Posts tonen met het label zelfbeeld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zelfbeeld. Alle posts tonen

dinsdag 10 september 2013

Tijd is het probleem niet

Wat heb ik me daar vaak over verbaasd: over mensen, vaak 'managers', die aan de slag gingen met tijd- en stroomschema's. In veruit het grootst aantal gevallen was de aanleiding platvloers opdrijven. Eerlijk gezegd heb ik de meesten van hen amateurs gevonden op dit vlak. Zoals ze ook vaak aan de slag gaan met 'nieuwe organigrammen' en denken daarmee iets te veranderen. De ergste zijn degenen die de wijsheid in pacht hebben die stelt dat cultuur de structuur volgt en je dús cultuurverandering krijgt door de structuur te wijzigen.

Over tijd is heel veel gedacht en geschreven; ook over arbeidstijd. De samenleving die we momenteel hebben, is sterk gericht op doelmatigheid en snelheid. Daar is op zich niets mis mee, mits je je realiseert dat ook daaraan grenzen zijn.

TIME had een mooi artikel daarover: The Mistake Busy People Make. Als je het leest, is de belangrijkste boodschap er een die heel veel mensen bekend zal voorkomen.

Planningen, schema's en agenda's zijn één. Je legt de tijd vast die je nodig hebt om een activiteit uit te voeren. '... de tijd vast...' is essentieel. Want om de activiteit daadwerkelijk uit te voeren, heb je meer nodig dan tijd. Daarin spelen ook aspecten een rol met namen als (na)Denken, Mijmeren, Omschakelen. In het artikel wordt dat bandbreedte genoemd. En dat gedraagt zich níet zoals tijd.

Dat weet iedereen: dat je wel heel scherp kunt plannen, maar dat er ook 'tijd wordt vermorst'. Vermorst?! Niet dus, dat is noodzakelijke tijd. Maar jammer genoeg zijn er amateurs die dat niet weten en denken dat je tijdblokken stijf tegen elkaar aan kunt plannen.

But bandwidth cannot be dissected like time can. Picture yourself at dinner with a friend whose marriage is on the rocks and wants some advice. Now imagine her request comes at a time when you have a big-project deadline looming. You value her friendship so you make time for dinner, but once you’re there, you find your mind wandering back to that project. You hear the advice you’re giving and feel it’s muddied. You try to console her, but it feels a bit off-key: after all you’ve only heard 70% of what she’s said. The problem of course is that while you’ve made time for her, you didn’t make bandwidth for her.

This is the big mistake: we focus on managing time and end up mismanaging bandwidth. Here is another example. An important strategy memo requires two hours to write. As a good time manager, you find the time for it — a one-hour block between two meetings and two half-hour blocks later. But by the time you’re really focused and have got the previous meeting off your mind, your first hour is nearly over. And the other half hours might as well not have been there. Your two hours got you maybe 30 minutes of quality work.

Maar mogelijkerwijs zijn er mensen die dit alles niet wíllen begrijpen omdat het niet past in hun doelmatigheidsdenken. Dat er zoiets als doelmatige ondoelmatigheid bestaat, wordt genegeerd.



maandag 1 juli 2013

Jaren des Onderscheids

De bekentenis om mee te beginnen: ik spaarde ze ook. T-shirts. En dan niet zomaar unicolore, of hoe dat ook mag heten. Nee, het ging om de bijzondere. Nu ik dit zo tik, realiseer ik me ook dat ik niet weet waar ze nu zijn. Een t-shirt van een obscuur internationaal gezelschap, eentje met een soortement blauwe alien er op, iets met Kuifje, een aantal met data van popconcerten of bandnamen; maar in alle gevallen gekozen omdat ze mooi waren, en raar. Die fascinatie voor het afwijkende heeft er, denk ik, altijd al ingezeten bij me.

Dat ik ze niet weet te liggen, heeft er vast ook mee te maken dat ik ze nooit meer draag. Dat geldt ook voor de rugbyshirts hier in huis. Die sport heeft veel tradities; een ervan is het verzamelen van (trip)shirts. Hoe unieker, hoe beter. Daarin ben ik een kleintje. Ik heb niet een gedragen exemplaar van de Springbokken, of de All Blacks. Mijn mooiste is een shirt speciaal gemaakt voor een rugbyreis naar Frankrijk voor een internationaal jeugdtoernooi. Daarvan zijn er maar vijfentwintig.

Geen van die shirts draag ik nog. De tijd waarin ze passen - en me nog pasten - is voorbij. Het zijn aandenkens geworden. Zo hoort het ook. Als het gewoon kleren waren geweest, waren ze ongetwijfeld allang weggegooid of meegegeven aan het Leger des Heils. De herinnering beschermt ze tegen dat wrede lot.

Volgens mijzelf worstel ik soms nog wel met m'n zelfbeeld. Dat zijn van die dagen dat je ineens denkt: moet je je kleding niet wat aan je feitelijke leeftijd aanpassen? Persoonlijk vind ik dat ik dat al aardig doe, met twee kanttekeningen. De eerste is dat ik geen verfijnde smaak heb en kledingcombinaties mogelijk acht waarover anderen anders denken. En het tweede is dat ik vooral bij schoenen een voorkeur heb voor 'vreemd, maar comfortabel'. Ik heb een heel prettige schoen, een soort gymschoen, met een patroon van groen slangeleer. Of een schoen die wordt dichtgemaakt met een spie als in een scharnier.

Maar dat is het dan ook wel, geloof ik.

Pas geleden was ik weer op Parkpop. Gratis, mooi weer, lekker eten (muziek zozo, naar míjn smaak) en veel mensen. Wel 250.000, hoorde ik later. Da's dus een lekker gemêleerde bende. En inderdaad, jonge mensen, mooie meisjes en vrouwen, mooie mannen en jongens, ook lelijke van beiderlei kunne, oude mensen, gezinnetjes, mensen met verschillende huidkleuren en kapsels, met verschillende sociale gewoontes, kortom, vanalles.

Het confronteert je ook als je ouder wordt.

Op zo'n festivalterrein lopen ook mensen van jouw leeftijd. Daar zit toch een grote groep bij die eruitziet alsof ze proberen terug te stappen in de tijd. Of in elk geval willen vlaggen dat zij al heel lang popconcerten bezoeken. Dat doe je met t-shirts, met de kleding van toen. Van die oudere mensen met zwarte t-shirts, daarop namen als Dogtroep - hé, da's tejater! - of tourschema's uit de jaren zeventig en tachtig. Maar het heeft ook iets wanhopigs.

Dat gevoel zit me dwars. Want waarom zouden we ons moeten aanpassen aan onze leeftijd? In de auto bedacht ik me op de terugweg dat het dat ook niet is wat me dwarszat. Wat ik dacht te zien, is een verkleedpartij. Alsof tussen al die mensen een groep mensen rondliep die was gekostumeerd, in een herinnerings-uniform was gehesen. Waarom zou je niet in je dagelijkse kloffie gaan? Ik kán me vergissen, maar volgens mij zijn dat dan een heleboel van die zwarte t-shirts minder.

Natuurlijk, conventies. We kleden ons naar de gelegenheid. Maar net zo goed als dat ik het onecht vind als ik iemand in driedelig krijtstreeppak zie met lang haar in een staartje - da's vast 'een statement' - zo blijf ik het onecht vinden als er weer zo'n oudere (man!) langsloopt met een tour t-shirt aan. Het kan zelfbedrog zijn, hoor; maar ik zie een variant op 'ongemak in het pak'.

Alsof de kleding niet (meer) bij je hoort.

zondag 24 februari 2013

Hoe oud moet je eigenlijk zijn?


Persoonlijk ben ik meestal in zo'n twee-vijf minuten ermee klaar: een kledingwinkel beoordelen op kleding. Je loopt er in een rustig tempo doorheen en laat je blik dwalen. En soms blijft-i dan hangen op een bijzondere kleur, een mooie stof of iets anders opvallends. Grijs, bruin - aardekleuren heten ze - ik vind ze niks en kijk er dan ook overheen. De kans is groot dat ik als gevolg van die manier van opereren ook treffers mis. Maar ja, als niet-fanatiek winkelaar accepteer ik m'n verlies.
Die techniek hanteer ik al jaren. Eigenlijk nooit voor mezelf, want dan gaat het nog veel sneller. Dit is de standaardaanpak als ik met m'n vrouw in een damesmodezaak verzeild raak. Dat gebeurt uiteraard 'heel toevallig' en 'omdat ze hier nu uitverkoop hebben'. Daar tuin je dan dus in. Willens en wetens.
Veel mannen houden de schijn op dat het o zo verschrikkelijk is: met je vrouw winkelen. Het is maar net hoe je daar naar kijkt. Je kunt natuurlijk ook je eigen tijdverdrijf ervan maken. Het enige wat ik vervelend vind, is dat ik van lang staan en slenteren een venijnig pijntje in de onderrug krijg. Maar dat krijg ik ook als ik langs de lijn een rugbywedstrijd kijk. En het verschaft wel een alibi: of om ergens koffie te drinken - maar daarin ligt de werkloosheid financieel dwars - of om 'nu toch wel zo'n beetje naar huis te gaan, want m'n rug begint pijn te doen'. Maar meestal gaat het allemaal soepeltjes en geven we elkaar tijd en ruimte.
Damesmodezaken zijn ook interessante biotopen. Daar kun je echt wel een poosje rondkijken.
Naar de meegesleepte mannen bijvoorbeeld. Van het nonchalante type dat gered is door de uitvinding van de smartphone. Of het gedienstig type dat achter de vrouw aanhobbelt. De bijna-zelfstandige man die een eigen route kiest en zelf aan komt draven met suggesties. En, uiteraard, de klassiek-onverschillige die meteen op zoek is naar de bank en leestafel om zich daar voor langere periode te verschansen.
bizarre-borden-7
Terwijl die mannen daar hun dingetje doen, zijn de dames bezig systematisch de kledingrekken door te snuffelen. Zeker als ze 'aan het winkelen' zijn, is dat een precisieklus. In tegenstelling tot de manier waarop ik zo'n kledingzaak doorraas, lijkt het alsof zij alle kleding stuk voor stuk bekijken en beoordelen. Op schoonheid, modieusheid, kwaliteit, prijs en, o ja, heb ik het nodig? Eerlijk gezegd, verdenk ik ze ervan die laatste vraag eigenlijk nooit te stellen; stomweg omdat ze bij Prijs? al zijn bezweken of afgehaakt.
Nu wordt het pas echt leuk. Dan heb je een paar kledingstukken gevonden. Die moeten gepast. Want staat het je wel?
Da's echt bijzonder. Als er iets is wat we niet zelf kunnen, is onszelf zien of horen door de ogen of oren van een ander. Zoals jij jezelf hoort praten, is heel anders dan de klanken die een ander van jou ontvangt. En da's nog maar het fysisch deel. De vraag of de intentie die je in je hoofd hebt óók is overgebracht, is er ook nog. Kortom, zelfbeeld is iets anders dan het beeld dat anderen van jou hebben.
images
Dat is precies de reden waarom ik me dus meestal wel vermaak.
Dan staat er voor de spiegel een dame van een jaar of vijftig. Met een uitermate jeugdig gesneden en fleurig ensembletje aan. Spiedend in de spiegel - waarnaar? - en twijfelend. En in de nek gehijgd door een verkoopster. Geeft die echt eerlijk advies? Of verkopen ze hier op provisiebasis? Welnu, als niemand het zegt: mevrouw, dat buikje, dat hebben kinderloze jonge vrouwen niet en dan staat dit goed. Maar u bent ouder en hebt een buikje. Ik zou het niet doen, als ik u was.
Maar ja, dat zég je niet. Dat denk je alleen maar. Lafaard.
negatief_zelfbeeld
Dus draaien er voor die spiegels vrouwen rond hun as met kleding waarvan je denkt: past dat nog bij je leeftijd? Staat je dat echt nog? Het is uiteraard een kwestie van smaak. En die verschillen. Ook per sociale klasse. Met je kleding geef je ook vlagsignalen af over je positie.
Zo rond je drieëntwintigste schijnt bij iedereen dat zelfbeeld te stoppen met ontwikkelen. Vandaar dat vreemde idee van jezelf dat je nooit ouder wordt. En dat je soms in de spiegel een vreemde ziet. Of in elk geval iemand die al een stuk ouder is dan jij bent.
Da's best een lastig fenomeen als je kleding gaat kopen. Want wie kleed je dan? Vandaar, denk ik al wachtend, die vrouwen die er uit willen zien als meisje.
lg_image_29_8896

maandag 4 februari 2013

De wijsheid en de overmoed


Wijsheid is de vaardigheid afstand van jezelf te nemen en de kennis van een ander tot je te nemen. Wijsheid is jezelf niet té serieus nemen. Wijsheid is ervaring wel, maar ook níet, gebruiken. Wijsheid is niet noodzakelijkerwijs op de voorgrond of in het licht te vinden. Wijsheid is jezelf kennen en erkennen; je beperkingen en je kracht.

Wijsheid is niet te vinden in het aanmeten van een lange grijze baard. Evenmin zal een hippe bril bijdragen noch een model dat je gezicht intellectueler laat lijken. Ook zal een warrige haarbos niets toevoegen noch een lijzige stem. Excentriciteit in enig vorm draagt niet bij.

Wijsheid, in z'n pure vorm, is zelfkennis.

Als er iets is waarover ik me in m'n leven steeds meer ben gaan verbazen, dan ben ik dat zelf. Daarover heb ik eerder al geschreven omdat dat tot heel interessante inzichten en vragen leidt. Ook bij jou, lezer.

Een belangrijke les die ik leerde, is dat er dingen zijn die je móet meemaken om goed te kunnen waarderen, beoordelen. Dat zijn de traumatische levensgebeurtenissen. Een overlijden, een baan kwijtraken, een verhuizing, een (eerste) kind krijgen: dat zijn gebeurtenissen met een groot effect. Gebeurtenissen ook die je wijzer maken.
Wat ze je namelijk leren, is dat je heel anders reageert op die gebeurtenissen dan je vóóraf dacht. Een eerste kind krijgen. Vraag maar eens na hoeveel invloed dat heeft gehad. Ook voor de vaders, in hun kijk op de wereld. Die verandert op slag. En mocht je denken dat verhuizen vooral een paar dagen gekloot en gesjouw met dozen en meubels is. Doe het vooral eens en probeer aandachtig na te gaan of je niet misschien toch ook een gevoel hebt ontworteld te zijn. En of je dát vantevoren zo had voorzien.

Tot in elk geval míjn verrassing is wijsheid in een gemiddeld leven dus wél gekoppeld aan leeftijd. Leeftijd in de zin van levenservaring. En de wijsheid zit 'm in het gebruiken daarvan. Zonder omhaal van woorden: jongeren kúnnen sommige dingen niet in hun volle omvang bevatten. Grosso modo, hè; er zijn ook jongeren met heel veel levenservaring en wijsheid en er zijn ook ouderen zónder.

Als je jong bent, denk je dat je anders bent dan je ouders en de andere ouderen. Je denkt ook dat je het allemaal anders en vooral véél beter gaat doen. Dat dacht ik ook. Dat dachten al mijn generatiegenoten ook. Maar mijn ouders dachten het ook en waarschijnlijk denk of dacht jij dat ook. We zijn, in dit opzicht, niet zo ongelooflijk uniek (evenmin in het bedenken van smoesjes en uitvluchten in je jeugd. Die bedachten de ouders ook zelf al eens).

Nu ontstaat er wel een beetje een probleem. Hoe jonger hoe meer je nog  'moet' ervaren en hoe minder je je de werkelijke invloed ervan kan indenken.

Momenteel lijkt er frictie te ontstaan over de leefsituatie van ouderen. Die zijn rijk en hebben een prima leventje. Wat de mensen die dat denken, dan stoort, is dat die verdomde ouderen zich verzetten tegen die schets.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/01/20130131-144411.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/01/20130131-144411.jpg" alt="20130131-144411.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

Laat ik er iets tegenover zetten. Het is zuiver persoonlijk, maar ik weet uit gesprekken dat het te verbreden is. Die gesprekken mag je zelf eens (proberen te) voeren. Heel leerzaam!

Tussen mijn vijftiende en twintigste zo ongeveer had ik het beeld van gepensioneerden als mannen die, zoals mijn vader en ooms, sigaren en pijp rokend in kamers waar de zonnestralen door de rook danst (heftige) discussie voeren. Of van mensen die zélf hun tijd indelen: een boek lezend, een baantje trekkend in zee of een wandeling makend. Frappant is dat de moeders niet zo'n spectaculair rustiger leven kregen. Die bleven toch wel actief in het huishouden. Zo zie je maar weer hoe diep rolpatronen in de ziel zijn geëtst.
Van dat beeld klopt weinig. Dat is gebaseerd op de veronderstelling dat je, zoals het op dat moment ís, gezond bent. Maar lezen vereist voor iedere ouder wordende mens alleen al meer licht; schemerlampjes maken lezen erg lastig. Dat je lichamelijke ongemakken krijgt, snappen we. Maar ook dat daarmee je eigenwaarde een waanzinnige knauw krijgt? Je moet gehólpen worden, door hulpmiddelen of door mensen. Dát is wat telt: knakkende eigenwaarde. Of een die ík me toen zeker ook niet realiseerde: je leefwereld wordt steeds kleiner. Niet (alleen) door verminderend mobiliteit, maar veel erger doordat de mensen uit jouw sociale netwerk uitsterven. Dat staat er niet voor niets zo cru. Veel hoogbejaarden leven in een onzichtbare isoleercel, alleen.

En dan hoor en lees je jongeren raaskallen over ouderen, alles en iedereen boven de vijftig op één hoop gooiend. Overigens doen onwijze ouderen dat ook over jongeren door hun eigen jeugdervaring tot uitgangspunt te nemen. Alsof de wereld in een generatie niet veranderde.

Neem de 'rijkdom van ouderen'. Het is niet de vraag óf dat zo is, maar hoe dat zo is gekomen. Een vrij waarschijnlijk scenario voor de generaties 55+ is dit.
De financiële moraal is voor hen die van zuinigheid. Niet lenen maar sparen en dan pas iets kopen. Dit zijn de eerste generaties die huizen gaan kópen. Maar dit zijn ook de generaties die een ingewortelde afkeer hebben van kopen op krediet. Het zijn ook de generaties van zuinigheid. Die van 'doe maar gewoon' (en daarmee inderdaad minder ondernemend, ja). Dit zijn de mensen die opgroeiden met een beeld in het achterhoofd dat zij 'voor de kinderen later' iets opzij moesten leggen. Of die een reserve opbouwden voor slechtere tijden 'want je weet het nooit'.
Dit zijn de mensen die, kortom, spaarden door geld niet uit te geven.

Dat is essentieel. Uitzonderingen daargelaten heb je het nú dus over mensen die zichzelf iets ontzegden en daarvoor worden bestraft: 'je hebt dat geld toch? Geef daarvan wat af'. Hoeveel moeite kost het je om je voor te stellen dat de conclusie hiervan is: het was veel beter geweest als ik al mijn geld had opgemaakt aan dingen die ík leuk vind, aan dingen die ik me toen ontzegde. Snap je dat dat een verbrassend, hedonistisch effect heeft?

Ook wij hebben zo'n potje voor noodgevallen. Gespaard door zuinig te zijn, door geregeld niet te doen wat wel kón, door sober te zijn, want kinderen kosten geld en noodgevallen zijn nooit te voorspellen. Dat noodgeval is nu gekomen: ik werk niet meer. Dus op het moment dat de WW stopt, zijn wij aangewezen op die reserve. Een jaar geleden hebben we toen uitgerekend dat we daarmee op WWniveau kunnen rondkomen tot (net niet) aan het pensioen. Daarvoor is dat potje ook. De kinderen hebben pech. Dat is wel het - ook weer zoiets: rekening houden met het sómberste - slechtste scenario. Wie weet, loop ik nog tegen de baan van mijn leven aan. Niets op voorhand uitsluiten, want hoop doet leven.

Wijsheid is jezelf kennen. Wijsheid is jezelf opofferen als dat moet. Het betekent echter niet je te laten krenken door mensen waarvan je kunt wéten dat zij zich over enkele jaren precies hetzelfde gaan realiseren.

Want zo fundamenteel anders dan voorgaande en komende generaties ben je niet, hoor. Dat dénk je maar. In je jeugdige onschuld.