Posts tonen met het label construct. Alle posts tonen
Posts tonen met het label construct. Alle posts tonen

donderdag 6 juni 2013

Ellende en misère horen erbij

Je hebt weleens van die dagen of (korte) periodes: dat het leven je tegenstaat of -zit. Lekker wrokkig naar je werk op maandagochtend. De hond van de buren die juist die ene mooie zomeravond de héle avond ligt te janken en piepen in de tuin omdat zíj er binnen last van hebben. Over het weer gaan we het maar helemaal niet eens hébben: beroerd, echt Nederlands. De krant, het nieuws sla je steeds vaker over; alsof er nooit meer iets leuks gebeurt.

Zulke dagen, dus. Vaak nog verscherpt doordat je de indruk hebt dat anderen nóóit miserabel zijn. Dat laten ze in elk geval niet merken. Social media zijn er sterk in: het vertekenen van emoties. Eigenlijk natuurlijk klinkklare onzin, want social media dóen niets. Dat doen we zelf. We maken zelf een imago, een publiek beeld. En blijkbaar passen negatieve emoties daar niet in.

Onzin. En niet zo'n beetje ook.

Jij bent een rijk gedetailleerd karakter, met emotionele toppen en dalen. Dat heeft iederéén. De extremen zijn niet voor niets ziektebeeld. De bi-polairen die wel enórme wisselingen meemaken en de emotielozen. Maar het gros van ons bengelt er tussen: wisselende emoties. Dat je dat in social media-omgevingen slecht terugziet, vind ik nog steeds bijzonder. Blijkbaar willen we mooi, sprankelend, vrolijk en positief over komen.

Alles leuk en aardig, maar da's dan dus een nepbeeld.

In Scientific American vond ik een artikel dat hier op in gaat: sombere emoties hebben een functie. Effetjes: dat betekent dus niet dat die emotionele staat een prettige is of nagestreefd moet worden, maar wél dat het een signaal is.

In recent years I have noticed an increase in the number of people who also feel guilty or ashamed about what they perceive to be negativity. Such reactions undoubtedly stem from our culture's overriding bias toward positive thinking. Although positive emotions are worth cultivating, problems arise when people start believing they must be upbeat all the time.

In fact, anger and sadness are an important part of life, and new research shows that experiencing and accepting such emotions are vital to our mental health. Attempting to suppress thoughts can backfire and even diminish our sense of contentment.

Een goede manier om met emoties om te gaan, is ze te herkennen en vooral érkennen. Ze zijn er. Accepteer ze. Druk ze niet weg. Ontken ze niet. Maar ja, da's wat ik er van weet. Als je het artikel leest, moet je vooral ook even door de reacties bladeren. Daar vind je dan de discussie wel of niet accepteren terug.

Kennen we onszelf nu echt zo slecht? Of vertellen we via social media, vertellen we altíjd, maar een deel van het verhaal? Dat deel waarvan we denken dat anderen daar positief op zullen reageren. Dan rest de vraag waar we dan blijven met die 'andere' emoties.

zaterdag 25 mei 2013

De valkuil van beeldspraak

Taal is best wel een gebrekkig middel.

Ik wil iets wat ik míjn hoofd heb, aan jou overbrengen. Da's lastig, zeker als het over immateriële zaken gaat. Kijk, een brood kopen, gaat nog wel. Alhoewel: "ik wil dat brood" en dat aanwijzen, zegt nog niets over de tegenprestatie. Betalen? Hoeveel? De bakker de hersens inslaan?
Nou, probeer met woorden maar eens zoiets ontastbaars als 'een hogere macht' uit te tekenen. Niet voor niets dat er verschillende heilige boeken bestaan, in verschillende varianten en allemaal met heel veel woorden.

Nee, intermediaire media als gesproken of geschreven woord, als verbeelde bedoeling in toneel of beeldkunst, ze zijn allemaal suboptimaal vanwege de vertaling en interpretatie van gedachten. Wat dat betreft, zijn alle tele-'s interessant. Telekinese, telepathie - tele-visie niet, nee - zijn van die situaties waarin geen tussenliggend medium nodig is en tussen twee mensen heel direct en puur emoties worden uitgewisseld. Maar die mogelijkheden hebben we dus niet.

Dat taal lastig is, heb ook jij vast wel meegemaakt. Van die situaties waarin iemand jouw woorden verkeerd begrijpt, of helemaal níet begrijpt. Ruzies om niets. Hoe korter het talig lontje, hoe sneller de spraakverwarring. Flame wars zijn nooit voorbeelden van nuance geweest. Dat er leestekens en emoticons bestáán, is niet 'voor de lol'. Mensen die zich tegen het gebruik ervan verzetten, snappen ook werkelijk de ballen van communicatie. "Lul!" is echt iets heel anders dan "Lúl! :)" (of het iconisch "lullooh!").

Net als in de oertijd van de taal grijpen we in onze taaluitingen nog steeds terug op vergelijking, analogie en beeldspraak. Dat lijkt immers handig. Als je beiden, meent eenzelfde beeld van iets te hebben; daarop voortbouwen.

Nou, da's maar de vraag.

Eiegnlijk zou beeldspraak maar een hele korte levensduur moeten hebben: alleen voor die ene gelegenheid. Want die stomme dingen gaan een geheel eigen leven leiden.

"Voetbal is oorlog". Nou. Dat hebben we geweten. Miljoenen in de veiligheid geïnvesteerd.
"Laat de markt zijn werk doen". Een succes voor al die sectoren waar helemaal geen márkt bestaat in de klassieke betekenis van het woord.
"Een (geöliede) machine". Of het nu een organisatie of een mens is; hij reduceert tot losse onderdelen die samen méér dan de delen zijn, maar wel afzonderlijk 'gerepareerd' kunnen worden.
"De kurk waarop XXX drijft"; nee, dá's een gerustellend stevige drijver: een kúrk.

Voor taalmensen is dit allemaal niet nieuw. Voor grote delen van de samenleving wél. De feministes wezen er - terecht - op dat we impliciet nogal mannelijk denken. Dat wilden velen - mannen? - niet horen en weten. Het is waar, maar het kan ook doorslaan. Zo vind ik de ban op 'jodekoek' en 'negerzoen' te ver gaan. En een jaarlijkse discussie over Zwarte Piet óók.

Toch is het goed om er af en toe op te worden gewezen. Zeker als je op zoek bent naar nieuwe wegen.

Zo is het out of the box-denken volledig verhypet en verkracht. Hoezo moet je búiten de doos denken? Wélke doos? Echte innovatie vereist een open geest, binnen én buiten enige doos. Het kan best zo zijn dat vernieuwing binnen structuren kán, maar dat daarvoor barrières moeten worden genomen (barrière: daar heb je 'r weer één). Maar wat veel bedrijven en managers denken, is dat out of the box hetzelfde is als nieuwe markten vinden. Maar daarvoor hebben we de beeldspraak van de rode en de blauwe oceaan.

Betaalmuren zijn ook zoiets. Mediabedrijven die betaalmuren optrekken. Ik kan er niets aan doen, maar ik associeer ze dan onmiddellijk met de kasteelheren uit de middeleeuwen. Je weet wel, die heersers die ten onder gingen aan ondermeer de door de lucht vliegende kanonskogel terwijl zij waren voorbereid op grondaanvallen. Maar het geeft vast iets weer van je leef- en werkwereld als je die vergelijkingen hanteert: sterk defensief. Net zoiets als de dijken waardoor Nederland werd opgebouwd, maar die nu worden vervangen door een veel responsievere aanpak.

Wat ik wil zeggen: die vergelijkingen komen ergens uit voort én beïnvloeden je gedachten, je perspectief. Een metafoorkeuze verraadt dus (wellicht) veel meer dan je lief is.

Metaforen en vergelijkingen: een schat aan informatie.

maandag 17 september 2012

Automobilisten bestaan niet echt, auto's wel

Verkeer is eigenlijk wel een interessant fenomeen. Ooit deden we maar wat en reden paard en wagens zowel links als rechts op de weg. Alhoewel, weg... een min of meer platgereden karrespoor is waarschijnlijk een accuratere omschrijving. Naar het schijnt, werd er links gereden met paarden omdat het zwaard meestal met de rechterhand werd gehanteerd. Met paard en wagen is rechts weer handiger omdat de menner rechts zat. Enfin, hoe dan ook: de kleine grote man Napoleon heeft het rechtgetrokken tot 'rechts rijden'.

20120917-192027.jpg

In de loop van de tijd zijn er nogal wat regels bij gekomen om het almaar toenemende verkeer in goede banen te leiden. Wie heeft voorrang in welke situatie? Welk verkeer mag waar rijden? Heeft een koe in de wegenverkeerswet dezelfde status als een voetganger? Kortom, regels zat. En het aardige is dat we bijna allemaal vinden dat we die regels goed toepassen, maar dat anderen dat niet doen. Een beetje alsof verkeersregels er alleen zijn voor anderen. Die, tussen twee haakjes, jóu zien als als andere, waardoor die regels toch echt voor iedereen, inclusief die onfeilbaren, gelden.

Ons gedrag in het verkeer is een bron van vermaak en ergernis, niet in de laatste plaats vanwege die houding dat wíj het nooit fout doen. Vooral automobilisten zijn een vreemd soort. Feitelijk bestaan ze niet.
Hun bestaan ontlenen ze aan hun voertuig. In een theater, bij voorbeeld, zul je bar weinig mensen aantreffen die zich op moment automobilist wanen. Persoonlijk fascineren mij het meest de mensen die hun relatie met de auto zo hecht achten dat ze hem vertroetelen; hetzij door hem altijd direct voor de voordeur te willen hebben staan - en daarvoor zelfs vijf meter willen schuiven ten koste van de leefomgeving van ons allen, het milieu - en degenen die hun auto tot in extremo tot hun persoonlijk domein maken. Waren dat ooit de hangertjes in de vorm van voetballen of behaatjes aan de achteruitkijkspiegel, nu is er een hele 'mediabeleving' nodig in de vorm van (bijna) hifi-geluid, video en telefoon. Langzaam migreren, zo lijkt het, steeds meer mensen naar een nomadisch bestaan in auto's waarin je kunt wonen.

20120917-192040.jpg

Het aardige aan een automobilist is dat-i dat is als-t-i achter het stuur zit. Je ziet het ook weleens gebeuren: een ogenschijnlijk bedaagd mens stapt in en de auto vertrekt alsof bestuurt door een wilde. Nu moet ik toegeven dat ook ik niet ongevoelig zal zijn. Het geluid van een startende motor en de wetenschap dat jíj die paardenkrachten beheerst, hebben iets verleidelijks. Of dat vooral voor mannen geldt, weet ik niet. En evenmin waar dat dan begint: wij rijden in een heel oude Peugeot met bar weinig paardenkrachten volgens snelheidsduivels.

20120917-192240.jpg

Dat automobilisten eigenlijk niet bestaan, bleek me vandaag ook weer 's. Bij het rechtdoor rijden, op de fiets, probeerde een automobilist of hij nog even voorlangs rechtsaf kon. Niet dus. Maar wat ik me realiseerde, is dat ik in die situatie de áuto zag als mijn tegenspeler en níet de bestuurder. En als ik erover nadenk: alleen als ik in een gevaarlijke situatie oversteek - fietsend of lopend - zoek ik de ogen van de automobilist. In de andere gevallen is het de auto.

Misschien dat dat verklaart waarom er zo vaak wordt gesproken over 'daar gaat weer zo'n Golfje' of 'moet je die Mercedes zien rijden' en 'die Audi kan écht niet parkeren'. Alsof die auto geen bestuurder heeft met een eigen wil.