Posts tonen met het label zelfbedrog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zelfbedrog. Alle posts tonen

woensdag 18 juni 2014

Eenheidsworst of ambachtelijke worst

Dat het een oneigenlijke situatie is, zullen velen kunnen beamen. We hebben een situatie laten ontstaan waarin emotieloos denken bepalend is. Een situatie waarin zo ongeveer álles in regels is vastgelegd én waarin de uitvoerders corrigeerbaar dienden te zijn. Corrigeerbaar zijn, impliceert een machtsverhouding; werknemers en dienstverbanden (met salaris).

De angst voor ongelijke behandeling, de angst voor klungelige uitvoering, de angst voor misbruik (oncontroleerbaarheid). De markt van welzijn en geluk is zeker niet de enige. Ook in de zorg. Ook binnen de overheid. Ook binnen bedrijven en ook binnen het maatschappelijk verkeer heeft onzekerheidsreductie toegeslagen. Of het nu in de vorm is van juridisering - welke aansprakelijkheid levert dit ons op? - of standaardisering - is dit gedaan conform vastgestelde richtlijnen en afspraken?; het effect is een tendens naar eenheid(s-worst).

Gelijke monnikken, gelijke kappen. Het klinkt zo vanzelfsprekend en rechtvaardig.

Wat lang is ontkend (door velen), is dat die basis niet bestaat. De variatie in mensen, hun behoeften, hun netwerken is immers zó groot dat mallen een onlogische oplossing zijn. De voorbeelden daarvan zijn dagelijks te vinden; van de beroepsindelingen bij overheden die 'wéér niet míjn functie afdekken' tot je eigen neiging mensen in groepen in te delen.

Inmiddels heeft ook de overheid door dat die variatie bestaat. Inmiddels heeft ook de overheid door dat de huidige situatie creativiteit en initiatief smoort in regels en bemoeizucht. Inmiddels heeft ook de overheid het individu en z'n mogelijkheden ontdekt.

Maar haar woorden en beleid zijn vals en voos.

Met de mond wordt beleden dat het goed is dat het individu (weer) zelfbeschikking krijgt. 'Denken in mogelijkheden, kansen en oplossingen' met daar achteraan: 'die je zelf in elkaar knutselt met je netwerk'. Het begint met de WMO en culmoineert (vooralsnog) in de drie decentralisaties naar de gemeenten, waarin het individuele oplossend vermogen tot mythische proporties wordt opgepompt.

Natuurlijk is het terecht dat je dat initiatief ruimte teruggeeft. De belangrijkste vraag lijkt me echter met welke achterliggende gedachte. Het lijkt er op dat de redeneringen zwaar geforceerd zijn en bedoeld om bezuinigingen te verhullen. Een doekje voor het bloeden, een schaamlap, maar vooral een blad aan de boom dat plots is omgeslagen. Zonder gêne worden argumenten die tot voor kort werden weg gezet als irrelevant, nu zelf te berde gebracht. Beschamend (en, ja, adviesorganisaties: u doet daar net zo hard aan mee!).

Dat die woorden betekenisloos zijn, bleek van de week weer. De gemeenten waren bijeen op het congres van hun vereniging. Daar gebeurde iets bijzonders, als je er over nadenkt. Er werd serieus besloten tot standaardisatie:

RT @VNGemeenten: Gemeenten besparen kosten #decentralisaties door standaardisatie administratie: besluit ALV tijdens #vngjaarcongres > httpow.ly/yaFoB


RT @KINGgemeenten: Nieuw standaardisatietraject Zorg op de kaart #operatienup #decentralisaties #basisregistraties ow.ly/y7XTB


Da's héél verstandig,

tenzij je van plan bent maatwerk toe te staan, tenzij je van plan bent afwijkiingen toe te staan, tenzij je van plan individuele oplossingen toe te staan. Als je dát wilt, wordt standaardisatie discutabel. Oók als het ogenschijnlijk 'alleen maar' over administratieve processen gaat. Hoe dát uitpakt, weten we allang. Precies die effecten zijn de reden om initiatief en creativiteit te stimuleren. Toch?

Kortom, de betrouwbaarheid van gemeenten als partners die samen met ú oplossingen mogelijk (gaan) maken, is stevig verminderd. Ze denken nog steeds in centrale afspraken. Die verhouden zich niet zo heel erg goed, zeg maar: niet, tot lef, creativiteit en maatwerk.

(Ik zie een heel nieuw circuit ontstaan van individuen die zich meer en meer áf keren van iedere overheid in deze vorm)

donderdag 6 juni 2013

Ellende en misère horen erbij

Je hebt weleens van die dagen of (korte) periodes: dat het leven je tegenstaat of -zit. Lekker wrokkig naar je werk op maandagochtend. De hond van de buren die juist die ene mooie zomeravond de héle avond ligt te janken en piepen in de tuin omdat zíj er binnen last van hebben. Over het weer gaan we het maar helemaal niet eens hébben: beroerd, echt Nederlands. De krant, het nieuws sla je steeds vaker over; alsof er nooit meer iets leuks gebeurt.

Zulke dagen, dus. Vaak nog verscherpt doordat je de indruk hebt dat anderen nóóit miserabel zijn. Dat laten ze in elk geval niet merken. Social media zijn er sterk in: het vertekenen van emoties. Eigenlijk natuurlijk klinkklare onzin, want social media dóen niets. Dat doen we zelf. We maken zelf een imago, een publiek beeld. En blijkbaar passen negatieve emoties daar niet in.

Onzin. En niet zo'n beetje ook.

Jij bent een rijk gedetailleerd karakter, met emotionele toppen en dalen. Dat heeft iederéén. De extremen zijn niet voor niets ziektebeeld. De bi-polairen die wel enórme wisselingen meemaken en de emotielozen. Maar het gros van ons bengelt er tussen: wisselende emoties. Dat je dat in social media-omgevingen slecht terugziet, vind ik nog steeds bijzonder. Blijkbaar willen we mooi, sprankelend, vrolijk en positief over komen.

Alles leuk en aardig, maar da's dan dus een nepbeeld.

In Scientific American vond ik een artikel dat hier op in gaat: sombere emoties hebben een functie. Effetjes: dat betekent dus niet dat die emotionele staat een prettige is of nagestreefd moet worden, maar wél dat het een signaal is.

In recent years I have noticed an increase in the number of people who also feel guilty or ashamed about what they perceive to be negativity. Such reactions undoubtedly stem from our culture's overriding bias toward positive thinking. Although positive emotions are worth cultivating, problems arise when people start believing they must be upbeat all the time.

In fact, anger and sadness are an important part of life, and new research shows that experiencing and accepting such emotions are vital to our mental health. Attempting to suppress thoughts can backfire and even diminish our sense of contentment.

Een goede manier om met emoties om te gaan, is ze te herkennen en vooral érkennen. Ze zijn er. Accepteer ze. Druk ze niet weg. Ontken ze niet. Maar ja, da's wat ik er van weet. Als je het artikel leest, moet je vooral ook even door de reacties bladeren. Daar vind je dan de discussie wel of niet accepteren terug.

Kennen we onszelf nu echt zo slecht? Of vertellen we via social media, vertellen we altíjd, maar een deel van het verhaal? Dat deel waarvan we denken dat anderen daar positief op zullen reageren. Dan rest de vraag waar we dan blijven met die 'andere' emoties.

donderdag 9 mei 2013

De onzin van zelfbeoordelingen

Dit is echt een ideale vraag voor een persoonlijk gesprek wat deze blogpost is. Niemand kan in jouw hoofd kijken wat je denkt naar aanleiding van wat je leest. Hoe persoonlijker wil je het hebben? Dus: hoe goed denk jij dat jezelf eerlijk kunt beoordelen?

Mijn verwachting is dat het een nogal genuanceerd beeld zal zijn. Jezelf kennen, heeft veel kanten. Sowieso het 'kennen' op zich. Ik ken mezelf goed. Ik weet wat ik leuk vind, wat ik kan, wat ik angstverwekkend vind en wat ik niet durf. Maar da's helemaal gebaseerd op de praktijk, op wat ik meemaakte. Een heel bekende: ik heb geen idee wat ík zou doen in een oorlogssituatie, want dat maakte ik nooit mee. Evenmin weet ik niet hoe het is om te raften, vrijeval te springen of muziek te maken. Want ik heb dat nooit gedaan. Goed, muziek is een randgeval, want ik heb ooit een blauwe maandag geleerd gitaar te spelen. Maar da's zo'n vijftig jaar geleden en wat ik er aan heb overgehouden is de herinnering aan pijn van een in je pink snijdende snaar. Bij een plaatje als dit, vóel ik die pink weer:

20130509-140610.jpg

Maar muziek máken, emotie en beeld vergeluiden; ik kan het niet. Af en toe zijn er van die momenten dat je daarvan baalt. Ik heb van die muziek die mij helemaal overmeestert; dan zou je ook muziek willen kunnen maken. Maar ik ken mezelf: niet (meer) de souplesse in de ledematen, niet meer de tijd om het te leren en niet het doorzettingsvermogen om 'door de pijn' te gaan.

Jezelf kennen is één. Belangrijker is aan de buitenwacht duidelijk te maken wie je bent en wat je kan. Precies daar begint mijn twijfel. Ik denk dat veel mensen (tegenwoordig) niet meer goed in staat zijn aan te geven dat zij iets níet kunnen waarvan een ander verwacht dat zij het wél kunnen. In dat proces speelt beeldvorming een belangrijke rol. Het beruchte 'sociaal wenselijke' gedrag en antwoorden, passen hier. In een periode waarin je de normen en waarden van een groep leert kennen - de socialisatie - is dat handig om je aan te passen; voor zover je kúnt. Maar dat móet stoppen bij volwassenheid omdat de groep anders te maken krijgt met groepsdenken. Een betere omschrijving wellicht: hielenlikkend gedrag om maar erbij te horen.

Onze samenleving is - zeker de afgelopen decennia - in hoge mate ge-atomiseerd, geïndividualiseerd. Van individuen wordt verwacht dat zij zelfstandig wíllen en kúnnen kiezen (en het is maar zeer de vraag of dat ook zo ís). Dat leidt per definitie tot onzekerheid, omdat dát de essentie van kiezen is. Ter bestrijding van die onzekerheid dient 'de groep'. Aan de daar heersende mores - normen en waarden - kun je argumenten voor jouw keuze ontlenen. Het is dus bijna noodzakelijk 'ergens bij te horen'. Dan komt dus dat groepsdenken om de hoek kijken; want een afwijkende mening betekent meestal níet bij de groep horen.

Daarmee ontstaat een ietwat vreemde figuur. Voor de samenleving als geheel en de groep (subculturen) daarbinnen zijn die losdenkers noodzakelijk. Niet voor niets zie je op het moment overal pleidooien opduiken voor dwarsdenkers in bijvoorbeeld bedrijven. Maar voor de individuen zélf is dat geen echt prettige positie (tenzij er een netwerk los- en dwarsdenkers zou zijn).

Spiegelen, in het openbaar, is voor de meesten van ons dan ook niet eenvoudig.

In dat licht bezien zijn ook al die zelfbeoordelende systemen een tegenstrijdigheid. Het is leuk en aardig dat we elkaar lekker bezig houden met het invullen van vragenlijstjes, scores, SWAT-analyses, 'benchmarks' en modellen; maar de vraag is wat we daarmee bereiken.

Ik denk niets tot zeer weinig.

Nog afgezien van het probleem van de onzorgvuldig ingevulde gegevens, van de ontbrekende gegevens en van de achterhaalde gegevens, is er een veel fundamenteler probleem: dat van de onmogelijkheid jezelf in het openbaar te beoordelen. In de overal bestaande onderstroom aan verhalen bij gemeenten gaat bijvoorbeeld het verhaal dat veel van de statistische gegevens níet kloppen. Die kún je wegzetten als 'roddel en achterklap'. Het lijkt echter zinniger er van uit te gaan dat ze kloppen en dat - bewust én onbewust - een onjuist beeld is geschetst.

Op ongelooflijk veel plaatsen in de samenleving wordt van organisaties verwacht dat zij zélf gegevens aanleveren over hun functioneren. Van thuiszorg tot welzijnswerk, van gemeentelijke dienst tot gesubsidieerd project. Zowel in de private als de publieke sector. En allemaal gebaseerd op de veronderstelling dat 'we' neutraal cijfers zullen en kunnen aanleveren.

Een illusie.

Ooit had het CBS mensen in dienst die het land afreisden om gegevens op te halen. Dat was een dure grap. Maat het betekende wel dat een ongebonden persoon bij jou in het systeem keek en dat één en dezelfde keer op keer dezelfde beslissingen nam (daarmee voorkom je een van de grootste coderingsfouten: interpretatieverschillen).

Met steeds meer zelfbeoordeling, zelfcorrectie en zelfanalyse is de waarde ervan verminderd. ISO-gecertificeerd? Leuk, maar het is toch echt 'de slager die zijn eigen vlees keurt (en daarna een stempeltje vraagt voor de kwaliteit daarvan)'. Veel interessanter is het, als dat keurmerk wordt toegekend op basis van een onaangekondigde visitatie. Een waardering voor een ziekenhuis of een thuiszorginstelling? Ach, kom. Laat er eens customer journey mapping plaatsvinden of een mystery patient langsgaan. Niks cijfertjes. Maar kwalitatieve beóórdeling. Een vergelijking maken van diensten? Prima idee; maar haal zélf de gegevens op (het aardige is dat dat ook aan het gebeuren is door bij voorbeeld Roamler die smartphone-gebruikers daarvoor inzet).

Het is de rekenkracht die ons afleidde van waarom het écht gaat: onszelf en onze ervaringen. Dan moet je - minstens náást die kwantitatieve gegevens - de verhalen hebben. Dan moet je onafhankelijk kunnen oordelen. Dan hebben we weer personeel nodig dat ter plekke gaat kijken en beoordelen. Want de werkelijkheid blijkt niet uit cijfers.

20130509-173758.jpg