Hoe tijd en rekenen niet zo eenvoudig zijn, bedacht ik me toen ik over het aanloopje van dit blog dacht. Dat gaat over gisteren. Toen was ik bij lezingen van twee professoren. Of was het twee lezingen van een professor? Twee van twee klopt zeker niet, want dat zou op vier uitkomen en het waren er twee van een half uur. Althans, mits de hooggeleerde heren zich aan de tijd hadden gehouden. En dat deden ze niet.
Rekenen en tijd, laat staan aan tijd rekenen, is een ingewikkelde zaak. En toch is het precies dat wat centraal stond gisteren. Beide verhalen gingen over de Antikythera Machine, de eerste bekende analoge rekencomputer in de menselijke geschiedenis.
Dit is 'm:
http://www.youtube.com/watch?v=bAqqA3fMwI8
Als je die video hebt bekeken, zit je nu stil naar het scherm te kijken. In de tijd dat het gros van de volkeren nog werkte met systemen waarin uren seizoensafhankelijk waren en waarin de periode van zonsopgang tot zonsondergang maatgevend was - waardoor zomeruren langer waren dan winteruren - is dit apparaat ontworpen en gebouwd.
Een vernuftig apparaat omdat het geheel mechanisch kon aangeven welke tijdstippen bij welke gebeurtenissen hoorden. In zijn kern draaiden daarom asjes, tandwielen, wormwielen, palletjes en val-openingen rond. Op zo'n manier dat 'de onregelmaat van de hemellichamen was gevangen in regelmaat', zoals één van de onderzoekers ooit zei. De ontwerpers begrepen hoe de maan en aarde bewegen, wat de cyclus van de zon is, waarom de maan niet altijd in gelijke stappen langs de hemel gaat of wat de tijd is die de planeten nodig hebben om een hele cyclus door te maken. En dat alles werd ondergebracht in die houten doos. Een houten reiskist met bronzen binnenwerk en bronzen gebruiksaanwijzing.
Het apparaat is een raadsel. Zo is er maar één. In 1901 gevonden door sponsduikers. De reden dat er maar één bekend is - ondanks het gegeven dat er tussen 250 vóór en 500 ná Christus veel over dit soort van apparaten is geschreven - schijn je te moeten zoeken in dat brons. Dat was zo kostbaar dat kapotte bronzen voorwerpen werden versmolten tot nieuwe. Zoals één van de twee gisteren zei: "Nog een geluk dat er een schip is vergaan met deze aan boord".
Het is alleen geen compleet apparaat. Sterker, het zijn brokstukken en inmiddels is ook duidelijk dat een deel volledig ontbreekt. Dat werd dus speuren. Net een jongensboek. Met röntgen-apparaten en dergelijke. En een apparaat dat het Griekse museum niet verliet in verband met z'n unieke karakter.
Ondanks veel vermeldingen in de periode 200 vóór tot 500 ná Christus is dit het enige exemplaar; beter, verzameling brokstukken. "Een geluk voor ons dat dit schip is vergaan", zo sprak ooit een wetenschapper. De reden dat we verder geen exemplaren kennen, schijnt te moeten worden gezocht in het brons. Dat was ook toen zó kostbaar dat omsmelten van kapot bronswerk aan de orde van dag was. En dus...?! Wie weet.
Wat mij het meest bijbleef, is niet eens het vakmanschap van de handwerkslieden. Nee, wat me bijbleef, is de enorme kennis - uiteraard - en het gegeven dat men een draagbaar rekeninstrument maakte. De allereerste laptop. Dat betekent dat men ook het miniaturiseren onder de knie had.
En wat ook interessant is, is het antwoord op de vraag wie dit apparaat ontwierp en bouwde. Dat is naar alle waarschijnlijkheid een team geweest van wetenschappers en handwerkslieden. De machine is niet aan één persoon toe te rekenen.
Uiteindelijk luisterde je dan naar het verhaal van de bouw van een indrukwekkend nauwkeurige astronomische rekenmachine, die ook nog eens draagbaar was. Een computer, inderdaad. Maar dan gemaakt in ongeveer 100 vóór Christus.
Ik ben stil.
Posts tonen met het label computer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label computer. Alle posts tonen
woensdag 19 juni 2013
Het Antikythera Machine
Labels:
astronomie,
computer,
grieken,
maan,
planeet,
planeetbanen,
rekenen,
tijdrekening,
zon
Locatie:
Leiden, Nederland
dinsdag 21 mei 2013
'Geblokkeerd nummer'
Eén van mijn grote uitdagingen is een belsignaal vinden op mijn mobiele telefoon wat ik hoor. Míjn iPhone bevat een fors aanbod van geluiden, pingeltjes en deuntjes. Maar heel vaak heb ik niet door dat de telefoon, bijvoorbeeld in m'n broekzak, aandacht trekt. En ja, hij trilt daarbij ook nog. Blijkbaar is het erg moeilijk mijn aandacht te trekken.
Van diverse kanten is me duidelijk gemaakt dat, naast volume en melodie, ook de toonhoogte belangrijk is. Ofwel: hoe ouder hoe slechter je hoge(re) tonen hoort. Niet dat me dat bij mezelf al was opgevallen, maar toch... . De keuze viel dus op een soort van gitaardeuntje: 'tokkelen' heet 't.
En ik miste nog steeds gespreksoproepen.
Wat er wel een aantal keer gebeurde, is dat ik dacht: "Goh, da's een bekend deuntje". Voordat ik me dan realiseerde dat het uit míjn broekzak kwam en het dus míjn telefoon was, was de kans alweer verkeken. Dan keek ik weer aan tegen die - in mijn ogen hatelijke - 1 van 'één gemiste oproep'. Kon je weer terugbellen.

Ooit ging dat niet. In mijn jeugd had je geen nummerherkenning. De telefoonhoorn zat met een draadje aan het telefoonapparaat vast. Nummers kiezen deed je met een draaischijf. Die nummers kende je uit het hoofd; of ze stonden in een 'telefoonklapper'. Ook was het zo dat de lengte van de reeks cijfers - net- en abonneenummer - een indicatie waren voor de grootte van de gemeente; een totaal van tien cijfers, waarvan drie netnummer, was geen standaard. En als er dus iemand belde en jij te laat bij het toestel was, dan was het over en uit. Je had dan geen mogelijkheid na te gaan wie er had geprobeerd dat toestel te bellen.
Dat ligt allemaal achter ons. Het draadje waarmee je aan het toestel vast zat, wat op zijn beurt weer aan de muur vast zat, is al lang niet meer. Het dictaat wat daarmee werd opgelegd, doorbroken. Niet langer náár het toestel lopen en daar een gesprek voeren. Het toestel werd eerst iets vrijgelaten - langere draden als eerste en losse hoorns daarna - om door te evolueren naar een altijd aanwezig apparaat; bijvoorbeeld in je broekzak.
Dat apparaat is iets wat in de verste verte nog op een telefoon lijkt: je kunt ermee telefoneren. De telefoon is feitelijk getransformeerd naar een zakcomputer. De accu en de toch al aanwezige rekenkracht maakten dat mogelijk. Eenmaal die weg ingeslagen, zijn ze alleen maar meer computertje en opname-apparaat geworden. En hun positie veranderde: als je mij mobiel belt, bel je mij persoonlijk, niet een algemeen nummer in ons huis.

Wat ik dan toch wel weer frappant vind, is dat we nog steeds in de maag zitten met die telefoonfunctie. Vandaag ging de telefoon. Nu hoorde ik 'm wel. Maar ja, dan ben je op wat vroeger het privaat heette en kun je niet bij je telefoon. Gemiste oproep, dus. Maar nog steeds kan ik niet (altijd) terugbellen. Op het schermpje verschijnt de mededeling 'geblokkeerd'. Wat héb ik daar nu aan. Dat je wel een indicatie achterlaat dat je belde, maar niet wie je bent. Alhoewel ik weet dat er (nog steeds) telefooncentrales bij grote(re) bedrijven zijn die nummerherkenning blokkeren of onmogeljk maken, komt zo'n 'geblokkeerd' op mij raar over. Alsof iemand onherkenbaar wil zijn, mij niet vertrouwt.
Gelukkig kan ik ze nooit terugbellen. Ook niet nu mijn iPhone met het geluid 'oude telefoon' dat van een klassieke bakelieten telefoon - die wij ook nog steeds in huis hebben - nadoet.
Van diverse kanten is me duidelijk gemaakt dat, naast volume en melodie, ook de toonhoogte belangrijk is. Ofwel: hoe ouder hoe slechter je hoge(re) tonen hoort. Niet dat me dat bij mezelf al was opgevallen, maar toch... . De keuze viel dus op een soort van gitaardeuntje: 'tokkelen' heet 't.
En ik miste nog steeds gespreksoproepen.
Wat er wel een aantal keer gebeurde, is dat ik dacht: "Goh, da's een bekend deuntje". Voordat ik me dan realiseerde dat het uit míjn broekzak kwam en het dus míjn telefoon was, was de kans alweer verkeken. Dan keek ik weer aan tegen die - in mijn ogen hatelijke - 1 van 'één gemiste oproep'. Kon je weer terugbellen.
Ooit ging dat niet. In mijn jeugd had je geen nummerherkenning. De telefoonhoorn zat met een draadje aan het telefoonapparaat vast. Nummers kiezen deed je met een draaischijf. Die nummers kende je uit het hoofd; of ze stonden in een 'telefoonklapper'. Ook was het zo dat de lengte van de reeks cijfers - net- en abonneenummer - een indicatie waren voor de grootte van de gemeente; een totaal van tien cijfers, waarvan drie netnummer, was geen standaard. En als er dus iemand belde en jij te laat bij het toestel was, dan was het over en uit. Je had dan geen mogelijkheid na te gaan wie er had geprobeerd dat toestel te bellen.
Dat ligt allemaal achter ons. Het draadje waarmee je aan het toestel vast zat, wat op zijn beurt weer aan de muur vast zat, is al lang niet meer. Het dictaat wat daarmee werd opgelegd, doorbroken. Niet langer náár het toestel lopen en daar een gesprek voeren. Het toestel werd eerst iets vrijgelaten - langere draden als eerste en losse hoorns daarna - om door te evolueren naar een altijd aanwezig apparaat; bijvoorbeeld in je broekzak.
Dat apparaat is iets wat in de verste verte nog op een telefoon lijkt: je kunt ermee telefoneren. De telefoon is feitelijk getransformeerd naar een zakcomputer. De accu en de toch al aanwezige rekenkracht maakten dat mogelijk. Eenmaal die weg ingeslagen, zijn ze alleen maar meer computertje en opname-apparaat geworden. En hun positie veranderde: als je mij mobiel belt, bel je mij persoonlijk, niet een algemeen nummer in ons huis.
Wat ik dan toch wel weer frappant vind, is dat we nog steeds in de maag zitten met die telefoonfunctie. Vandaag ging de telefoon. Nu hoorde ik 'm wel. Maar ja, dan ben je op wat vroeger het privaat heette en kun je niet bij je telefoon. Gemiste oproep, dus. Maar nog steeds kan ik niet (altijd) terugbellen. Op het schermpje verschijnt de mededeling 'geblokkeerd'. Wat héb ik daar nu aan. Dat je wel een indicatie achterlaat dat je belde, maar niet wie je bent. Alhoewel ik weet dat er (nog steeds) telefooncentrales bij grote(re) bedrijven zijn die nummerherkenning blokkeren of onmogeljk maken, komt zo'n 'geblokkeerd' op mij raar over. Alsof iemand onherkenbaar wil zijn, mij niet vertrouwt.
Gelukkig kan ik ze nooit terugbellen. Ook niet nu mijn iPhone met het geluid 'oude telefoon' dat van een klassieke bakelieten telefoon - die wij ook nog steeds in huis hebben - nadoet.
Labels:
begroeten,
computer,
conventies,
identificatie,
kennismaken,
nummerherkenning,
opnemen,
smartphone,
verandering
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)