Posts tonen met het label status. Alle posts tonen
Posts tonen met het label status. Alle posts tonen

zondag 25 mei 2014

Perverse schrijvers

Soms vraag ik me af wat er zou gebeuren als ik stop. Met dit blog. Niets indrukwekkends, lijkt me. Wellicht dat een enkeling zal denken: "Hé, waar is dat blog?". Maar de overgrote meerderheid zal het volledig ontgaan.

Dat kan een deprimerende gedachte zijn. Dat je meent te werken aan je meesterwerk en, verdomd, niemand die het opmerkt. Dat lijkt mij dus het ellendigste wat je kan overkomen als (roman)schrijver. Die klap waarmee je met beide benen op de grond komt en tot overmaat van ramp ook nog je enkels breekt, opdat het maar goed doordringt: er zijn maar heel weinigen die boven het maaiveld uit komen.

Om het nog een slagje complexer te maken. Het gros van de beroemde mensen is dat vooral in eigen kring. Ik heb dat in de afgelopen jaren, eigenlijk heel vaak, meegemaakt. Je staat met iemand te praten en dénkt dat de ander ook weet wie ertoe doet. Het is een soort van onthutsing als je merkt dat dat niet zo is: "Wíe zeg je? Nooit van gehoord.". De ellende is dat er (dus) heel veel verstandige, wijze en innovatief denkende mensen zijn die nooit in de openbaarheid komen. En, zijn contra-positie, er ook mensen die helemaal niet zo veel te melden hebben, maar wel bekend zijn.

Die bekendheid is verslavend.

Ik weet van mezelf dat ik niet zo van het middelpunt van de aandacht zijn, houd. Bij voorkeur beweeg is me daaromheen. Maar - en da's het paradoxale - ik wil weer wél de eer krijgen die me toekomt, waarvan ik denk dat dat die me toekomt. Maar die moet me worden tóegezwaaid. Freudiaans verklaar ik dat nog steeds vanuit 'katholieke opvoeding'.

Dit bloggen bijvoorbeeld. Waarom doe ik dat?

Toen ik ermee begon, schreef ik op dat ik het niet voor jou deed. Het zijn observaties en meningen; met als belangrijkste rode draad, mij. Vanaf dag één is het de bedoeling geweest gevarieerd te zijn. Vanaf dag één is de ambitie geweest mensen aan het denken te zetten, of anders minstens even verder dan het neuspuntje te laten kijken. Vanaf dag één is het niet de bedoeling geweest een thema-blog te maken of een doorwrocht blog met talloze literatuurverwijzingen (die ik alleen gepast vind in wetenschappelijk werk en niet om op pseudo-intellectuele wijze een gelijk af te dwingen).

Als ik vanuit mijn eigen positie naar het blog kijk, voldoet het. Het wordt gelezen en er wordt op gereageerd; vaak buiten het blog om, valt me op. Als ik het vergelijk met 'top bloggers' - hoge lezersaantallen, ofwel bekendheid, bepalen dat - dan is het een miezerig blogje, te onbeduidend voor woorden.

Dat doet me niet zoveel.

Uiteraard omdat ik zelf vind wat ik hier schrijf wel degelijk de moeite waard is. En dat heel veel thema's of waarnemingen - vaak láter - ook elders terug komen. Iedereen die zich in het openbaar manifesteert, moet denken dat-i de waarheid in pacht heeft. De wijste onder hen kunnen dat ook relativeren. In dat opzicht ben ik zó wijs dat ik mezelf weg relativeer.

Een voor mij heel belangrijke drijfveer past netjes in dat beeld dat ik met voor mezelf doe en dan pas voor jou.

Ik leer ervan.

Ook dat merk ik vanaf dag één. In max. 500 woorden (inmiddels 600) en in max. een uur schrijven (nu anderhalf gemiddeld) een beeld of een boodschap over proberen te brengen, eist wat. Alleen al "ik las dat ooit ergens, maar hoe heet die man ook alweer?" en dus kun je op zoek. "Dat citaat: hoe luidde dat precies? Ik heb het toen en toen gezien. Ergens". Zoeken. "Afbeeldingen werken, maar welke past hier bij?". Zoeken. "Hoe kom ik nu van dit standpunt naar die conclusie?"

Misschien is dat wat bloggers doen, leren: qua kennis, qua stijl, qua ... .

Maar toch: die paar keer dat ik met een blogpost honderden lezers haalde, heeft het virus zich genesteld. Wie leest dit? Waarom lezen niet veel meer mensen dit? Waarom promoten de huidige lezers dit blog niet? Wat vinden lezers? Waarom zeggen ze zo weinig in reactie op blogposts?

Kortom, ik doe het voor mezelf en leer er, ongelogen, heel veel van, maar de prikkel om bekender te zijn dan nu is er ook. Pervers? Of is het des schrijvers?

zondag 13 oktober 2013

Gevoeligheden

Ieder beroep heeft z'n eigen codes. Veranderingen daarin verraden soms ontwikkelingen in een beroep.

Sociologen hebben ooit vastgesteld dat beroepen waarin veel vrouwen werkzaam zijn, over het algemeen lager worden beloond, betaald dan beroepen waarin veel mannen werken. Die situatie is nog steeds niet fundamenteel anders: vrouwen verdienen minder dan mannen, grosso modo.

Het is niet de bedoeling die kennis zo te gebruiken, maar het kan wel: van een beroep dat feminiseert, kan worden verwacht dat het in status aan het veranderen is. Die verlaagt. Andersom geldt ook: een toename van mannelijke beroepsbeoefenaren is vaak een teken van stijgende beloningsniveaus. Dat gebeurt allemaal niet van de ene op de andere dag. Maar de tendensen zijn er.

Iets vergelijkbaars gebeurt met vaktaak, jargon. Op het moment dat vaktermen worden opgenomen in het algemeen taalgebruik, daalt de status van dat beroep een fractie. De kern is eigenlijk heel vanzelfsprekend: als iedereen snapt hoe iets wordt gedaan, is de exclusiviteit minder. Vaktaal is echt heel belangrijk voor beroepsstatus.

Een mooi voorbeeld zijn de journalisten.

De afgelopen maanden ben ik minstens tien keer tegen de felle reacties aangelopen van journalisten die zich hevig verzetten tegen het 'schrijven van stukjes' in plaats van het 'schrijven van artikelen'. Dat is eigenlijk een tekenende reactie.

'Ik schrijf 'artikelen'' is een achterhoedegevecht.

De erosie van het journalistieke beroep lijkt hevig. Lijkt, want ik denk dat het wel meevalt. Wat wél gebeurt, is dat een specifieke categorie journalistiek werk erodeert: het dagelijks, beschrijvend nieuws. Dat wordt inmiddels ook goed gedaan door talloze websites, bloggers en andersoortige schrijvers.

Die mensen spreken vaak over het schrijven van stukjes. Zo wordt dat ook ervaren. Het interessante aan de reactie is dat er blijkbaar een open zenuw wordt geraakt. Een open zenuw die mogelijk neerkomt op: 'shit, ze hebben gelijk. Dit zíjn stukjes'. Hoe je er ook naar kijkt, een overtrokken reactie op terminologie wijst vaak op een status die bijna uitsluitend is gebaséérd op terminologie.

Eerlijk gezegd ben ik van mening dat de term er niet heel veel toe doet. Maar inmiddels ben ik er ook achter dat de verdedigers van 'artikel' vaak een werkwijze en schrijfstijl hebben die eenvoudig zijn te kopieëren. Het zijn niet bepaald de beste onderzoeksjournalisten of stijlbepalers.

'stukjes schrijven': zo ís het gewoon, en dat is voor veel journalisten heel bedreigend.

woensdag 9 oktober 2013

Geciviliseerd

En toch hebben vijftig netjes openhaardhout iets lulligs.

Ook in Leiden hebben we van die jaren dertigwoningen, in verschillende formaten; wel allemaal opgetrokken uit dat 'gezellige rode baksteen'. Het zijn populaire huizen, vooral door de sfeer. Zeker voor degene die zich niet wil laten kennen als kneuterig, zijn ze ideaal. Hipstergezellig, zullen we maar zeggen. "Nee, zeg. Dit huis vráágt om deze inrichting. Moet je dat glas-in-lood zien. Daar móet toch een openhaard bij?!"

Het blijft me wat vreemd voorkomen; niet passende elementen. Wellicht het idiootst vind ik wat je in Wassenaar nogal eens zag, en waarschijnlijk ziet. Als je daar op een zaterdag in het dorp kwam of bij de plaatselijke supermarkt, dan waren ze in ruime mate voorhanden: de buitenmensen. Je kent ze vast wel; van die types die waxjassen dragen en liefst ook nog donkergroene laarzen. Wellingtons, uiteraard. Dat is een ensemble waar een terreinwagen bij hoort, een four wheel drive.

Wat het idioot maakt, is dat in het dorp geen enkele onverharde weg is te vinden en evenmin woest of onbegaanbaar buitengebied wat stevige buitenkleding vereist. Het is een gewoon dorp met asfaltwegen en gecultiveerde, zij het soms grote, tuinen. Wat zich op zaterdag op die manier in het dorp vertoont, is niet anders dan een modegril, een status statement. Het namaak druipt er ook van af. Het is toch allemaal niet hoe de koddebeier in de duinen of een jachtopziener er bij loopt.

Niet dat het hier in de stad principieel anders is. Wellicht minder landlevenkleding, maar toch ook hier, op het asfalt, te grote four wheel drives, suv's en grootwielige Amerikaanse pickup's. Overal gaat het om imago.

Bij huizen gaat dat wat lastiger in die zin dat die nogal plaatsgebonden zijn en je er niet mee kunt paraderen. Wat je wel kunt, is mensen in dat huis uitnodigen en dan nonchalant op de bijzondere details wijzen; zoals de open haard. Die er oorspronkelijk niet in zat. Maar die wel een leuk sfeertje geeft. Net als de kaarsen, de overheerlijke knoflook-olijven en de noten-tapenade op toast.

Een haard als (bij)verwarming kan ik me nog goed voorstellen. Een showhaard ook wel, maar ik geloof dat ik 'm zelf niet veel zou gebruiken. Je moet toch ergens goedkoop hout vandaan halen. Zoals ik ooit zag bij een goede kennis die een huisje in Frankrijk heeft. Die betaalde heel erg weinig voor droog, gekloofd hout. Maar dat werd dus wel zo uit de vrachtwagen in de tuin gestort. En wij maar sjouwen en stapelen. Kijk, dan lijkt me een haard wel zinvol.

Hier in Leiden reed ik van de week langs een huis waar in de voortuin openhaardhout lag; van die pakketjes met een netje er om heen, zoals je ze bij een tankstation kunt kopen. Voor te duur. Van die netjes voor mensen die hun hout bij het tankstation moeten halen omdat de winkels al zijn gesloten. Dat soort.

In die voortuin lagen dus naar schatting zo'n vijftig van die netjes. Dat gezicht doet me denken aan die kleding en die auto's: ergens klopt er iets niet in dat beeld.

zaterdag 10 augustus 2013

De all inclusive patser

Vakantie. Lekker stressen om verhalen op te doen. Voor steeds grotere groepen mensen lijkt dat de bedoeling van vakantie te zijn. De tijd dat de werknemer twee weken vrij had en misschien een Waddeneiland bezocht of rond het IJsselmeer fietste, ligt al lang achter ons. Vakantie was toen vooral 'vrij van werk'. Er op uit trekken werd meestal ingevuld door de dagjes-uit. Tot ver in de jaren zestig van de vorige eeuw was 'het buitenland' als vakantiebestemming zeker geen gemeengoed.

Moet je nu eens mee aankomen.

Vakantie is beleving, ervaring, sensatie of een uniek gevoel. In een wereld waarin de overtreffende trap het belangrijkst is, leidt dat echter ook tot een soort wapenwedloop. En die wereld hébben we laten ontstaan. Het is niet mogelijk aan te wijzen waardoor het zo is gekomen. Het is, net als de oerknal, een toevallige samenloop van omstandigheden die versnelling mogelijk maakte. Eind van het liedje is wel dat we ons inmiddels gedragen als kinderen die een heuvel af rennen: sneller en sneller. Tot de benen het niet meer bijhouden.

Dat in een overtreffende trap leven, is dus niet vreemd. Of het verstándig is, is iets heel anders. Maar hele generaties zijn gewend geraakt aan opgaande bewegingen: dat je een betere opleiding kreeg dan je ouders, een beter huis, een hoger salaris, een betere bevredigende baan, tv, kleurentv, internet. Dat geldt ook voor tijdverdrijf. Wie De Avonden leest, zal zich wellicht verbazen over de apathie, de verveling die een grote rol speelden tijdens die avonden. Dat is dus wel pas zestig jaar geleden.

Ook vakantie ontkwam niet aan die overtreffende trap. Drente? Minstens Frankrijk, Spanje of Italië. Met de fiets? De auto! Of, nog beter, het vliegtuig.

Nu is wel van belang dat de overtreffende trap deels ook wordt gevoed door het verschijnsel conspicious consumption: uitgeven om te laten dát en wat je uitgeeft. We hebben er allemaal mee te maken. Dat bij-effect van beslissingen dat ook je status ermee gebaat moet zijn. De auto die je koopt, moet je vooruit helpen, maatschappelijk. Het nieuwe huis moet beter zijn. De beoordeling daarvan is vaak jóuw inschatting van wat jouw gelijken, je vrienden en kennissen, er van vinden. Iets nieuws wat geen reactie uitlokt, is geen succes. Iets nieuws moet een splintertje jaloezie oproepen. Teveel daarvan is evenmin goed: dan raak je vrienden kwijt.

Vakantie heeft die ontwikkeling ook doorgemaakt. De eenvoudige drieweken campingvakantie geldt tegenwoordig als een soort van minimumvariant. Niet dat de huisvesting bepalend is, maar de bestemming wel. We trekken met net zoveel gemak naar Vietnam, Indonesië, Thailand, Australië als naar Europese bestemmingen. Dat is ook omdat de kosten van die bestemmingen relatief laag zijn, waardoor ver weg niet meer hetzelfde is als duur.

De interessantste vind ik nog steeds de all inclusives. De vakantiebestemmingen waarbij alles in de prijs is inbegrepen. In het hotel of appartementencomplex maak je geen extra kosten: drank, voedsel, hapjes? Alles inbegrepen. Groot, heel groot, nadeel daarvan is dat de lokale economie er heel erg magertjes van profiteert. De all inclusives zijn min of meer omheinde vakantiekampen. Plekken waar geen enkele reden bestaat om er van wet te gaan. Maar ja, het is goedkoop en prijstechnisch overzichtelijk.

Wat ik me dus afvraag, is of er niet nog iets meespeelt. Iets sublimiaals, onbewust. Omdat ik nog nooit all inclusive op vakantie ben geweest in zo'n kamp, blijft de vraag me hinderen.

Is het niet ook zo dat het goed zichtbare all inclusive polsbandje een vorm van conspicious consumption is? Zo van: "Kijk mij. Voor mij staat alles ter beschikking". Een beetje het gevoel hebben van die enorm rijke stinkerd die helemaal níet op het geld hoeft te letten? De patser? Zijn sommige vakantiebestemmingen ook bedoeld om even dát gevoel te hebben? Rijk te zijn?

zondag 24 februari 2013

Hoe oud moet je eigenlijk zijn?


Persoonlijk ben ik meestal in zo'n twee-vijf minuten ermee klaar: een kledingwinkel beoordelen op kleding. Je loopt er in een rustig tempo doorheen en laat je blik dwalen. En soms blijft-i dan hangen op een bijzondere kleur, een mooie stof of iets anders opvallends. Grijs, bruin - aardekleuren heten ze - ik vind ze niks en kijk er dan ook overheen. De kans is groot dat ik als gevolg van die manier van opereren ook treffers mis. Maar ja, als niet-fanatiek winkelaar accepteer ik m'n verlies.
Die techniek hanteer ik al jaren. Eigenlijk nooit voor mezelf, want dan gaat het nog veel sneller. Dit is de standaardaanpak als ik met m'n vrouw in een damesmodezaak verzeild raak. Dat gebeurt uiteraard 'heel toevallig' en 'omdat ze hier nu uitverkoop hebben'. Daar tuin je dan dus in. Willens en wetens.
Veel mannen houden de schijn op dat het o zo verschrikkelijk is: met je vrouw winkelen. Het is maar net hoe je daar naar kijkt. Je kunt natuurlijk ook je eigen tijdverdrijf ervan maken. Het enige wat ik vervelend vind, is dat ik van lang staan en slenteren een venijnig pijntje in de onderrug krijg. Maar dat krijg ik ook als ik langs de lijn een rugbywedstrijd kijk. En het verschaft wel een alibi: of om ergens koffie te drinken - maar daarin ligt de werkloosheid financieel dwars - of om 'nu toch wel zo'n beetje naar huis te gaan, want m'n rug begint pijn te doen'. Maar meestal gaat het allemaal soepeltjes en geven we elkaar tijd en ruimte.
Damesmodezaken zijn ook interessante biotopen. Daar kun je echt wel een poosje rondkijken.
Naar de meegesleepte mannen bijvoorbeeld. Van het nonchalante type dat gered is door de uitvinding van de smartphone. Of het gedienstig type dat achter de vrouw aanhobbelt. De bijna-zelfstandige man die een eigen route kiest en zelf aan komt draven met suggesties. En, uiteraard, de klassiek-onverschillige die meteen op zoek is naar de bank en leestafel om zich daar voor langere periode te verschansen.
bizarre-borden-7
Terwijl die mannen daar hun dingetje doen, zijn de dames bezig systematisch de kledingrekken door te snuffelen. Zeker als ze 'aan het winkelen' zijn, is dat een precisieklus. In tegenstelling tot de manier waarop ik zo'n kledingzaak doorraas, lijkt het alsof zij alle kleding stuk voor stuk bekijken en beoordelen. Op schoonheid, modieusheid, kwaliteit, prijs en, o ja, heb ik het nodig? Eerlijk gezegd, verdenk ik ze ervan die laatste vraag eigenlijk nooit te stellen; stomweg omdat ze bij Prijs? al zijn bezweken of afgehaakt.
Nu wordt het pas echt leuk. Dan heb je een paar kledingstukken gevonden. Die moeten gepast. Want staat het je wel?
Da's echt bijzonder. Als er iets is wat we niet zelf kunnen, is onszelf zien of horen door de ogen of oren van een ander. Zoals jij jezelf hoort praten, is heel anders dan de klanken die een ander van jou ontvangt. En da's nog maar het fysisch deel. De vraag of de intentie die je in je hoofd hebt óók is overgebracht, is er ook nog. Kortom, zelfbeeld is iets anders dan het beeld dat anderen van jou hebben.
images
Dat is precies de reden waarom ik me dus meestal wel vermaak.
Dan staat er voor de spiegel een dame van een jaar of vijftig. Met een uitermate jeugdig gesneden en fleurig ensembletje aan. Spiedend in de spiegel - waarnaar? - en twijfelend. En in de nek gehijgd door een verkoopster. Geeft die echt eerlijk advies? Of verkopen ze hier op provisiebasis? Welnu, als niemand het zegt: mevrouw, dat buikje, dat hebben kinderloze jonge vrouwen niet en dan staat dit goed. Maar u bent ouder en hebt een buikje. Ik zou het niet doen, als ik u was.
Maar ja, dat zég je niet. Dat denk je alleen maar. Lafaard.
negatief_zelfbeeld
Dus draaien er voor die spiegels vrouwen rond hun as met kleding waarvan je denkt: past dat nog bij je leeftijd? Staat je dat echt nog? Het is uiteraard een kwestie van smaak. En die verschillen. Ook per sociale klasse. Met je kleding geef je ook vlagsignalen af over je positie.
Zo rond je drieëntwintigste schijnt bij iedereen dat zelfbeeld te stoppen met ontwikkelen. Vandaar dat vreemde idee van jezelf dat je nooit ouder wordt. En dat je soms in de spiegel een vreemde ziet. Of in elk geval iemand die al een stuk ouder is dan jij bent.
Da's best een lastig fenomeen als je kleding gaat kopen. Want wie kleed je dan? Vandaar, denk ik al wachtend, die vrouwen die er uit willen zien als meisje.
lg_image_29_8896