Zelfs voor een onderneming is het iets menselijks: het leugentje om bestwil. Verklaarbaar ook, want de directeur is een mens. Het management bestaat uit mensen. Voor velen is het eigenbelang het belangrijkst, het bedrijfsbelang dat op zijn beurt wordt vertaald in kosten en baten. Goede bedrijfsvoering leidt tot hogere baten dan de ermee gepaard gaande kosten.
Maar wat te doen als de baten niet omhoog gaan? De consument, de klant kun je niet dwíngen jouw produkt of dienst af te nemen. Dus richt je je op de kosten. Dat is een idee wat ook mooi past in het beeld dat je alleen dat moet aanpakken wat jij zelf kunt beïnvloeden. En dat zijn de kosten, nietwaar?
Nu wordt het interessant.
Op een galei kun je het ritme van de beïnvloeden door de paukenist een sneller of langzamer ritme te laten aangeven. De assemblageband kun je ook sneller of langzamer laten lopen. Door de doelstellingen te verhogen krijg je, als het lukt, meer product voor hetzelfde geld. Grappige redenering, want de kosten dalen feitelijk niet. Het bedrijf krijgt méér produkt(en). Als het probleem is dat klanten die niet willen... dan los je op deze manier niets óp, maar maak je je eigen probleem groter.
Die klanten zijn bijzonder interessant.
De lolligste redenering vind ik nog steeds dat je iets moet maken waarnaar vraag is. Dat is maar zeer ten dele waar. Als dat waar zou zijn, is er haast geen innovatie mogelijk. De klant vráágt niet om nieuwe producten of diensten. Die worden hem aangeboden.
Transparantie, openheid, mondige klanten en eigen verwantwoordelijkheid: zomaar een paar trefwoorden die de regering in de rondte strooit. Het bedrijfsleven reageert daarop met holle termen als 'maatschappelijk verantwoord ondernemen'. Het imago van 'de sociale onderneming met hart voor klant, medewerker en samenleving' is belangrijk geworden.
Maar dat spoort vaak niet met de eerste vier alinea's.
De voorbeelden liggen op straat. De ministers zouden eens moeten gaan nadenken. De (overheids)opdrachtgevers zouden eens moeten nadenken. Als er een aanbesteding wordt open gesteld, is daar haast altijd een enorme lijst minimumvereisten aan bedrijven aan toegevoegd. Minimum jaaromzetten, inzicht in jaarcijfers, overzichten van andere projecten, toestemming tot boekencontrôle (en nog steeds wordt er gesjoemeld).
Maar wat onbreekt, is de vraag naar informatie over personeelsbewegingen.
Steeds vaker hanteren bedrijven een leugen om bestwil. Wat te denken van een bedrijf dat bij het UWV een ontslagaanvraag indient 'omwille van bedrijfseconomische overwegingen'? Blijkbaar gaat het met het bedrijf dus niet zo goed. Sterker, het gaat zó slecht dat er werknemers uit moeten.
Het is blijkbaar een relatief ongevaarlijke weg, want ik hoorde 'm pas geleden wéér. Wat me opvalt, is dat het een uitermate vreemde situatie is. Immers, indien 'de overheid' wéét dat een partij een zwakke broeder is, zou dat bekend moeten kunnen zijn. Het UWV ís overheid en hééft die informatie.
Nu kunnen ondernemers zonder al te veel risico kletspraatjes ophangen om hun personeel te lozen. Het zal mij benieuwen wat er gebeurt als ze weten dat ontslagaanvragen openbaar zijn. Wat de gevolgen zijn als opdrachten gepaard zouden moeten gaan van een verklaring van bijvoorbeeld het UWV. Een verklaring, vergelijkbaar aan die voor goed gedrag, dat het betrokken bedrijf géén aanvragen vanwege bedrijfseconomisch ontwikkelingen heeft gedaan in de voorgaande drie jaar.
Zo'n eis en zo'n register/verklaring is eigenlijk zó vanzelfsprekend. De klant, de opdrachtgever moet toch kunnen nagaan hoe betrouwbaar zijn opdrachtnemer eigenlijk is?
Moet je eens zien hoe snel het aantal aanvragen voor ontslag om deze reden gaat afnemen. Want dát leugentje is dan achterhaald door de waarheid.
Posts tonen met het label fraude. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fraude. Alle posts tonen
zondag 5 januari 2014
zaterdag 12 oktober 2013
Upcoding: de patiënt eindelijk voorop
Enig idee hoe groot het probleem is waarvan Van Rijn vindt dat het "direct moet worden aangepakt"? Enig idee hoe vaak upcoding, want daarover heeft-i het, voorkomt? Enig idee waaróm het voorkomt?
De onthutsende conclusie moet eigenlijk zijn dat de heer Van Rijn een hele grote groep mensen criminaliseert. Je zou er haast demoniseert schrijven, als die term niet zo uitgehold was geraakt. Maar dat het een smerige stoot onder de gordel van zorgverleners is, valt duidelijk te maken.
Als je zorg nodig hebt, moet je die zorg hebben die op de oplossing van jouw probleem of aandoening is toegesneden.
In de somatische zorg is dat een probleem. Want de mogelijkheden om somatische aandoeningen - de 'echte' ziekten in het algemeen taalgebruik - te behandelen nemen met de technologische ontwikkeling toe. Medicijnen worden steeds beter, en duurder. Operatietechnieken worden steeds beter, en duurder. Protheses worden steeds beter, en duurder. In het algemeen beeld denken we nu dat 'de zorg' steeds duurder wordt en dat dat helemaal niet altijd in het belang van de patiënt is. Het zijn vooral de winsten van leveranciers die toenemen.
Er bestaat ook een soort zorg die minder in het oog springt, die minder de aandacht vraagt en ook niet krijgt. Dat is de langdurige zorg. Dat is de zorg voor mensen die afhankelijk zijn van zorg om te kunnen leven. Laat 'm tot je doordringen:
Je hebt het dus niet over mensen die voor enkele dagen worden opgenomen, die misschien bij hoge uitzondering voor een paar weken worden opgenomen, en dan thuis herstellen. Let wel: herstellen.
Dit gaat over mensen die ouderdomskwalen hebben en thuiszorg nodig hebben, die psychiatrische problemen hebben en níet zo maar zelfstandig in de maatschappij kunnen bestaan, die een chronische aandoening hebben en zonder hulp geen kant op kunnen. Dit gaat over mensen die zonder hulp niet overeind blijven.
Van een zorgverlener verwacht je dat-i die zorg voor je probeert te regelen die past bij jouw situatie. Je bent, als patiënt, overgeleverd aan de mogelijkheden die je worden gebóden; niet aan de mogelijkheden die jij vráágt of nódig hebt. Da's meer dan een detail, meer dan een woordspel. Da's een essentieel verschil.
Iemand anders bepaalt wat jij nodig hebt.
Wat me mateloos stoort in de houding van Van Rijn en zijn lakeien - journalisten bijvoorbeeld - is het asociale, zuiver technocratische karakter. Er zit geen greintje medemenselijkheid in. Er zit geen enkele poging tot begrip in.
Stel: je bent een psychiatrische inrichting. Dag in dag uit is het zoeken naar de balans tussen zorgkwaliteit en kosten. Je hebt al talloze vrijwilligers in kunnen schakelen. Goddank. Je hebt al het maximale van je medewerkers gevraagd. Geregeld bedenk je je dat je blij mag zijn te werken in een sector waarin mensen uit overtúiging werken, waarin 'zoveel mogelijk verdienen' geen motto is, waar greed is good niet past.
Meneer Van Rijn, dat upcoding is niet anders dan een poging van zorgverleners om hun cliënten die zorg te blijven geven die ze nodig hebben en die de zorgverleners nodig achten. Het ís geen graaien in een pot. Het is in het belang van de ander. Dat heet medemenselijkheid.
Upcoding is frauduleus als het leidt tot hogere declaraties voor een niet-geleverde dienst. Dit gaat om hogere zórgindicaties opdat mensen zorg kunnen blíjven ontvangen. Omdat het nódig is.
Meneer Van Rijn demoniseert een hele sector, maakt ze zwart als 'mensen die zich niet aan regels houden'. Het gaat echter niet om regels; het gaat om tussentijds veranderde spelregels en vooral om geld. Van Rijn is zélf de kwade genius die deze beweging in gang zette.
Want dit is zijn basis:
Ja, dat staat er echt: driekwart klopt!
De onthutsende conclusie moet eigenlijk zijn dat de heer Van Rijn een hele grote groep mensen criminaliseert. Je zou er haast demoniseert schrijven, als die term niet zo uitgehold was geraakt. Maar dat het een smerige stoot onder de gordel van zorgverleners is, valt duidelijk te maken.
Als je zorg nodig hebt, moet je die zorg hebben die op de oplossing van jouw probleem of aandoening is toegesneden.
In de somatische zorg is dat een probleem. Want de mogelijkheden om somatische aandoeningen - de 'echte' ziekten in het algemeen taalgebruik - te behandelen nemen met de technologische ontwikkeling toe. Medicijnen worden steeds beter, en duurder. Operatietechnieken worden steeds beter, en duurder. Protheses worden steeds beter, en duurder. In het algemeen beeld denken we nu dat 'de zorg' steeds duurder wordt en dat dat helemaal niet altijd in het belang van de patiënt is. Het zijn vooral de winsten van leveranciers die toenemen.
Er bestaat ook een soort zorg die minder in het oog springt, die minder de aandacht vraagt en ook niet krijgt. Dat is de langdurige zorg. Dat is de zorg voor mensen die afhankelijk zijn van zorg om te kunnen leven. Laat 'm tot je doordringen:
Dat is de zorg voor mensen die afhankelijk zijn van zorg om te kunnen leven.
Je hebt het dus niet over mensen die voor enkele dagen worden opgenomen, die misschien bij hoge uitzondering voor een paar weken worden opgenomen, en dan thuis herstellen. Let wel: herstellen.
Dit gaat over mensen die ouderdomskwalen hebben en thuiszorg nodig hebben, die psychiatrische problemen hebben en níet zo maar zelfstandig in de maatschappij kunnen bestaan, die een chronische aandoening hebben en zonder hulp geen kant op kunnen. Dit gaat over mensen die zonder hulp niet overeind blijven.
Van een zorgverlener verwacht je dat-i die zorg voor je probeert te regelen die past bij jouw situatie. Je bent, als patiënt, overgeleverd aan de mogelijkheden die je worden gebóden; niet aan de mogelijkheden die jij vráágt of nódig hebt. Da's meer dan een detail, meer dan een woordspel. Da's een essentieel verschil.
Iemand anders bepaalt wat jij nodig hebt.
Wat me mateloos stoort in de houding van Van Rijn en zijn lakeien - journalisten bijvoorbeeld - is het asociale, zuiver technocratische karakter. Er zit geen greintje medemenselijkheid in. Er zit geen enkele poging tot begrip in.
Stel: je bent een psychiatrische inrichting. Dag in dag uit is het zoeken naar de balans tussen zorgkwaliteit en kosten. Je hebt al talloze vrijwilligers in kunnen schakelen. Goddank. Je hebt al het maximale van je medewerkers gevraagd. Geregeld bedenk je je dat je blij mag zijn te werken in een sector waarin mensen uit overtúiging werken, waarin 'zoveel mogelijk verdienen' geen motto is, waar greed is good niet past.
Meneer Van Rijn, dat upcoding is niet anders dan een poging van zorgverleners om hun cliënten die zorg te blijven geven die ze nodig hebben en die de zorgverleners nodig achten. Het ís geen graaien in een pot. Het is in het belang van de ander. Dat heet medemenselijkheid.
Upcoding is frauduleus als het leidt tot hogere declaraties voor een niet-geleverde dienst. Dit gaat om hogere zórgindicaties opdat mensen zorg kunnen blíjven ontvangen. Omdat het nódig is.
Meneer Van Rijn demoniseert een hele sector, maakt ze zwart als 'mensen die zich niet aan regels houden'. Het gaat echter niet om regels; het gaat om tussentijds veranderde spelregels en vooral om geld. Van Rijn is zélf de kwade genius die deze beweging in gang zette.
Want dit is zijn basis:
Uit de rapportage blijkt dat in 23 procent (45 gevallen) van de 202 onderzochte gevallen sprake is van zwaardere zorg (of hogere zorgzwaartepakketten) dan het CIZ zou hebben vastgesteld: upcoding. In 4 procent is dat lager, in 73 procent was dat gelijk of met verwaarloosbaar verschil.
Ja, dat staat er echt: driekwart klopt!
donderdag 9 mei 2013
De onzin van zelfbeoordelingen
Dit is echt een ideale vraag voor een persoonlijk gesprek wat deze blogpost is. Niemand kan in jouw hoofd kijken wat je denkt naar aanleiding van wat je leest. Hoe persoonlijker wil je het hebben? Dus: hoe goed denk jij dat jezelf eerlijk kunt beoordelen?
Mijn verwachting is dat het een nogal genuanceerd beeld zal zijn. Jezelf kennen, heeft veel kanten. Sowieso het 'kennen' op zich. Ik ken mezelf goed. Ik weet wat ik leuk vind, wat ik kan, wat ik angstverwekkend vind en wat ik niet durf. Maar da's helemaal gebaseerd op de praktijk, op wat ik meemaakte. Een heel bekende: ik heb geen idee wat ík zou doen in een oorlogssituatie, want dat maakte ik nooit mee. Evenmin weet ik niet hoe het is om te raften, vrijeval te springen of muziek te maken. Want ik heb dat nooit gedaan. Goed, muziek is een randgeval, want ik heb ooit een blauwe maandag geleerd gitaar te spelen. Maar da's zo'n vijftig jaar geleden en wat ik er aan heb overgehouden is de herinnering aan pijn van een in je pink snijdende snaar. Bij een plaatje als dit, vóel ik die pink weer:

Maar muziek máken, emotie en beeld vergeluiden; ik kan het niet. Af en toe zijn er van die momenten dat je daarvan baalt. Ik heb van die muziek die mij helemaal overmeestert; dan zou je ook muziek willen kunnen maken. Maar ik ken mezelf: niet (meer) de souplesse in de ledematen, niet meer de tijd om het te leren en niet het doorzettingsvermogen om 'door de pijn' te gaan.
Jezelf kennen is één. Belangrijker is aan de buitenwacht duidelijk te maken wie je bent en wat je kan. Precies daar begint mijn twijfel. Ik denk dat veel mensen (tegenwoordig) niet meer goed in staat zijn aan te geven dat zij iets níet kunnen waarvan een ander verwacht dat zij het wél kunnen. In dat proces speelt beeldvorming een belangrijke rol. Het beruchte 'sociaal wenselijke' gedrag en antwoorden, passen hier. In een periode waarin je de normen en waarden van een groep leert kennen - de socialisatie - is dat handig om je aan te passen; voor zover je kúnt. Maar dat móet stoppen bij volwassenheid omdat de groep anders te maken krijgt met groepsdenken. Een betere omschrijving wellicht: hielenlikkend gedrag om maar erbij te horen.
Onze samenleving is - zeker de afgelopen decennia - in hoge mate ge-atomiseerd, geïndividualiseerd. Van individuen wordt verwacht dat zij zelfstandig wíllen en kúnnen kiezen (en het is maar zeer de vraag of dat ook zo ís). Dat leidt per definitie tot onzekerheid, omdat dát de essentie van kiezen is. Ter bestrijding van die onzekerheid dient 'de groep'. Aan de daar heersende mores - normen en waarden - kun je argumenten voor jouw keuze ontlenen. Het is dus bijna noodzakelijk 'ergens bij te horen'. Dan komt dus dat groepsdenken om de hoek kijken; want een afwijkende mening betekent meestal níet bij de groep horen.
Daarmee ontstaat een ietwat vreemde figuur. Voor de samenleving als geheel en de groep (subculturen) daarbinnen zijn die losdenkers noodzakelijk. Niet voor niets zie je op het moment overal pleidooien opduiken voor dwarsdenkers in bijvoorbeeld bedrijven. Maar voor de individuen zélf is dat geen echt prettige positie (tenzij er een netwerk los- en dwarsdenkers zou zijn).
Spiegelen, in het openbaar, is voor de meesten van ons dan ook niet eenvoudig.
In dat licht bezien zijn ook al die zelfbeoordelende systemen een tegenstrijdigheid. Het is leuk en aardig dat we elkaar lekker bezig houden met het invullen van vragenlijstjes, scores, SWAT-analyses, 'benchmarks' en modellen; maar de vraag is wat we daarmee bereiken.
Ik denk niets tot zeer weinig.
Nog afgezien van het probleem van de onzorgvuldig ingevulde gegevens, van de ontbrekende gegevens en van de achterhaalde gegevens, is er een veel fundamenteler probleem: dat van de onmogelijkheid jezelf in het openbaar te beoordelen. In de overal bestaande onderstroom aan verhalen bij gemeenten gaat bijvoorbeeld het verhaal dat veel van de statistische gegevens níet kloppen. Die kún je wegzetten als 'roddel en achterklap'. Het lijkt echter zinniger er van uit te gaan dat ze kloppen en dat - bewust én onbewust - een onjuist beeld is geschetst.
Op ongelooflijk veel plaatsen in de samenleving wordt van organisaties verwacht dat zij zélf gegevens aanleveren over hun functioneren. Van thuiszorg tot welzijnswerk, van gemeentelijke dienst tot gesubsidieerd project. Zowel in de private als de publieke sector. En allemaal gebaseerd op de veronderstelling dat 'we' neutraal cijfers zullen en kunnen aanleveren.
Een illusie.
Ooit had het CBS mensen in dienst die het land afreisden om gegevens op te halen. Dat was een dure grap. Maat het betekende wel dat een ongebonden persoon bij jou in het systeem keek en dat één en dezelfde keer op keer dezelfde beslissingen nam (daarmee voorkom je een van de grootste coderingsfouten: interpretatieverschillen).
Met steeds meer zelfbeoordeling, zelfcorrectie en zelfanalyse is de waarde ervan verminderd. ISO-gecertificeerd? Leuk, maar het is toch echt 'de slager die zijn eigen vlees keurt (en daarna een stempeltje vraagt voor de kwaliteit daarvan)'. Veel interessanter is het, als dat keurmerk wordt toegekend op basis van een onaangekondigde visitatie. Een waardering voor een ziekenhuis of een thuiszorginstelling? Ach, kom. Laat er eens customer journey mapping plaatsvinden of een mystery patient langsgaan. Niks cijfertjes. Maar kwalitatieve beóórdeling. Een vergelijking maken van diensten? Prima idee; maar haal zélf de gegevens op (het aardige is dat dat ook aan het gebeuren is door bij voorbeeld Roamler die smartphone-gebruikers daarvoor inzet).
Het is de rekenkracht die ons afleidde van waarom het écht gaat: onszelf en onze ervaringen. Dan moet je - minstens náást die kwantitatieve gegevens - de verhalen hebben. Dan moet je onafhankelijk kunnen oordelen. Dan hebben we weer personeel nodig dat ter plekke gaat kijken en beoordelen. Want de werkelijkheid blijkt niet uit cijfers.
Mijn verwachting is dat het een nogal genuanceerd beeld zal zijn. Jezelf kennen, heeft veel kanten. Sowieso het 'kennen' op zich. Ik ken mezelf goed. Ik weet wat ik leuk vind, wat ik kan, wat ik angstverwekkend vind en wat ik niet durf. Maar da's helemaal gebaseerd op de praktijk, op wat ik meemaakte. Een heel bekende: ik heb geen idee wat ík zou doen in een oorlogssituatie, want dat maakte ik nooit mee. Evenmin weet ik niet hoe het is om te raften, vrijeval te springen of muziek te maken. Want ik heb dat nooit gedaan. Goed, muziek is een randgeval, want ik heb ooit een blauwe maandag geleerd gitaar te spelen. Maar da's zo'n vijftig jaar geleden en wat ik er aan heb overgehouden is de herinnering aan pijn van een in je pink snijdende snaar. Bij een plaatje als dit, vóel ik die pink weer:
Maar muziek máken, emotie en beeld vergeluiden; ik kan het niet. Af en toe zijn er van die momenten dat je daarvan baalt. Ik heb van die muziek die mij helemaal overmeestert; dan zou je ook muziek willen kunnen maken. Maar ik ken mezelf: niet (meer) de souplesse in de ledematen, niet meer de tijd om het te leren en niet het doorzettingsvermogen om 'door de pijn' te gaan.
Jezelf kennen is één. Belangrijker is aan de buitenwacht duidelijk te maken wie je bent en wat je kan. Precies daar begint mijn twijfel. Ik denk dat veel mensen (tegenwoordig) niet meer goed in staat zijn aan te geven dat zij iets níet kunnen waarvan een ander verwacht dat zij het wél kunnen. In dat proces speelt beeldvorming een belangrijke rol. Het beruchte 'sociaal wenselijke' gedrag en antwoorden, passen hier. In een periode waarin je de normen en waarden van een groep leert kennen - de socialisatie - is dat handig om je aan te passen; voor zover je kúnt. Maar dat móet stoppen bij volwassenheid omdat de groep anders te maken krijgt met groepsdenken. Een betere omschrijving wellicht: hielenlikkend gedrag om maar erbij te horen.
Onze samenleving is - zeker de afgelopen decennia - in hoge mate ge-atomiseerd, geïndividualiseerd. Van individuen wordt verwacht dat zij zelfstandig wíllen en kúnnen kiezen (en het is maar zeer de vraag of dat ook zo ís). Dat leidt per definitie tot onzekerheid, omdat dát de essentie van kiezen is. Ter bestrijding van die onzekerheid dient 'de groep'. Aan de daar heersende mores - normen en waarden - kun je argumenten voor jouw keuze ontlenen. Het is dus bijna noodzakelijk 'ergens bij te horen'. Dan komt dus dat groepsdenken om de hoek kijken; want een afwijkende mening betekent meestal níet bij de groep horen.
Daarmee ontstaat een ietwat vreemde figuur. Voor de samenleving als geheel en de groep (subculturen) daarbinnen zijn die losdenkers noodzakelijk. Niet voor niets zie je op het moment overal pleidooien opduiken voor dwarsdenkers in bijvoorbeeld bedrijven. Maar voor de individuen zélf is dat geen echt prettige positie (tenzij er een netwerk los- en dwarsdenkers zou zijn).
Spiegelen, in het openbaar, is voor de meesten van ons dan ook niet eenvoudig.
In dat licht bezien zijn ook al die zelfbeoordelende systemen een tegenstrijdigheid. Het is leuk en aardig dat we elkaar lekker bezig houden met het invullen van vragenlijstjes, scores, SWAT-analyses, 'benchmarks' en modellen; maar de vraag is wat we daarmee bereiken.
Ik denk niets tot zeer weinig.
Nog afgezien van het probleem van de onzorgvuldig ingevulde gegevens, van de ontbrekende gegevens en van de achterhaalde gegevens, is er een veel fundamenteler probleem: dat van de onmogelijkheid jezelf in het openbaar te beoordelen. In de overal bestaande onderstroom aan verhalen bij gemeenten gaat bijvoorbeeld het verhaal dat veel van de statistische gegevens níet kloppen. Die kún je wegzetten als 'roddel en achterklap'. Het lijkt echter zinniger er van uit te gaan dat ze kloppen en dat - bewust én onbewust - een onjuist beeld is geschetst.
Op ongelooflijk veel plaatsen in de samenleving wordt van organisaties verwacht dat zij zélf gegevens aanleveren over hun functioneren. Van thuiszorg tot welzijnswerk, van gemeentelijke dienst tot gesubsidieerd project. Zowel in de private als de publieke sector. En allemaal gebaseerd op de veronderstelling dat 'we' neutraal cijfers zullen en kunnen aanleveren.
Een illusie.
Ooit had het CBS mensen in dienst die het land afreisden om gegevens op te halen. Dat was een dure grap. Maat het betekende wel dat een ongebonden persoon bij jou in het systeem keek en dat één en dezelfde keer op keer dezelfde beslissingen nam (daarmee voorkom je een van de grootste coderingsfouten: interpretatieverschillen).
Met steeds meer zelfbeoordeling, zelfcorrectie en zelfanalyse is de waarde ervan verminderd. ISO-gecertificeerd? Leuk, maar het is toch echt 'de slager die zijn eigen vlees keurt (en daarna een stempeltje vraagt voor de kwaliteit daarvan)'. Veel interessanter is het, als dat keurmerk wordt toegekend op basis van een onaangekondigde visitatie. Een waardering voor een ziekenhuis of een thuiszorginstelling? Ach, kom. Laat er eens customer journey mapping plaatsvinden of een mystery patient langsgaan. Niks cijfertjes. Maar kwalitatieve beóórdeling. Een vergelijking maken van diensten? Prima idee; maar haal zélf de gegevens op (het aardige is dat dat ook aan het gebeuren is door bij voorbeeld Roamler die smartphone-gebruikers daarvoor inzet).
Het is de rekenkracht die ons afleidde van waarom het écht gaat: onszelf en onze ervaringen. Dan moet je - minstens náást die kwantitatieve gegevens - de verhalen hebben. Dan moet je onafhankelijk kunnen oordelen. Dan hebben we weer personeel nodig dat ter plekke gaat kijken en beoordelen. Want de werkelijkheid blijkt niet uit cijfers.
Abonneren op:
Posts (Atom)