De bekentenis om mee te beginnen: ik spaarde ze ook. T-shirts. En dan niet zomaar unicolore, of hoe dat ook mag heten. Nee, het ging om de bijzondere. Nu ik dit zo tik, realiseer ik me ook dat ik niet weet waar ze nu zijn. Een t-shirt van een obscuur internationaal gezelschap, eentje met een soortement blauwe alien er op, iets met Kuifje, een aantal met data van popconcerten of bandnamen; maar in alle gevallen gekozen omdat ze mooi waren, en raar. Die fascinatie voor het afwijkende heeft er, denk ik, altijd al ingezeten bij me.
Dat ik ze niet weet te liggen, heeft er vast ook mee te maken dat ik ze nooit meer draag. Dat geldt ook voor de rugbyshirts hier in huis. Die sport heeft veel tradities; een ervan is het verzamelen van (trip)shirts. Hoe unieker, hoe beter. Daarin ben ik een kleintje. Ik heb niet een gedragen exemplaar van de Springbokken, of de All Blacks. Mijn mooiste is een shirt speciaal gemaakt voor een rugbyreis naar Frankrijk voor een internationaal jeugdtoernooi. Daarvan zijn er maar vijfentwintig.
Geen van die shirts draag ik nog. De tijd waarin ze passen - en me nog pasten - is voorbij. Het zijn aandenkens geworden. Zo hoort het ook. Als het gewoon kleren waren geweest, waren ze ongetwijfeld allang weggegooid of meegegeven aan het Leger des Heils. De herinnering beschermt ze tegen dat wrede lot.
Volgens mijzelf worstel ik soms nog wel met m'n zelfbeeld. Dat zijn van die dagen dat je ineens denkt: moet je je kleding niet wat aan je feitelijke leeftijd aanpassen? Persoonlijk vind ik dat ik dat al aardig doe, met twee kanttekeningen. De eerste is dat ik geen verfijnde smaak heb en kledingcombinaties mogelijk acht waarover anderen anders denken. En het tweede is dat ik vooral bij schoenen een voorkeur heb voor 'vreemd, maar comfortabel'. Ik heb een heel prettige schoen, een soort gymschoen, met een patroon van groen slangeleer. Of een schoen die wordt dichtgemaakt met een spie als in een scharnier.
Maar dat is het dan ook wel, geloof ik.
Pas geleden was ik weer op Parkpop. Gratis, mooi weer, lekker eten (muziek zozo, naar míjn smaak) en veel mensen. Wel 250.000, hoorde ik later. Da's dus een lekker gemêleerde bende. En inderdaad, jonge mensen, mooie meisjes en vrouwen, mooie mannen en jongens, ook lelijke van beiderlei kunne, oude mensen, gezinnetjes, mensen met verschillende huidkleuren en kapsels, met verschillende sociale gewoontes, kortom, vanalles.
Het confronteert je ook als je ouder wordt.
Op zo'n festivalterrein lopen ook mensen van jouw leeftijd. Daar zit toch een grote groep bij die eruitziet alsof ze proberen terug te stappen in de tijd. Of in elk geval willen vlaggen dat zij al heel lang popconcerten bezoeken. Dat doe je met t-shirts, met de kleding van toen. Van die oudere mensen met zwarte t-shirts, daarop namen als Dogtroep - hé, da's tejater! - of tourschema's uit de jaren zeventig en tachtig. Maar het heeft ook iets wanhopigs.
Dat gevoel zit me dwars. Want waarom zouden we ons moeten aanpassen aan onze leeftijd? In de auto bedacht ik me op de terugweg dat het dat ook niet is wat me dwarszat. Wat ik dacht te zien, is een verkleedpartij. Alsof tussen al die mensen een groep mensen rondliep die was gekostumeerd, in een herinnerings-uniform was gehesen. Waarom zou je niet in je dagelijkse kloffie gaan? Ik kán me vergissen, maar volgens mij zijn dat dan een heleboel van die zwarte t-shirts minder.
Natuurlijk, conventies. We kleden ons naar de gelegenheid. Maar net zo goed als dat ik het onecht vind als ik iemand in driedelig krijtstreeppak zie met lang haar in een staartje - da's vast 'een statement' - zo blijf ik het onecht vinden als er weer zo'n oudere (man!) langsloopt met een tour t-shirt aan. Het kan zelfbedrog zijn, hoor; maar ik zie een variant op 'ongemak in het pak'.
Alsof de kleding niet (meer) bij je hoort.
Posts tonen met het label conventies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label conventies. Alle posts tonen
maandag 1 juli 2013
Jaren des Onderscheids
Labels:
conventies,
expressie,
kleding,
normen,
oude hippies,
oude rockers,
stijlen,
zelfbeeld
Locatie:
Leiden, Nederland
dinsdag 21 mei 2013
'Geblokkeerd nummer'
Eén van mijn grote uitdagingen is een belsignaal vinden op mijn mobiele telefoon wat ik hoor. Míjn iPhone bevat een fors aanbod van geluiden, pingeltjes en deuntjes. Maar heel vaak heb ik niet door dat de telefoon, bijvoorbeeld in m'n broekzak, aandacht trekt. En ja, hij trilt daarbij ook nog. Blijkbaar is het erg moeilijk mijn aandacht te trekken.
Van diverse kanten is me duidelijk gemaakt dat, naast volume en melodie, ook de toonhoogte belangrijk is. Ofwel: hoe ouder hoe slechter je hoge(re) tonen hoort. Niet dat me dat bij mezelf al was opgevallen, maar toch... . De keuze viel dus op een soort van gitaardeuntje: 'tokkelen' heet 't.
En ik miste nog steeds gespreksoproepen.
Wat er wel een aantal keer gebeurde, is dat ik dacht: "Goh, da's een bekend deuntje". Voordat ik me dan realiseerde dat het uit míjn broekzak kwam en het dus míjn telefoon was, was de kans alweer verkeken. Dan keek ik weer aan tegen die - in mijn ogen hatelijke - 1 van 'één gemiste oproep'. Kon je weer terugbellen.

Ooit ging dat niet. In mijn jeugd had je geen nummerherkenning. De telefoonhoorn zat met een draadje aan het telefoonapparaat vast. Nummers kiezen deed je met een draaischijf. Die nummers kende je uit het hoofd; of ze stonden in een 'telefoonklapper'. Ook was het zo dat de lengte van de reeks cijfers - net- en abonneenummer - een indicatie waren voor de grootte van de gemeente; een totaal van tien cijfers, waarvan drie netnummer, was geen standaard. En als er dus iemand belde en jij te laat bij het toestel was, dan was het over en uit. Je had dan geen mogelijkheid na te gaan wie er had geprobeerd dat toestel te bellen.
Dat ligt allemaal achter ons. Het draadje waarmee je aan het toestel vast zat, wat op zijn beurt weer aan de muur vast zat, is al lang niet meer. Het dictaat wat daarmee werd opgelegd, doorbroken. Niet langer náár het toestel lopen en daar een gesprek voeren. Het toestel werd eerst iets vrijgelaten - langere draden als eerste en losse hoorns daarna - om door te evolueren naar een altijd aanwezig apparaat; bijvoorbeeld in je broekzak.
Dat apparaat is iets wat in de verste verte nog op een telefoon lijkt: je kunt ermee telefoneren. De telefoon is feitelijk getransformeerd naar een zakcomputer. De accu en de toch al aanwezige rekenkracht maakten dat mogelijk. Eenmaal die weg ingeslagen, zijn ze alleen maar meer computertje en opname-apparaat geworden. En hun positie veranderde: als je mij mobiel belt, bel je mij persoonlijk, niet een algemeen nummer in ons huis.

Wat ik dan toch wel weer frappant vind, is dat we nog steeds in de maag zitten met die telefoonfunctie. Vandaag ging de telefoon. Nu hoorde ik 'm wel. Maar ja, dan ben je op wat vroeger het privaat heette en kun je niet bij je telefoon. Gemiste oproep, dus. Maar nog steeds kan ik niet (altijd) terugbellen. Op het schermpje verschijnt de mededeling 'geblokkeerd'. Wat héb ik daar nu aan. Dat je wel een indicatie achterlaat dat je belde, maar niet wie je bent. Alhoewel ik weet dat er (nog steeds) telefooncentrales bij grote(re) bedrijven zijn die nummerherkenning blokkeren of onmogeljk maken, komt zo'n 'geblokkeerd' op mij raar over. Alsof iemand onherkenbaar wil zijn, mij niet vertrouwt.
Gelukkig kan ik ze nooit terugbellen. Ook niet nu mijn iPhone met het geluid 'oude telefoon' dat van een klassieke bakelieten telefoon - die wij ook nog steeds in huis hebben - nadoet.
Van diverse kanten is me duidelijk gemaakt dat, naast volume en melodie, ook de toonhoogte belangrijk is. Ofwel: hoe ouder hoe slechter je hoge(re) tonen hoort. Niet dat me dat bij mezelf al was opgevallen, maar toch... . De keuze viel dus op een soort van gitaardeuntje: 'tokkelen' heet 't.
En ik miste nog steeds gespreksoproepen.
Wat er wel een aantal keer gebeurde, is dat ik dacht: "Goh, da's een bekend deuntje". Voordat ik me dan realiseerde dat het uit míjn broekzak kwam en het dus míjn telefoon was, was de kans alweer verkeken. Dan keek ik weer aan tegen die - in mijn ogen hatelijke - 1 van 'één gemiste oproep'. Kon je weer terugbellen.
Ooit ging dat niet. In mijn jeugd had je geen nummerherkenning. De telefoonhoorn zat met een draadje aan het telefoonapparaat vast. Nummers kiezen deed je met een draaischijf. Die nummers kende je uit het hoofd; of ze stonden in een 'telefoonklapper'. Ook was het zo dat de lengte van de reeks cijfers - net- en abonneenummer - een indicatie waren voor de grootte van de gemeente; een totaal van tien cijfers, waarvan drie netnummer, was geen standaard. En als er dus iemand belde en jij te laat bij het toestel was, dan was het over en uit. Je had dan geen mogelijkheid na te gaan wie er had geprobeerd dat toestel te bellen.
Dat ligt allemaal achter ons. Het draadje waarmee je aan het toestel vast zat, wat op zijn beurt weer aan de muur vast zat, is al lang niet meer. Het dictaat wat daarmee werd opgelegd, doorbroken. Niet langer náár het toestel lopen en daar een gesprek voeren. Het toestel werd eerst iets vrijgelaten - langere draden als eerste en losse hoorns daarna - om door te evolueren naar een altijd aanwezig apparaat; bijvoorbeeld in je broekzak.
Dat apparaat is iets wat in de verste verte nog op een telefoon lijkt: je kunt ermee telefoneren. De telefoon is feitelijk getransformeerd naar een zakcomputer. De accu en de toch al aanwezige rekenkracht maakten dat mogelijk. Eenmaal die weg ingeslagen, zijn ze alleen maar meer computertje en opname-apparaat geworden. En hun positie veranderde: als je mij mobiel belt, bel je mij persoonlijk, niet een algemeen nummer in ons huis.
Wat ik dan toch wel weer frappant vind, is dat we nog steeds in de maag zitten met die telefoonfunctie. Vandaag ging de telefoon. Nu hoorde ik 'm wel. Maar ja, dan ben je op wat vroeger het privaat heette en kun je niet bij je telefoon. Gemiste oproep, dus. Maar nog steeds kan ik niet (altijd) terugbellen. Op het schermpje verschijnt de mededeling 'geblokkeerd'. Wat héb ik daar nu aan. Dat je wel een indicatie achterlaat dat je belde, maar niet wie je bent. Alhoewel ik weet dat er (nog steeds) telefooncentrales bij grote(re) bedrijven zijn die nummerherkenning blokkeren of onmogeljk maken, komt zo'n 'geblokkeerd' op mij raar over. Alsof iemand onherkenbaar wil zijn, mij niet vertrouwt.
Gelukkig kan ik ze nooit terugbellen. Ook niet nu mijn iPhone met het geluid 'oude telefoon' dat van een klassieke bakelieten telefoon - die wij ook nog steeds in huis hebben - nadoet.
Labels:
begroeten,
computer,
conventies,
identificatie,
kennismaken,
nummerherkenning,
opnemen,
smartphone,
verandering
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)