Posts tonen met het label advies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label advies. Alle posts tonen

vrijdag 1 augustus 2014

Wij zelfkwellers

Eigenlijk zijn we steeds grotere zelfkwellers geworden. Mensen die zichzelf pijnigen met onzekerheid, met tegenstrijdige adviezen, met regels, patronen en blauwdrukken. O, en met het aloude elkaar in de smiezen houden en de maat nemen. Vooral dát niet vergeten.

In mijn kudde stokpaarden is dit een belangrijk exemplaar. Alle levende wezens hebben zo hun eigen gewoontes, normen en waarden. Niet dat de eencelligen zich daarvan bewust zijn, maar ook zij worden de dupe van 'fout gedrag'. Hét grote verschil met ons mensen, naast dat bewustzijn, is dat de meeste andere levende wezens niet bepaald onderhandelen over de leefregels. Eten of gegeten worden, is, geloof ik, wel de bottom line waaraan alles wordt getoetst.

Maar wij vreten elkaar niet op. Sterker, er zijn zelfs mensen die denken dat we geneigd zijn tot het vermijden van geweld. Persoonlijk vind ik dat een linke houding, want in een geweldvermijdende omgeving is één geweldgebruikende idioot al snel de machtigste.

Groepen mensen hebben diverse manieren ontwikkeld om samen te leven. Die zijn niet per definitie gericht op vréédzame coëxistentie op basis van gelijkheid. Meer- en mindermachtigen zullen er altijd zijn. Hoe pijnlijk ook: zelfs in dictaturen kan het dagelijks leven vreedzaam zijn, terwijl de verhouding volledig zoek is. Omdat het draagvlak voor een dictator over het algemeen smal is, zal die toch altijd omvallen. Voor bestendiging is dat draagvlak nodig. Een gedeeld wereldbeeld is dan prima. Een geloof bijvoorbeeld kan heel goed machtsverdeling legitimeren.

In veel westerse landen wordt daar ietwat meewarig naar gekeken. Moslims, boeddhisten, animisten: ze zijn toch echt wel achterlijk ten opzichte van onze inzichten. Niet alleen is dat een enorm arrogante houding van iemand die meent een absolute wijsheid en waarheid in pacht te hebben; het roept ook de vraag op hoe het hier dan zo goed zit?

Slecht, denk ik.

Het was de zoveelste aanprijzing voor een cursus die me ertoe bracht dit op te schrijven. Het ging over een cursus hoe je meer klanten kunt binnenhalen door op de juiste manier de telefoon op te nemen. Het zal vast goed bedoeld zijn en het zal vast ook geen totale onzin zijn. Maar het tekent wel ons geloof.

Het lijkt wel alsof niets meer spontaan kan worden gedaan.

De afgelopen twintig, dertig jaar is er een hele industrie ontstaan van mensen die ons kunnen en willen vertellen 'hoe het moet'. Daarmee verdienen zij hun geld. Daarmee worden wij steeds onzekerder en steeds gedisciplineerder. Daardoor wordt ons (gedeeld) wereldbeeld steeds functioneler.

De sociologie heeft ons ondermeer het inzicht gebracht dat 'de maatschappij' alleen kan worden gezien als je 'm isoleert in verschillende perspectieven. Het is de waarde die jij toekent aan een perspectief die bepaalt hoe jij oordeelt. Maar je buurman kan daarover heel anders denken, met evenveel gelijk. Het gaat om daaraan ten grondslag liggende veronderstellingen en oordelen.

Maar langzamerhand fixeren wij onszelf. Niet eens aan meermachtige mensen, maar aan systemen en een geloof, in regels code. We ontwikkelen een seculier geloof. Een cijfermaatschappij (en, ja, dat is een conclusie op basis van een manier van kijken).

Eerlijk gezegd, zie ik de vooruitgang niet per sé als verbetering. Je moet dat woord code eens ruimer opvatten dan alleen softwarecode. Ook al die 10 regels naar geluk, naar rijkdom, naar succes; de 8 tips voor succesvol ondernemerschap, solliciteren, een goed huwelijk; de 20 geheimen voor een gezond dieet, een atletenlichaam of een stralend gebit: allemaal ontnemen ze je een stukje van je eigen intuïtie en gevoel. De RK-kerk schrijft op vrijdag vis voor? Welnu, methode Y schrijft deze stappen voor als je succes wilt hebben in ..... .

Snappu?

Als je het allemaal te serieus neemt, wordt je niet alleen angstig maar ook gemodelleerd, willoos. En de grootste grap is dat de meeste van die adviezen na verloop van tijd weer worden betwijfeld of, erger, aangetoond onjuist zijn. Want, tja, het ligt maar net aan het perspectief wat je kiest als waarheid.

Ik ben voor jóuw intuïtie en jouw eigen gezond verstand.

vrijdag 25 juli 2014

Laat die ambitie toch varen

Het is een populair op conferenties en workshops: de topsporter die komt uitleggen hoe hij of zij dat bereikte. Altijd leuk, want de organisator krijgt het vaak voor elkaar zo iemand ook nog te laten zeggen dat volharden een belangrijke factor is. Slim verpakt, kom je de boodschap tegen dat hard werken en je uiterste best doen je naar je doel brengen. Een betere motivatie voor je medewerkers kun je je haast niet voorstellen: een beroemdheid die je medewerkers duidelijk maakt dat hard werken góed is.

Het is onzin!

Een paar jaar geleden schreef, naar ik me herinner Wired, er al over. De aandacht voor de verhalen van succesvollen als leerstof voor niet-succesvollen is onzin. De gedachte die aan die aandacht ten grondslag ligt, gaat er van uit dat dat gebleken succes extern valt te verklaren. Ofwel: het is aan te leren door je uiterste best te doen. Wat te vaak wordt veronachtzaamd, is de factor aanleg. Het wordt niet vergeten, maar speelt in die theorie slechts een marginale rol.

Al die jochies die fanatiek voetballen in de hoop ooit wereldberoemd voetballer te worden. Al die ouders die hun kinderen als paarden aansporen hun uiterste best te doen een Bijzonder Mens te worden, hetzij sportief hetzij intellectueel. IJdele hoop. Die ene toevallige passeerbeweging is geen indicatie voor een nieuwe topvoetballer, maar ouders hebben de neiging strohalmpjes te grijpen. En dus pieken de aantallen hoogbegaafden.

Dat appeleren aan ambitie is zo heerlijk doorzichtig dat het verbazingwekkend is dat er nog zóveel mensen serieus op in gaan.

Niet om jou, lezer, te beledigen, maar je zult echt nooit tot de top gaan behoren. Waarom zou je je daarom wel daarnaar gedragen en je daarvoor inspannen?

De slimste houding is de wijze lessen van top-sporters en top-ondernemers níet te beoordelen als wíjze lessen, maar als leuke wetenswaardigheden over het leven en loopbaan van talentvolle types. Ze zijn immers geen gemiddelde voorbeelden, maar uitbijters, extremen, exoten.

Een paar dagen geleden schreef ik over goal setting als methode die verkeerd kan uitpakken. Dat geldt in sterke mate voor deze voorbeelden. Mensen voorbeelden voorhouden waarvan overduidelijk is dat zij die nooit zullen evenaren, zal averechts werken. Het is daarom een Groot Raadsel waarom ex-sporters menen (beter) organisatie-advies te kunnen geven vanwege hun specifieke sportieve inspanning.

Het is veel verstandiger te weten waar jóuw grenzen liggen, wat jóuw ambities zijn en wat jíj daarvoor wilt opofferen.

Voor werkgevers is het verstandig zich ook af te vragen of zij wel over voldoende middelen om top-kwaliteit in huis te hebben, halen en houden. Want de niet-genoemde kant van die topdogs is wel dat zij een aantal factoren méér verdienen dan de gemiddelde werknemer.

Dat is het idiote aan al die voorbeeldmensen. Ze dienen vooral als voorbeelden voor wat ambitie, inspanning en volharding teweeg kunnen brengen. Maar systematisch wordt vergeten wat dat kóst. Zoals zo vaak: alleen de voordelen worden benadrukt.

Misschien moet eens worden gekeken naar die kosten: de gekreukte en gekwetste kinderen, de opgebrande en naar de concurrent vertrokken werknemers.

maandag 7 juli 2014

De waanwerkelijkheid van 'spookjongeren'

Vorige week verscheen een lokaal Amsterdams rapport over 'spookjongeren'. Blijkbaar is door de onderzoekers geschat dat in heel Nederland tussen de 100.000 en 200.000 'spookjongeren' leven. In nieuws-arme tijden is dat een aantal dat voldoende reden is voor landelijke media om aandacht aan 'spookjongeren' te besteden.

Wat jongeren tot 'spookjongeren' maakt, is hun onzichtbaarheid voor instanties. Da's een uitermate interessante. Wie bovenstaande link naar Het Parool volgde, zal hebben gelezen dat die onzichtbaarheid de (veronderstelde) ellende waarin die jongeren verkeren alleen maar vergroten; buiten bereik van de (schuld)hulpverlening, van de sociale dienst, van opleidingsinstituten. Ze groei(d)en op voor galg en rad, een mega-Pietje Bell maar dan misdadig; het beeld is dat van randfiguren.

Deze blogpost gaat zoals altijd niet over wel of niet gelijk. Wat opvalt, is die ene zin 'onttrekken aan instanties'. Blijkbaar mág dat niet. Gisteren deed ik de voor mij stuitende ontdekking dat voor sommigen in de (schuld)hulpverlening dat niet mag omdat er regels zijn, omdat in de samenleving rechten en plichten bestaan.

Dat is een waanidee: dat een samenleving door regels, bij diktaat, bestaat. Toch is het die irrealiteit die momenteel overheerst. Geregeld is geregeld. Klaar. Voltooid.

In die waan geloven heel veel mensen. Zo is de regel dat jongeren onder de 27 of op school moeten zitten of werken. Dat is zo geregeld bij wet (waarin ook is geregeld dat ze de eerste maand geen recht op financiële ondersteuning hebben). Dat mag je vinden. Maar de grap is dat gemeenten daarop, de wet, beleid ontwikkelen en zich duur laten adviseren en duur laten ondersteunen, met 'innovatieve apps en methoden', die de plank volledig mis slaan.

De mogelijkheid dat een groeiende groep jongeren zich actief onttrekt aan de overheid komt niet op. En toch is dat wat je ziet gebeuren. Dat een deel van de heterogene groep jongeren de overheid niet nodig denkt te hebben. Laat dat nu net het type jongere zijn dat vaak wordt betiteld als 'problematisch' of 'spookjongere'.

De werkelijkheid van alledag is de samenleving; niet de werkelijkheid van regels.

Dat je iets niet mág, is voor veel mensen geen enkele belemmering het toch te doen. Het verkeer vind ik nog steeds een prima voorbeeld. Op papier waterdicht geregeld, maar in de praktijk één janboel van meer toevallige niet-ongelukken dan van goed gereguleerde verkeersstromen.

Dat heeft alles te maken met een regelsysteem dat niet in staat is - de steeds snellere - veranderingen in de samenleving bij te benen. Op dat moment wordt dat regelsysteem belemmerend, een keurslijf. Dan gaan we met z'n allen sluiproutes zoeken.

Dat eist nieuwe aanpakken en nieuwe uitvoerders. Eerste Kamerlid Tof Thissen heb ik in zijn toenmalige functie van directeur van Divosa - 'de sociale diensten' - meerdere keren gloedvol horen betogen dat 'medewerkers van sociale diensten er zijn voor de cliënten en dat zij in hun belang de grenzen van de wetgeving moeten opzoeken en oprekken'. Grandioos! Helemaal mee eens. Maar waar Thissen keer op keer géén oplossing voor had, is dat die medewerker daarna wel zou worden beoordeeld aan de hand van het handhaven van regels.

Het eist ook nadenken. In Leiden hebben we een levensgevaarlijke weg, waar veilige passeermogelijkheden zijn gemaakt. Die zijn binnen een maand alweer vervangen door een levensgevaarlijke (vanwege bouwwerkzaamheden). Die ligt er nu een jaartje en het ís een levensgevaarlijke plek.

Vooral kinderen die niet wachten op groen. Eigen schuld, dikke bult; je kúnt het zeggen. Maar toch. Ikzelf heb er binnen twee maanden drie keer meegemaakt dat vrachtwagencombinaties het behouden van snelheid belangrijker vonden dan stoppen voor rood en die eenzame fietser. Serieus, je schrikt je lam.

Dan ben je er nog niet. Aan de overkant wacht je een regelgewijs juiste situatie. Haaietanden geven aan dat je een voorrangsweg nadert en je dus moet wachten.

Maar dít is de realiteit:

Photo 07-07-14 14 42 58

Meer dan twee, drie fietsers kunnen er niet wachten (ooit gezien hoeveel scholieren op dit soort van plekken wil oversteken?). Maar werkelijk knots: je zíet niets. De gemeente Leiden laat het onkruid er welig en hoog tieren en zorgt er daarmee voor dat onveilig nu extreem onveilig is. Een volwassenen van gemiddelde lengte ziet niets (laat staan alles onder de 1.78). Achter je een drukke verkeersweg, voor je verkeer dat voorrang heeft en jouw 'veilige' plek is zo'n vier vierkante meter. Ooit zo gestaan?

Dat is waanrealiteit. Dat we kunnen regelen en we ons daarna daar ook nog eens aan houden.

'Spookjongeren'?! Ik zou als gemeente, als sociale dienst, eens héél hard gaan nadenken over dat fenomeen. En dan niet in termen van 'ze houden zich niet aan regels'.

dinsdag 1 juli 2014

OverheidsICT, een klucht in (te)veel bedrijven

Als er niet zulke onvoorstelbaar astronomische bedragen mee gemoeid zouden zijn en mensen die serieus menen goed werk te verzetten, zou het als een klucht moeten worden opgevat: overheidsICT.

Een klucht laat zich het eenvoudigst karakteriseren als een opeenvolging van misverstanden. Je moet er van houden, maar je kunt dan eindigen met in kasten verborgen geliefden van echtgenotes en echtgenoten die denken dat dat de loodgieter is.

Misverstanden, maar dan van een andere orde, spelen in de wereld van ICT een belangrijke rol. In feite begint dat bijna altijd bij de uitgangspunten en de bijbehorende beelden van de doelen.

De eerste vraag die dan gesteld moet worden, is waarom je aan de slag gaat. Wat wil je bereiken? Voor wíe doe je het? Vanzelfsprekende vragen. Maar worden ze gesteld (en beantwoord)?

Al die jaren dat ik betrokken ben geweest bij overheidsICT bleek die vraag - voor wie - de niet of halfslachtig gestelde. In al die gevallen was het doel zo algemeen dat feitelijk architectuur- en ontwerpbeslissingen leidend waren. Let wel, dat zijn geen inhoudelijk verantwoordelijken en evenmin opdrachtgevers. Hun belang is een heel ander!

De ellende is dat de opdrachtgevers enorme verwachtingen ventileren. Zonder overdrijving; de basishouding is dat ICT dé problemen oplost. Het gevolg is dat alles aan alles moet kunnen worden geknoopt en de systemen onoverzichtelijk en complex worden.

Het is de identieke valkuil als die waarin al diegenen stappen die denken dat het internet op alle vragen een antwoord heeft. Het heeft níets met techniek van doen, maar wel met logica en realiteitszin. Het is denken dat er één weg is tussen vraag en antwoord, één oplossing voor een probleem. Dat is er niet.

Dát is het probleem. Bladen als iBestuur, Binnenlands Bestuur en clubs als ICTU en KING; ze geven aan dat de overheid op de verkeerde weg zit. Natuurlijk, er zijn standaarden nodig om één taal te krijgen met dezelfde inhoud bij dezelfde begrippen. Anders wordt de klucht ook nog eens een Babylonische.

Wat echter gebeurde, is dat die taal bepálend werd en, in zijn kielzog, de illusie volgde dat er ook generieke software nodig en mogelijk is. Software bepaalt te volgen procedures, waardoor feitelijk eenzelfde manier van werken wordt afgedwongen.

Een mogelijke reactie uit dat enorme bastion van belanghebbenden bij overheidsICT is dat alles toch modulair is opgebouwd, dat flexibiliteit uitgangspunt is. Laat ik zeggen dat zij dan in een parallel universum verkeren. Software ís niet flexibel. Modulair betekent níet lokaal aangepaste modules.

Feitelijk zie je dan ook een verháál over klantvriendelijkheid - bedoeld wordt: gemeentelijk voordeel voorop - en flexibiliteit en eigen beleidsinvulling. Dat verhaal spoort niet met wat ontstaat binnen ICTU en KING. Daar ontstaat een situatie van verminderende autonomie.

Verhaal - beleid en rapportages - wijkt daarmee af van realiteit. Dát zorgt voor afwijkingen: in verwachtingen en in financiën "maar dát wilden we zo niet hebben". En dus staat deze klucht al járen in het theater.

De oplossing? De erkenning dat er specifieke oplossingen nodig zijn. Specifiek voor bepaalde taken. Specifiek voor bepaalde doelgroepen. Specifiek voor bepaalde contexten/overheden (gemeenten!).

Dat wíl je wellicht in één systeem, maar het kán niet: meerdere meesters dienen kan zelfs een softwaresysteem niet.

dinsdag 25 februari 2014

Blauwe zones-onzin

Er wordt beweerd dat regeren vooruitzien is. Dat zou betekenen dat besturen - ook een vorm van regeren, regie voeren - dat ook moet zijn en dat bestuursknechten, de beleidsmakers, dat ook doen.

Daar geloof ik steeds minder van.

Over gemeente-ambtenaren werd door (ex-)collega's laatdunkend gesproken. Buiten hun gehoord, uiteraard, want het waren wel de opdrachtgevers. Maar wat ik ervan begreep, is dat het niet veel zaaks is. Niet veel kennis en niet veel visie, om het nog netjes te herformuleren. Toen ik dat voor het eerst hoorde, weet ik nog, dacht ik: 'dat kan niet waar zijn. Dat zien ze verkeerd'.

Nou, er zit een kern van waarheid in. Inmiddels ben ik zo ver dat ik stevig twijfel.

Ongelooflijk veel 'beleid' is die titel niet waard. Uit mijn SCPtijd weet ik dat tóen al is vastgesteld dat op lokaal niveau beleidsstukken werden gekopieerd en dat externe bureaus leefden van het schrijven van lokaal beleid voor diverse gemeenten. Zeker als een nieuwe wet in uitvoering moest worden genomen, werd driftig 'inspiratie gezocht bij collega-gemeenten'. Die praktijken zullen vandaag de dag niet anders zijn. Het bewijs daarvoor zijn al die die organisaties die nog steeds een goede boterham verdienen aan dergelijke 'implementatietrajecten'; of zoals momenteel 'transities'.

Maar dat is omdat het niet hun éigen beleid is, niet hún visie. Dat is dus omdat ze iets móeten uitvoeren, zul je wellicht ter verdediging aanvoeren. Daarin heb je deels gelijk (zij dat het nogal wat zegt over het draagvlak als implementaties zó moeten verlopen).

Toch zit het dieper.

Neem in Leiden het parkeren. Da's echt zo'n onderwerp dat in veel steden en dorpen als onkruid in een aangeharkte tuin een probleem vormt.

Net als overal neemt ook in Leiden de parkeerdruk toe. Dat heeft álles te maken met nieuwe vormen en mogelijkheden van mobiliteit. Vormen die overigens de komende twintig jaar fundamenteel zullen kunnen gaan veranderen, denk ik. Voorlopig zitten we er nog even mee: meer auto's - en autogebruik - dan parkeerplekken.

Maar als mensen vaak of vaker de auto nemen om zich te verplaatsen, dan moeten ze die auto ook ergens kwijt; daar waar je woont, waar je werkt, waar je koopt en waar je recreërt. De hoogste in die pikorde is 'daar waar je woont', want dat vervoermiddel is vooral handig als je het 'bij de hand' hebt. Volgens sommigen is dat synoniem aan 'recht voor de deur'.

In een omgeving met weinig parkeerplaatsen en veel behoefte daaraan levert dat dus een probleem op. Binnensteden zijn ook botsende belangen van bewoners en bezoekers. In de meeste gevallen hebben de bouwers uit de 17de, 18de en 19de eeuw, en eerder, geen rekening gehouden met automobiliteit.

Wat bedenkt een gemeente in zo'n geval? De druk krijg je naar beneden door het parkeren in die ongewenste gebieden te ontmoedigen. 'Van die hot spots maken we blauwe zônes." En dus worden de stoepbanden bij stations en in winkelgebieden blauw geverfd: kort-parkeren toegestaan. Of er wordt een vergunningensysteem ingevoerd. Dat levert nog wat óp ook.

Wat mij betreft een voorbeeld van geen-beleid. Wat onmiddellijk gebeurt - ook in Leiden - is dat de automobilist uitwijkt naar omliggende wijken waar parkeren zonder beperkingen nog wél mogelijk is. Inderdaad, nu ontstaat dáár het probleem. Dat had een kind kunnen voorzien. Pas als een kritische afstand tot de bestemming wordt bereikt stopt dat verspreidingseffect. In een kleine stad als Leiden is dat dus een probleem.

Het zijn dingen als dit die mij aan twijfelen brachten: wordt er nu echt zo slecht nagedacht?

maandag 24 februari 2014

Wegcijferen als methode

Zeker ook bij mijn laatste werkgever kwamen ze voor; van die cursussen Adviesvaardigheden. Ik heb er altijd een afkeer van gehad, omdat onder de prachtigste titels iedere keer weer dat ene doel terug kwam: hoe verkóóp ik de ander iets. Adviesvaardigheden? Dan heeft zo'n verkoper bij een van de dozenschuivende ketens die vast ook.

Het wrange is dat de cursussen vaak de nadruk leggen op 'de klant'. Die moet centraal staan. Daar moet je naar luisteren. Diens problemen moet je oplossen. Je zou haast denken dat iedereen die die cursussen heeft gevolg en ieder bedrijf dat ze afneemt, mensen en bedrijven zijn die het beste met je voorhebben, altruïstische meedenkers.

Niets is minder waar.

De klant wordt in het pak genaaid waar-i bij staat. De klant centraal stellen? Ja, om hem een probleem aan te praten of een probleem groter en zwaarder te maken dan nodig. Wat je leert, is jezelf echter niet te zichtbaar te maken als verkoper. Ik kan dat slecht, omdat ik het nog steeds een bepaalde vorm van oplichting, van manipulatie vind. Maar ja, duizenden adviseurs en consultants verdienen een enorme zakcent met dat 'adviseren'.

Wat ik zo mis in die trainingen en bij die adviseurs, is de vaardigheid jezelf weg te cijferen. Niet jezelf onzichtbaar maken, maar jezelf dienstbaar maken.

Dat klinkt als een open deur. Want dat dóen ze toch allemaal? Nee, dat doen ze niet, want ze moeten geld opbrengen. Wegcijferen leidt in een (fors?) aantal gevallen tot het advies eens bij een concurrent raad of hulp te zoeken. Gewoon, omdat díe op een bepaald punt gewoon beter is. En dá's in het belang van de klant. Bijna nooit in het belang van de cliënt is een adviesorganisátie. Die is niet in staat zichzelf weg te cijferen.

Dat ik veel hoop heb gevestigd op de komst van netwerken van individuen verraadt dit blog wel. Niet dat daarmee de werelden als bij toverslag een vriendelijke, eerlijke wordt. Mensen zijn uiteindelijk de actoren. Wat me wel opvalt, is dat individuen dan andere referenties en morele waarden hanteren dan organisaties (waarin het morele kompas van de directeur of het management team de koers bepaalt).

Een half jaar geleden werd ik benaderd om een grote arbeidsmarktorganisatie te adviseren en begeleiden in het omgaan met social media. In het bijzonder in het omgaan met online bedreiging.

Mijn eerste contact met de directeur deed me denken dat ik wel een groot deel van de kennis heb, maar dat het raadzaam zou zijn een collega in te schakelen. Zo gezegd, zo gedaan. Samen hebben we de opzet verkend.

Uiteindelijk hebben we naar aanleiding daarvan de directeur geadviseerd ons helemaal níet in te huren. Zijn probleem, leek ons, een heel ander. Een probleem waarbij hij ook marginaal tot niet externe hulp nodig zou hebben. Op zijn vraag naar de vergoeding voor onze verbruikte tijd: "Geen natuurlijk".

Kijk, dát is wat ik bedoel. Sámen iets doen, maar ook durven en vooral kúnnen, mógen zeggen dat een andere oplossing een betere is. Als ik dit voorheen had gedaan, was het uitgelopen op een schrobbering. Een 'misgelopen lead'.

Kul.

Deze directeur zal ons onthouden als niet-geldwolven, niet uurtje-factuurje types. Sterker, wellicht zal-i ons in de toekomst toch nog eens benaderen. Niet, Marije?

dinsdag 14 januari 2014

Gelukkig

Het valt me nu pas op; dat de titel een dubbele betekenis heeft in deze column. 'Gelukkig' in de zin dat het goed is dat iets níet verdween en in de betekenis dat iemand gelukkig kan zijn. Dat is een onbedoelde woordspeling, die er tóch in sloop.

Nederland is best wel goed in het kapot maken en slopen; vooral van zaken die anderen bedachten of maakten, want dat kán niet goed zijn. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw is het welzijnswerk gedecimeerd. Een makkelijk doelwit, want het welzijnswerk leverde diensten ten behoeve van 'het welzijn'. Da's een heerlijk vaag begrip. De toenmalige crisis maakte dat alles en iedereen zijn bestaansrecht moest kunnen aantonen, met cijfers. Dat immers is het leidend beginsel in crises: wat kost het? Wat levert het op? En: kan het goedkoper? Op zich terechte vragen, maar enorm lastig als het gaat om 'welzijn' of 'geluk'.

Het welzijnswerk delft dan ook het onderspit. Hans Achterhuis' iconisch werk De markt van welzijn en geluk kan niet ongelukkiger komen. Hij stelt de juiste vragen, maar wordt ook misbruikt door (vaak rechtse) politici die het (vaak linkse) welzijnswerk een kopje kleiner willen hebben. De kritiek dat welzijnswerk zijn eigen vraag in stand houdt, is een verwijt dat op tal van sectoren toepasbaar is. Inmiddels is duidelijk dat geen enkele organisatie zich zonder slag of stoot laat opheffen.

In het geweld van de bestaansrecht-eisers gaat het welzijnwerk mee door akkoord te gaan met prestatie-contracten, ijkpunten (benchmarks in beleidsjargon) en openbare aanbestedingen. Zorg en welzijn stort zich er, min of meer verplicht, op en forse bedragen verdwijnen richting adviseurs die zich buigen over de vraag hoe je de opbrengst van dit werk meet en vaststelt. Het zal vast worden tegengesproken, maar die discussie is nog steeds niet beëindigd. Nog steeds wordt er veel verdiend aan welzijnsbeléid en -controle. Het werk zelf krimpt, krimpt en krimpt. Ook doordat de nieuwste na te jagen droom die van de vraaggerichtheid is.

Doen wat de klant vraagt. Dat is nu juist wat het welzijnswerk doet, maar binnen grenzen. De spagaat waarin werksoorten als buurtwerk werden gedwongen, was pijnlijk. Zowel zelf de broek ophouden - en dus commerciëler denken - als ondersteunend. Zowel veel mensen bereiken als (individuele) problemen aanpakken. De grootschalige activiteiten zijn overgenomen door volkomen commerciële uitbaters: "Waarom zou de gemeente een disco of een popconcert moeten subsidiëren?!". De café-eigenaar ziet zichzelf ook als maatschappelijk werker. De verwarring is compleet en het welzijnswerk de dupe.

Sinds een paar jaar is het welzijnswerk weer op de weg terug. Het werk wordt 'geherdefinieerd'. Zeker, ook nu verdienen externe partijen goed, beter zelfs dan werkers in het veld. Wat gebeurt, is nogal ontnuchterend. Al die wegbezuinigde werksoorten en methodieken komen onder een naam terug. Welzijn Nieuwe Stijl: oude wijn in nieuwe zakken.

Het programma ‘Welzijn nieuwe stijl’ van het ministerie van VWS stimuleert professionele vernieuwing. De welzijnswerker moet gaan werken aan de hand van de volgende acht bakens:
1. gericht op de vraag achter de vraag
2. gebaseerd op de eigen kracht van de burger
3. direct er op af
4. formele en informele zorg is in optimale verhouding
5. meer collectief dan individueel
6. samenwerken met organisaties
7. niet vrijblijvend, maar resultaatgericht
8. gebaseerd op ruimte voor de professional.


Denk je nu echt dat het welzijnswerk oude stijl fundamenteel anders was?

Gelukkig vind de herwaardering plaats. Niet de inbreng van sluwe consultancy-bedrijven is daarin relevant. De erkenning door andere beroepsgroepen is dat, niet meer of minder. De politie ziet - opnieuw - een rol weggelegd voor het welzijnswerk bij maatschappelijke problemen. Mijn voorspelling is dat lokale overheden binnen een paar jaar zullen springen en schreeuwen om welzijnswerk dat problemen aanpakt. Straathoekwerk, outreachend werk: methoden die hun nut bewezen in het vinden en bereiken van groepen als zorgmijders, thuislozen, (ex-)psychiatrisch patiënten, moeilijk bereikbare jongeren. Reïntegratie is het nieuwe woord dat dezelfde lading dekt.

Vanavond zond de publieke omroep iets aardigs uit. Een hoogleraar Positieve Psychologie (sic) ontwikkelde een nieuw idee: in plaats van symptoombestrijdende medicijnen een recept voor ... deelname aan welzijnswerkactiviteiten. In groepsverband sociaal bezig zijn: waar hoorden we dat eerder?

Wil je het nog mooier hebben? De vraag wat dat oplevert, is wat hem betreft een irrelevante, buiten kijf staande. Tóch is er - uiteraard - wetenschappelijk onderzoek nodig om vast te stellen wat dit alles oplevert.

maandag 21 oktober 2013

miskend netwerk

Ze bestaan echt, hoor: die dagen waarmee de duvel speelt. "Het is alsof de duvel ermee speelt" betekent zoveel als "da's toevallig!". Of dat echt zo is?! Toeval bestaat, maar sommige onderwerpen zijn zó populair dat de kans ook wel érg groot is dat je het vaker tegenkomt.

Vandaag heb ik twee gesprekken gevoerd waarin netwerken een belangrijke rol spelen. In beide gesprekken kwam ook het thema van het miskende netwerk voorbij.

De term is verleidelijk: netwerk. Iets als een spinnenweb of een visnet, stellen we ons in het dagelijks taalgebruik erbij voor. En iets veiligs: risico's worden gespreid, lasten gedeeld en een groep die je beschermd.

Een netwerk bestaat uit knooppunten. Die knooppunten zijn niet per definitie allemaal even sterk. Een netwerk is dús per definitie flexibel, op zoek naar stabiliteit. Posities zijn niet vaststaand; ook niet ten opzichte van elkaar. Er is altijd een dynamische kracht aanwezig.

Netwerken zijn onlosmakelijk verbonden met interactie. Ze zijn er dus al zo lang er leven is. In dat opzicht is de mededeling dat we 'nu in een netwerksamenleving zijn terecht gekomen' enigszins onzin.

Niet de netwerken zijn nieuw. Ze zijn volop in beweging, waardoor posities veranderen. Onrust heerst.

Overheden bijvoorbeeld hebben decennialang in de veronderstelling verkeerd dat zij bepaalden wat in het collectieve en openbare deel van de samenleving gebeurde. De kritiek op de ivoren torens van de ambtenarij en het eigen dromen najagen van politici, komt daaruit voort; "u bedenkt van achter uw bureau wat goed is voor ons". Die positie was ook vrij eenvoudig te handhaven, omdat informatie niet makkelijk toegankelijk was.

Da's allemaal aan het veranderen. Exclusieve instrumenten zijn breder beschikbaar, en dat geldt ook voor informatie en kennis. Machtscentra zijn aan het verschuiven. De overheid heeft moeite daar mee om te gaan. Plots is de dynamiek de dynamiek van een netwerk. Daar is geen regisseur in bedacht. het netwerk zélf, de verhoudingen bepalen de dynamiek.

In die situatie kan - gaat! - het dus gebeuren dat andere partijen sterker worden dan jij. Voor een partij die comfortabel 'op het pluche' of 'aan de knoppen zat' moet dat een lastige ervaring zijn. Het zal je dan ook niet verrassen dat het gesprek vooral ging over het begeleiden van gemeenten in dergelijke trajecten (op verzoek krijg je van mij de naam van m'n gsprekspartner).

Waar, in essentie, overheden zich moeten realiseren ónderdeel te zijn van een netwerk, geldt bijna het omgekeerde voor individuen.

Niet dat individuen niet in een netwerk opereren. Dat doen ze - uiteraard - wel. Sterker, de netwerktheorieën zijn ontstaan op basis van waarneming van menselijk gedrag. Als ze al bestaan: mensen zonder netwerk, de eenzamen, sterven eerder. Dat zegt vast wel iets over de noodzaak van sociaal contact.

Over een bijzondere variant spraken we in het tweede gesprek; over de fixatie van werkzoekenden op het vinden van een baan. Da's eigenlijk raar. Niet de eigen kracht, inspiratie, droom, competenties of energie staat centraal, maar de afhankelijkheid van anderen die banen aanbieden.

Sollicitatieplicht past niet meer in deze tijd. Enerzijds worden werkzoekenden getraind in het nieuwe netwerken en vooral het belang van netwerken. Tegelijk wordt langs de andere kant diezelfde werkzoekende terug geduwd (in de tijd) om zichzelf afhankelijk te maken van initiatieven van anderen: het aanbieden van banen. Het zélf actief worden en wérk maken uit eigen energie - de nieuwe weg - is echter de manier die past in dat netwerk. Dat zal het UWV, dat zullen politici en ambtenaren zich eindelijk eens moeten realiseren.

Netwerken: zo simpel is dat nog niet. En een wondermiddel helemaal al niet!