Bij innovatie denken veel mensen meteen aan Grote Uitvindingen. De telefoon, elektriciteit, atoombommen, de ontdekking van het wiel, het pokkenvaccin, ze komen meestal wel voorbij. Of de Industriële Revolutie en het Internet. Meestal zijn het grootse dingen en meestal zijn het uitvindingen.
Innovatie hoeft niet per sé nieuw te zijn. Innovatie moet wel nieuw zijn in zijn gevolgen of mogelijkheden. Apple is een beruchte. Dat bedrijf innoveert door slim te combineren wat al beschikbaar is. Voor de paperclip is nooit een nieuw materiaal ontwikkeld noch een nieuwe techniek ontwikkeld; wel een heel slimme buiging.
Innovaties kunnen in heel kleine veranderingen zitten. Maar wel veranderingen die - relatief grotere - effecten hebben. Het innovatieve aan Apple zijn niet de apparaten op zich, maar wel de herpositionering van de computer ín het huishouden - de iMac was toonbaar in de woonkamer - of de mobiliteit - na de iPhone is er niemand die nog vreemd opkijkt van een computer in je broekzak. Die kleine aanpassingen maken het ook zo lastig innovatie te onderscheiden van marketing; de mensen die menen dat wij altijd 'iets nieuws' willen. Daardoor staren jij en ik naar reclames over slimme, zelfnadenkende tandpasta's, diamantstof als huidschuurmiddel in de crème of koffie die ook ons haar oppept.
Lachwekkende onzin.
Toch moet je oppassen de kleintjes niet meteen allemaal af te doen als onzin. Misschien zijn ze niet allemaal spectaculair; ze kunnen best handig zijn.
Vandaag moest ik wachten op het doen van een oogmeting. Omdat het erg mooi najaarsweer was, ben ik voor de winkel in het zonnetje gaan staan. De winkel ligt aan een straat die weer eens wordt her-ingericht in een (wanhopige) poging 'm aantrekkelijk te maken: andere lantaarnpalen, ietsiepietsie aangepaste stoep, haast onzichtbare 'historische elementen' die worden terug gebracht. Zo'n straat gaat dan helemaal op de schop.
Ik blijf van mening dat er teveel energie in wordt gestoken, maar op (minstens?!) één punt zag ik vandaag wel iets innovatiefs: de bushokjes. Die zijn 'omgekeerd' en naar de winkels gericht. In eerste instantie, denk je, 'ze staan verkeerd om'. Dat is niet zo.
In de oude situatie stonden ze conservatief met hun rug naar de winkels, beschutting biedend aan de wachtende reiziger. Als je weet dat daardoor áchter de bushokjes een loopruimte overbleef van zo'n anderhalve meter, dan zie je de flessenhalzen al ontstaan. Winkels áchter de bushokjes hadden de slechtste plek die je je zo ongeveer kan bedenken.
Nu zijn ze dus omgedraaid, de bushokjes. Maar dat niet alleen; ze zijn ook open. De ontwerper beledigend: het is een dak met twee zijkanten.* Want informatie en reclame moeten we natuurlijk nog steeds kwijt. Nog steeds is het geen oplossing voor 'een bushok op een smalle stoep', maar het zou wel tot effect kunnen hebben dat de stoep breder óógt. En dat je als wachtende niet suffig naar het wegdek staart tot de bus komt.
Het bushokje omdraaien. Kan het kleiner, anders dan het bushokje weghalen, de stoep verbreden of de halte verplaatsen? Maar ik vind deze oplossing veel uitdagender, vooral omdat-i convénties ter discussie stelt. Waarom zou een bushokje moeten zijn zoals-i altijd was?
Mijn enige wens zou nog zijn een soort van rolluik waarmee bij regen en sneeuw tijdelijk! tóch nog meer bescherming wordt geboden.
* Een paar dagen later heb ik de vormgeving nog eens beter bekeken. De strekking van de blogpost verandert niet, maar het bushokje is best wel anders dan "een dak met twee zijkanten". Het is een veel ijler geheel, veel opener en transparanter, waarbij een halve 'achterwand' het enige gesloten platte vlak is en het dak verder wordt ondersteund door dunne balken.
Posts tonen met het label concept. Alle posts tonen
Posts tonen met het label concept. Alle posts tonen
vrijdag 12 september 2014
zaterdag 25 mei 2013
De valkuil van beeldspraak
Taal is best wel een gebrekkig middel.
Ik wil iets wat ik míjn hoofd heb, aan jou overbrengen. Da's lastig, zeker als het over immateriële zaken gaat. Kijk, een brood kopen, gaat nog wel. Alhoewel: "ik wil dat brood" en dat aanwijzen, zegt nog niets over de tegenprestatie. Betalen? Hoeveel? De bakker de hersens inslaan?
Nou, probeer met woorden maar eens zoiets ontastbaars als 'een hogere macht' uit te tekenen. Niet voor niets dat er verschillende heilige boeken bestaan, in verschillende varianten en allemaal met heel veel woorden.
Nee, intermediaire media als gesproken of geschreven woord, als verbeelde bedoeling in toneel of beeldkunst, ze zijn allemaal suboptimaal vanwege de vertaling en interpretatie van gedachten. Wat dat betreft, zijn alle tele-'s interessant. Telekinese, telepathie - tele-visie niet, nee - zijn van die situaties waarin geen tussenliggend medium nodig is en tussen twee mensen heel direct en puur emoties worden uitgewisseld. Maar die mogelijkheden hebben we dus niet.
Dat taal lastig is, heb ook jij vast wel meegemaakt. Van die situaties waarin iemand jouw woorden verkeerd begrijpt, of helemaal níet begrijpt. Ruzies om niets. Hoe korter het talig lontje, hoe sneller de spraakverwarring. Flame wars zijn nooit voorbeelden van nuance geweest. Dat er leestekens en emoticons bestáán, is niet 'voor de lol'. Mensen die zich tegen het gebruik ervan verzetten, snappen ook werkelijk de ballen van communicatie. "Lul!" is echt iets heel anders dan "Lúl! :)" (of het iconisch "lullooh!").
Net als in de oertijd van de taal grijpen we in onze taaluitingen nog steeds terug op vergelijking, analogie en beeldspraak. Dat lijkt immers handig. Als je beiden, meent eenzelfde beeld van iets te hebben; daarop voortbouwen.
Nou, da's maar de vraag.
Eiegnlijk zou beeldspraak maar een hele korte levensduur moeten hebben: alleen voor die ene gelegenheid. Want die stomme dingen gaan een geheel eigen leven leiden.
"Voetbal is oorlog". Nou. Dat hebben we geweten. Miljoenen in de veiligheid geïnvesteerd.
"Laat de markt zijn werk doen". Een succes voor al die sectoren waar helemaal geen márkt bestaat in de klassieke betekenis van het woord.
"Een (geöliede) machine". Of het nu een organisatie of een mens is; hij reduceert tot losse onderdelen die samen méér dan de delen zijn, maar wel afzonderlijk 'gerepareerd' kunnen worden.
"De kurk waarop XXX drijft"; nee, dá's een gerustellend stevige drijver: een kúrk.
Voor taalmensen is dit allemaal niet nieuw. Voor grote delen van de samenleving wél. De feministes wezen er - terecht - op dat we impliciet nogal mannelijk denken. Dat wilden velen - mannen? - niet horen en weten. Het is waar, maar het kan ook doorslaan. Zo vind ik de ban op 'jodekoek' en 'negerzoen' te ver gaan. En een jaarlijkse discussie over Zwarte Piet óók.
Toch is het goed om er af en toe op te worden gewezen. Zeker als je op zoek bent naar nieuwe wegen.
Zo is het out of the box-denken volledig verhypet en verkracht. Hoezo moet je búiten de doos denken? Wélke doos? Echte innovatie vereist een open geest, binnen én buiten enige doos. Het kan best zo zijn dat vernieuwing binnen structuren kán, maar dat daarvoor barrières moeten worden genomen (barrière: daar heb je 'r weer één). Maar wat veel bedrijven en managers denken, is dat out of the box hetzelfde is als nieuwe markten vinden. Maar daarvoor hebben we de beeldspraak van de rode en de blauwe oceaan.
Betaalmuren zijn ook zoiets. Mediabedrijven die betaalmuren optrekken. Ik kan er niets aan doen, maar ik associeer ze dan onmiddellijk met de kasteelheren uit de middeleeuwen. Je weet wel, die heersers die ten onder gingen aan ondermeer de door de lucht vliegende kanonskogel terwijl zij waren voorbereid op grondaanvallen. Maar het geeft vast iets weer van je leef- en werkwereld als je die vergelijkingen hanteert: sterk defensief. Net zoiets als de dijken waardoor Nederland werd opgebouwd, maar die nu worden vervangen door een veel responsievere aanpak.
Wat ik wil zeggen: die vergelijkingen komen ergens uit voort én beïnvloeden je gedachten, je perspectief. Een metafoorkeuze verraadt dus (wellicht) veel meer dan je lief is.
Metaforen en vergelijkingen: een schat aan informatie.
Ik wil iets wat ik míjn hoofd heb, aan jou overbrengen. Da's lastig, zeker als het over immateriële zaken gaat. Kijk, een brood kopen, gaat nog wel. Alhoewel: "ik wil dat brood" en dat aanwijzen, zegt nog niets over de tegenprestatie. Betalen? Hoeveel? De bakker de hersens inslaan?
Nou, probeer met woorden maar eens zoiets ontastbaars als 'een hogere macht' uit te tekenen. Niet voor niets dat er verschillende heilige boeken bestaan, in verschillende varianten en allemaal met heel veel woorden.
Nee, intermediaire media als gesproken of geschreven woord, als verbeelde bedoeling in toneel of beeldkunst, ze zijn allemaal suboptimaal vanwege de vertaling en interpretatie van gedachten. Wat dat betreft, zijn alle tele-'s interessant. Telekinese, telepathie - tele-visie niet, nee - zijn van die situaties waarin geen tussenliggend medium nodig is en tussen twee mensen heel direct en puur emoties worden uitgewisseld. Maar die mogelijkheden hebben we dus niet.
Dat taal lastig is, heb ook jij vast wel meegemaakt. Van die situaties waarin iemand jouw woorden verkeerd begrijpt, of helemaal níet begrijpt. Ruzies om niets. Hoe korter het talig lontje, hoe sneller de spraakverwarring. Flame wars zijn nooit voorbeelden van nuance geweest. Dat er leestekens en emoticons bestáán, is niet 'voor de lol'. Mensen die zich tegen het gebruik ervan verzetten, snappen ook werkelijk de ballen van communicatie. "Lul!" is echt iets heel anders dan "Lúl! :)" (of het iconisch "lullooh!").
Net als in de oertijd van de taal grijpen we in onze taaluitingen nog steeds terug op vergelijking, analogie en beeldspraak. Dat lijkt immers handig. Als je beiden, meent eenzelfde beeld van iets te hebben; daarop voortbouwen.
Nou, da's maar de vraag.
Eiegnlijk zou beeldspraak maar een hele korte levensduur moeten hebben: alleen voor die ene gelegenheid. Want die stomme dingen gaan een geheel eigen leven leiden.
"Voetbal is oorlog". Nou. Dat hebben we geweten. Miljoenen in de veiligheid geïnvesteerd.
"Laat de markt zijn werk doen". Een succes voor al die sectoren waar helemaal geen márkt bestaat in de klassieke betekenis van het woord.
"Een (geöliede) machine". Of het nu een organisatie of een mens is; hij reduceert tot losse onderdelen die samen méér dan de delen zijn, maar wel afzonderlijk 'gerepareerd' kunnen worden.
"De kurk waarop XXX drijft"; nee, dá's een gerustellend stevige drijver: een kúrk.
Voor taalmensen is dit allemaal niet nieuw. Voor grote delen van de samenleving wél. De feministes wezen er - terecht - op dat we impliciet nogal mannelijk denken. Dat wilden velen - mannen? - niet horen en weten. Het is waar, maar het kan ook doorslaan. Zo vind ik de ban op 'jodekoek' en 'negerzoen' te ver gaan. En een jaarlijkse discussie over Zwarte Piet óók.
Toch is het goed om er af en toe op te worden gewezen. Zeker als je op zoek bent naar nieuwe wegen.
Zo is het out of the box-denken volledig verhypet en verkracht. Hoezo moet je búiten de doos denken? Wélke doos? Echte innovatie vereist een open geest, binnen én buiten enige doos. Het kan best zo zijn dat vernieuwing binnen structuren kán, maar dat daarvoor barrières moeten worden genomen (barrière: daar heb je 'r weer één). Maar wat veel bedrijven en managers denken, is dat out of the box hetzelfde is als nieuwe markten vinden. Maar daarvoor hebben we de beeldspraak van de rode en de blauwe oceaan.
Betaalmuren zijn ook zoiets. Mediabedrijven die betaalmuren optrekken. Ik kan er niets aan doen, maar ik associeer ze dan onmiddellijk met de kasteelheren uit de middeleeuwen. Je weet wel, die heersers die ten onder gingen aan ondermeer de door de lucht vliegende kanonskogel terwijl zij waren voorbereid op grondaanvallen. Maar het geeft vast iets weer van je leef- en werkwereld als je die vergelijkingen hanteert: sterk defensief. Net zoiets als de dijken waardoor Nederland werd opgebouwd, maar die nu worden vervangen door een veel responsievere aanpak.
Wat ik wil zeggen: die vergelijkingen komen ergens uit voort én beïnvloeden je gedachten, je perspectief. Een metafoorkeuze verraadt dus (wellicht) veel meer dan je lief is.
Metaforen en vergelijkingen: een schat aan informatie.
Labels:
abstract,
complex,
concept,
construct,
deconstructie,
feminisme,
impliciet,
paradigma,
taal,
verborgen
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)