Posts tonen met het label misbruik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label misbruik. Alle posts tonen

donderdag 24 juli 2014

De kruideniersmentaliteit van werkgevers

Wellicht moeten we hen toch eens met andere ogen gaan bekijken: werkgevers.

Een oplossing voor de crisis is nog niet in zicht. De cynicus verwacht dat die ook niet zal komen, maar dat wordt afgewacht tot de crisis weg gaat. Een formulering die past bij een beeld van een doodnormale straat waar mensen wonen die wachten tot die overlast gevende buurman weggaat. De buurman waartegen ze geen verweer hebben. Een ingrijpen van buiten is nodig. In de verhalenkunde wordt dat de deus ex machina. De televisie-detective bestaat zowat bij de gratie van het konijn uit de hoge hoed: hij is degene die nu net die ene aanwijzing te weten komt die ons kijkers al die tijd is onthouden.

Economen hebben wel iets (gehad) met deze stijlfiguur. De goddelijke hand en andere black boxes vullen de hiaten in. De nieuwe termen zijn 'innovatie' en 'entrepreneurschap'. Vernieuwing en ondernemingszin zijn de benodigde wonderen. De oplossing zit daardoor ongeveer op het niveau 'er is een oplossing nodig'. Blijkbaar is er niemand die hardop zegt 'we hebben geen flauw benul en hopen op een wonder'.

Nu wordt het tijd wat anders te kijken en eerlijker te zijn.

De ondernemers, de werk-gevers, kunnen het niet. Niet dat zij de crisis veroorzaakten - dat waren banken - maar zij zijn het wel die (teveel en) te optimistisch wilden geloven in de geboden kredieten en mogelijkheden. Zij pasten hun concept van 'ondernemen' aan en verschoven naar risicovolle ondernemingen met als prioriteit 'eigen inkomen eerst'. In dat opzicht zijn ook de ondernemers schatplichtig, zeker de grote, anonieme ondernemingen.

Zij zijn het niet die het wonder gaan bieden. Sterker, zij maken gebruik van de situatie. Gebruik om als echte kruideniers uit de jaren vijftig een slaatje te slaan uit de situatie. Massaal dumpen ze personeel. Dit zijn niet de mensen of bedrijven die hoop kunnen bieden, als herstel voor herstel van eigen inkomen is.

Wellicht moeten we anders kijken en zien dat die werkgevers feitelijk degene zijn die op kosten van de samenleving bestaan. Zonder moeite, zonder scrupules en vooral zonder al teveel kosten lozen ze personeel, dat daarna ten laste van de samenleving komt. Veel principieel verschil met het gedrag van mensen die vinden dat 'de overheid er is om de straat schoon te houden' en dus alles op straat mieteren wat ze niet meer nodig hebben, is er niet.

Als ondernemer niet ook je éigen salaris aanpassen, is kwalijk. Je risico-gevolg afwentelen en zelf niet nemen, is dat ook. Bijzonder kwalijk zijn degene die daarna drogredenen hanteren om toch vooral onaangepast verder te gaan.

De werkgever die de opengevallen vacatures publiek maakt; plots als vrijwilligerswerk. In de zorg is dat een publiek geheim. Functie worden afgepeld en afgepeld. Iedere afgepelde laag is vrijwilliger-geschikt.

De werkgever die de idee fixe aanhangt dat jong beter is, daarom oudere collega's de deur uit schopt en soms zelfs de brutaliteit op brengt hen als zzp'er weer in te huren.

Jong is beter ís een idee fixe. Dat is een idee wat voor 100% is gebaseerd op kostenoverwegingen. Jong is goedkoper: dát klopt. Beter is baarlijke nonsens.

Wat de oudere biedt en de jongere niet zijn zaken als:
flexibiliteit: de kinderen leveren geen slapeloze nachten meer op, geen slaaptekort, geen zorgen en veroorzaken geen dúbbele kans op ziekteverzuim;
ambitie: de oudere hoeft zichzelf niet te bewijzen over de ruggen van anderen, door roddel en achterklap, stapt niet snel over naar 'een betere kans' (voor zichzelf);
kennis: je zult versteld staan hoeveel kennis helemaal níet nieuw is en hoeveel kennis wel wordt gepresenteerd als nieuw. Dat zien en wegen, eist ervaring. Daarvoor bestaat maar één weg: ouder worden;
dreiging: de jongere gaat het beter doen dan z'n collega's, z'n leidinggevende, z'n baas: dát is een uitgangspunt. De oudere hoeft zich niet te bewijzen. Die weet een echt team op waarde te schatten.

Dát is de kruidenier die ons níet gaat redden. De man of vrouw die uitsluitend naar zijn eigen, kortetermijn belangetjes kijkt en alles wat hij of zij ziet als afval op straat mietert om door anderen te worden opgeruimd.

De spannende vraag is dan ook helemaal niet wat de bestaande ondernemers doen, maar welke recycler iets kan met dat 'afval'.

zondag 5 januari 2014

De leugen: ontslag vanwege bedrijfseconomische omstandigheden

Zelfs voor een onderneming is het iets menselijks: het leugentje om bestwil. Verklaarbaar ook, want de directeur is een mens. Het management bestaat uit mensen. Voor velen is het eigenbelang het belangrijkst, het bedrijfsbelang dat op zijn beurt wordt vertaald in kosten en baten. Goede bedrijfsvoering leidt tot hogere baten dan de ermee gepaard gaande kosten.

Maar wat te doen als de baten niet omhoog gaan? De consument, de klant kun je niet dwíngen jouw produkt of dienst af te nemen. Dus richt je je op de kosten. Dat is een idee wat ook mooi past in het beeld dat je alleen dat moet aanpakken wat jij zelf kunt beïnvloeden. En dat zijn de kosten, nietwaar?

Nu wordt het interessant.

Op een galei kun je het ritme van de beïnvloeden door de paukenist een sneller of langzamer ritme te laten aangeven. De assemblageband kun je ook sneller of langzamer laten lopen. Door de doelstellingen te verhogen krijg je, als het lukt, meer product voor hetzelfde geld. Grappige redenering, want de kosten dalen feitelijk niet. Het bedrijf krijgt méér produkt(en). Als het probleem is dat klanten die niet willen... dan los je op deze manier niets óp, maar maak je je eigen probleem groter.

Die klanten zijn bijzonder interessant.

De lolligste redenering vind ik nog steeds dat je iets moet maken waarnaar vraag is. Dat is maar zeer ten dele waar. Als dat waar zou zijn, is er haast geen innovatie mogelijk. De klant vráágt niet om nieuwe producten of diensten. Die worden hem aangeboden.

Transparantie, openheid, mondige klanten en eigen verwantwoordelijkheid: zomaar een paar trefwoorden die de regering in de rondte strooit. Het bedrijfsleven reageert daarop met holle termen als 'maatschappelijk verantwoord ondernemen'. Het imago van 'de sociale onderneming met hart voor klant, medewerker en samenleving' is belangrijk geworden.

Maar dat spoort vaak niet met de eerste vier alinea's.

De voorbeelden liggen op straat. De ministers zouden eens moeten gaan nadenken. De (overheids)opdrachtgevers zouden eens moeten nadenken. Als er een aanbesteding wordt open gesteld, is daar haast altijd een enorme lijst minimumvereisten aan bedrijven aan toegevoegd. Minimum jaaromzetten, inzicht in jaarcijfers, overzichten van andere projecten, toestemming tot boekencontrôle (en nog steeds wordt er gesjoemeld).

Maar wat onbreekt, is de vraag naar informatie over personeelsbewegingen.

Steeds vaker hanteren bedrijven een leugen om bestwil. Wat te denken van een bedrijf dat bij het UWV een ontslagaanvraag indient 'omwille van bedrijfseconomische overwegingen'? Blijkbaar gaat het met het bedrijf dus niet zo goed. Sterker, het gaat zó slecht dat er werknemers uit moeten.

Het is blijkbaar een relatief ongevaarlijke weg, want ik hoorde 'm pas geleden wéér. Wat me opvalt, is dat het een uitermate vreemde situatie is. Immers, indien 'de overheid' wéét dat een partij een zwakke broeder is, zou dat bekend moeten kunnen zijn. Het UWV ís overheid en hééft die informatie.

Nu kunnen ondernemers zonder al te veel risico kletspraatjes ophangen om hun personeel te lozen. Het zal mij benieuwen wat er gebeurt als ze weten dat ontslagaanvragen openbaar zijn. Wat de gevolgen zijn als opdrachten gepaard zouden moeten gaan van een verklaring van bijvoorbeeld het UWV. Een verklaring, vergelijkbaar aan die voor goed gedrag, dat het betrokken bedrijf géén aanvragen vanwege bedrijfseconomisch ontwikkelingen heeft gedaan in de voorgaande drie jaar.

Zo'n eis en zo'n register/verklaring is eigenlijk zó vanzelfsprekend. De klant, de opdrachtgever moet toch kunnen nagaan hoe betrouwbaar zijn opdrachtnemer eigenlijk is?

Moet je eens zien hoe snel het aantal aanvragen voor ontslag om deze reden gaat afnemen. Want dát leugentje is dan achterhaald door de waarheid.

maandag 23 september 2013

Uitbesteden?!

Weet je. Zo af en toe - vaker toe dan af overigens - kan ik verbaasd kijken naar ons uitbesteedgedrag. Het lijkt wel alsof we collectief aan een chronisch gebrek aan zelfvertrouwen leiden.

Dat je een loodgieter of andere vakman belt om een technisch complexe klus in of aan je huis te laten uitvoeren; soit, da's duidelijk. Als individu heb je nu eenmaal beperkingen. Dan ben je wel genoodzaakt iemand in te schakelen. Of je probeert het zelf en schakelt daarná iemand in om de nog grotere puinhoop te herstellen. DHZ heet dat, is me ooit verteld: doe het zelf.

Waar ik echter bar weinig van begrijp, is dat ook organisaties er last van hebben. Of eigenlijk: helemaal níets lijken te kunnen. Da's raar.

Heb jij je ooit gerealiseerd hoeveel cursussen, trainingen, conferenties, workshops, bezinningsweekeinden, bijspijkersessies over gemeenten worden uitgestort? Bizar veel.

Als we er van uitgaan dat die aanbieders er genoeg aan verdienen, móet de conclusie wel zijn dat het gemeenten schromelijk schort aan kennis. Waarom zou je anders al die uren kennisvergaring nodig hebben? Toch niet voor de lol?!

Of zou het anders zijn?

Als je voor zo'n club hebt gewerkt, worden je wel wat zaken duidelijker. De belangrijkste is dat hun klanten zichzelf veel te onkundig inschatten; en de aanbieder veel te hoog (en anders wordt het ze wel ingefluisterd als een nog ongezien probleem).

Het is allemaal zo logisch. Je krijgt te horen dat er wéér iets verandert, raakt enigszins in paniek (want de invoeringstermijn is uiteraard te kort) en meent hulp nodig te hebben. Dát, immers, is de natuurlijke reactie in geval van paniek: hulp!

En die is er dan. In sommige gevallen wordt zelfs voorshands afgestemd: hele trainingen en ondersteuningsinstrumenten die worden gemaakt nog vóórdat een wijziging ingaat. Daś - gelukkig - geen gewoonte. Gebruikelijker is dat vernieuwing wordt begeleid door een heel aanbod aan trainingen en zo. Denk nu niet: gemeenten. Het geldt veel breder. Cursussen 'gebruik van de iPad'... alsof we - ook ouderen - niet zelf op ontdekkingstocht zouden moeten (kunnen) gaan. Nee, net zoals we ons voor alles en meer verzekeren, beginnen we niet meer onbevangen.

Er wordt daardoor niet alleen ongelooflijk veel geld weggegooid, door bedrijven en overheden. Daar zou je nog van kunnen beredeneren dat er dan in elk geval geld wordt rondgepompt in de economie.

Maar er wordt iets destructievers in gang gezet.

Dat niet meer vertrouwen op eigen kennis en kunde leidt er ook toe dat overheden en bedrijven minder creatief worden, minder probleemoplossend en meer routinematig. Als voor iedere anomalie in het proces menskracht van buiten moet komen, is dat óók een teken van sterke routines.

Het wordt weleens beweerd dat al dat 'verzorgen' zwakkere mensen voortbrengt. Mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen, die geen oplossingen of eigen initiatief voortbrengen. Mensen die afwachten, als lambs to the slaughter.

Omdat organisaties worden gevormd door en uit mensen, lijkt het me niet heel erg vergezocht te denken dat óók organisaties zo passief-afwachtend zijn geworden. En dát is ernstig.

Een zelfredzame burger (ver)eist een zelfredzame overheid.

dinsdag 2 juli 2013

Vernielen: een verzetsdaad?!

Een paar keer per week kom ik er langs. En iedere dag ziet het er anders uit, afhankelijk van de lichtvaardig. Die wisselt per uur en per jaargetijde, van het bleke winterlicht tot het snoeiharde zomerlicht. Wat er precies staat, heeft me nogal wat tijd gekost. In die halve minuut dat je er op af fietst, moet je ontcijferen en op het verkeer letten (ik moet daar linksaf).

20130702-172032.jpg

'Ik vind het altijd zo heerlijk als dingen niet doorgaan' staat er. Eerlijk gezegd, is het een heel goede spreuk. Iedere keer dat ik er langs fiets, probeer ik 'm weer te ontcijferen en onthouden. Dat is me nog niet gelukt, dat onthouden. Ook de diepere betekenis van de zin is mij nog niet duidelijk. Gelukkig ben ik niet de enige.

Maar vandaag zag het er zó uit: 20130702-173221.jpg

Gesloopt. Vernield. Kapot gemaakt. Aan stukken gescheurd.

Wat moet je daar nu mee? Ik weet alles van waarde is weerloos. Maar toch. De plek is er een waar je het niet direct verwacht dat er zo gericht wordt vernield. Als je aangeschoten of dronken bent, kom je van de andere kant. Dan zie je dit alleen als je je omdraait.

Nee, hoe langer ik erover denk, hoe minder het me stom toevallige vernielzucht van een zatlap lijkt. Dat betekent niet dat ik denk dat er géén alcohol in het spel was. Dat zit er dik in van wél, want zoveel bravoure hebben we meestal niet dat we bij ons volle verstand aan het vernielen slaan. Daarvoor moeten we toch echt een drempeltje over, dat dunne laagje dat beschaving heet doorbreken.

Het lijkt me meer een statement alhoewel ik betwijfel of de dader dat woord kent. Mijn generatie is die van het begrip. Dat is ietwat uit de hand gelopen, vind ik. Begrip is best, maar grenzen stellen is toch ook verstandig wil je jezelf niet verloochenen. Onder mijn generatiegenoten kun je dan ook vrij veel mensen aantreffen die diepere betekenissen zien in 'zinloos geweld'. Nu kan ik daar wel heel zwartgallig over doen, maar er schuilt wel degelijk een kern van waarheid in.

De vernielzucht ís niet willekeurig. Ze richt zich altijd tegen 'de ander', of dat een iets of een iemand is. Bushokjes gaan vaker aan diggelen dan ruiten van huizen. Waarom? Alleen omdat die bushokjes alleen en weerloos zijn en in die woningen mensen zijn? Natuurlijk speelt die lafheid een grote rol. Maar ook dan.

Je zou dat zinloos vernielen ook kunnen zien als gericht vernielen. Die kwetsbaar aanwezige spreuk deed me daar weer aan denken. Wie doet dat? Ik denk dat iemand toch - bewust of onbewust - heeft geprobeerd mensen te kwetsen die hij, of zij, haat, maar niet kán of dúrft aan te pakken. Ik denk dat het kunstwerk is gezien als iets wat 'zij' mooi vinden en dus raak ik 'hun' als ik het verniel. Want 'zij' zullen daardoor geschokt zijn. En het maakt geen bal uit wie 'zij' precies zijn. Het zijn diegenen die meer geld hebben, wel werk, een mooier huis, een betere baan, beter eten, leukere vakanties, die alles meer en beter hebben. 'Zij', dus.

Je moet eens opletten of het klopt. Vaak gaat het ook om provocaties, in de trant van 'zie je wat ik durf te doen?'. En heel vaak gaat het om het beschadigen van iconen. De dure winkel, de mooie kunst, de overheids-eigendommen (waaronder ook de abri's worden gerekend), de auto's in een betere buurt; het is niet allemaal altijd zo ongericht. Het is, denk ik, dan ook geen dronkemanstoeval dat juist dít van de muur werd gescheurd.

Begrip is goed, maar laat dat niet ten koste gaan van het weerloze.








Je vindt het werk in Leiden en wel hier:
20130702-174130.jpg

zondag 19 mei 2013

DSM-V

Nou. Hij is er(bijna). De nieuwe Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders: DSM-5.

Ter plaatsbepaling: ik vind dat er geen 'markt van welzijn en geluk' hoort te bestaan. De farmaceutische indústrie dien je daarom met argusogen te volgen en hun beweringen op een goudschaaltje te wegen om de waarde te bepalen. 'Industrie', 'ondernemen' en 'gezondheid' zijn lastig te combineren zonder in een belangenconflict te raken.

De DSM speelt daarin een vreemde rol. Psychiatrie is mijn vakgebied niet. Maar als ik lees hoe er over de DSM wordt gesproken en geschreven, dan zijn er toch wat zaken te observeren.

De DSM beschrijft aandoeningen. Niet meer en niet minder. In dat opzicht is het een boekwerk vergelijkbaar moet ieder ander codeboek: wat bedoelen we met..? Ook onze woordenboeken vervullen die functie. Zonder zulke afspraken is het onmogelijk te communiceren.

Maar ja: niets is echt waardevrij, hoezeer het ook wordt geprobeerd.

En dus wordt de DSM gebruikt. Daar ontstaat de ellende.

Als ik me met klachten níet bij een arts meld, heb ik die klachten nog steeds wél maar wordt er (waarschijnlijk) geen diagnose gesteld. Beruchte voorbeelden? 'De griep' die vaak een heel stevige verkoudheid is. En als ik een dag of wat goed chagrijnig ben, is dat ook niet echt reden tot zorg.

Kom ik met die klachten toch bij een arts, dan zal ik vast te horen krijgen dat het meevalt. Daar zijn protocollen, hand- en leerboeken voor. En vooral de vakkundigheid van de arts. Want alhoewel het soms lijkt alsof we als machientjes zijn te repareren of nieuwe onderdelen kunnen krijgen, zíjn we geen machientjes die honderd procent voorspelbaar of zelfs maar kenbaar zijn.

Kom ik vaak met zulke 'onbelangrijke' klachten bij de arts, dan is er meer aan de hand. Ik zóu een hypochonder kunnen zijn. Hoeveel daarvan in Nederland rondlopen, weet ik eigenlijk niet. Maar een fijn leven kunnen die niet hebben, met al die ziekten die je als mens kúnt krijgen.

Maar het kan ook zijn dat er iets héél anders aan de hand is.

De samenleving waarin we leven, wil alles bevestigd zien; hetzij door onderzoek, hetzij door professionele analyses. Dat werkt verlammend. En het is een van de belangrijkste perverse prikkels om instrumenten in te zetten op manieren waarvoor ze nooit zijn bedoeld.

De DSM is er zo één. Alleen de ziektebeelden die daarin zijn opgenomen, worden erkend. Door werkgevers, door verzekeraars. Maar daarvoor is de DSM nooit bedoeld: om bijvoorbeeld te dienen als basis voor een recht op vergoeding. Het is een volledige ontkenning van de patiënt en diens klachten. CVS? Chronisch VermoeidheidSyndroom? Volgens sommigen bestaat het niet; ook niet als er veel mensen zijn, die onafhankelijk van elkaar, vergelijkbare klachten ontwikkelen. RSI? Een modeziekte, denken sommigen - vaak dezelfde. Ook hier weer ondanks de aandoeningsklachten.

De New York Post had gisteren een artikel met de kop We're All Mad Here. Twee citaten daaruit, dit:
DSM 5 has added many new mental disorders that include many symptoms and behaviors previously accepted as simply part of the human condition. The resulting overdiagnosis of mental disorder will have many harmful unintended consequences — the misuse of medication, unnecessary stigma, high costs, misallocated resources, narrowed expectations, a reduced sense of personal responsibility, and the misapprehension that we are all becoming sick individuals living in an increasingly sick society.

en dit:
Why all the these daffy DSM 5 diagnoses reducing the large pool of normal into a small puddle?

Dat laatste citaat is, denk ik, tekenend. Daaruit blijkt iets vreemds. want vanaf het moment dat je gaat benoemen, is de tendens de onbenoemde kern zo klein mogelijk te laten zijn. 'Normaal' ís inderdaad een 'kleine poel'. Sterker, het is de vraag of er wel iemand ís die honderd procent gezond is.

Het eerste citaat geeft goed weer wat ik bedoelde: alle negatieve gevolgen zijn gevolgen van een gebrúik van de DSM. Een, denk ik als toeschouwer, verkéérd gebruik. Maar om dat dan aan de DSM te wijten, gaat me nog even te ver.

Waarom wordt er niet veel meer aandacht gevestigd op het gebruik van instrumenten als de DSM? Op de rap om zich grijpende medicalisering? Die een gevolg is van ons eigen onderling wantrouwen. Op de rap om zich grijpende besluiteloosheid als er geen onderzoek of commissie-oordeel aan ten grondslag ligt?

Wíj zijn doorgeslagen. Dát is het probleem. Niet de DSM 5.

vrijdag 10 mei 2013

Huizen melken

Uit m'n jeugd herinner ik me er nog wel flarden van; van beelden van 'gastarbeiderspensions'. Het is een eufemisme, een verhullend woordgebruik. Zowel dat 'gastarbeider' als het 'pension': het klopt niet.

Na de oorlog moet Nederland weer uit z'n as verrijzen. Dat klinkt enorm dramatisch, want feitllijk is de verwoesting vrij lokaal. Het grootste deel van Nederland komt min of meer ongeschonden die periode door. Maar de bevolking is wél veranderd. En de tijdgeest maakt dat meer mensen dan voorheen op zichzelf wilden gaan wonen. Er moest dus massaal worden ge- en herbouwd.

En dat deden we. Wel ietsje te gehaast met slechte en goedkope materialen de term 'revolutiebouw' is niet bepaald een kwaliteitsindicatie - en niet altijd met gekwalificeerde arbeidskrachten. Da's allemaal verklaarbaar: de oorlog had er ingehakt. Veel moest worden geïmporteerd: tot en met de arbeidskrachten.

Gastarbeiders werden ze genoemd. De mensen van wie werd gedacht dat zij tijdelijk zouden helpen de economie op tempo te houden. Uit Italië kwamen 'mijnwerkers', die geregeld nog nooit van hun leven een mijn hadden gezíen, maar ook vaklieden vaklieden als terrazzowerkers (alhoewel die strikt genomen er al eerder waren). Nederland had daartoe in een aantal buitenlanden wervingsbureaus. In bijvoorbeeld Italië en Spanje hebben die een belangrijkere rol gespeeld in de werving dan in Turkije en zeker in Marokko. Maar de kern was: we hebben mensen nodig. En dus kwamen ze en bleven ze.

(...) De belangen van werkgevers gaven de doorslag, niet de opstelling van het departement van Justitie, die tot voorzichtigheid maande. De grenzen voor toelating gingen ook pas dicht toen de oliecrisis zich voordeed. Niemand geloofde toen nog dat eenmaal gevestigde migranten weer zouden teruggaan. Het was ook niet zo, dat er na 1973 ineens helemaal geen werk meer was voor buitenlandse arbeiders. Integendeel, ook toen bleven werkgevers benadrukken hoezeer zij afhankelijk waren van goedkope arbeiders uit het buitenland.


Die opmerking over 'goedkope arbeiders' is relevant. Niet alleen kregen 'gastarbeiders' minder uitbetaald dan autochtone Nederlanders in vergelijkbare fucnties - en was hun rechtspositie veel zwakker - ook werd met de andere hand weer terug gehaald. Dat roetzwarte kantje van 'marktwerking' is nooit verdwenen.

Tot op de dag van vandaag wordt misbruik gemaakt van schaarste in een van de eerste levensbehoeften: onderdak.

De goede voorbeelden zijn er ook. Bedrijven die in elk geval probéérden iets redelijks aan te bieden. NDSM in Amsterdam had zoiets in Noord. Maar verder zijn de gastarbeiders - en later ook studenten - aangewezen op de particuliere markt. Over degenen die zich in de schaduw van de maatschappij moeten ophouden - illegalen - hebben we het dan nog niet eens. Die zijn aan de goden overgeleverd.

Gastarbeiders konden met gemak in 'pensions' worden ondergebracht. Met meerdere personen op één kamer. Brandgevaarlijk, zonder enige privacy en vooral veel huurpenningen opleverend. Het zijn die beelden die mij zijn bij gebleven. Beelden van een land waar je je eigenlijk voor kapot zou moeten schamen.

1971-2428

We zijn geen steek veranderd. Ondanks aangepaste wetgeving - die blijkbaar moet aangeven dat we een beschaafd land zijn, op papier - bestaan ze nog steeds: de huisjesmelkers, de polenhotels, de campings en vakantieparken met 'seizoensarbeiders'. Om de aandacht van het werkelijke probleem af te leiden, maken we ons dan druk over de terminologie. Allochtoon? Gastarbeider? Arbeidsmigrant? Economisch vluchteling? Gelukzoeker? Illegalen?

Deze blogpost eindigt met een verwijzing naar een Amerikaanse Tumblr-site: The Worst Room. Daar vind je een werkelijk stuitend overzicht van 'appartementen' en hun huurpijzen. Zoals dit, $1100 in New York City:
tumblr_mm88xhJC9f1spj6p2o1_400

Kamers zonder ramen. Kamers die eerder kast zijn dan iets anders. Kamers waarin een gedetineerde niet mág worden gehuisvest.

Daar zit je dan naar te kijken als de gedachte je bekruipt dat dit ook ons voorland kan zijn. Want laten we wel zijn; met de recessie die nog op z'n hardst moet uithalen naar ons individuen en een verdiepende kloof tussen arm en rijk, tussen 'grootgraaihebberds' en 'minder-hebbers', is dit echt geen fantasie. We hebben het al eerder gedaan. En met de 'aanpak scheefwonen', oftewel een extra huurverhoging - die wáár terecht komt?! - vergroten we de kans daarop. Want juist de scheefwoner is financieel interessant voor de verhuurder: die brengt voor hetzelfde product meer op!

Ik denk dat ik maar eens een bordje 'pension' op de schuur ga spijkeren.