Als er niet zulke onvoorstelbaar astronomische bedragen mee gemoeid zouden zijn en mensen die serieus menen goed werk te verzetten, zou het als een klucht moeten worden opgevat: overheidsICT.
Een klucht laat zich het eenvoudigst karakteriseren als een opeenvolging van misverstanden. Je moet er van houden, maar je kunt dan eindigen met in kasten verborgen geliefden van echtgenotes en echtgenoten die denken dat dat de loodgieter is.
Misverstanden, maar dan van een andere orde, spelen in de wereld van ICT een belangrijke rol. In feite begint dat bijna altijd bij de uitgangspunten en de bijbehorende beelden van de doelen.
De eerste vraag die dan gesteld moet worden, is waarom je aan de slag gaat. Wat wil je bereiken? Voor wíe doe je het? Vanzelfsprekende vragen. Maar worden ze gesteld (en beantwoord)?
Al die jaren dat ik betrokken ben geweest bij overheidsICT bleek die vraag - voor wie - de niet of halfslachtig gestelde. In al die gevallen was het doel zo algemeen dat feitelijk architectuur- en ontwerpbeslissingen leidend waren. Let wel, dat zijn geen inhoudelijk verantwoordelijken en evenmin opdrachtgevers. Hun belang is een heel ander!
De ellende is dat de opdrachtgevers enorme verwachtingen ventileren. Zonder overdrijving; de basishouding is dat ICT dé problemen oplost. Het gevolg is dat alles aan alles moet kunnen worden geknoopt en de systemen onoverzichtelijk en complex worden.
Het is de identieke valkuil als die waarin al diegenen stappen die denken dat het internet op alle vragen een antwoord heeft. Het heeft níets met techniek van doen, maar wel met logica en realiteitszin. Het is denken dat er één weg is tussen vraag en antwoord, één oplossing voor een probleem. Dat is er niet.
Dát is het probleem. Bladen als iBestuur, Binnenlands Bestuur en clubs als ICTU en KING; ze geven aan dat de overheid op de verkeerde weg zit. Natuurlijk, er zijn standaarden nodig om één taal te krijgen met dezelfde inhoud bij dezelfde begrippen. Anders wordt de klucht ook nog eens een Babylonische.
Wat echter gebeurde, is dat die taal bepálend werd en, in zijn kielzog, de illusie volgde dat er ook generieke software nodig en mogelijk is. Software bepaalt te volgen procedures, waardoor feitelijk eenzelfde manier van werken wordt afgedwongen.
Een mogelijke reactie uit dat enorme bastion van belanghebbenden bij overheidsICT is dat alles toch modulair is opgebouwd, dat flexibiliteit uitgangspunt is. Laat ik zeggen dat zij dan in een parallel universum verkeren. Software ís niet flexibel. Modulair betekent níet lokaal aangepaste modules.
Feitelijk zie je dan ook een verháál over klantvriendelijkheid - bedoeld wordt: gemeentelijk voordeel voorop - en flexibiliteit en eigen beleidsinvulling. Dat verhaal spoort niet met wat ontstaat binnen ICTU en KING. Daar ontstaat een situatie van verminderende autonomie.
Verhaal - beleid en rapportages - wijkt daarmee af van realiteit. Dát zorgt voor afwijkingen: in verwachtingen en in financiën "maar dát wilden we zo niet hebben". En dus staat deze klucht al járen in het theater.
De oplossing? De erkenning dat er specifieke oplossingen nodig zijn. Specifiek voor bepaalde taken. Specifiek voor bepaalde doelgroepen. Specifiek voor bepaalde contexten/overheden (gemeenten!).
Dat wíl je wellicht in één systeem, maar het kán niet: meerdere meesters dienen kan zelfs een softwaresysteem niet.
Posts tonen met het label mislukking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mislukking. Alle posts tonen
dinsdag 1 juli 2014
dinsdag 20 augustus 2013
In deze put verdwijnt in Leiden geld
Net als zowat iedere gemeente worstelt ook Leiden met 'zijn' verkeer. Hoe dat in goede banen te leiden? Hoe de stad leefbaar te houden voor iedereen? Iedere ouder weet dat je niet álle kinderen tevreden kunt stellen. In de stad geldt precies hetzelfde: het wringt.
Over de overheid en ambtenaren gaat de beeldspraak rond dat die alleen maar bezig zijn werk voor zichzelf te scheppen door problemen te máken. Problemen die er voordien niet waren.
Wat mij betreft, heeft er altijd een kern van waarheid in die beeldspraken gezeten. Maar niet exclusief voor overheden. Iedere grotere organisatie zal daaraan gaan leiden: traagheid en fouten. Waar succes bij mensen makkelijk leidt tot onfeilbaarheidsdenken, zo denken grote organisaties haast onkwetsbaar het bij het rechte eind te hebben. Maar ook zij blijven niet de jonge goden uit hun jeugd, maar steeds strammere organisaties met coördinatieproblemen.
Dat kan leiden tot vreemde situaties.
Leiden heeft een aantal verkeersaders. Die móeten uiteraard aangepakt, want iedere overheid is permanent bezig met 'mobiliteit'. Leiden dus ook, want we willen niet achterblijven.
Eén van die aders werd altijd gezien als een gevaarlijke weg; voor overstekend langzaam verkeer met name. En dus werd er een plan gemaakt en uitgevoerd. Voor een periode van enkele jaren werd de oostkant van de stad omgetoverd in een woestenij. Het was de natuurlijke omgeving van graafmachines en zware bouwmachines. Omwonenden, fietsers, voetgangers, doorgaande autoverkeer: voor hen was de omgeving haast vijandig.
Maar na jaren ligt-i er dan. Een nieuwe weg met twee tunnelducten, van die constructies die halfverdiept zijn uitgevoerd en nu tussen tunnel en viaduct balanceren. Eén van de twee moet de groene verbinding zijn tussen de buitenwijk en de binnenstad. Een voet- en een fietspad en veel groen markeren het kunstwerk. De andere is zijn tegenpool. Die moet bebouwd gaan worden.
Nu is de redenering dat de weg voorzien moet zijn van een snelle en veilige verbinding tussen de stadsdelen. Voorheen moesten de bewoners zich behelpen met gelijkvloerse kruisingen en stoplichten. En, inderdaad, dodelijke slachtoffers als gevolg van ongeduld en levensgevaarlijk oversteken. Dat is iets wat niemand zal betwisten.
Nu liggen de tunnelducten er. De groene kent een mooie glooiende aanloop voor fietsers. Als je daaraan begint, zie je in de verte je doel: de oversteek. Maar die is dan nog heel ver weg. De andere maakt goede kans op de nationale titel Kunstwerk Dat Nooit Gereed Kwam. Niets daar is klaar. De situatie is onveilig en rommelig. Over de weg ligt de tunnelbak. Met daarop betonnen liggers. Dat alles ligt er al meer dan een jaar zo bij. En het gerucht doet de ronde dat er helemaal niet gebouwd kán worden op de tunnelbak: te lichte constructie.
Het hele kleine beetje ongeloof dat ik had in zotte beslissingen van een overheid, is vandaag de bodem ingeslagen. Echt, ze zíjn gek. Leiden smijt met geld.
Vandaag was de weg deels afgezet en aan het eind van de dag wisten we waarom. Halverwege de twee nieuwe, veilige oversteken is een derde gemaakt.
Op precies dezelfde plek als één van de vorige gevaarlijk is een gelijkvloerse, met stoplichten beveiligde oversteekplaats in aanleg! Hoe bedénk je het.
Jaren werk, investeren en voor gebruikers ellende is de situatie nu zo dat er nog steeds evenveel stoplichten staan en de veiligheid slechts marginaal is verbeterd. Leiden heeft hiermee níets gewonnen.
Eigenlijk ben ik nu wel benieuwd naar de verklaringen voor dit hele proces en dit resultaat. Heeft er nu werkelijk níemand naar de gebruikers - overstekende voetgangers en fietsers - gekeken en geluisterd?! Of denken planners nu echt dat voetgangers tweemaal honderd meter omlopen om veilig over te steken? Als we weten dat een paar meter naar een oversteekplaats al teveel is gevraagd?
Met de oversteekplaats heeft Leiden dan wel de wens van gebruikers gehonoreerd, maar tegelijk ook een certificaat van Mislukt Onvermogen voor dit project afgegeven. Dat is gewoon mislukt.
Het volgende project gaat binnenkort beginnen: de Rijnlandroute, de verbinding tussen A44 en A4. Nog groter, nog complexer.
Over de overheid en ambtenaren gaat de beeldspraak rond dat die alleen maar bezig zijn werk voor zichzelf te scheppen door problemen te máken. Problemen die er voordien niet waren.
Wat mij betreft, heeft er altijd een kern van waarheid in die beeldspraken gezeten. Maar niet exclusief voor overheden. Iedere grotere organisatie zal daaraan gaan leiden: traagheid en fouten. Waar succes bij mensen makkelijk leidt tot onfeilbaarheidsdenken, zo denken grote organisaties haast onkwetsbaar het bij het rechte eind te hebben. Maar ook zij blijven niet de jonge goden uit hun jeugd, maar steeds strammere organisaties met coördinatieproblemen.
Dat kan leiden tot vreemde situaties.
Leiden heeft een aantal verkeersaders. Die móeten uiteraard aangepakt, want iedere overheid is permanent bezig met 'mobiliteit'. Leiden dus ook, want we willen niet achterblijven.
Eén van die aders werd altijd gezien als een gevaarlijke weg; voor overstekend langzaam verkeer met name. En dus werd er een plan gemaakt en uitgevoerd. Voor een periode van enkele jaren werd de oostkant van de stad omgetoverd in een woestenij. Het was de natuurlijke omgeving van graafmachines en zware bouwmachines. Omwonenden, fietsers, voetgangers, doorgaande autoverkeer: voor hen was de omgeving haast vijandig.
Maar na jaren ligt-i er dan. Een nieuwe weg met twee tunnelducten, van die constructies die halfverdiept zijn uitgevoerd en nu tussen tunnel en viaduct balanceren. Eén van de twee moet de groene verbinding zijn tussen de buitenwijk en de binnenstad. Een voet- en een fietspad en veel groen markeren het kunstwerk. De andere is zijn tegenpool. Die moet bebouwd gaan worden.
Nu is de redenering dat de weg voorzien moet zijn van een snelle en veilige verbinding tussen de stadsdelen. Voorheen moesten de bewoners zich behelpen met gelijkvloerse kruisingen en stoplichten. En, inderdaad, dodelijke slachtoffers als gevolg van ongeduld en levensgevaarlijk oversteken. Dat is iets wat niemand zal betwisten.
Nu liggen de tunnelducten er. De groene kent een mooie glooiende aanloop voor fietsers. Als je daaraan begint, zie je in de verte je doel: de oversteek. Maar die is dan nog heel ver weg. De andere maakt goede kans op de nationale titel Kunstwerk Dat Nooit Gereed Kwam. Niets daar is klaar. De situatie is onveilig en rommelig. Over de weg ligt de tunnelbak. Met daarop betonnen liggers. Dat alles ligt er al meer dan een jaar zo bij. En het gerucht doet de ronde dat er helemaal niet gebouwd kán worden op de tunnelbak: te lichte constructie.
Het hele kleine beetje ongeloof dat ik had in zotte beslissingen van een overheid, is vandaag de bodem ingeslagen. Echt, ze zíjn gek. Leiden smijt met geld.
Vandaag was de weg deels afgezet en aan het eind van de dag wisten we waarom. Halverwege de twee nieuwe, veilige oversteken is een derde gemaakt.
Op precies dezelfde plek als één van de vorige gevaarlijk is een gelijkvloerse, met stoplichten beveiligde oversteekplaats in aanleg! Hoe bedénk je het.
Jaren werk, investeren en voor gebruikers ellende is de situatie nu zo dat er nog steeds evenveel stoplichten staan en de veiligheid slechts marginaal is verbeterd. Leiden heeft hiermee níets gewonnen.
Eigenlijk ben ik nu wel benieuwd naar de verklaringen voor dit hele proces en dit resultaat. Heeft er nu werkelijk níemand naar de gebruikers - overstekende voetgangers en fietsers - gekeken en geluisterd?! Of denken planners nu echt dat voetgangers tweemaal honderd meter omlopen om veilig over te steken? Als we weten dat een paar meter naar een oversteekplaats al teveel is gevraagd?
Met de oversteekplaats heeft Leiden dan wel de wens van gebruikers gehonoreerd, maar tegelijk ook een certificaat van Mislukt Onvermogen voor dit project afgegeven. Dat is gewoon mislukt.
Het volgende project gaat binnenkort beginnen: de Rijnlandroute, de verbinding tussen A44 en A4. Nog groter, nog complexer.
Abonneren op:
Posts (Atom)