Posts tonen met het label onrecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onrecht. Alle posts tonen

vrijdag 6 juni 2014

De aapmens

Een makkie. Een paar citaten uit de VPROgids die een interview plaatste met Frans de Waal, apenkenner. Als je het dán nog niet begrijpt of wilt begrijpen, wordt het lastig. En zeg niet dat het 'maar apen zijn'. De nuanceringen over het verschil mens - aap zijn ook benoemd.

http://www.youtube.com/watch?v=XCTk4IMoSlU&feature=youtube_gdata_player

De essentie?! Luie aap! Goed dan, in mijn woorden. Apen, en mensen, kiezen voor een sociale, rechtvaardige beloning voor gelijke inspanning. De reden is afkeer van ongelijkheid. Ongelijke beloning wordt best wel geaccepteerd, mits het niet té eenzijdig naar één kant is en als het gaat om ongevraagde giften.

Koppels (kapucijnaapjes, JvdS) bij wie we de beloning afwisselden waren veel langer bereid samen te werken dan koppels waarin telkens dezelfde aap de beste beloning kreeg.


Sociale ontwrichting is ook voor apen een gevaar, en de reden waarom zelfs de machtigste alfaman chimpansee nooit al het eten voor zichzelf houdt. Er is altijd kans op een massale reactie.


Let wel: het gaat hier over belóning, niet over bezit. De huidige discussie in mensenland gaat over beide: de grote vermogensverschillen tussen arm en rijk én de exorbitant hoge inkomens van sommigen.

Wat mij betreft het bedreigendste citaat is dit hieronder. Vooral omdat het griezelig goed past in een tendens waarin directe relaties worden vervangen door indirecte. Of dat nu goed of slecht is, of meer dan wel minder gaat worden; dit verklaart het. Niet om vrólijk van te worden als je het tot je laat doordringen.

Mensen vermijden ongelijkheid om dezelfde reden als apen, omwille van de samenwerking. Maar dat geldt voor persoonlijke relaties. Mensen die anoniem zijn gedragen zich anders. Dat verklaart waarom er tegenwoordig meer ongelijkheid is dan in de samenlevingen van onze voorouders.


Een romantisch terugblikken op 'de tijd toen geluk nog heel gewoon was'? Da's te eenvoudige repliek en feitelijk domweg de ogen sluitend. Alsof alleen 'vooruit, vooruit' in de innovatie-wedloop een goede keuze is.

We leerden allemaal dat de Romeinse heersers gebruik maakten van 'brood en spelen'. Welnu, Marieke Drost vat het in de VPROgids prima samen:

(...) onze intuïtieve afkeer van ongelijkheid wordt gedempt door door onze toegenomen welvaart en autonomie. Dat zou verklaren waarom onze verontwaardiging beperkt tot mopperen tegen de tv, en zelden tot opstand leidt. We zijn geen apen.

donderdag 8 augustus 2013

Snappu?!

Het werkt echt. Als je iets uitlegt, komt een boodschap beter binnen. Het vreemde is dat we dat allemaal weten, want op school werkte dat al zo. Dat wat je begreep (en leuk vond) onthield je beter dan kennis waar jij niets mee had.

Waarom leggen we dan niet alles uit?

Mij verbaast het nog steeds: het afdwingen van gelijk omdat 'de regels zo zijn'. Blijkbaar hebben we een zo complex geheel gemaakt dat ook de uitvoerders de ratio niet meer kennen. En dan val je, logischerwijs, terug op de regels zelf. Met als gevolg dat op den duur niemand meer echt weet waarom het is zoals het is.

Leg me maar eens uit waarom de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, voor auto's, 50 km/u is. Dat geldt net zo goed voor regels die te maken hebben met vestigingseisen, met afspraken om een paspoort te verlengen, met aanbieden van vuilnis langs de straatkant of met toelating tot Nederland. Talloos vaak gebeurt het; dat je eigenlijk niet goed begrijpt waarom het is of gaat zoals het is of gaat.

Uitleggen werkt. Verschillende gemeenten casu quo ambtenaren hebben al 'ontdekt' wat ze dus vanuit hun schooltijd al lang wisten. Groningen meldt dat zo'n aanpak tot 38% intrekking van bezwaarschriften leidde.

Let wel. Het gaat hier dus niet om informatieverstrekking over je rechten of iets dergelijks. Het gaat om informatie over jóuw situatie op dát moment. Dat is dan ook de makke bij al die partijen die menen dat publieksvriendelijke informatieverstrekking voldoende is. Algemene informatie in begrijpelijk Nederlands voegt net zo weinig toe als algemene informatie in ónbegrijpelijk Nederlands.

Waar ze dat goed hebben doorgehad, is in de wereld van de verkeersregeling.

Bijna iedere stad heeft ze inmiddels wel: van die verkeerslichten die aangeven hoe lang het nog gaat duren voordat je groen licht krijgt. Ze schijnen zebraklokken te heten. In het ene geval tellen de cijfers de seconden af. In andere gevallen loopt een lichtring leeg. In alle gevallen is het de bedoeling dat de wachtende wéét waarop-i wacht.

200px-Fietsverkeerslicht_Amsterdam

In Leiden hebben we die dingen ook. Of wij ze echt goed hebben ingesteld, weet ik zo net nog niet. Vlakbij het oude belastingkantoor stond ik afgelopen lente te wachten voor zo'n verkeerslicht. Maar daar deed zich het idiote verschijnsel voor dat de lichtring een keer of drie weer helemaal opnieuw begon, als-t-i bijna leeg was.

Kijk, dan sta je als fietser te kijken hoe autoverkeer keer op keer voorrang krijgt. En jij mag blijven wachten. Een soort tweederangsburger- of -verkeersdeelnemergevoel.

Begrip kan ook tot geheel nieuwe inzichten leiden.

images

donderdag 18 juli 2013

Doorbroken vakantiestilte

Op het moment dat wij aan het eind van de middag op 13 juli de snelweg afreden en de laatste kilometers over een Route Nationale begonnen af te leggen naar de camping annex vakantiebestemming, verscheen dit bericht:
Mijn lieve zwangere vrouw is deze week in het ziekenhuis opgenomen met een hersenbloeding. Het is alsof ik in een nachtmerrie leef...

Van wie het precies is, maakt niet uit. Wel dat het jonge mensen zijn die het overkomt. Degene die dit tweette, ken ik. Voor mij hoort hij bij de groep mensen op Twitter die me na aan het hart liggen. Vraag me niet waarom precies. Zelf denk ik omdat het ook op Twitter échte mensen zijn en niet van die onechte pr- of marketing-accounts. Of die band wederzijds is, weet ik niet eens.

Anderhalve dag na aankomst kocht ik op de camping wifi voor een week. Ergens in de loop van de daarop volgende anderhalve dag word je dan duidelijk dat er iets goed mis is daar. Maar wat? Heel dom van mezelf vind ik nog steeds dat ik niet direct ben gaan zoeken. Op een of andere manier drong de ernst niet voor honderd procent door. Da's wel een risico van Twitter: dat je iedere keer aansluit in een tijdlijn en daardoor zaken mist waarvan je wel de nasleep, gevolgen, discussie ziet. Maar wat was de aanleiding?

Pas vanochtend ben ik op zoek gegaan naar die naad van de kous. Ik schrok me kapot, toen ik het bericht zag. Een hersenbloeding. Voorzover mijn medische kennis reikt, kún je daar goed uit tevoorschijn komen. Zeker jonge mensen, is mijn beeld, maken een kans de berichte kritische dagen goed door te komen. En tegelijk is dat onzin, want de grootte en plaats van de bloeding zijn bepalender. Daar weet je nog niets van. Realistischer is het verschrikkelijk onzeker makend 'dubbeltje op zijn kant'.

Daar zit je dan. Op een camping in Pénestin, Frankrijk, in de schaduw van een boom. Het is alsof het scherm van de iPad een opening is naar een andere wereld. Het heeft iets volslagen onwerkelijks. Dat realiseer je je rationeel-afstandelijk ook wel. Dat levens doorgaan. Mijn zus wier borstkanker ook nú wordt bestreden met chemotherapie. Dat precies op dit moment kinderen sterven en worden geboren. Mensen slecht en goed nieuws krijgen. Heel veel mensen op dit moment hun teen stoten, pijn lijden bij de tandarts of bij de supermarkt aarzelen over hun aankoop. Dat op dit moment ook verschrikkelijk veel mensen lijden onder oorlogsgeweld, of honger. Dat anderen uitbundig vakantie vieren.

En toch vernauwt dat allemaal tot één verhaal. Want dat verhaal is relevant. Dat is iemand die ik kén. Al die anderen zijn anoniem.

Boven mijn hoofd doorkruist een gele, gemotoriseerde deltavlieger de blauwe lucht. Alsof er niets aan de hand is.

Ik denk. Ik zal de komende dagen vaker denken. Op afstand meeleven. Zonder dat iemand weet dat je dat doet. Want hoe kún je weten wie allemaal met je meeleven?

donderdag 5 juli 2012

Alsof het leven een wedstrijd is


Mensen moeten iets te doen hebben. Dat is net anders dan dat je ze moet uitdagen. Er zijn mensen die het helemaal niet erg vinden om monotoon werk te doen. Net zo goed dat er mensen zijn die het wél leuk vinden in een torenflat zónder tuin te wonen. We zijn allemaal anders.
Maar waarover je je zorgen zou moeten maken, is de hiërarchie die we aanbrachten. Alsof een baan achter een bureau een hogere waardering mag krijgen dan de in weer en wind plantsoenen schoffelende gemeenteambtenaar. Alsof iemand in de sociale werkvoorziening minder waard is dan een zelfstandige. Waarom zou een gegeven gave als een goede zangstem meer waardering moeten oogsten dan een gemiddelde?
Hét antwoord is dat die mensen er hard voor hebben gewerkt, veel voor over hebben gehad en daardoor hoger zijn geëindigd.
Da's flauwekul.
Die bewering kun je alleen maar handhaven als relatieve positie. We zijn in de afgelopen eeuwen toch echt wel tot de slotsom gekomen dat we niet allemaal gelijke kansen hebben: in startpositie en in capaciteiten. Maar we doen als het gaat om waardering en beloning alsof het absoluut is.
En, nog dommer, we hebben blijkbaar het beeld dat unieke capaciteiten meer wáárd zijn. Dat de voetballer die van nature iets beter kan dan alle anderen daardoor meer waard is. Dat de bésten de uitschieters zijn, de top. Da's in een wedstrijd zo. Maar in een samenleving kun je voor hetzelfde geld kijken naar de bijdrage aan het collectief.
De waardering zou moeten gaan om de inspanning die je leverde in relatie tot je capaciteiten. Een atleet een slootje zien overspringen vond ik een stuk minder indrukwekkend dan een omaatje van 76 dat zien doen (bij wijze van beeld, ja).
Veel woorden moet ik er vandaag maar niet meer aan vuil maken. Maar ik moest hieraan denken toen ik vandaag langs een vuilniswagen fietste en een automobilist hoorde roepen "had toch een vak geleerd" omdat hij achter de vuilniswagen moest blijven wachten. Hij zal haast hebben gehad en meer kwaad op zichzelf en de situatie zijn geweest.
'De duivel schijt op de grootste hoop' is een gezegde uit mijn jeugd. Ofwel: degene die het goed gaat, krijgt nog meer daarvan dan een ander zonder het direct nodig te hebben; bijna automatisch.
En dat automatisme is iets om af en toe eens bij stil te staan. Want waarom zou je ínspanning, in relatie tot aangeboren talenten, niet belonen? Dan zou dat wat de spreekwoordelijke schoffelaars of de medewerkers in een sociale werkplaats doen weleens een grotere prestatie kunnen zijn dan dat wat legio witteboorden dag in dag uit doen.
Of vind je dat je bezig bent met een wedstrijd? Een eerlijke?!