Posts tonen met het label expressie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label expressie. Alle posts tonen

donderdag 23 januari 2014

Reïntegratie? Speel toneel!

Van dramaturgie heb ik geen verstand. Heel veel verder dan “Gôh, dat was boeiend, of mooi” durf ik oordelend niet te gaan. Natuurlijk, meerlagigheid herken ik wel. Maar een voorstelling moet je vooral raken. Daarvoor ben ik publiek; primair om te genieten en wellicht daarnaast te worden uitgedaagd. Niet andersom: l'art pour l'art.

Eén van de rare fenomenen in Nederland is dat we propageren dat we 'levenlang moeten (kunnen) leren'. Logischerwijs kent het onderwijs dan ook tal van mogelijkheden. Na de middelbare school en mogelijk een vervolgopleiding bestaat er een rijk scala aan cursussen en (zelf)studie-mogelijkheden. Studium Generale is een begrip. Maar het vreemde is dat 'leren' enorm beperkt wordt opgevat: feitenkennis en cognitieve vaardigheden. Kennis is weten, zo lijkt.

DSC_0140

Wie een poos optrekt met cast and crew van Een Nieuwe Wereldsymfonie van De Veenfabriek realiseert zich dat op enig moment. Zeker als het een socioloog is, zoals ik. Die voorstelling, geheel opgebouwd rond en met oudere mensen, is veel meer dan een voorstelling. Ook dít is levenlang leren.

Leren is niet alleen kennis vergaren. Leren is ook vaardigheden opdoen en eigen grenzen en mogelijkheden ontdekken. Dat kan alleen als je uitdagingen aangaat; kán aangaan. De Veenfabriek biedt die kans door er een volwaardige productie van te maken. Niks experimentje, welzijnsproject of dagbestedingstoneel. Nee, een professioneel regisseur, een professioneel team en een duidelijk doel: een goede, verkoopbare voorstelling maken. Zoals de ROC's ook al lang geen laboratoriumsituaties gebruiken voor de horeca-opleidingen, maar echte restaurants exploiteren.

DSC_0157

Het effect is enorm. Volslagen onbekenden die een paar maanden intensief met elkaar optrekken en zichzelf, overdrachtelijk, blootgeven voor een publiek. Niet iets wat je dagelijks doet. Dan overwin je jezelf. Spelers van zeventig en ouder dit laten ervaren, maakt duidelijk dat levenlang leren niet stopt op een bepaalde leeftijd of bij kennisvermeerdering. Het is ook hervinden van eigenwaarde en waardering door de samenleving.

De logische vraag is eigenlijk waarom De Veenfabriek niet de mogelijkheid heeft meer van dit soort voorstellingen te maken. Nederland heeft behoefte aan deze vorm van 'levenlang leren', van 'reïntegratie', van 'gemeenschapsgevoel', van 'eigenwaarde'.

DSC_0239

Voor ouderen, maar ook GGZ-cliënten, werkenden, arbeidslozen, vereenzaamden, onzekeren, burn outers, zoekenden; vreemd dat we kostbare reïntegratiebureaus wel financieren en de expertise van een professioneel theatergezelschap niet weten te benutten. Als ze willen...


DSC_0218


(Yep. De foto's zijn van de tournee en door mij gemaakt)

woensdag 11 december 2013

Onder de indruk

De afgelopen weken ben ik vrij geregeld opgetrokken met mensen van het Leidse gezelschap Veenfabriek. Zij hebben een voorstelling die helemaal wordt gespeeld door wat we vroeger (hoog)bejaarden noemden: mensen met leeftijden vanaf 68 jaar.

Los van de kwaliteit van de voorstelling was er iets anders wat bewondering opriep: de productieleiding. Eigenlijk zat ik wat te broeden op de vraag óf en hoe ik er een blogpost aan zou wijden.

En toen arriveerden gisteravond laat de mensen van de volgende productie in het hotel: mannen. Voor de volledigheid: de Veenfabriek speelt een week lang voorstellingen in de stad Groningen. Na twee avonden die van 'ons' nu een aantal avonden een andere. Met een andere crew.

Dan zit je 's avonds laat zo'n beetje te luisteren naar het uitwisselen van ervaringen, de geintjes en gebbetjes, de roddels - die ik lekker voor mezelf houd, maar tjonge jonge wát een verhaal zit daarin. Om jou even lekker te maken met iets wat je niet te weten krijgt - en alles wat verder ter cafétafel komt, zo rond middernacht.

Laten we eerlijk zijn, en kortheidshalve generaliseren: mannen zijn slechter in zorgen en empathie dan vrouwen. Wat mij betreft, is dat door de productieleiders van de Veenfabriek bevestigd.

Het moet een enorme klus zijn geweest om twaalf bejaarden te begeleiden; naar een nieuwe omgeving, het theater, naar een nieuwe ervaring, op een podium staan voor een publiek, naar een leven dat heel anders is dan het dagelijks leven tot dan toe was. Dat is al een klus, en daar mag je dan ook nog eens bij optellen dat voor een aantal spelers ook nog geldt dat fysieke belemmeringen een grote rol in het leven spelen. Geheel of gedeeltelijke doofheid; goed ar-ti-cu-le-ren en luid praten, zijn noodzakelijk. Zelfs als je dat goed doet, gaat het nog geregeld mis en krijg je van komische dialogen zoals ikzelf nogal eens heb met m'n stokdove schoonmoeder: "Wilt u koffie?" "Nee, ik weet niet wie er heeft gebeld.". Vragen en antwoorden die volledig zijn losgeslagen. Daar wordt je móe van, heel moe.

Medicijnen zijn ook zoiets. Voor een verplegende of verzorgende is de geheime code die achter al die medicijnnamen schuilgaat, minder een probleem dan voor leken. Die zien Baxterrollen - van die gesealde plastic zakjes met tijden waarop de medicijnen moeten worden ingenomen - en daarmee houdt het min of meer op. Hoe koffie effect heeft, of sinaasappelsap of grapefruitsap; hoe in de gaten te houden óf de gift is ingenomen of niet: allemaal nieuw werk en nieuwe vaardigheid.

Het bijkans permanent alert zijn op omvallende of onwel wordende mensen vanwege hun gezondheid: vermoeiend moet dat zijn. Ook bijzonder lijkt me de ervaring plots heel langzaam te bewegen als je in een wereld zit waarin traagheid niet gewoon is. Maar voor oude mensen is het dat wél.

Generaliserend, hè.

De acteurs hadden drie jonge vrouwen als produktie(bege)leiding. En of de voorstelling nu wel of niet een succes was, die drie deden iets wat ik mannen nog niet zo snel zie doen.

Jonge mensen die zó waren verbonden geraakt aan 'hun' acteurs dat je haast gedachteloos over het feit heen stapt dat het voor hen helemaal nieuw werk moet zijn (geweest). Je denkt snel aan de bejaarden die acteur zijn en nieuwe ervaringen opdoen. Maar dat geldt twee kanten op. Petje af voor wat ik zag: een team - ook een man daarbij - dat heel erg soepel was geïntegreerd met het sociale leven van hun acteurs.

Middernacht zat ik zo te kijken naar de jonge mensen aan die tafel. Dat de dames dit moeilijke klusje kunnen klaren, was glashelder bewezen. Maar ik vraag me af of de mannen dat ook zouden kunnen. Die hadden natuurlijk een heel andere produktie onderhanden. Maar toch... dat gesprek ging eigenlijk niet over 'sociale' onderwerpen, maar over technische en zakelijke.

Het was in elk geval een ervaring die vertrouwen geeft in jonge mensen en hun empatisch vermogen. Tóch knaagt er wat twijfel: aan mijn eigen seksegenoten en hun vaardigheid op dat punt. Alsof een idee nog steeds bestaat dat iedereen dat wel kan. Dat daarom de pikorde de technici hoger plaatst dan de organisatoren, de mannen hoger dan vrouwen.

Niets schokkendnieuws, nee. Maar ik wil mannen-mannen dit nog weleens zien doen. Zal ze tegenvallen.

maandag 1 juli 2013

Jaren des Onderscheids

De bekentenis om mee te beginnen: ik spaarde ze ook. T-shirts. En dan niet zomaar unicolore, of hoe dat ook mag heten. Nee, het ging om de bijzondere. Nu ik dit zo tik, realiseer ik me ook dat ik niet weet waar ze nu zijn. Een t-shirt van een obscuur internationaal gezelschap, eentje met een soortement blauwe alien er op, iets met Kuifje, een aantal met data van popconcerten of bandnamen; maar in alle gevallen gekozen omdat ze mooi waren, en raar. Die fascinatie voor het afwijkende heeft er, denk ik, altijd al ingezeten bij me.

Dat ik ze niet weet te liggen, heeft er vast ook mee te maken dat ik ze nooit meer draag. Dat geldt ook voor de rugbyshirts hier in huis. Die sport heeft veel tradities; een ervan is het verzamelen van (trip)shirts. Hoe unieker, hoe beter. Daarin ben ik een kleintje. Ik heb niet een gedragen exemplaar van de Springbokken, of de All Blacks. Mijn mooiste is een shirt speciaal gemaakt voor een rugbyreis naar Frankrijk voor een internationaal jeugdtoernooi. Daarvan zijn er maar vijfentwintig.

Geen van die shirts draag ik nog. De tijd waarin ze passen - en me nog pasten - is voorbij. Het zijn aandenkens geworden. Zo hoort het ook. Als het gewoon kleren waren geweest, waren ze ongetwijfeld allang weggegooid of meegegeven aan het Leger des Heils. De herinnering beschermt ze tegen dat wrede lot.

Volgens mijzelf worstel ik soms nog wel met m'n zelfbeeld. Dat zijn van die dagen dat je ineens denkt: moet je je kleding niet wat aan je feitelijke leeftijd aanpassen? Persoonlijk vind ik dat ik dat al aardig doe, met twee kanttekeningen. De eerste is dat ik geen verfijnde smaak heb en kledingcombinaties mogelijk acht waarover anderen anders denken. En het tweede is dat ik vooral bij schoenen een voorkeur heb voor 'vreemd, maar comfortabel'. Ik heb een heel prettige schoen, een soort gymschoen, met een patroon van groen slangeleer. Of een schoen die wordt dichtgemaakt met een spie als in een scharnier.

Maar dat is het dan ook wel, geloof ik.

Pas geleden was ik weer op Parkpop. Gratis, mooi weer, lekker eten (muziek zozo, naar míjn smaak) en veel mensen. Wel 250.000, hoorde ik later. Da's dus een lekker gemêleerde bende. En inderdaad, jonge mensen, mooie meisjes en vrouwen, mooie mannen en jongens, ook lelijke van beiderlei kunne, oude mensen, gezinnetjes, mensen met verschillende huidkleuren en kapsels, met verschillende sociale gewoontes, kortom, vanalles.

Het confronteert je ook als je ouder wordt.

Op zo'n festivalterrein lopen ook mensen van jouw leeftijd. Daar zit toch een grote groep bij die eruitziet alsof ze proberen terug te stappen in de tijd. Of in elk geval willen vlaggen dat zij al heel lang popconcerten bezoeken. Dat doe je met t-shirts, met de kleding van toen. Van die oudere mensen met zwarte t-shirts, daarop namen als Dogtroep - hé, da's tejater! - of tourschema's uit de jaren zeventig en tachtig. Maar het heeft ook iets wanhopigs.

Dat gevoel zit me dwars. Want waarom zouden we ons moeten aanpassen aan onze leeftijd? In de auto bedacht ik me op de terugweg dat het dat ook niet is wat me dwarszat. Wat ik dacht te zien, is een verkleedpartij. Alsof tussen al die mensen een groep mensen rondliep die was gekostumeerd, in een herinnerings-uniform was gehesen. Waarom zou je niet in je dagelijkse kloffie gaan? Ik kán me vergissen, maar volgens mij zijn dat dan een heleboel van die zwarte t-shirts minder.

Natuurlijk, conventies. We kleden ons naar de gelegenheid. Maar net zo goed als dat ik het onecht vind als ik iemand in driedelig krijtstreeppak zie met lang haar in een staartje - da's vast 'een statement' - zo blijf ik het onecht vinden als er weer zo'n oudere (man!) langsloopt met een tour t-shirt aan. Het kan zelfbedrog zijn, hoor; maar ik zie een variant op 'ongemak in het pak'.

Alsof de kleding niet (meer) bij je hoort.