Claimen van succes: persoonlijk ben ik er slecht in. Voor mij voelt het net zo aan als jezelf neerzetten als 'expert' of, nog vele malen erger, 'guru'. Het zijn waarderingen; en waardering kríjg je, die neem je niet. Toch zijn er zat mensen die heel actief bezig zijn met eigenschouderklopjes, zelfpromotie en zelfvervullende voorspellingen. Vooral van die laatste heb ik er veel gezien in mijn leven.
Ken je dat? Van die collega's die zichzelf een mooie, vaak niet eens bestaande, functietitel toekennen en die vanaf dan gaan hanteren. Na verloop van tijd ís dat vaak ook hun functie. Stomweg omdat niemand meer stilstaat bij het waarheidsgehalte. Vaak omdat 'het toch de moeite niet waard is in welke functie iemand zichzelf presenteert'. En eigenlijk is die reactie nog zorgwekkender, vooral omdat het vaak leidinggevenden zijn die zo redeneren. De valse secreetversie van mijn brein denkt dan dat zij zelf ook aan dat pimpen van positie doen of hebben gedaan. Het vereist een dief om een dief te herkennen. Toch?
Zulke vervormingstrucs zie je vrij veel. Vooral in politieke functies. Dat zijn niet per sé politici, maar al die mensen die zich behoedzaam denken te moeten opstellen om anderen, in eigenbelang, niet voor het hoofd te stoten. Doe je dat nét teveel, dan ben je een kruiperige slijmbal. Het is de grootste bedreiging voor het poldermodel: een gebrek aan eerlijkheid en rechte rug, maar een overschot aan politiek manoeuvreren.
Ik heb ooit een directeur gekend die dat deed: pas een standpunt innemen nadat hij had kunnen bepalen hoe het krachtenveld lag. Da's een goede manier van beslissen als je er níet van uitgaat dat een directeur leiding geeft en visie heeft. Het is de werkwijze van een vergadervoorzitter; een geheel andere functie. Je wordt wel speelbal van verschillende krachten, waardoor het verwijt zal komen dat je autoritair beslist en aan vriendjespolitiek doet. Voor een toeschouwer kies je immers pas achteraf positie, partij.
Wat veel gebeurt, is het creatief krom redeneren. Dát is wel iets des politici, geloof ik. Pas geleden zag ik een citaat van minister Schippers waarin werd gesteld dat de ontwikkelingen in de (ziekenhuis)zorg goed waren 'want de patiënttevredenheid was in Nederland erg hoog'. Wat me frappeerde, is het gelegde verband. Alsof patiënttevredenheid plots de maat der dingen is, maar vooral alsof er een causale, een verklarende relatie is tussen die twee. Het zijn woorden die je alertheid moeten opwekken: want, omdat, doordat. Hoezo: want, omdat of doordat?
Economisch herstel. Als ik het kort zou moeten duiden: we weten niet hoe dat precies gaat. Wat we weten, is dat als je aan een touwtje trekt dat uit de kluwen 'economie' steekt, dat er dan iets gebeurt. Net als touwtje trekken op de kermis. En toch wordt er geclaimd bij het leven.
Daar kan ik me figuurlijk aan ergeren.
Nederland heeft geen invloed op z'n eigen economisch herstel. Die zin ga je niet vaak zien of horen. Maar hij lijkt wel overal onder geschoven te zijn. De beroemde 'tekenen van herstel' zijn grotendeels gebaseerd op handelsnatiekracht: export, import en doorvoer. Dat zijn wel factoren waarin klanten bepalend zijn: 'het buitenland'. De ellende van handelen is dat je vrienden te vriend moet houden. Teveel opvallen, is niet per sé positief. Oubolliger geformuleerd: de kruideniersmentaliteit past dan goed, zuinig en onopvallend. Dát is ook exact wat VVD/PvdA nu doen. Zonder expliciete eigen visie reactief bewegen en vooral bezuinigen. Zonder expliciete visie is dat risicovol. Zonder visie moeten er geforceerde verbanden en effecten worden voorgespiegeld.
Zo een is het vreemde verband dat men meent te zien tussen economisch herstel en beurskoersen. Blijkbaar is speculatiewinst causaal gerelateerd aan óns inkomen. Alsof 'het vertrouwen van beleggers' ook maar iets zegt over 'vertrouwen in de economie'. Het zegt iets over hun vertrouwen in de winstgevendheid van dát bedrijf; ook als dat grootschalig reorganiseert en de daaruit voortvloeiende (uitkerings)lasten bij de samenleving parkeert, ook als het bedrijf doorstart en anderen met de lasten achterlaat. Dát zou op enigerlei wijze iets over 'de economie' zeggen?!
De ellende? Ze zijn er zelf in gaan geloven: de oppimpers, de politieke talers, de niet-leiders.
Posts tonen met het label eerlijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eerlijk. Alle posts tonen
dinsdag 16 september 2014
zondag 25 mei 2014
Perverse schrijvers
Soms vraag ik me af wat er zou gebeuren als ik stop. Met dit blog. Niets indrukwekkends, lijkt me. Wellicht dat een enkeling zal denken: "Hé, waar is dat blog?". Maar de overgrote meerderheid zal het volledig ontgaan.
Dat kan een deprimerende gedachte zijn. Dat je meent te werken aan je meesterwerk en, verdomd, niemand die het opmerkt. Dat lijkt mij dus het ellendigste wat je kan overkomen als (roman)schrijver. Die klap waarmee je met beide benen op de grond komt en tot overmaat van ramp ook nog je enkels breekt, opdat het maar goed doordringt: er zijn maar heel weinigen die boven het maaiveld uit komen.
Om het nog een slagje complexer te maken. Het gros van de beroemde mensen is dat vooral in eigen kring. Ik heb dat in de afgelopen jaren, eigenlijk heel vaak, meegemaakt. Je staat met iemand te praten en dénkt dat de ander ook weet wie ertoe doet. Het is een soort van onthutsing als je merkt dat dat niet zo is: "Wíe zeg je? Nooit van gehoord.". De ellende is dat er (dus) heel veel verstandige, wijze en innovatief denkende mensen zijn die nooit in de openbaarheid komen. En, zijn contra-positie, er ook mensen die helemaal niet zo veel te melden hebben, maar wel bekend zijn.
Die bekendheid is verslavend.
Ik weet van mezelf dat ik niet zo van het middelpunt van de aandacht zijn, houd. Bij voorkeur beweeg is me daaromheen. Maar - en da's het paradoxale - ik wil weer wél de eer krijgen die me toekomt, waarvan ik denk dat dat die me toekomt. Maar die moet me worden tóegezwaaid. Freudiaans verklaar ik dat nog steeds vanuit 'katholieke opvoeding'.
Dit bloggen bijvoorbeeld. Waarom doe ik dat?
Toen ik ermee begon, schreef ik op dat ik het niet voor jou deed. Het zijn observaties en meningen; met als belangrijkste rode draad, mij. Vanaf dag één is het de bedoeling geweest gevarieerd te zijn. Vanaf dag één is de ambitie geweest mensen aan het denken te zetten, of anders minstens even verder dan het neuspuntje te laten kijken. Vanaf dag één is het niet de bedoeling geweest een thema-blog te maken of een doorwrocht blog met talloze literatuurverwijzingen (die ik alleen gepast vind in wetenschappelijk werk en niet om op pseudo-intellectuele wijze een gelijk af te dwingen).
Als ik vanuit mijn eigen positie naar het blog kijk, voldoet het. Het wordt gelezen en er wordt op gereageerd; vaak buiten het blog om, valt me op. Als ik het vergelijk met 'top bloggers' - hoge lezersaantallen, ofwel bekendheid, bepalen dat - dan is het een miezerig blogje, te onbeduidend voor woorden.
Dat doet me niet zoveel.
Uiteraard omdat ik zelf vind wat ik hier schrijf wel degelijk de moeite waard is. En dat heel veel thema's of waarnemingen - vaak láter - ook elders terug komen. Iedereen die zich in het openbaar manifesteert, moet denken dat-i de waarheid in pacht heeft. De wijste onder hen kunnen dat ook relativeren. In dat opzicht ben ik zó wijs dat ik mezelf weg relativeer.
Een voor mij heel belangrijke drijfveer past netjes in dat beeld dat ik met voor mezelf doe en dan pas voor jou.
Ik leer ervan.
Ook dat merk ik vanaf dag één. In max. 500 woorden (inmiddels 600) en in max. een uur schrijven (nu anderhalf gemiddeld) een beeld of een boodschap over proberen te brengen, eist wat. Alleen al "ik las dat ooit ergens, maar hoe heet die man ook alweer?" en dus kun je op zoek. "Dat citaat: hoe luidde dat precies? Ik heb het toen en toen gezien. Ergens". Zoeken. "Afbeeldingen werken, maar welke past hier bij?". Zoeken. "Hoe kom ik nu van dit standpunt naar die conclusie?"
Misschien is dat wat bloggers doen, leren: qua kennis, qua stijl, qua ... .
Maar toch: die paar keer dat ik met een blogpost honderden lezers haalde, heeft het virus zich genesteld. Wie leest dit? Waarom lezen niet veel meer mensen dit? Waarom promoten de huidige lezers dit blog niet? Wat vinden lezers? Waarom zeggen ze zo weinig in reactie op blogposts?
Kortom, ik doe het voor mezelf en leer er, ongelogen, heel veel van, maar de prikkel om bekender te zijn dan nu is er ook. Pervers? Of is het des schrijvers?
Dat kan een deprimerende gedachte zijn. Dat je meent te werken aan je meesterwerk en, verdomd, niemand die het opmerkt. Dat lijkt mij dus het ellendigste wat je kan overkomen als (roman)schrijver. Die klap waarmee je met beide benen op de grond komt en tot overmaat van ramp ook nog je enkels breekt, opdat het maar goed doordringt: er zijn maar heel weinigen die boven het maaiveld uit komen.
Om het nog een slagje complexer te maken. Het gros van de beroemde mensen is dat vooral in eigen kring. Ik heb dat in de afgelopen jaren, eigenlijk heel vaak, meegemaakt. Je staat met iemand te praten en dénkt dat de ander ook weet wie ertoe doet. Het is een soort van onthutsing als je merkt dat dat niet zo is: "Wíe zeg je? Nooit van gehoord.". De ellende is dat er (dus) heel veel verstandige, wijze en innovatief denkende mensen zijn die nooit in de openbaarheid komen. En, zijn contra-positie, er ook mensen die helemaal niet zo veel te melden hebben, maar wel bekend zijn.
Die bekendheid is verslavend.
Ik weet van mezelf dat ik niet zo van het middelpunt van de aandacht zijn, houd. Bij voorkeur beweeg is me daaromheen. Maar - en da's het paradoxale - ik wil weer wél de eer krijgen die me toekomt, waarvan ik denk dat dat die me toekomt. Maar die moet me worden tóegezwaaid. Freudiaans verklaar ik dat nog steeds vanuit 'katholieke opvoeding'.
Dit bloggen bijvoorbeeld. Waarom doe ik dat?
Toen ik ermee begon, schreef ik op dat ik het niet voor jou deed. Het zijn observaties en meningen; met als belangrijkste rode draad, mij. Vanaf dag één is het de bedoeling geweest gevarieerd te zijn. Vanaf dag één is de ambitie geweest mensen aan het denken te zetten, of anders minstens even verder dan het neuspuntje te laten kijken. Vanaf dag één is het niet de bedoeling geweest een thema-blog te maken of een doorwrocht blog met talloze literatuurverwijzingen (die ik alleen gepast vind in wetenschappelijk werk en niet om op pseudo-intellectuele wijze een gelijk af te dwingen).
Als ik vanuit mijn eigen positie naar het blog kijk, voldoet het. Het wordt gelezen en er wordt op gereageerd; vaak buiten het blog om, valt me op. Als ik het vergelijk met 'top bloggers' - hoge lezersaantallen, ofwel bekendheid, bepalen dat - dan is het een miezerig blogje, te onbeduidend voor woorden.
Dat doet me niet zoveel.
Uiteraard omdat ik zelf vind wat ik hier schrijf wel degelijk de moeite waard is. En dat heel veel thema's of waarnemingen - vaak láter - ook elders terug komen. Iedereen die zich in het openbaar manifesteert, moet denken dat-i de waarheid in pacht heeft. De wijste onder hen kunnen dat ook relativeren. In dat opzicht ben ik zó wijs dat ik mezelf weg relativeer.
Een voor mij heel belangrijke drijfveer past netjes in dat beeld dat ik met voor mezelf doe en dan pas voor jou.
Ik leer ervan.
Ook dat merk ik vanaf dag één. In max. 500 woorden (inmiddels 600) en in max. een uur schrijven (nu anderhalf gemiddeld) een beeld of een boodschap over proberen te brengen, eist wat. Alleen al "ik las dat ooit ergens, maar hoe heet die man ook alweer?" en dus kun je op zoek. "Dat citaat: hoe luidde dat precies? Ik heb het toen en toen gezien. Ergens". Zoeken. "Afbeeldingen werken, maar welke past hier bij?". Zoeken. "Hoe kom ik nu van dit standpunt naar die conclusie?"
Misschien is dat wat bloggers doen, leren: qua kennis, qua stijl, qua ... .
Maar toch: die paar keer dat ik met een blogpost honderden lezers haalde, heeft het virus zich genesteld. Wie leest dit? Waarom lezen niet veel meer mensen dit? Waarom promoten de huidige lezers dit blog niet? Wat vinden lezers? Waarom zeggen ze zo weinig in reactie op blogposts?
Kortom, ik doe het voor mezelf en leer er, ongelogen, heel veel van, maar de prikkel om bekender te zijn dan nu is er ook. Pervers? Of is het des schrijvers?
zondag 9 maart 2014
Politiek: invasie van gedachtendieven
De afgelopen weken laait de politieke strijd om jouw stem weer op. Het is een prima tijd om je voorraad gratis balpennen, notitieblokjes en zelfs schuursponsjes aan te vullen. Net zoals gratis op het Internet niet gratis is, maar een ruil tegen jouw privacy, zo moet je voor die balpen dan wel even beleefd een wervend praatje aanhoren. Voor niets gaat (nog) de zon op...
De tijd ook voor extra aandacht voor politici. Eindredacteuren die vragen om nieuws uit 'de debatten' en verslaggevers die braaf die debatten aflopen, aanhoren en verslaan.
Debatten die zelden interessant zijn voor de kiezer.
Mij blijft het frapperen. Natuurlijk is het waar dat politici zich, generaliserend, marginaal interesseren voor de kiezer. Eens per vier jaar is de aandacht er en twittert, facebookt en begeeft de hele politieke gemeenschap zich onder het volk dat het een lieve lust is. Maar communiceren, ho maar.
Is het je weleens opgevallen dat er zelden tot nooit een debat is van één politiek dier met het publiek? Of voor mijn part een panel met het publiek? Het publiek mag, vaak als laatste, vrágen stellen. Het debat is tussen de dames en heren onderling. Dat het op details vliegen afvangen alleen interessant is voor ingevoerden als zijzelf en de politiekverslaggever van het plaatselijk blaadje, dát ontgaat ze.
Jazeker, je kijkt naar een toneelstuk.
Een goede reden dat zo te stellen, denk ik te hebben gevonden in de interviews die ik deed en doe met politici. Zeker in de reeks die nu wordt gemaakt, valt het op.
Een politicus voor de zoveelste keer vragen naar zijn partijpolitieke standpunten, zijn behaalde resultaten en zijn doelen voor de komende vier jaar, leek me overbodig. Nog afgezien van de vraag of dat allemaal wel zo realistisch is onder continu veranderende omstandigheden, ben ikzelf veel meer geïnteresseerd in de drijfveren van mensen. Liggen díe me me, dan is dat een belangrijke reden mijn stem op die persoon uit te brengen.
Mijn insteek voor de interviews is dus een laag dieper te graven. Wat brengt iemand ertoe de politiek in te gaan? Hoe denk je over 'het volk' en de verhouding tot hen? Hoe ga je om met dilemma's en wat is je wereldbeeld? Ik kan zeggen dat lokale politici die vragen blijkbaar niet vaak krijgen en soms gewoon echt geen antwoord hebben. "Jee, waaróm zit ik eigenlijk in de politiek? Goede vraag. Daar heb ik eigenlijk (al lang) niet over nagedacht." Ja, dit was een écht antwoord.
Maar er is iets anders, veel interessanter vind ik, vast te stellen.
Als je een kandidaatreaadslid interviewt, kun je zo'n gesprek wel voeren. Het kost zo'n drie kwartier koudwatervrees overwinnen, maar dan willen ze meestal wel, bewust of onbewust. Maar ex-wethouders zijn een voorbeeld van hoe mensen kunnen worden overgenomen door andere entiteiten. Ze zien er nog steeds hetzelfde uit, maar ze zíjn anders.
Het verklaart waarom veel voormalig landelijke politici plots andere zienswijzen lijken te hebben dan in hun politiek-actieve periode. Toen waren ze zichzelf niet. Ze deden wat ze dáchten dat ze moesten doen in het belang van hun functie. Kiezers voelen die onechtheid. Als dan, later, kritiek wordt geuit op 'toen' dan is het wantrouwen bevestigd. Lokaal gebeurt precies hetzelfde.
Het zou 'de democratie' en ons keuzeproces reusachtig hebben geholpen en helpen als politici integer zouden zijn naar zichzelf in plaats van naar de partij of de functie. Dan krijgen gedachtendieven geen kans.
De tijd ook voor extra aandacht voor politici. Eindredacteuren die vragen om nieuws uit 'de debatten' en verslaggevers die braaf die debatten aflopen, aanhoren en verslaan.
Debatten die zelden interessant zijn voor de kiezer.
Mij blijft het frapperen. Natuurlijk is het waar dat politici zich, generaliserend, marginaal interesseren voor de kiezer. Eens per vier jaar is de aandacht er en twittert, facebookt en begeeft de hele politieke gemeenschap zich onder het volk dat het een lieve lust is. Maar communiceren, ho maar.
Is het je weleens opgevallen dat er zelden tot nooit een debat is van één politiek dier met het publiek? Of voor mijn part een panel met het publiek? Het publiek mag, vaak als laatste, vrágen stellen. Het debat is tussen de dames en heren onderling. Dat het op details vliegen afvangen alleen interessant is voor ingevoerden als zijzelf en de politiekverslaggever van het plaatselijk blaadje, dát ontgaat ze.
Jazeker, je kijkt naar een toneelstuk.
Een goede reden dat zo te stellen, denk ik te hebben gevonden in de interviews die ik deed en doe met politici. Zeker in de reeks die nu wordt gemaakt, valt het op.
Een politicus voor de zoveelste keer vragen naar zijn partijpolitieke standpunten, zijn behaalde resultaten en zijn doelen voor de komende vier jaar, leek me overbodig. Nog afgezien van de vraag of dat allemaal wel zo realistisch is onder continu veranderende omstandigheden, ben ikzelf veel meer geïnteresseerd in de drijfveren van mensen. Liggen díe me me, dan is dat een belangrijke reden mijn stem op die persoon uit te brengen.
Mijn insteek voor de interviews is dus een laag dieper te graven. Wat brengt iemand ertoe de politiek in te gaan? Hoe denk je over 'het volk' en de verhouding tot hen? Hoe ga je om met dilemma's en wat is je wereldbeeld? Ik kan zeggen dat lokale politici die vragen blijkbaar niet vaak krijgen en soms gewoon echt geen antwoord hebben. "Jee, waaróm zit ik eigenlijk in de politiek? Goede vraag. Daar heb ik eigenlijk (al lang) niet over nagedacht." Ja, dit was een écht antwoord.
Maar er is iets anders, veel interessanter vind ik, vast te stellen.
Als je een kandidaatreaadslid interviewt, kun je zo'n gesprek wel voeren. Het kost zo'n drie kwartier koudwatervrees overwinnen, maar dan willen ze meestal wel, bewust of onbewust. Maar ex-wethouders zijn een voorbeeld van hoe mensen kunnen worden overgenomen door andere entiteiten. Ze zien er nog steeds hetzelfde uit, maar ze zíjn anders.
Het verklaart waarom veel voormalig landelijke politici plots andere zienswijzen lijken te hebben dan in hun politiek-actieve periode. Toen waren ze zichzelf niet. Ze deden wat ze dáchten dat ze moesten doen in het belang van hun functie. Kiezers voelen die onechtheid. Als dan, later, kritiek wordt geuit op 'toen' dan is het wantrouwen bevestigd. Lokaal gebeurt precies hetzelfde.
Het zou 'de democratie' en ons keuzeproces reusachtig hebben geholpen en helpen als politici integer zouden zijn naar zichzelf in plaats van naar de partij of de functie. Dan krijgen gedachtendieven geen kans.
Labels:
authentiek,
body snatchers,
democratie,
eerlijk,
kiezer,
Leiden,
politiek,
stem,
verkiezingen
donderdag 6 februari 2014
De creatieve klasse als construct
Laat ik eens opschrijven wat ik zag gebeuren; zonder ingewikkeldheden en ruimte voor gevoeligheden. Da's een ideaal recept voor "Kop eraf!" en Onheuse Bejegening. Soms is een onbevangen blik ontnuchterend-verhelderend. Daarop hoop ik dan maar.
http://www.youtube.com/watch?v=Eobuu-IexvI
De creatieve sector. De creatieve industrie. Creatief is de norm. Steden pompen miljoenen in beleid, voorzieningen en PR die hen tot creatieve stad moeten maken. De vraag is of ze dan hebben begrépen wat de heer Florida nu eigenlijk bedoelde of deed met zijn creative class.
Niks doen, is geen optie. De vraag is wel wat je wél kunt en zou moeten doen. Discussie, dus. Ook in Leiden.
In het wikipedia-lemma staan twee citaten die ik treffend vind (en mee eens ben). Treffend omdat precies dat is wat ik waarnam.
In het concept zoals Florida dat neerzet, is de creatieve klasse niets meer of minder dan die groep mensen die economische groei kan bewerkstelligen. Da's hun bestaansreden: economische groei. Terzijde, kritiek op Florida geldt daarnaast vooral ook zijn voorliefde voor meritocratie en opleiding.
Maar goed. Leiden.
Daar kwam de groep er eigenlijk niet uit. Precies in het verlengde van Markusens kritiek bleek de groep niet goed tot overeenstemming te kunnen komen wat het probleem nu eigenlijk is. Zonder probleem wordt het moeilijk om 'iets voor de creatieve sector' te doen.
Een cynicus ziet in de discussie vooral een belangenstrijd; niet direct en open, maar wel degelijk een belangenstrijd. Die belangen zijn heel banaal te omschrijven als: het moet mij werk opleveren. Het zijn geen altruïstische vrijwilligers, maar vrijwilligers die een biotoop proberen te creëren waarin zíj gedijen. Dat heb ik vaker meegemaakt. In de zorg zijn een aantal initiatieven geweest 'in het algemeen belang'. Die vielen om toen de belangen manifest(er) werden en partijen feitelijk weinig anders voor ogen hadden dan welbegrepen eigenbelang.
Aha! In Leiden barst het dus van de huichelaars?! Nou, nee. Zeker niet. Men is welzeker oprecht. Daarvan ben ik overtuigd. Is men realistisch? Da's wel aan de orde.
Het krachtige aan Florida's benadering is de benadrukking van cultuuraspecten. Het zwakke is vooral het gebruik daarna van dat inzicht; alsof je cultuur kunt afdwingen. In Leiden zie je dat terug in oplossingen als een cultuurmanager, een cultuurstichting, een subsidiefonds. Allemaal structuuroplossingen. Prima, áls er een structuurprobleem is.
Leiden heeft een heel klein aantal 'creatieve enclaves'. Stuk voor stuk zijn dat panden die alleen met de hulp van institutionele investeerders en de overheid die status verwierven. Interessant is dat het uitmaakt wie je spreekt voor het antwoord op de vraag of daar ook een meerwaarde is te vinden in de vorm van kruisbestuiving. Eén ding concludeer ik wel: die kruisbestuiving is aanwezig, maar niet spectaculair.
Da's wat ik miste: realiteit.
Vooralsnog wint mijn cynische inborst het van zijn tweelingbroertje Vertrouwen. Ook die huist in mij. Maar zolang ik het idee heb dat het vooral wensdenken en communicatiestrategie is wat ik zie, hoor en lees... ben ik nog niet overtuigd van die creatieve klasse en zijn kracht, in Leiden.
http://www.youtube.com/watch?v=Eobuu-IexvI
De creatieve sector. De creatieve industrie. Creatief is de norm. Steden pompen miljoenen in beleid, voorzieningen en PR die hen tot creatieve stad moeten maken. De vraag is of ze dan hebben begrépen wat de heer Florida nu eigenlijk bedoelde of deed met zijn creative class.
Niks doen, is geen optie. De vraag is wel wat je wél kunt en zou moeten doen. Discussie, dus. Ook in Leiden.
In het wikipedia-lemma staan twee citaten die ik treffend vind (en mee eens ben). Treffend omdat precies dat is wat ik waarnam.
Florida’s message was so quickly and enthusiastically adopted by cities because he argued that any city had the potential to become a vibrant, creative city with the right infrastructure investments, policies, and consulting advice.
In "Urban Development and the Politics of the Creative Class", Ann Markusen argues that workers qualified as being in the Creative Class have no concept of group identity, nor are they in occupations that are inherently creative.
In het concept zoals Florida dat neerzet, is de creatieve klasse niets meer of minder dan die groep mensen die economische groei kan bewerkstelligen. Da's hun bestaansreden: economische groei. Terzijde, kritiek op Florida geldt daarnaast vooral ook zijn voorliefde voor meritocratie en opleiding.
Maar goed. Leiden.
Daar kwam de groep er eigenlijk niet uit. Precies in het verlengde van Markusens kritiek bleek de groep niet goed tot overeenstemming te kunnen komen wat het probleem nu eigenlijk is. Zonder probleem wordt het moeilijk om 'iets voor de creatieve sector' te doen.
Een cynicus ziet in de discussie vooral een belangenstrijd; niet direct en open, maar wel degelijk een belangenstrijd. Die belangen zijn heel banaal te omschrijven als: het moet mij werk opleveren. Het zijn geen altruïstische vrijwilligers, maar vrijwilligers die een biotoop proberen te creëren waarin zíj gedijen. Dat heb ik vaker meegemaakt. In de zorg zijn een aantal initiatieven geweest 'in het algemeen belang'. Die vielen om toen de belangen manifest(er) werden en partijen feitelijk weinig anders voor ogen hadden dan welbegrepen eigenbelang.
Aha! In Leiden barst het dus van de huichelaars?! Nou, nee. Zeker niet. Men is welzeker oprecht. Daarvan ben ik overtuigd. Is men realistisch? Da's wel aan de orde.
Het krachtige aan Florida's benadering is de benadrukking van cultuuraspecten. Het zwakke is vooral het gebruik daarna van dat inzicht; alsof je cultuur kunt afdwingen. In Leiden zie je dat terug in oplossingen als een cultuurmanager, een cultuurstichting, een subsidiefonds. Allemaal structuuroplossingen. Prima, áls er een structuurprobleem is.
Leiden heeft een heel klein aantal 'creatieve enclaves'. Stuk voor stuk zijn dat panden die alleen met de hulp van institutionele investeerders en de overheid die status verwierven. Interessant is dat het uitmaakt wie je spreekt voor het antwoord op de vraag of daar ook een meerwaarde is te vinden in de vorm van kruisbestuiving. Eén ding concludeer ik wel: die kruisbestuiving is aanwezig, maar niet spectaculair.
Da's wat ik miste: realiteit.
Vooralsnog wint mijn cynische inborst het van zijn tweelingbroertje Vertrouwen. Ook die huist in mij. Maar zolang ik het idee heb dat het vooral wensdenken en communicatiestrategie is wat ik zie, hoor en lees... ben ik nog niet overtuigd van die creatieve klasse en zijn kracht, in Leiden.
Abonneren op:
Posts (Atom)