipend proces waarin iemand langzaamaan buiten een sociaal netwerk raakt.

De enig echte uitzondering op die regel zijn gezinsleden. Buren, kennissen en familieleden - dat zijn je ooms, tantes, neven en nichten die je hoe vaak ziet? - zijn contacten die kunnen verwateren. Er kan in de loop van de tijd steeds minder gemeenschappelijks overblijven. Gezinsleden hebben wat dat betreft nog de sterkste (bloed)band.

Het is geen toeval dat de overheid zich zo concentreert op gezinsverbanden als mantelzorgbasis. In die relatie is de vrijblijvendheid het minst en de binding het grootst. Ouders en kinderen laten elkaar minder snel zakken dan bijvoorbeeld buren en kennissen zullen doen. Het is geen wet van Meden en Perzen, dat niet.

Maar hoe ondersteun je iemand die alleen woont?

De gebruikelijke reactie is die persoon sterker te maken, te empoweren. Meestal vullen we dat in als het informeren van mensen, want "informatie maakt kennis, maakt macht". Toch?! Nee, dus. Die vanzelfsprekendheid klopt van geen kant. Informatie beschikbaar stellen heeft steeds meer de gedaante aangenomen van een zwaktebod: "U heeft toch de instrumenten gekregen? Dat ú er niets mee doet, is uw eigen schuld". Informatie als schaamlap.

Nee, dan de inzet van technologie. Als we de isolerende mens nu eens voorzien van middelen om contact te zoeken? En dus kopen kinderen voor ouders mobiele telefoons. Wat later worden die vervangen door toestellen met grotere toetsen. Of er wordt een computer aangeschaft. Inmiddels is dat een tablet. De algemeen geldende wetenschap is immers dat die, beter dan alles anders, goed aansluiten bij het intuïtieve gebruik van ouderen en kinderen. Ook leuk waren de experimenten met kabeltelevisie en settop boxen.

Geen van die oplossingen werkt!

Geen van die oplossingen werkt gedurende langere tijd. De reden daarvoor is niet zo moeilijk te raden: het is de vereenzamende zélf die actie moet ondernemen. Nog afgezien van het feit dat lichaamsfuncties afnemen - trillen en blindheid zijn echt geen uitzonderingen - gaat die architectuur er van uit dat de afhankelijke partij actie onderneemt. Vreemd, want die afhankelijkheid wordt vaak mede veroorzaakt door een gebrek aan vaardigheden om dat contact op te nemen.

Oma of opa met technische hulpmiddelen opzadelen is, net als met informatie, zeggen: "Het ligt aan jóu als er geen contact meer is.".

Volstrekt idioot. Mij verbaast het al jaren. De oplossing lijkt me zo vanzelfsprekend: leg het initiatief níet bij de isolerende, maar elders.

20131126-193931.jpg

Echt ingewikkeld is dat niet. Zet een IP-camera in één, of meer, kamers en geef de IP-adressen aan de mensen die belangrijk zijn om contact mee te hebben. Zo'n IP-camera is op afstand te bedienen en te bekijken. Geluid is ook geen onderwerp: kunnen ze ook. En, echt hollands, ze zijn niet eens echt duur.

Een privacy-probleem? Nou, nee. Het zijn geautoriseerde gebruiker-kijkers. De camera kan ook nog worden voorzien van een verklikker als-t-i actief wordt.

20131126-193956.jpg

Kom, thuiszorginstellingen, koop duizenden van die dingen en breng ze onder de standaarddienstverlening. Maak afspraken met de Ziggo's en UPC's van deze wereld over wifi-netwerken. Da's pas echt maatschappelijk ondernemen! Dan kunnen de kinderen actief kijken of hun vader of moeder nog gezond en wel is, als er weer eens niet wordt opgenomen. En natuurlijk blijven ze ook nog bellen en langskomen.

Maak het in elk geval degene die nog actief actie kúnnen ondernemen, gemakkelijker dat ook te doen in plaats van het faciliteren van de steeds zwakker wordende partij. Want dat is water naar de zee dragen.

20131126-193947.jpg

zondag 7 juli 2013

En de geur bleef nog lang hangen

Zomeravond. Een latertje. Want we hebben, zoals half Nederland die paar mooie zomeravonden die ons zijn gegund, gebarbecued. Uiteraard de kluit een beetje belazerd en het meeste vlees voorgegaard. Het houtskoolvuurtje is dan, etenswaartechnisch bekeken, voor de vorm, de gezelligheid en de geroosterde kleur. Dat laatste, tussen twee haakjes, lukt mij nooit goed. Ik eindig vaak met iets wat of te licht of duidelijk te donker is. Aangebrand, heet dat ook wel.

Ook oma#1, mijn moeder, at mee. Het was immers zondag en dat is de dag die zij bij ons doorbrengt. Dat is al jaren zo, sinds mijn vader is overleden. Het is niet dat ik het met tegenzin doe. Maar als ik eerlijk zou moeten antwoorden, dan raakt de rek er wel uit: iedere zondag, met uitzondering van de zondagen dat mijn echtgenote werkt. Die heeft dan de auto mee en een 93jarige met halfzijdige verlammingsverschijnselen OV't niet echt lekker.

De barbecue verliep zowaar goed. Akkoord, ik mikte een scheut vet tegen de kuit van m'n echtgenote. Maar de kip was wél goed voorgegaard. En de worstjes ook. En het was niet eens veel te veel. Alhoewel we de vis dan wel ontdooiden, maar uiteindelijk niet hebben geroosterd. Die gaat dus 'gewoon in een pan' eindigen. Roemloos, vergeleken bij een open vuur likkend aan je vel.

Zo'n leuke middag eindigt ook. Oma moet naar huis. En dat is de reden voor de blogpost. Ik heb er wel vaker over gehad, vermoed ik. De mantelzorg. Een casus.

In de auto 'ruikt het'. Dat is een alarmsignaal voor ons. Maar oma weet van niets. "Nee, ik heb nergens last van". Mijn jongste zoon en ik weten dan eigenlijk al beter. En of ze ergens last van heeft.

Na een twintig minuten in een warme, afgesloten - "anders vat ik nog kou"- auto zijn we er. En inderdaad, vlak nadat ik de vaatwasser leegruimde - 's middags gevuld en aangezet - en de hertshoorn weer ophing - 's middags in een dompelbad gezet - komt de roep van boven of ik "even kan kijken".

Tja. Ik zal je de details besparen. Maar stel je een volle babyluier voor in het groot. Gelukkig kan ik er redelijk tegen. Maar de geur.... de geur blijft nog lang in m'n neus hangen, weet ik uit ervaring. En dat is eigenlijk datgene waartegen ik opzie. Die geur die herinnert. Die herinnert aan iemand die jou heeft opgevoed, liefde heeft gegeven, af en toe - heel af en toe - strafte, die er was als je ziek was, die er ook was als je niet ziek maar wel schoolziek was, die er was.... Diegene sta je nu te wassen.

Het is een klusje van niets. Ik doe het in een minuut of vijf. misschien tien. Vooral vanwege de motoriek die staan op één been moeilijk maakt. En verder zijn er wasmachines. Uitgespoeld vuil goed gaat daar in. En de schone moeder het bed in. Het is dan 20.15 uur, want ze ligt er altijd vroeg in (en wordt er ook erg vroeg weer uit gehaald door de thuiszorg). Keer op keer de vraag stellend: "heb ik het niet erg vies gemaakt?".

Om 20.45 uur vertrekken we. De kanariekooi is nog schoongemaakt en meteen ook maar even - mannen eigen - grof gestofzuigd.

De barbecue is over. De Geur zit inderdaad in m'n neus.

In de auto denk je dan: "Nee, laten we vooral de kinderen hun eigen ouders verzorgen. Niet dat die ouders dat wíllen, hoor. En anders zetten we toch gewoon werklozen is. Niet dat díe willen, hoor. Maar ja, oud en vergeetachtig... wat maak je je dan nog druk over menswaardigheid."

Langzaam word ik weer kwaad. Gelukkig rijdt m'n jongste zoon.