Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen

zondag 23 februari 2014

Joie de vivre

'Zijn acteurs vaker depressief dan andere mensen? Is dat zo? Vaker dan schrijvers?'


Dit bleek zo'n citaat dat je vaker leest, maar waardoor je ineens een gedachte krijgt. Het is een citaat uit het interview van Marcel van Roosmalen met Anna Drijver. het staat in het De Volkskrant Magazine van 22 februari.

'Ik zat vol twijfels. Ik dacht: wat heb ik eigenlijk toe te voegen aan het vak, weet je wel? Als ik op een feestja was, wist ik niet wat ik moest zeggen. Als ik goed in mijn vel zit, denk ik daar niet over na, maar in die periode dacht ik over alles na. Over hoe ik een trap afliep bijvoorbeeld. Dat kan heel ingewikkeld zijn, dan struikel je ook gewoon.'


Die vétte zin - dat deed ik inderdaad - dát is zo'n sleutelzin. Bedacht ik me later. Nádenken. Over alles. Over oorzaak, verloop en afloop moet je zelf die De Volkskrant maar kopen. Over depressies kun je veel vinden. Wellicht de belangrijkste les: onderschat het niet. Depressie is niet een paar dagen somberheid. En ook is het echt niet altijd duidelijk herkenbaar aan mensen.

Maar dat 'nadenken' dus.

Het zette mij aan het denken. Over de gedachte dat, als je daar iets anders naar kijkt, nadenken een gevaarlijke activiteit kan zijn. Ik weet niet of jij daarvan verstand hebt, maar het is wel iets wat ik me eerder wel 's afvroeg in een andere context. Genialiteit en gekte liggen dicht bij elkaar, is de algemene gedachte. Wat ze gemeen hebben, is in elk geval hun non-conformisme en daardoor vaak hun eigen idioom en werkelijkheid.

Kennis vergaren, slim zijn, de beste zijn, innovatief zijn: we putten onszelf uit. Niet alleen in overdrachtelijke zin door steeds mooiere en veelbelovender bewoordingen te vinden, maar ook letterlijk: we worden er moe van, doodmoe. Die beruchte rattenrace; die bestáát. Zonder lullig te willen doen: je zult later merken hoe kortzichtig veel dertigers bezig zijn (geweest) met 'carrière maken' en zichzelf, en hun sociale omgeving, volledig misliepen. En, ja, dat wordt nú hartgrondig ontkend door hen.

Als ik iets zou mogen veranderen aan onze samenleving(en), dan zou dat iets worden als 'onthaasten'; een heel andere verdeling van werk, tijd en bestaanszekerheid (wat we nu geld en salaris noemen).

Dat is dus mogelijk vertekenend. Karakters als Oblomov en Swiebertje konden me mateloos intrigeren. Nietsdoen; wat zou daarvan de lol zijn? Het zijn dan wel verhaalsels, maar toch... .

Zou het echt niet zo kunnen zijn dat we de plank helemaal, compleet en finaal misslaan? Dat 'kennis is macht' slechts een deel van de vergelijking is? Dat er iets bij hoort als 'en neemt uw geest over'?

Misschien dat ook jij anders met je tijd moet omgaan? Zorgen dat je geregeld 'lekker dom werk' kan doen. Lékker dom. Je las het, hè? Niet voor niets hebben veel mensen die kantoorwerk doen dat bijvoeglijk naamwoord erbij staan.

Morgen is het maandag. Meteen maar eens nadanken over hoe en wat? Over hoe jezelf te beschermen tegen nadenkelijk opbranden. Over de bescherming tegen depressie: niet meer kunnen stóppen met nadenken over alles. Tot je 'op zwart gaat'.

'Ik functioneerde nog wel, maar lag ook hele dagen op bed. Het was alleen nog maar zwart.'

zaterdag 11 januari 2014

Zou jij raadslid willen worden?

Of ik wel 's overwogen heb gemeenteraadslid te worden. Die vraag werd me een half jaar geleden gesteld. Ik moest er aan denken toen ik van de week hoorde dat er een tekort is aan raadsleden. En dat met naderende verkiezingen.

In de vraag ligt veel besloten.

De context waarin-i werd gesteld, was die van een gesprek over werk, passie en talenten. Inderdaad, zó'n gesprek. Mijn antwoord toen was hetzelfde als ik nu zou geven: "Is raadslidmaatschap een báán?! Wérk?!".

Dat heeft niets te maken met de hoeveelheid arbeid die je ervoor verzet. Ook vrijwilligers verzetten bergen arbeid, net als werknemers of zelfstandigen. Het gaat om de positionering. Kreeg een raadslid ooit een vergoeding voor de (grote) hoeveelheid tijd die in het serieus uitoefenen van die functie nam, tegenwoordig lijkt die relatie te zijn verwaterd. Er wordt een salaris betaald. Het ideologisch element is minder bepalend.

Nu niet beginnen over wetten, regels en andere formaliteiten. Dit is gewoon praktische realiteit. Blijkbaar is politiek gewoon werk geworden, een baan. Een baan waarop je solliciteert. Door bij een partij te gaan en te werken aan een verkiesbare plaats. Loopbaan? Carrière? Promotie? Hiërarchie? Termen die ook op dit werk passen.

Het is niet verwonderlijk dat in Rotterdam een deelgemeente is gevonden die deels wordt bestuurd door 'beroepspolitici', mensen die daar zitten omdát het wordt betaald. In het verleden werd de juiste term gehanteerd: baantjesjagers. Alle grote(re) partijen hebben er last van. Invloed, macht, corrumpeert.

Ik wil niet terecht komen in een wereld van huichel en leugen. Een wereld waarin woorden belangrijker zijn dan doelen. Ik wil niet in de búúrt zijn van types die rollebollend over straat gaan, die posities gebruiken voor eigen gewin. Dat ga ik nooit helemaal voor elkaar krijgen. Zeker ook in bedrijven speelt het verschijnsel. De ellende is wel dat ik politiek nog steeds beoordeel op hun invloed op het samenleven. Dat eist integriteit en idealisme.

Ook als dat wel het geval zou zijn, blijft het lastig. Er is geen enkele partij waarvan ik denk: 'Dát is 'm. Die denkt en doet als ik.". Die bestaat niet en dat verwacht ik ook niet. Ik wil wel vertróuwen hebben in personen, hun mening en hun standvastigheid.

Het zal je dus vast niet verbazen dat ik problemen heb met alle partijen. De rechtse passen me in elk geval niet; vooral vanwege hun mens- en maatschappijvisie. De centrum-linkse niet vanwege hun onbetrouwbaarheid op het punt van (verkiezings)beloften. Confessionele partijen acht ik nog steeds een soort van artefact: in een mens- en maatschappijvisie speelt geloof uiteraard een rol, maar niet andersom. Maar goed, als anderen daar wel een gidsrol in zien...

Mezelf aan een partij verbinden, zie ik niet snel gebeuren. De wereld is zo veranderd, dat ik me ook afvraag of het nog wel past. Als we in staat zijn bij de De Bijenkorf en Maison de Bonneterie - bestaat dat soort warenhuizen nog? - net zo makkelijk te kopen als bij Zeeman en Wibra; waarom zouden we er dan van uit gaan dat we nog één partij steunen? Individualiseren is leuk en aardig, maar leidt ook tot de behoefte aan 17.000.000 politieke partijtjes.

Nu heb ik wél een idee hoe een stad als Leiden er uit zou moeten zien - fysiek, maar vooral ook sociaal en economisch. Dat kan ik proberen te realiseren door te bloggen en zo. Ik kan natuurlijk ook - al doende leert men het beroep toch - mijn voorgaande woorden verloochenen en lid worden van een politieke partij, op weg naar een inkomen en invloed.

?! ... Nâh.

...tenzij ze me vrágen.

vrijdag 31 mei 2013

Spijkers op laag water

Dat je, wachtend in een warm lentezonnetje, wat met je slimme telefoon speelt. Wat mail ophaalt. Wat twittert. Wat nieuws leest. En dan op een berichtje stuit als dit, in de De Telegraaf:
Werkloos door dom social media gebruik

LONDEN - Een op de tien jongeren grijpt naast een baan door onverstandige updates op sites als Facebook en Twitter. Steeds meer werknemers worden geselecteerd op basis van online profielen.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Britse On Device Research. Gênante foto's, ongepaste statusupdates of scherpe commentaren op sociaalnetwerksites worden door toekomstige werkgevers hard afgestraft. Vaak krijgt men na zo’n media-inspectie niet eens meer een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek.
Tweederde van de ondervraagden maakt zich geen zorgen om hun profielaccounts en gebruiken social media dan ook niet terughoudend. Ze geven meer om wat vrienden van ze denken dan potentiële werkgevers.
18.000 jongvolwassenen tussen de 16 en 34 jaar deden mee aan het onderzoek. Deelnemers kwamen uit zes verschillende landen: China, India, Nigeria, Brazilië, Engeland en de VS.
Eerder deze week waarschuwde Google-topman Eric Schmidt tieners voor "onverstandig gedrag dat je levenslang achterna kan zitten".

Het onderzoek waarnaar de krant verwijst, is dit:
http://www.slideshare.net/OnDevice/young-peoples-consumer-confidence-index-22121437

Zoals het de De Telegraaf betaamt, dekt de kop de lading niet helemaal. Uit de kop trek je de conclusie dat jongeren hun baan kwíjtraken door social media. Uit het artikel en het onderzoek maak je op dat het gaat om het niet kríjgen van banen: in China, India, Nigeria, Brazilië, Engeland en de VS.

Wat moet je er dus mee? Niets?!

Da's maar de vraag. Natuurlijk kun je - terecht - aanvoeren dat dit nu niet bepaald een representatief onderzoek is voor álle jeugd in álle landen. Eerder zijn het repressieve of conservatieve landen waar ofwel de staat ofwel mores (nog) bijzonder belangrijk worden gemaakt. China scoort hoog. India scoort vrij hoog. Brazilië daarentegen scoort laag.

Het is een 'lastig' onderzoek; de aantallen respondenten wijzigen nogal waardoor je iedere keer goed moet kijken wie nu eigenlijk welke antwoorden gaf. Maar ik neem aan dat de conclusie dat werkgevers zich tijdens de selectieprocedure ook baseren op andere bronnen dan je brief en cv, klopt.

Dat is precies waar het wringt.

De belangrijkste vraag die gesteld moet worden, is of werkgevers dat recht hébben: om hun keuze te baseren op duidelijk privé informatie. Mag, in de oude wereld, een werkgever zich baseren op dorpsroddel en stedelijke achterklap? Als je realistisch bent, dan stel je vast dat dat weinig elegant is, maar dat het wél gebeurt. Als de werkgever die informatie tenminste krijgt. Dat is wel een verschil: de informatie is makkelijk(er) beschikbaar. Daar gaat het dus principieel mis, want dat betekent dat de werkgever áctie onderneemt om die infromatie zélf te vergaren. Ze wordt hem niet aangereikt: hij doet 'antecendentenonderzoek'. Laat dat nu net iets zijn wat in de oude wereld niet zomaar gedaan wordt door jan en alleman. De nieuwe situatie maakt het allemaal een stuk ónduidelijker, mínder transparant. Homosexualiteit is bijvoorbeeld géén onderwerp voor antecedentenonderzoek. Wie zegt dat de social media antecedentenonderzoeker dat niet tóch meewoog?

In antecedentenonderzoek wordt gekeken naar de formele werkelijkheid: veroordelingen, schulden, kwetsbaarheden. In social media lijkt het vaak ook (vooral?) te gaan om de informele werkelijkheid: die tussen vrienden en familie. Het lijkt ook allemaal zo logisch en voorstelbaar. Een drugshulpverlener die op feesten joints rokend op z'n Facebookpagina staat. Niet handig, want z'n cliënten zien dat waarschijnlijk ook. Zoals ook 'stille alcoholisten' op het werk zijn te vinden, is de vraag - net als bij hen - vooral: wat is het effect op collega's en werk?

Dat is precies wat míj zorgen baart. De grenzen lijken te schuiven. Ik schreef het al eerder. De grens tussen werk en privé vervaagt wat. Het is echter zeer de vraag in wiens voordeel. Het gaat té ver, veel te ver, als werkgevers zich baseren op privé informatie, óók(!!) als die openbaar beschikbaar is. Een werkgever dient zich zo professioneel op te (kunnen) stellen dat die informatie geen rol speelt. Die eis mág worden gesteld, omdat ze ook aan de werknemer wordt gesteld als het gaat om het openbaren van 'bedrijfsgeheimen'. Dat wat je in het kader van het werk ter ore komt, wordt je geacht níet naar buiten te brengen. Van tweeën een.

Dat de verhoudingen schuiven werd vanochtend overigens ook op een andere manier geïllustreerd. In de De Volkskrant staat dit over Zweden:

Photo 31-05-13 17 27 39

Het is overduidelijk nog volop zoeken naar hoe ons te gedragen en beschermen in die nieuwe omgeving.

zondag 16 september 2012

Er is teveel wérkgerelateerde informatie, en dát is niet leuk.

Hier kun je werkelijk heel lang over debatteren; over de vraag of we nu wel of niet te maken hebben met een overdaad aan informatie (information overload). De redenering klinkt heel plausibel in de oren: we worden van alle kanten en op bijna ieder moment van de dag gebombardeerd met informatie. En omdat ons dat overkomt, hebben we de indruk dat we al die gebombardeerde informatie ook moeten zie te verwerken en begrijpen. Een kind snapt dat je dat niet redt.

Clay Shirky benoemde het probleem als een probleem van filter failure. Het wegvallen van poortwachters als journalisten zou leiden tot een vloedgolf aan informatie waaruit het individu dan maar zelf de interessante stukken moest zien op te vissen. Daarmee zou niet zozeer de hoeveelheid informatie alswel de manier waarop je daarmee omgaat het probleem zijn.

Hoe mensen met informatie omgaan, is een 'nogal complex' geheel. Zo ongeveer negentien jaar houd ik me ermee bezig. En als ik écht eerlijk ben: er is niet veel leukers dan dat. Dat komt door zijn enorme reikwijdte. Zowel de manier waarop jonge kinderen omgaan met 'enge films' als de manier waarop met hulp van kunstmatige intelligentie de menselijk zoekgedrag wordt nagebootst, hoort erbij. En de discussie hoe ver dat allemaal zal kunnen reiken.

Op Shirky's mening is het een en ander aan te merken, zoals dat voor iedere mening over een gecompliceerd geheel kan. Uit de Gartnerhoek komt de kritiek dat hij teveel de nadruk legt op de zend-aspect en veronachtzaamt dat wij zelf de informatie moeten ophalen. Is het vinden van de juiste bronnen niet een groter probleem? Natuurlijk liggen beide vlak bij elkaar. Shirky wijst, terecht denk ik, op het effect van het verdwijnen van onze wegwijzers, terwijl Gartner, ook terecht, er op wijst dat filters alleen werken op informatie die op je af komt. Zoveel is wel duidelijk, dat we het met één generieke oplossing niet af kunnen. Maar je bent ook niet zo'n eenvoudig mechanisme dat je eendimensionaal benaderd kunt worden.

Via het niet genoeg te prijzen Zite kwam ik op het spoor van dit artikeltje in Social Media Today: Study Explodes the Myth of Internet-Based Information Overload. de uitkomst van het daar beschreven onderzoek is dat de gemiddelde Amerikaan niet zo heel veel problemen heeft met de verwerking van informatie. Sleutel, een deel daarvan, is de mate waarin men is geïnteresseerd in een onderwerp. Dat klinkt heel logisch.

Als ik de laatste alinea niet had gezien, was deze blogpost er niet gekomen. Maar het is een stukje tekst waarmee ik je ga achterlaten. Je mag voor jezelf uitknobbelen wat je ervan vindt, maar ik vind 'm in het licht van het artikel heel veel informatie bevatten:
Incidentally, if you’re shaking your head at the idea that information overload is an overblown issue because of the amount of information you deal with at work, that’s another story! There’s ample data to support employee claims of being buried in information; the email inbox alone is enough to drive some people over the edge. (...)

dinsdag 17 juli 2012


Ken je het Panopticum? Een uitvinding uit de late 18de eeuw, van een zekere Jeremy Bentham. Hij ontwikkelde een principe wat op tal van terreinen is toe te passen: het alziende, het panoptische. De essentie is vrij eenvoudig: het te controleren object wéét dat het bekeken kán worden en zal daardoor zelfcorrigerend zijn. Het bekendste voorbeeld van het principemis de koepelgevangenis. De gevangen weten niet of en door hoeveel bewakers zij vanuit de centrale toren worden bewaakt.
20120714-192219.jpg
Het principe van een panopticum is op meer plekken toepasbaar, vond Bentham. Hij zag ook wel toepassingen in fabrieken, scholen en psychiatrische instellingen. Voor hem zijn dat plekken waar objecten, mensen, geïsoleerd van elkaar moeten zijn. Scholieren kunnen dan niet spieken. De concentratie van arbeiders neemt toe als ze elkaar niet afleiden. En psychiatrisch patiënten zouden elkaar niet kunnen aansteken als ze volledig geïsoleerd kunnen worden. Overigens is het maar de vraag of Bentham werkelijk solitaire opsluiting voor ogen had. Het systeem werkt immers zolang de bekekene geen zekerheid heeft óf hij wordt bekeken. Dat kan ook met groepen.
Het aardige aan Bentham's idee is dat het erop lijkt dat we met z'n allen in één groot panopticum zijn terecht gekomen. En daar gedragen we ons naar.
Het eerste wat de meeste mensen dan te binnen schiet, zijn al die camera's die ons bespieden. Staan ze aan? Wie ziet die beelden? Zíet iemand de beelden? Dat is inderdaad panoptisch.
Maar het kan allemaal nog veel subtieler. Wat te denken van de schoolbel? Ook daar is de band tussen degene die het signaal geeft en de degene die iets moet doen, op grotere afstand gekomen. Hoe dat principe van afstand en panopticum werkt, kun je iedere dag zien op lege kruispunten met rode stoplichten en spoorwegovergangen waarvoor (te) lang moet worden gewacht. Hoe vaak, vooral bij die kruispunten, negeren we dan uiteindelijk toch het rode licht? In de fase ervoor heerst echter het panopticum: de angst dat een gezagsdrager de overtreding zal zien.
En de subtiliteit neemt toe, hoor. Sterker, we beginnen steeds meer 'normaal' te vinden. We zullen het niet hebben over het 'surveillance-gedrag' van de Google's en Facebook-en van deze wereld. Dat zou, hoe terecht ook, te makkelijk zijn.
Maar wat te denken van bijvoorbeeld de burgers die via anonieme meldpunten andere burgers kunnen doorgeven aan autoriteiten. Een perfect panoptische situatie die ook nog eens onzichtbaar is gemaakt. En dan hebben we het níet over de Stasi, maar over Nederland in 2012.
Ook vakantiedagen kunnen panoptische trekjes hebben. Heb je je weleens gerealiseerd dat veel uitkeringsgerechtigden veel alleen thuis zijn vanwege gebrek aan mogelijkheden? En als je weet dat een ww-er per jaar maximaal twintig vakantiedagen mág aanvragen, dan ontstaat het beeld van mensen die vanwege regelgeving gedwongen thuis zitten, of minstens een heel beperkte leefwereld hebben.
En denk niet dat werkenden het beter hebben. Het feit dat je je werk mee naar huis neemt, letterlijk in computers of figuurlijk in gedachten, betekent ook niets anders dan dat je je daartoe gedwongen voelt. Ook als je nu tegen jezelf zegt dat je het doet omdat jij die ene Nederland bent die het echt 100% voor z'n eigen lol doet. Het is jouw gevoel dat zegt dat het móet.
Dat panoptisch karakter van onze samenleving, ook wel de surveillance-maatschappij genoemd, kún je bagatelliseren. Maar daarmee heb je de toenemende effecten van over-stressing niet weggepoetst. Want dát doet het panopticum met het individu: onzekerheid en stress veroorzaken.
Maar daarvan heb jij vast geen last... toch?

donderdag 5 juli 2012

Alsof het leven een wedstrijd is


Mensen moeten iets te doen hebben. Dat is net anders dan dat je ze moet uitdagen. Er zijn mensen die het helemaal niet erg vinden om monotoon werk te doen. Net zo goed dat er mensen zijn die het wél leuk vinden in een torenflat zónder tuin te wonen. We zijn allemaal anders.
Maar waarover je je zorgen zou moeten maken, is de hiërarchie die we aanbrachten. Alsof een baan achter een bureau een hogere waardering mag krijgen dan de in weer en wind plantsoenen schoffelende gemeenteambtenaar. Alsof iemand in de sociale werkvoorziening minder waard is dan een zelfstandige. Waarom zou een gegeven gave als een goede zangstem meer waardering moeten oogsten dan een gemiddelde?
Hét antwoord is dat die mensen er hard voor hebben gewerkt, veel voor over hebben gehad en daardoor hoger zijn geëindigd.
Da's flauwekul.
Die bewering kun je alleen maar handhaven als relatieve positie. We zijn in de afgelopen eeuwen toch echt wel tot de slotsom gekomen dat we niet allemaal gelijke kansen hebben: in startpositie en in capaciteiten. Maar we doen als het gaat om waardering en beloning alsof het absoluut is.
En, nog dommer, we hebben blijkbaar het beeld dat unieke capaciteiten meer wáárd zijn. Dat de voetballer die van nature iets beter kan dan alle anderen daardoor meer waard is. Dat de bésten de uitschieters zijn, de top. Da's in een wedstrijd zo. Maar in een samenleving kun je voor hetzelfde geld kijken naar de bijdrage aan het collectief.
De waardering zou moeten gaan om de inspanning die je leverde in relatie tot je capaciteiten. Een atleet een slootje zien overspringen vond ik een stuk minder indrukwekkend dan een omaatje van 76 dat zien doen (bij wijze van beeld, ja).
Veel woorden moet ik er vandaag maar niet meer aan vuil maken. Maar ik moest hieraan denken toen ik vandaag langs een vuilniswagen fietste en een automobilist hoorde roepen "had toch een vak geleerd" omdat hij achter de vuilniswagen moest blijven wachten. Hij zal haast hebben gehad en meer kwaad op zichzelf en de situatie zijn geweest.
'De duivel schijt op de grootste hoop' is een gezegde uit mijn jeugd. Ofwel: degene die het goed gaat, krijgt nog meer daarvan dan een ander zonder het direct nodig te hebben; bijna automatisch.
En dat automatisme is iets om af en toe eens bij stil te staan. Want waarom zou je ínspanning, in relatie tot aangeboren talenten, niet belonen? Dan zou dat wat de spreekwoordelijke schoffelaars of de medewerkers in een sociale werkplaats doen weleens een grotere prestatie kunnen zijn dan dat wat legio witteboorden dag in dag uit doen.
Of vind je dat je bezig bent met een wedstrijd? Een eerlijke?!