maandag 15 september 2014
Ik, het molecuul
Gisteren ben ik vrijwillig en volkomen bij zinnen pion geweest. Pión! Iemand anders bepaalde mijn handelen. Niet nadenken, maar doen wat wordt gevraagd. Nee, geen oefening van militaire reservisten - ik ben zelfs helemaal nooit in dienst geweest.
Tweeëntwintig onbekenden van elkaar hebben zich laten gebruiken voor de ontwikkeling van een locatietheatervoorstelling die volgend jaar moet worden gespeeld. De kans is groot dat daarvoor veel meer spelers nodig zijn. Maar hoeveel? En hoe zet je ze neer? Hoe ziet het 'toneelbeeld' er uit 'in het echt'? Daarvoor waren wij, de pionnen, nodig. En dus draafden we door een bosschage om weer op tijd op onze opkomstplaatsen te komen, deden we oefeningen, stonden op grotere en kortere afstand van elkaar, liepen (bedacht) willekeurig door elkaar zoals moleculen dat doen.
http://www.youtube.com/watch?v=xuWkqdb6zro&feature=player_detailpage
Daar ben je dan een middag zoet mee. Met het uitproberen van twee scenes, op een landgoed aan de andere kant van het land en op een prachtige zondagmiddag. Als je het zo leest, bekruipt je de vraag wat iemand bezielt om dit te gaan doen.
Mijn antwoord is simpel: nieuwsgierigheid. Ik heb ervaring met theater, maar dan in de techniek en nadat de voorstelling helemaal is uitontwikkeld. Scheppend heb ik die ervaring niet. Aangezien dát iets is wat me al jaren fascineert, leek het me wel wat mee te werken. Het is dezelfde vraag als die ik (componerende) muzikanten wel 's stel: hoe maak je muziek? Hoe ontstaat een lied? Wat 'zie' je, een compleet geheel of groeit het gaandeweg? Precies dezelfde vragen kun je stellen aan schillders; en aan theatermakers, zeker zij die niet een bestaand verhaal volgen.
Ik heb het niet ontdekt. Ook gisteren niet. Maar wel andere dingen.
Eén van die dingen is dat het lastig is 'toeval en chaos' te imiteren. Ook mensen gedragen zich steeds minder chaotisch als de druk wordt opgevoerd. Lullig, maar op een bepaalde manier rijzen we niet boven het niveau van een hersenloos molecuul uit. Ga maar 's chaotisch door elkaar lopen. Gisteren hoorde daar ook een oefening bij in het chaotisch lopen. Frappant was dat hoe kleiner de oppervlakte hoe geordender de groep bewoog. Niet bepaald een gevolg van een natuurwet van aantrekking en afstoting, maar wel sociale conventies dat we elkaar niet te dicht willen naderen of raken.
Die oefeningen zijn, eerlijk gezegd, ook een reden geweest om mee te doen. Of ik ooit toneel ga spelen, weet ik zo zeker nog niet (alhoewel deze voorstelling geen tekst heeft en de spelers vermomd/gekostumeerd zijn). Maar iets anders heb ik wel bevestigd gezien: theatermaken laat je even uit de dagelijkse sleur stappen, uit je rituelen, uit je identiteit. Dat opent tal van perspectieven waarmee ik, samen met enkele anderen in Leiden, ongetwijfeld iets ga doen (even cryptisch, want we willen niet álles weggeven). Elkaar lichtjes aanraken, elkaar volgen... je overwint een drempeltje.
Dat wordt geen sinecure. Om te komen waar we willen, zal het nodig zijn om beleidsmakers te overtuigen. Maar óók theatermensen. Waar de een waarschijnlijk last zal hebben zich voor te stellen wat we voorstaan, zal de ander zich verzetten tegen devaluatie van hun professie en vakmanschap. Beide hebben gelijk.... áls de balans te ver doorslaat. De uitdaging zal zijn de balans te handhaven en daardoor nieuwe kansen te creëren. Ik ga in elk geval een theatermaker uitdagen zélf uit z'n comfort zone te stappen.
In oktober komt er een weekeinde waarin weer wordt geprobeerd. Als het even kan, doe ik mee. Het is een weekeinde en dus eigen tijd. Blijft wel de drempel dat de reis naar de andere kant van Nederland, en weer terug, begrotelijk is. Maar daarvoor hebben we al decennia het carpoolen. Hopelijk kom ik weer een millimetertje dichterbij het antwoord op de vraag hoe je creëert.
donderdag 19 juni 2014
Nieuwe concurrenten
De bloemetjes voor je voeten maken minder kans te worden gezien dan de verder weg liggende. Dat dat niet alleen bloemetjes geldt, bewezen de hondenpoep onder je schoenzool, de plassen water waarin je stapte en de weinig opstekende stoeptegel die je liet struikelen wel.
Perspectief is bepalend. Uit de innovatieleer weten we, bijvoorbeeld, dat verandering haast niet tot stand komt vanuit het centrum van de status quo. Die heeft teveel constraints, belemmerende factoren: 'zo doen we het al járen', 'is bewezen dat het meer oplevert?'. Verandering moet van buiten komen. De vraag 'wat wil de klant?' speelt daarin een cruciale rol. Voor de status quo is het de vraag aan de per definitie conservatíeve klant. Voor de vernieuwer de vraag aan de toekómstige, gewenste klant.
Als je je niet kunt losmaken van alledag, zul je niet in staat zijn verandering waar te nemen. Alledag levert je de beslommeringen, de waan, maar vooral ook het perspectief. Vaak zal verandering bedreigend overkomen op de status quo. 'Iets ánders doen?! Deden we het dus niet goed?!' Pikant, alsof die hele grote omgeving niet autonoom kan veranderen.
Dat het lastig is verandering en zijn gevolgen te herkennen, realiseerde ik me de afgelopen weken.
Steeds meer aandacht gaat uit naar het verdringen van betaalde werknemers door onbetaalde, of dat nu stagiaires of vrijwilligers zijn. Da's een heel terechte zorg. Maar wat géén aandacht krijgt, is de verdringing van vrijwilligers door vrijwilligers.
Vrijwilligers verdrongen door vrijwilligers?!
Jazeker.
Het vrijwilligerswerk dat ik doe, bestaat al een poos (en is nimmer gedaan door betaalde werknemers). Het is werk dat vanouds meer door ouderen dan jongeren wordt gedaan. Wat dat betreft, is het ook een reality check. De groep mensen die dit vrijwillig doet, is door de bank genomen ouder, man en blank. Allemaal, óók de donkerder en jongere vrijwilligers, kozen er zelf voor en doen het serieus en met plezier.
Dan, op een dag, staat er een jongeman. Hij is gestuurd. Inderdaad, gestuurd de Sociale Dienst van onze gemeente. Iedere jongere wordt geacht een tegenprestatie te leveren in ruil voor een bijstandsuitkering (contra-prestatie associeert vast teveel met de gestopte kunstenaarsregeling BKR). En dus staat-i daar.
Het gaat nu niet om de vraag of je dit kunt verplichten, wat wel en wat geschikt is, of dit 'dwangarbeid' is of niet, of of dit werkelijk zoden aan de dijk zet. Het gaat om het effect.
Deze vrijwilliger verandert de instroom en verdringt daardoor de 'klassieke vrijwilliger'.
In feite is het niet zo moeilijk te zien. De klassieke vrijwilliger is de degene die een deel van zijn of haar tijd wil besteden ten behoeve van anderen. Dat kan variëren van een 2-3 uur per week tot zo'n 12 uur per week. Inderdaad, ook uitschieters naar boven bestaan. Voor het beeld: kleine banen en motivatie die bestaat uit tijdbesteding en altruïsme.
Door de Sociale Dienst op dit spoor gezette mensen verschillen daar heel erg van. Ze zijn jonger, ze 'moeten' voltijds vrijwilligerswerk doen, ze doen het niet voor zichzelf maar als contraprestatie. Kortom, een heel ander type.
Over wat er dan ontstaat, hoor je niemand. Steeds meer zullen dergelijke 'nieuwe vrijwilligers' de klassieke verdringen (alleen al omdat zij meer uren moeten maken). Daarmee is het zoveelste domino-effect gestart, waardoor de mogelijkheden tot zinvolle tijdsbesteding worden beperkt voor ouderen. Zelfs dat wordt afgegrendeld.
Echt, Castells krijgt gelijk met z'n verdringing en het ontstaan van een nutteloze, irrelevante klasse(1), zij het dat hier polítici de kwade genius blijken te zijn.
(1)
In this system, rather than exploitation in the traditional sense, the key issue for labor is the differentiation between three categories: those who are the source of innovation and valuation; those who are mere executants of instructions; and whose who are structurally irrelevant, either as workers (not enough education,
living in areas without the proper infrastructure and institutional environment for global production) and as consumers (too poor to be part of the market).
maandag 26 mei 2014
De Verenigde Staten over big data en zijn gevolgen
Hmmm. Eigenlijk wilde ik deze blogpost besteden aan een in mijn ogen vreemd verschijnsel. Dat je in een wereld die aan verandering onderhevig is, toch nog steeds - en vaker? - tegen komt dat bedrijven op zoek zijn naar 'ervaren medewerkers'. Uiteraard zou ik het dan niet hebben over medewerkers in bestaande beroepen. Nee, je ziet het ook in de nieuwe functies. Vandaag nog een 'mooie': Top 7 Reasons Your Business Needs an Experienced Social Media Manager. Een nogal rommelig stuk - in het begin wordt gesproken over "tien redenen" - maar vooral een waarvan de kop de lading weer 's half dekt.
Je hebt geen ervaren social media manager nodig. Sterker, ik zou zeggen: die wíl je niet eens, omdat ervaring bijna altijd tunnelvisie betekent. Wat ik wél zie, is dat je mensen zoekt die verstand hebben van 'het sociale gedrag van mensen onderling'. Maar juist als het gaat om social media lijkt me juist een onderzoekende, experimenterende geest van het allergrootste belang. Al dat statistisch-berekende slaat juist dood waardoor sommige zo goed zijn in en met social media: vingertoppengevoel, intuïtie, weten wat mensen beweegt. Dat het zo werkt, bewijst, wat mij betreft, het staatje wat bij het artikeltje staat. Ik zie het nog steeds. Ook mijn laatste werkgever snapt het nog steeds niet: een gesprek voeren vereist de individuele klant kennen en spreken, niet de norm-klant, de niet-bestaande benchmark.
Maar toen zag ik dit: Inclusion in the information age redux: the new "digital divide"?.
Het gaat over een rapportage aan de regering van de Verenigde Staten over big data (Big Data: Seizing Opportunities, Preserving Values). Niet dat ik het heb gelezen. Twee citaten boeiden me, omdat ze - een 'foute' reden - mijn visie ondersteunen.
Just as neighborhoods can serve as a proxy for racial or ethnic identity, there are new worries that big data technologies could be used to "digitally redline" unwanted groups, either as customers, employees, tenants, or recipients of credit. A significant finding of this report is that big data could enable new forms of discrimination and predatory practices.
Het zijn de ongezochte, maar wél optredende, effecten die aandacht behoeven. Technologie, in dit geval big data, kán (en zál) discriminerend uitwerken. In deze tijden van verwondering wat allemaal wel niet kan, van ongebreideld optimisme dat technologische oplossingen beschikbaar komen voor alle problemen, is een forse injectie technoscepsis dringend nodig. Twee benen op de grond en af en toe de lucht in achter de dromen aan, is een betere optie dan uitsluitend hoog in de lucht zijn.
Nu schreef ik al eerder dat het eigenlijk om meningen, argumenten en/of feiten moet gaan, maar dat status feitelijk bepalender is. En dan zijn geluiden als deze en de mijne sterk in het nadeel. We zijn als motten door de vlam gebiologeerd door de positieve effecten. Die zíjn er ook. Maar de techno-profeten vergeten bijna systematisch de negatieve (alhoewel dat enigszins lijkt bij te draaien).
Het Witte Huis maakte een blogpost over de situatie. Daaruit:
The big data revolution presents incredible opportunities in virtually every sector of the economy and every corner of society.
Big data is saving lives. (...)
Big data is making the economy work better. (...)
Big data is making government work better and saving taxpayer dollars. (...)
But big data raises serious questions, too, about how we protect our privacy and other values in a world where data collection is increasingly ubiquitous and where analysis is conducted at speeds approaching real time. (...)
Big data raises other concerns, as well. One significant finding of our review was the potential for big data analytics to lead to discriminatory outcomes and to circumvent longstanding civil rights protections in housing, employment, credit, and the consumer marketplace.
Ik weet 't. Ik heb het er vaker over. Maar er is een aspect aan technologische ontwikkeling waarvan ik denk dat het haast niet vaak genoeg kan worden benadrukt: de onbedoelde gevolgen. Niet alleen omdát ze er zijn - en vaak beschreven - maar ook omdat juist daarin de grote veranderingen, kansen én bedreigingen huizen.
Ergens in de onbedoelde effecten zit zonder twijfel die ene ontregelende (disruptive) die de werkelijke technologische ommekeer, revolutie zal markeren. En misschien horen de twee artikelen tóch in één post; hebben we behoefte aan alerte geesten mét experimenteerdrang.
donderdag 5 juli 2012
Alsof het leven een wedstrijd is
En, nog dommer, we hebben blijkbaar het beeld dat unieke capaciteiten meer wáárd zijn. Dat de voetballer die van nature iets beter kan dan alle anderen daardoor meer waard is. Dat de bésten de uitschieters zijn, de top. Da's in een wedstrijd zo. Maar in een samenleving kun je voor hetzelfde geld kijken naar de bijdrage aan het collectief.