Posts tonen met het label Tweedeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tweedeling. Alle posts tonen

maandag 26 mei 2014

De Verenigde Staten over big data en zijn gevolgen

Hmmm. Eigenlijk wilde ik deze blogpost besteden aan een in mijn ogen vreemd verschijnsel. Dat je in een wereld die aan verandering onderhevig is, toch nog steeds - en vaker? - tegen komt dat bedrijven op zoek zijn naar 'ervaren medewerkers'. Uiteraard zou ik het dan niet hebben over medewerkers in bestaande beroepen. Nee, je ziet het ook in de nieuwe functies. Vandaag nog een 'mooie': Top 7 Reasons Your Business Needs an Experienced Social Media Manager.  Een nogal rommelig stuk - in het begin wordt gesproken over "tien redenen" - maar vooral een waarvan de kop de lading weer 's half dekt. 

Je hebt geen ervaren social media manager nodig. Sterker, ik zou zeggen: die wíl je niet eens, omdat ervaring bijna altijd tunnelvisie betekent. Wat ik wél zie, is dat je mensen zoekt die verstand hebben van 'het sociale gedrag van mensen onderling'. Maar juist als het gaat om social media lijkt me juist een onderzoekende, experimenterende geest van het allergrootste belang. Al dat statistisch-berekende slaat juist dood waardoor sommige zo goed zijn in en met social media: vingertoppengevoel, intuïtie, weten wat mensen beweegt. Dat het zo werkt, bewijst, wat mij betreft, het staatje wat bij het artikeltje staat. Ik zie het nog steeds. Ook mijn laatste werkgever snapt het nog steeds niet: een gesprek voeren vereist de individuele klant kennen en spreken, niet de norm-klant, de niet-bestaande benchmark.

Maar toen zag ik dit: Inclusion in the information age redux: the new "digital divide"?.

Het gaat over een rapportage aan de regering van de Verenigde Staten over big data (Big Data: Seizing Opportunities, Preserving Values). Niet dat ik het heb gelezen. Twee citaten boeiden me, omdat ze - een 'foute' reden - mijn visie ondersteunen.

Just as neighborhoods can serve as a proxy for racial or ethnic identity, there are new worries that big data technologies could be used to "digitally redline" unwanted groups, either as customers, employees, tenants, or recipients of credit. A significant finding of this report is that big data could enable new forms of discrimination and predatory practices.

Het zijn de ongezochte, maar wél optredende, effecten die aandacht behoeven. Technologie, in dit geval big data, kán (en zál) discriminerend uitwerken. In deze tijden van  verwondering wat allemaal wel niet kan, van ongebreideld optimisme dat technologische oplossingen beschikbaar komen voor alle problemen, is een forse injectie technoscepsis dringend nodig. Twee benen op de grond en af en toe de lucht in achter de dromen aan, is een betere optie dan uitsluitend hoog in de lucht zijn.

Nu schreef ik al eerder dat het eigenlijk om meningen, argumenten en/of feiten moet gaan, maar dat status feitelijk bepalender is. En dan zijn geluiden als deze en de mijne sterk in het nadeel. We zijn als motten door de vlam gebiologeerd door de positieve effecten. Die zíjn er ook. Maar de techno-profeten vergeten bijna systematisch de negatieve (alhoewel dat enigszins lijkt bij te draaien).

Het Witte Huis maakte een blogpost over de situatie. Daaruit:

The big data revolution presents incredible opportunities in virtually every sector of the economy and every corner of society.

Big data is saving lives. (...)

Big data is making the economy work better. (...)

Big data is making government work better and saving taxpayer dollars. (...)

But big data raises serious questions, too, about how we protect our privacy and other values in a world where data collection is increasingly ubiquitous and where analysis is conducted at speeds approaching real time. (...)

Big data raises other concerns, as well. One significant finding of our review was the potential for big data analytics to lead to discriminatory outcomes and to circumvent longstanding civil rights protections in housing, employment, credit, and the consumer marketplace.

Ik weet 't. Ik heb het er vaker over. Maar er is een aspect aan technologische ontwikkeling waarvan ik denk dat het haast niet vaak genoeg kan worden benadrukt: de onbedoelde gevolgen. Niet alleen omdát ze er zijn - en vaak beschreven - maar ook omdat juist daarin de grote veranderingen, kansen én bedreigingen huizen.

Ergens in de onbedoelde effecten zit zonder twijfel die ene ontregelende (disruptive) die de werkelijke technologische ommekeer, revolutie zal markeren. En misschien horen de twee artikelen tóch in één post; hebben we behoefte aan alerte geesten mét experimenteerdrang.

vrijdag 23 mei 2014

Crypto-kapitalisme

Waar gaat dit alles toe leiden?

Het is zo'n vraag die iedereen zich weleens stelt. Het is ook een vraag waarvan je eigenlijk weet dat het antwoord op voorhand niet goed te geven is. Teveel is ongewis. Teveel factoren spelen een rol. Maar wij mensen houden blijkbaar niet van de natuurlijke houding van leven in het moment. Dieren doen dat een stuk beter. Alles wat zij doen, staat in het teken van hun (over)leven, niet meer, niet minder. Ons lukt dat niet. We kijken verder vooruit dan tot aan de volgende maaltijd.

Steeds meer ben ik ervan overtuigd geraakt dat dat een onvermijdelijke doch ook onwijze houding is. Onvermijdelijk omdat we er inmiddels als soort helemaal op zijn ingericht. Onwijs omdat het niets anders dan zorgen heeft gebracht. Het systeem waarin we onszelf hebben opgesloten, vereist invloed. Invloed op de natuur, invloed op ander leven, invloed op soortgenoten; invloed om te kunnen realiseren, kunnen sturen. Vooruitkijken betekent immers keuzes maken.

Keuzes maken, betekent (na)denken.

Een aspect daarvan is dat denken over de toekomst niet per sé gelijkluidend hoeft te zijn. Ons nadenken heeft de menselijke soort laten ontwikkelen tot een soort die vooral biologisch coherent is. Twee benen, twee armen, een hoofd en hetzelfde binnenwerk (ja, heel kinderachtig: afgezien van de sekse-verschillen). Onze soortkenmerken zijn net zo generiek als die van mieren, vogels, kwallen of bijen.

Maar wij denken en verschillen van mening. Het is nog een groot raadsel of en hoe dieren denken. In de tech-wereld is het een enorme trend geweest te denken dat we vergelijkbaar zijn met een zwerm of een korf, met een bijen- of een mierenvolk. Dat, immers, zijn collectieven die samenwerken ter meerdere eer en glorie van iets groters dan het individu: het collectief. Dat is wat waarnemen. Dat is wat we dénken waar te nemen. We hebben geen idee hoe die mier of die bij denkt. We hebben geen idee of het dictatoriaal wordt afgedwongen of dat ieder individu het belang inziet van zijn inspanning.

Links en rechts grasduinen hobbyisten in de natuur(lijke orde?!) om handvatten te vinden voor hun idee van de menselijke soort. Maar ons denken heeft ons uniek gemaakt: vernietigend vooral. Als je dat te confronterend vind: consumerend, parasiterend, gebruikend, het mag allemaal. Maar nooit anders teruggevend aan het ecosysteem dan waardeloos afval.

Wij noemen dat vooruitgang: niet tevreden zijn met wat de dag brengt, maar dat wat de dag brengt beheersen. Tot we het onvermijdelijke bord STOP! op de route vinden.

De huidige periode lijkt de karakteristieken te hebben van een revolutionaire omslag. Dat zullen overigens pas over tientallen jaren kunnen vaststellen. Maar stel dat het klopt, hoe denk jij er dan over?

Dat denken van ons, dat ontwikkelen, lijkt ten goede van de mens te zijn (afgezien van het detail dat een komende generatie de laatste zal blijken te zijn). Maar dat denken levert ook heel verschillende beelden van de mensheid en van zijn toekomst op.

Eentje die mij al jaren bezig houd, is de vraag of we nu eindelijk een ander economisch systeem tegemoet kunnen zien. Lang dacht ik van wel, maar daaraan twijfel ik nu. Ik denk dat we een volgende fase van het kapitalisme binnenstappen; een crypto-versie. Een geheime, een verhulde versie van een systeem waarin niet de groep als totaal, maar een extreem kleine subgroep wordt bediend door de rest. Als dat stadium wordt bereikt, mag het verhullende er af en hebben we hyper-kapitalisme: een dictatuur, waarin mens productiemiddel is, zoals de koe melk levert.

Dat klinkt somber. Dat ís somber. Maar al die figuren die heilig geloven in zwermdenken, zijn overtuigd van korfsamenlevingen, zouden de optelsom eens anders moeten maken.

Neem LEANstartupdenken. Ik vind het (nog steeds) heel sympathiek: niet lullen, maar doen en op basis van ervaringen bijsturen. De vraag is wélke ervaringen en vooral wélk doel. De methode is feitelijk enorm conservatief en zal met name aansluiten bij winstdenken. Dat is wat ik noem cryptokapitalisme. Ogenschijnlijk vriendelijk en sociaal is de onderstroom onaardig en vijandig. Uiteindelijk moet er succes zijn. En ook 'succes' wordt niet benoemd.

De manier van denken en werken is ten enen male ongeschikt om fundamentele koerswijzingen in de maatschappij tot te brengen. De massa zal immers nooit voor rigoreuze wijzing opteren.

Dat is meteen het gevaarlijke aan het zoeken naar analogieën in het dierenrijk. Zonder te weten hoe daar wordt gedacht, zien we de oppervlakte en interpreteren die. Op die manier zien we ook niet zo snel de zwarte kanten van onze eigen ideeën. Tot het te laat is en er weer een stap is gezet die we 'eigenlijk niet wilden, maar die autonoom ontstond'.

zaterdag 21 december 2013

Wat verwacht je van een school?

Vandaag zag ik een bericht voorbij komen wat er op neer kwam dat iemand met hoogbegaafdheid een MAVO-advies kreeg. Als gevolg van niet kunnen aarden, bleef-i daarna nog zítten ook.

Eerlijk gezegd, begin ik steeds meer de jeuk te krijgen van (sommige) ouders en hun strijd voor het beste voor hun kind. Of het beste úit hun kind.

Er verschuift de afgelopen jaren het een en ander.

School is naar mijn mening een instituut dat je voorbereidt op je maatschappelijk leven. Da's inderdaad enigszins vaag, want wat ís dat dan? Precies weet ik dat niet te definiëren. Wel weet ik dat wij altijd hebben gezocht naar scholen die zowel sociaal als belerend zijn.

Scholen waar je 'gewoon' de tafels moet leren. Waar je namen aan plaatsen moet kunnen koppelen. Waar je moet luisteren als luisteren noodzakelijk is.
Maar waar je ook als kind wordt behandeld en de ruimte hebt dat te zijn. Waar de leerstof centraal staat, maar jouw tempo en mogelijkheden ook.

Opgroeien naar volwassenheid is een proces met veel actoren. Je opleiding is een belangrijke; niet eens vanwege de hoeveelheid tijd die daar in gaat zitten, maar ook vanwege die vorming. Waren scholen alleen maar kennis-overdragende instituten dan waren er geen lessen maatschappij(leer), culturele vorming of sport nodig geweest.

Als ik dat mag zeggen - en dat doe ik bij deze - ik vind in dat praten en denken over 'scholen voor uitzonderlijke leerlingen' iets volstrekt pervers en verkeerds.

Scholen als sociale instituten horen je voor te bereiden op de werkelijkheid. Per definitie lukt dat nooit volkomen. Dé werkelijkheid is immers meerdimensionaal en het ligt er maar net aan hoe je ernaar kijkt. Onderwijs zal bijvoorbeeld altijd achterlopen op innovaties. Dat kán logischerwijs ook niet anders.

Een hoogbegaafde leerling is net als een autist of een kind met het syndroom van Down gehandicapt. Hij of zij wijkt té veel af van de modus, het meest voorkomende geval. Het is geen zaak van 'je op een gemiddelde richten'. Het is een zaak van 'hoe ver van de modus is de leerling verwijderd'? Anders gezegd? Hoe afwijkend is hij of zij.

Daarmee creëren we een verdraaid ingewikkeld probleem. Want qua kennisopname kan een leerling bijzonder goed zijn, maar sociaal kan-i tegelijkertijd volledig mislukken. De plus en de min, de ying en de yang, de hoogbegaafde en de zwakbegaafde: tegenpolen.

Spreek ik mezelf nu tegen? Voor zwakbegaafden zijn er toch aparte scholen? Logischerwijs moeten ze er dus ook zijn voor hoogebegaafden.

Inderdaad. En toch niet. Want het cruciale verschil is dat de zwakbegaafde op twee fronten is achtergesteld en de hoogbegaafde op slechts één. En dat ene, het sociale, is juist een aspect dat baat heeft bij ervaring met diversiteit, dat juist pleit voor zo lang mogelijk handhaven in het regulier onderwijs.

Juist door leerlingen om redenen van 'intelligentie' in speciale scholen onder te brengen, is een (impliciete ) bevestiging van de school als leerfabriek en de (impliciete) ontkenning van de school als sociaal speelterrein: mét z'n voor- en nadelen, z'n ongelukken, krasjes, beschadigingen en (zwaar)gewonden.

Momenteel leiden we daardoor kinderen op in omgevingen die hen speciaal maken, hetzij aan de ene, hetzij aan de andere kant. Dat levert een minderwaardigheids- of een superioriteitsgevoel op. En beide zijn maatschappelijk ongewenst.

En tóch doen we het. Tóch willen ouders het.

zaterdag 7 december 2013

Bedrijfsboycot!

Correct Nederland stond zowat op z'n kop toen de afgelopen jaren bleek dat discounters 'hun personeel slecht behandelen'. Precies datzelfde wolvengehuil liet de meute horen toen Kwantum aan hun schandpaal werd genageld. "'Rotzooi' wordt er verkocht. Het personeel uitgebuit." Je hóórde, en hoort, het dedain, niet eens verholen. Ketens als Aldi en Liddl, Kwantum en Action, Primark, Zeeman en Wibra: ze zijn er voor "een ander soort mensen".

Het klopt.

Dat van die kwaliteit maar zeer ten dele. Inmiddels is toch echt wel duidelijk dat zeker de beide grootgrutters qua kwaliteit minstens op gelijke voet staan met de veel duurdere ketens. Maar dáár betaal je dan ook indirect voor de beschikbaarheid van koffie en andere koffietafelgezelligheid. Voor de boodschappende mens daardoor een hindernisbaan.

Dat van dat uitgebuite personeel klopt ook maar ten dele. De bewering klopt, maar de komma, en alles daarna, is weggelaten. De bekende politieke truc van selectief antwoorden en beweren. Wie denkt dat de 'correcte' supermarkten hun personeel niet tot het uiterste uitknijpen, leeft in een andere wereld. De bekende blauw-witten zijn bijvoorbeeld ijzersterk in hun leeftijdsbewust beleid: tot 16 jaar kunnen we je gebruiken, maar daarna zijn er echt jongere, goedkopere scholieren. En bij die keten krijg je in ruil niet eens goedkope aankopen!

Terecht dat consumenten kritisch zijn op dergelijke misstanden. CAO's zijn er niet voor niets en rechtsbescherming van werknemers evenmin. Deze bedrijfstak - geheel toevallig - laat zien wat ook jou te wachten staat als die vermaledijde 'flexibilisering en vermindering van regeldruk' doorzetten. Eenlingen, een makkelijke prooi. De sukkels die menen dat vakbonden iets uit de oude doos zijn, gaan van een ijskoude kermis thuiskomen als ze zonder machtsmiddelen voor hun eigen belang moeten opkomen.

Wat mij ook bevreemdt, is dat we ons wel druk maken over personeel in de consumentensector. Supermarktpersoneel, produktiemedewerkers in verre buitenlanden; die moeten beschermd (en ik geloof er werkelijk níets van dat de duurdere winkels géén misbruik maken).

Als we als individuele consument kiezen, maken we ons terecht druk over deze misstanden. Als diezelfde individuen als onderdeel van een organisatie beslissen, valt dat besef ineens weg.

Bedrijven die klussen - zoals adviestrajecten - aanbesteden, kijken nóóit naar dat aspect van het betrokken bedrijf. Waar we Nederland haast opriepen tot een consumentenboycot vanwege arbeidsomstandigheden in de supermarkt, worden opdrachten kritiekloos uitgezet.

Dames en heren, u heeft bóter op het hoofd.

Waarom beoordeelt u niet ook de arbeidsomstandigheden? Net als bij de supermarkt houdt u met uw opdracht een manier van werken in stand. U bént verantwoordelijk, nog meer dan de verfoeide koppelbaas!

Zeker overheden dienen dat meewegen standaard te doen. Gaat u er van uit dat alleen lichamelijk werk uitbuiting met zich meebrengt? Denkt u dat stress niet voortkomt uit werkdruk? Hoe zou het toch komen dat bijna de hélft - 43% -, van alle werknemers het níet naar de zin heeft op het werk? In een diensteneconomie als de Nederlandse zijn dat echt niet allemaal productiemedewerkers.

Met name in deze tijden is het heel eenvoudig beoordelen. Vraag bij een aanbesteding niet alleen naar de financiële bedrijfsresultaten, maar ook naar aantallen stagiaires, aantallen ontslagaanvragen, dreiging met rechtszaken door werknemers, aantallen afvloeiingsregelingen, ziektepercentage, ondernemingsraad-advies, werknemerstevredenheidsonderzoeken. Vooral die dreiging met rechtszaken is een prima indicator voor managementkwaliteit, weet ik.

Natuurlijk gaat het management tegenspartelen en liegen om de zaak schoon te poetsen en, net als de supermarkten, eerst wijzen op non-informatie als ISO- en andere certificaten. De aantoonbaarheid van liegen kan echter wél leiden tot contractbreuk en strafmaatregelen.

(Overheden,) waarom gebeurt het stellen van deze voorwaarden nog steeds niet bij aanbestedingen?

dinsdag 5 november 2013

Microscopisch kleine baantjes

Het is een advertentietekst geweest, die aan de datumstempel te zien, ergens rond 5 november van het afgelopen jaar in de dagbladen stond.

20131105-180934.jpg

De aantekening die erbij staat, is niet meer dan de koptitel: microscopisch kleine baantjes.

Dat is precies wat bij mij werd opgeroepen. Postbezorger is een baantje dat je niet kunt zien als een volwaardige baan waarvan je kunt leven. Nee, hij wordt zo slecht betaald dat er andere banen nodig zijn om een acceptabel inkomen te krijgen.

Maar dat je dan als bedrijf ongelooflijk domme grapjes maakt óver die aanvulling, kan er bij mij niet in. Da's geen lolligheid meer. Da's zelf aantonen hoe a-sociaal je als werkgever bent: je betaalt te weinig en je waardeert je medewerkers ook nog 's als niet serieus te nemen door ze op één lijn te plaatsen met fictieve sprookjes- en vertelselbaantjes als 'schoenvuller' of 'kerstboomoptuiger'.

Maar goed, over PostNL hoef je niemand meer iets wijs te maken. De post wordt met de dag slechter en minder bezorgd. Het personeel wordt niet laag betaald, maar uitgebuit. Van de nationale trots PTT is niets, maar dan ook helemaal niets meer over.

De zalvende woorden van de dames en heren politici zijn inmiddels ranzig geworden. Nederland zou niet de weg inslaan die leidt tot verslechtering van de infrastructuur. De broekriem moest worden aangetrokken en het zou voor iedereen een stukje minder worden. Maar "na het zuur komt het zoet" zo sprak de christen-democraat Balkenende.

Als je maar lang genoeg wacht, is dat nog waar ook. Dat je daarbij wel de vraag zou moeten stellen wíe dan wel dat zoet gaan krijgen, is ook waar.

Want Nederland is definitief weg van de positie als Verstandig Land met Echt Sociale Voorzieningen. In minder dan vijf jaar hebben CDA, VVD en PvdA die onherstelbaar afgebroken. De vazallen D66, SGP en CU stonden erbij.

Het is een voldongen feit.

De afbraak is te ver om te worden gecorrigeerd. Eerlijk is eerlijk: er zitten ook goede kanten aan. Het opvallendst is echter dat de stapeling van negatieve effecten niet willekeurig is. Vooral de lage en midden-inkomens krijgen klap op klap.

Met name de structuurveranderingen zijn verontrustend. Zorg? Het is nú zo dat je die moet kunnen betalen. Dat aanvullende verzekeringen afnemen, is geen bewijs voor zakelijk handelen. Het is ook en vooral een noodzaak voor velen. In de Verenigde Staten zijn ze juist op de terugweg van die situatie omdat onverzekerdheid een gróót probleem is.

Werk? Dat gaat flexibel worden. Leuk voor mensen met vrije beroepen, die zich vroeger als free lancer verhuurden. Het is een eufemisme voor een garantie op een onzeker, stressvol, ongezond bestaan voor de ondersten in de pikorde die arbeidsmarkt heet. En, inderdaad, dat heeft gevolgen voor de zorg die je nodig hebt. Raad eens wie de beperktste toegang heeft.

Onderwijs? Stokpaard van de vijfde colonne van de VVD, D66 dat zich op de borst slaat voor zijn pleidooi voor meer ruimte voor onderwijs. Jammer dat dat zelden over het lagere beroepsonderwijs gaat, anders dan als rituele tegenhanger voor pleidooien voor prestatie-onderwijs, "verlaten van 'de zesjescultuur'" of excellerende universiteiten.

Zou Castells toch gelijk krijgen? Dat er een klasse onstaat van nuttelozen, mensen die ook nergens mee worden geholpen en eigenlijk alleen maar ballast zijn.