Posts tonen met het label pers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pers. Alle posts tonen

zaterdag 27 september 2014

Weg met De Correspondent

Het moet afgelopen vrijdag zijn gebeurd. Ik heb het nagezocht, want ik wist dat het in de De Volkskrant stond. Ergens op dit punt in een verhaal over 'een jaar De Correspondent':

Photo 27-09-14 20 09 27

Zelf meen ik me herinneren dat het me te binnen schoot toen ik las over die "aanvulling op het media-aanbod". Ik dacht iets als "Maar wat ís die aanvulling dan?"

Mijn eerste bekentenis is dat iedere nieuwkomer een aanvulling is en de bewering in principe dus waar zal zijn. Maar daar gaat het me niet om. Misschien is het een lichte vorm van teleurstelling na de best wel hoogdravende en verwachtingscheppende startweken van De Correspondent. Die Namen hebben me nooit zo geboeid. Wel het idee van de participatie van de lezers. Sterker, misschien heb ik mezelf op het verkeerde been gezet en daarvan teveel verwacht.

In de wereld van de nieuwsmedia heeft ook De Correspondent niets wezenlijks toegevoegd.

Dat is absoluut geen waardeoordeel. Het heeft wel alles te maken met de vorm. De Correspondent, excusez, is één van de vele bladen met een iets andere rubriek Lezersbijdragen. En natuurlijk een ander verdienmodel, maar dat boeit míj weer minder.

Na een dagje sudderen op de vraag waar mijn vraag nu vandaan komt en vooral hoe-i luidt; denk ik het deels te weten. Waarom wordt het fenomeen 'krant' of 'nieuwswebsite' niet getest op het aspect 'concentratiepunt'? Lekker vaag, maar het komt er op neer dat ik me begin af te vragen of je niet naar publicaties - inderdaad, in den brede - moet gaan kijken als vrijzwevend in een open ruimte. Wat is eigenlijk de noodzaak om publicaties van gelijke aard bij elkaar te hebben? Als je het Internet deels ziet als informatiesysteem, dan is dat wel een vraag: moet je dat systeem structureren - en op welke criteria dan - of moet je de informatie vindbaar ontsluiten, ongeacht de plek van opslag?

Persoonlijk denk ik dat die laatste optie de beste is. Tegelijk realiseer ik me dat heel veel bijdragers, ook aan Dichtbij.nl bijvoorbeeld, dat niet uitsluitend doen om te kunnen schrijven en publiceren. Bij dat laatste speelt ook de status van het platform een rol. Een 'ouderwets' idee dat het uitmaakt of een geniale gedachte in een lokaal sufferdje staat of in een toonaangevend vakblad. Ook dat is typisch databank(doorzoek)-probleem: reikwijdte of nauwkeurigheid (precision and recall). Wellicht is er (echt) geen oplossing voor.

Het is een paradox. Misschien moet De Correspondent z'n vorm verlaten; zich als De Correspondent manifesteren op talloze andere plekken en dáár stukken plaatsen en discussie entameren.

zaterdag 12 oktober 2013

Upcoding: de patiënt eindelijk voorop

Enig idee hoe groot het probleem is waarvan Van Rijn vindt dat het "direct moet worden aangepakt"? Enig idee hoe vaak upcoding, want daarover heeft-i het, voorkomt? Enig idee waaróm het voorkomt?

De onthutsende conclusie moet eigenlijk zijn dat de heer Van Rijn een hele grote groep mensen criminaliseert. Je zou er haast demoniseert schrijven, als die term niet zo uitgehold was geraakt. Maar dat het een smerige stoot onder de gordel van zorgverleners is, valt duidelijk te maken.

Als je zorg nodig hebt, moet je die zorg hebben die op de oplossing van jouw probleem of aandoening is toegesneden.

In de somatische zorg is dat een probleem. Want de mogelijkheden om somatische aandoeningen - de 'echte' ziekten in het algemeen taalgebruik - te behandelen nemen met de technologische ontwikkeling toe. Medicijnen worden steeds beter, en duurder. Operatietechnieken worden steeds beter, en duurder. Protheses worden steeds beter, en duurder. In het algemeen beeld denken we nu dat 'de zorg' steeds duurder wordt en dat dat helemaal niet altijd in het belang van de patiënt is. Het zijn vooral de winsten van leveranciers die toenemen.

Er bestaat ook een soort zorg die minder in het oog springt, die minder de aandacht vraagt en ook niet krijgt. Dat is de langdurige zorg. Dat is de zorg voor mensen die afhankelijk zijn van zorg om te kunnen leven. Laat 'm tot je doordringen:
Dat is de zorg voor mensen die afhankelijk zijn van zorg om te kunnen leven.


Je hebt het dus niet over mensen die voor enkele dagen worden opgenomen, die misschien bij hoge uitzondering voor een paar weken worden opgenomen, en dan thuis herstellen. Let wel: herstellen.

Dit gaat over mensen die ouderdomskwalen hebben en thuiszorg nodig hebben, die psychiatrische problemen hebben en níet zo maar zelfstandig in de maatschappij kunnen bestaan, die een chronische aandoening hebben en zonder hulp geen kant op kunnen. Dit gaat over mensen die zonder hulp niet overeind blijven.

Van een zorgverlener verwacht je dat-i die zorg voor je probeert te regelen die past bij jouw situatie. Je bent, als patiënt, overgeleverd aan de mogelijkheden die je worden gebóden; niet aan de mogelijkheden die jij vráágt of nódig hebt. Da's meer dan een detail, meer dan een woordspel. Da's een essentieel verschil.

Iemand anders bepaalt wat jij nodig hebt.

Wat me mateloos stoort in de houding van Van Rijn en zijn lakeien - journalisten bijvoorbeeld - is het asociale, zuiver technocratische karakter. Er zit geen greintje medemenselijkheid in. Er zit geen enkele poging tot begrip in.

Stel: je bent een psychiatrische inrichting. Dag in dag uit is het zoeken naar de balans tussen zorgkwaliteit en kosten. Je hebt al talloze vrijwilligers in kunnen schakelen. Goddank. Je hebt al het maximale van je medewerkers gevraagd. Geregeld bedenk je je dat je blij mag zijn te werken in een sector waarin mensen uit overtúiging werken, waarin 'zoveel mogelijk verdienen' geen motto is, waar greed is good niet past.

Meneer Van Rijn, dat upcoding is niet anders dan een poging van zorgverleners om hun cliënten die zorg te blijven geven die ze nodig hebben en die de zorgverleners nodig achten. Het ís geen graaien in een pot. Het is in het belang van de ander. Dat heet medemenselijkheid.
Upcoding is frauduleus als het leidt tot hogere declaraties voor een niet-geleverde dienst. Dit gaat om hogere zórgindicaties opdat mensen zorg kunnen blíjven ontvangen. Omdat het nódig is.

Meneer Van Rijn demoniseert een hele sector, maakt ze zwart als 'mensen die zich niet aan regels houden'. Het gaat echter niet om regels; het gaat om tussentijds veranderde spelregels en vooral om geld. Van Rijn is zélf de kwade genius die deze beweging in gang zette.

Want dit is zijn basis:
Uit de rapportage blijkt dat in 23 procent (45 gevallen) van de 202 onderzochte gevallen sprake is van zwaardere zorg (of hogere zorgzwaartepakketten) dan het CIZ zou hebben vastgesteld: upcoding. In 4 procent is dat lager, in 73 procent was dat gelijk of met verwaarloosbaar verschil.


Ja, dat staat er echt: driekwart klopt!

zondag 23 juni 2013

Het verraad van taal

Dit kun je helemaal verkeerd doen. Dan ontaardt het in achterdocht, sikkeneuren en samenzweringstheorieën. Maar met mate - zoals álles met mate zou moeten - is het een vaardigheid die best wel handig is. En ook wel leuk om te doen. Ik heb het over je taalgebruik en wat dat verraadt, kán verraden.

Wat bedóelt de auteur eigenlijk te zeggen, is een goede start. Het is helemaal niet vanzelfsprekend dat teksten ook letterlijk genomen moeten worden. Da's best wel lastig. En verwarrend. Zeker ook in een wereld waarin we, laat ik zeggen, creatief met taal moeten omgaan.

Wat mij betreft geen taalpolitie, maar wel gevoeligheid voor taal in de gaten houden. Da's een kwestie van goed luisteren en goed lezen. Bij mij gebeurt het dan vanzelf, dat je ineens een zin leest en denkt 'wacht eens...'. Hieronder drie voorbeeldjes waar het mij overkwam. Die van Wouter Bos is wellicht de riskantste close reading. Een mooie, vind ik, is die waarin statistiek wordt gebruikt. Dan zou je standaardreactie moeten zijn: langzaam lezen en liefst twéé keer lezen. Dit is zo'n artikel:

20130623-132154.jpg

Dat we iets moeten doen aan de graaicultuur, daar zijn de meesten - die weinig hebben - wel van doordrongen. Ook ik vind dat niet iedereen per sé precies hetzelfde moet verdienen - alhoewel dat wél je motivatie aangeeft - maar er moet een zekere bandbreedte zijn. Met uitzondering van persoonlijk risico lopende ondernemers zijn al die 'ondernemers' in loondienst dus wel gewoon ook in loondienst. Een bandbreedte vaststellen lijkt mij dan noodzakelijk.

Precies daarover gaat dit. Want wat ís die bandbreedte? De meeste mensen denken dan aan het verschil tussen hoogste en laagste inkomen. Toch?
En precies dat blijft onduidelijk. De 'loonkloof' hangt aan één kant gewoon in de lucht. De topman, de best betaalde in een bedrijf, is aanwijsbaar. Goed, dan heb je al die extra's en voordeeltjes nog steeds niet in beeld. Maar goed. De lol zit aan de overkant van de kloof. Want dat is feitelijk de minst betaalde werknemer. Dát zou de loonkloof moeten zijn. Maar het wordt de best betaalde een stuk prettiger gemaakt door iets anders te kiezen. In het artikel heten zij: 'doorsneewerknemer' en 'gemiddelde werknemer'.

Dat betekent dat de overkant van de loonkloof helemaal nóóit in beeld komt. Het gemiddelde ligt toch ergens in het midden? Nou, ríchting het midden. Dat klopt. Maar er is een groot verschil mogelijk tussen modus en mediaan. Is die 'doorsneewerknemer' degene waarvan er het meest zijn in het bedrijf? Of wordt gedoeld op het totale salaris gedeeld door het aantal werknemers?

Één ding is zeker: de hier gepresenteerde cijfers voor de loonkloof weerspiegelen níet de loonkloof tussen hoogste en laagste inkomen in die bedrijven. Dit is in hoge mate geflatteerd.

Het leuke is dat woorden en zinnen veel verraden.

In diezelfde krant staat een interview met Wouter Bos over die bestuursvoorzitter wordt van het geplaagde VUmc. Interessant vond ik zijn woordkeuze over de longchirurgie daar (de namen heb ik weg gelaten):
het gaat er nu om dat de heren (...) gewoon hun werk kunnen doen (...)

Er staat 'kunnen'. Zó gebruikt is 'kunnen' dienstbaar, faciliterend. Daarmee is een duidelijke positie ingenomen.

Minder subtiel ligt het in Leiden. Daar is de iedere vijf jaar terugkerende stoelendans voorbij welke omroep zich de 'publieke lokale omroep' kan noemen. Dat is ondermeer een zaak van representatieve vertegenwoordiging en van gemeentelijk advies. In Leiden e.o. is dat Unity FM/TV gebleven. Sleutelstad deed ook mee in die wedstrijd, maar werd het niet.

Het is verhelderend voor de posities van media - of journalisten - te zien hoe dat nieuws wordt gebracht. Zo zijn de pro-Sleutelstad media en medestanders consequent in het brengen van dit nieuws als dat "Unity FM/TV de helft van zijn zendergebied kwijtraakt'. Het feit dat Unity FM/TV Wat klopt, want in de duin- en bollenstreek bleek een andere omroep representatiever voor dat gebied en kozen de gemeenten daarvoor. Niet geheel onlogisch.
Wat opvalt, is dat het nieuws dat Unity FM/TV voor de komende vijf jaar weer de zendvergunning heeft, ondergeschikt is gemaakt. Een buitenstaander als ik leest dat als kinderachtige kinnesinne. Alsof het teveel moeite kost het verlies te accepteren. En vooral: dat het neutraal journalistiek werk scheiden van eigen mening en belang toch nog moeilijk is.

Dit alles is juist géén pleidooi om alle woorden op een goudschaaltje te wegen. Het zeggen en schrijven wat je voelt, is juist verhelderend. De lezer moet dan wel bedacht zijn op de tussen de regels verborgen boodschappen. Maar dat achter taal ongelooflijk veel verscholen gaat, is wel duidelijk.