Posts tonen met het label democratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label democratie. Alle posts tonen

dinsdag 18 maart 2014

Stemmen móet?!

Het zal wel. Sinds wanneer is het zo dat je móet stemmen om recht van klagen of spreken te hebben? Da's baarlijke nonsens.

Stemmen is een democratisch recht. Toch? Tenzij ik ooit ergens een fundamentele wetswijziging heb gemist, is dat toch echt nog steeds het uitgangspunt. Maar omdat ik ook weleens een wijziging in de wegenverkeerswet miste over de maximale asdruk van de aanhanger die ik niet heb, sluit ik niet uit ooit iets anders belangrijk ook te hebben gemist. In dit geval meen ik oprecht te kunnen zeggen dat dat niet zo is. Stemmen is een democratisch recht.

Als dat zo is, snap ik het niet meer.

Blijkbaar is er een soort collectieve misleiding ontstaan dat je je democratisch recht móet uitoefenen. Maar een recht is juist een recht omdat het jou het recht geeft het níet uit te oefenen. Anders is het een plicht. Een een stemplicht kennen we al lang niet meer.

Maar je moet stemmen omdat je anders geen recht van spreken - lees: klagen - hebt later. Is ook drog. Volgens aanhangers van die redenering is stemrecht een zwaarwegend en belangrijk recht waarmee je niet lichtzinnig mag omspringen. Daar kan ik me helemaal in vinden. Wat dan wel weer frappant is, is dat dat zwaarbelangrijk recht onmiddellijk totaal waardeloos wordt gemaakt door te doen alsof je het aanbod partijen altijd voldoende keuze biedt om jouw mening te verkondigen.

Als er iets is wat we de afgelopen jaren steeds meer zijn realiseren, dan is dat toch echt dat dat een wensbeeld is. Er is geen enkele partij die jouw meningen en doelen precíes onderschrijft. Niet voor niets is dat kiezen zo moeilijk. Ze passen geen van allen voor honderd procent en dus dient zich die (ellendige) keuzevraag aan: wat geef ik prioriteit en wat minder? Da's kiezen: van maximaal naar optimaal (en verder naar beneden via suboptimaal en 'minst slechte').

Als ik serieus zou omgaan met m'n stemrecht zou het heel goed zo kunnen zijn dat ik níet stem. Althans, geen stem uitbreng. De gang naar het stemlokaal maak ik dan wel, maar op een of andere manier moet ik kunnen uitdrukken dat ik voor niemand of geen partij in het bijzonder kies.

Eigenlijk is het dwingelandij van diegenen die vinden dat je móet stemmen om recht van (mee)spreken te hebben. Nog afgezien van het gegeven dat niemand kan weten óf ik heb gestemd en op wie, is die houding feitelijk enorm aanmatigend.

Als iemand serieus zaken afwegend tot de ontdekking komt dat niemand zijn stem verdiend, dan moet hij die stem ook niet vergooien aan soort van tweede, derde of vierde keuze.

Dat is ook een van de verontrustende zaken aan de toenemende fixatie op opkomstcijfers. Die zeggen niets; zeker niet als mensen naar de stembus worden gelokt met feestjes en braderieën of worden gedwongen door sociale druk. Daarmee wordt het opkomstpercentage wellicht opgekrikt, maar de democratie zeker geen dienst bewezen.

Dat doe je door je af te vragen waarom die opkomst zo laag is. Mogelijk zijn dat de vragenstellers zelf: de politieke partijen en zij die leven van het politiek bedrijf. Om in hun eigen termen te blijven: het is lastig voor wc-eend iets anders aan te bevelen dan wc-eend.

Da's een ongemakkelijke mogelijke waarheid.

zondag 9 maart 2014

Politiek: invasie van gedachtendieven

De afgelopen weken laait de politieke strijd om jouw stem weer op. Het is een prima tijd om je voorraad gratis balpennen, notitieblokjes en zelfs schuursponsjes aan te vullen. Net zoals gratis op het Internet niet gratis is, maar een ruil tegen jouw privacy, zo moet je voor die balpen dan wel even beleefd een wervend praatje aanhoren. Voor niets gaat (nog) de zon op...

De tijd ook voor extra aandacht voor politici. Eindredacteuren die vragen om nieuws uit 'de debatten' en verslaggevers die braaf die debatten aflopen, aanhoren en verslaan.

Debatten die zelden interessant zijn voor de kiezer.

Mij blijft het frapperen. Natuurlijk is het waar dat politici zich, generaliserend, marginaal interesseren voor de kiezer. Eens per vier jaar is de aandacht er en twittert, facebookt en begeeft de hele politieke gemeenschap zich onder het volk dat het een lieve lust is. Maar communiceren, ho maar.

Is het je weleens opgevallen dat er zelden tot nooit een debat is van één politiek dier met het publiek? Of voor mijn part een panel met het publiek? Het publiek mag, vaak als laatste, vrágen stellen. Het debat is tussen de dames en heren onderling. Dat het op details vliegen afvangen alleen interessant is voor ingevoerden als zijzelf en de politiekverslaggever van het plaatselijk blaadje, dát ontgaat ze.

Jazeker, je kijkt naar een toneelstuk.

Een goede reden dat zo te stellen, denk ik te hebben gevonden in de interviews die ik deed en doe met politici. Zeker in de reeks die nu wordt gemaakt, valt het op.

Een politicus voor de zoveelste keer vragen naar zijn partijpolitieke standpunten, zijn behaalde resultaten en zijn doelen voor de komende vier jaar, leek me overbodig. Nog afgezien van de vraag of dat allemaal wel zo realistisch is onder continu veranderende omstandigheden, ben ikzelf veel meer geïnteresseerd in de drijfveren van mensen. Liggen díe me me, dan is dat een belangrijke reden mijn stem op die persoon uit te brengen.

Mijn insteek voor de interviews is dus een laag dieper te graven. Wat brengt iemand ertoe de politiek in te gaan? Hoe denk je over 'het volk' en de verhouding tot hen? Hoe ga je om met dilemma's en wat is je wereldbeeld? Ik kan zeggen dat lokale politici die vragen blijkbaar niet vaak krijgen en soms gewoon echt geen antwoord hebben. "Jee, waaróm zit ik eigenlijk in de politiek? Goede vraag. Daar heb ik eigenlijk (al lang) niet over nagedacht." Ja, dit was een écht antwoord.

Maar er is iets anders, veel interessanter vind ik, vast te stellen.

Als je een kandidaatreaadslid interviewt, kun je zo'n gesprek wel voeren. Het kost zo'n drie kwartier koudwatervrees overwinnen, maar dan willen ze meestal wel, bewust of onbewust. Maar ex-wethouders zijn een voorbeeld van hoe mensen kunnen worden overgenomen door andere entiteiten. Ze zien er nog steeds hetzelfde uit, maar ze zíjn anders.

Het verklaart waarom veel voormalig landelijke politici plots andere zienswijzen lijken te hebben dan in hun politiek-actieve periode. Toen waren ze zichzelf niet. Ze deden wat ze dáchten dat ze moesten doen in het belang van hun functie. Kiezers voelen die onechtheid. Als dan, later, kritiek wordt geuit op 'toen' dan is het wantrouwen bevestigd. Lokaal gebeurt precies hetzelfde.

Het zou 'de democratie' en ons keuzeproces reusachtig hebben geholpen en helpen als politici integer zouden zijn naar zichzelf in plaats van naar de partij of de functie. Dan krijgen gedachtendieven geen kans.

maandag 12 augustus 2013

De Leidse beek

Zoveel mensen, zoveel meningen. Soms komen er zo dicht bij elkaar dat ze klonteren tot één. Andere lijken één, maar bij nadere bestudering blijken ze toch fundamenteel anders. We verzuipen er in, in meningen. Da's maar goed ook. Meningen betekenen dat individuen belangrijk worden gevonden. Wellicht moet dat preciezer zijn: meningen kunnen úiten. Want het is de vraag of individuen in totalitaire omgevingen geen mening hébben of die niet (kunnen of durven) uiten.

Omdat meningen zijn gebaseerd op ondermeer waarden en normen leiden ze vaak tot debat. Debat dat, inderdaad, zou moeten leiden tot een beter begrip van de ander omdat juist die achterliggende argumenten helderder worden. Debat gaat niet om de vraag wie gelíjk heeft. Dat gelijk bestaat vaak niet. Debat leidt wel tot heroverweging.

Debat vormt de samenleving. Het is immers de eindeloze afweging tussen verschillende zienswijzen. Zo lang er meer dan één mens is, zal dat zo zijn: gaan we naar links of naar rechts? Is de mens gemaakt of ontstaan? Wordt dit asfalt of bestrating? Kopen we dit wel of niet? Bij alle beslissingen horen meningen.

Leiden heeft die ook.

Over je omgeving heb je gegarandeerd een mening. Je bent er tevreden over, of niet. Mogelijk zou je er iets aan willen veranderen. Maar wat?

De vergelijking met woninginrichting dringt zich op. Vooral Ikea heeft dat vlijmscherp in de gaten: geef zoekende kopers complete voorbeelden. Van keukens, woon-, kinder-, studeer- en slaapkamers. Zelfs van schuurtjes en zolders. Geen ratjetoe, maar een evenwichtig geheel.

Gelukkig zijn er in het echt geen Ikeakamers te vinden in Nederlandse huizen. Dat is althans míjn indruk. Wat wel aan de orde is, is dat in ieder huis wel eleménten van Ikea zijn te vinden. Maar verder maken we er - gelukkig - een ratjetoe van waar veel over is op te merken. Je vindt er je financiële ontwikkeling in terug, de demografische, de esthetische, de technologische. Een reis door je kamer is reusachtig interessant.

Een stad heeft dat ook.

Zoals een ontworpen huiskamer vaak sfeerloos lijkt, een toonzaal, zo is een ontworpen stad doods. Als ik voor mezelf spreek: ik ken geen enkele nieuwbouwwijk die aantrekkelijk is. Ook niet degene waarin diversiteit is ontworpen. Het is een ernstige vergissing te denken dat je geschiedenis kunt ontwerpen.

Het is een minstens zo ernstige vergissing te menen dat behoud van het bestaande dus wel goed zou zijn. Bij leven hoort verandering. Jij verandert. Je woonkamer verandert. Je stad verandert.

Laat ik eens een ideetje toevoegen aan het arsenaal ideeën voor Leiden.

Leiden heeft de Breestraat. Da's intrigerend geval. Die straat wordt door velen gezien als belangrijk voor de stad. Maar waarom? Omdat-i het geografisch midden er ligt (lag)? Omdat het stadhuis er is te vinden? Omdat-i op de Rijnoever ligt? Voor de inwoners is het zeker níet de belangrijkste straat, want die gebruiken hem als verkeersader. De concentraties vind je langs de grachten erachter en in de - nog lelijker - Haarlemmerstraat.

En toch proberen de dames en heren ontwerpers die Breestraat tot centrum te 'designen'. Dat gaat nooit en te nimmer lukken.

De Breestraat heeft niets unieks. Of toch? De straat is vals plat. In het midden ligt een 'heuvel' waardoor naar beide uiteinden de straat afloopt. Maar dat unieke beleef je nergens. Tenzij je fietst en er op let.

Mijn voorstel: maak een beek in de Breestraat waardoor dat vals plat gezicht krijgt. Laat water uit een 'bron' voor het stadhuis ontspringen en dan zowel naar links als rechts wegstromen door een bedding (voor mijn part van beton). Vang het aan de uiteinden op en pomp het weer terug. Eindeloos.

Dan kan de bus niet meer rijden? Natuurlijk wel, zij het deel in de beekbedding. Het past niet in de historie? Het wórdt de historie. Het belemmert het (langzame) verkeer? Als dat bepalend is, moet dat ook zo worden gesteld en houdt ieder debat over de Breestraat op.

Een beek door de Breestraat. Het zou me niet verbazen als die - zoals een natuurlijke beek ook doet - leven aantrekt en de Breestraat een nieuwe vorm geeft.