Deze blogpost is een bekentenis. De bekentenis dat ik het soms niet kan volgen. Of nauwkeuriger: dat ik de ruzies en twisten die op social media niet kan volgen omdat ik de deelnemers niet kan plaatsen.
Zoals zoveel mensen - álle mensen - heb ook ik de neiging andere mensen in hokjes te stoppen. Daarvan heb ik een onnoemelijk aantal en dus een enorme variëteit. 'Mensen die ik mag', 'die ik niet mag', 'een beetje mag', 'ietsje meer dan een beetje mag'. Ik ken ook 'engerds' en 'mooie mensen', 'slimme' en 'sluwe', 'te vertrouwen' en 'vertrouwenwekkende'. En zo kun je wel een uurtje of wat doorgaan. Er zijn vast ook categorieën waar maar een exemplaar van is. En nee, dat is niet per sé 'mensen met wie getrouwd zou willen zijn'.
Nu is de ellende aan mensen en hun gedrag dat het eigenlijk niet in hokjes ís te stoppen. Voor een moment, voor eenonderzoek of voor een analyse werkt het nog wel een beetje. Maar in het dagelijks leven openbaren de gebreken zich al snel. De mensen die jij vertrouwt, kunnen dat vertrouwen beschamen. Degene die je verleden nog mocht, blijkt wellicht een ongelooflijke eikel. Mensen veranderen én wij zijn niet zo goed in het inschatten van een ander.
Hoe mis dat kan gaan, bewijzen te snelle oordelen. Dat is iets waar ik (actief) alert op ben: op te snel oordelen. Niet dat ik het echt kan uitbannen. Soms word je in een deel van een seconde zó kwaad, verdrietig of blij dat je voorgenomen afstandelijkheid even wordt gepasseerd. Dat zijn mooie momenten om de verkeerde dingen te zeggen of denken. En soms gebeurt het ook haast automatisch. Vooroordelen - want daarover gaat het - herken je vaak pas achteraf. Als je jezelf afvraagt op basis waarvan je eigenlijk oordeelde. Dat maakt vooroordelen geen onzin. Ze kunnen beschermend werken. Een groep jonge mannen in het donker wekt onrust op als je ze nadert. Niet vreemd, want je weet niet wie het zijn. Een donker getinte jongen met een hoody over z'n hoofd getrokken, maakt waakzaam. Niet vreemd, want we zijn overspoeld met daderbeschrijvingen die er zo uitzagen.
In discussies is het precies hetzelfde. Ook daar bepaal je een positie. Maar dat doe je, in tegenstelling tot wat je nu denkt, niet volledig op basis van argumenten. Daar spelen ook sociale processen een rol. Hoeveel mensen staan er aan welke kant? Wie zijn dat? Wat zijn de gevolgen van de ene en van de andere positie? Wie ken je al?
Als ik nu op social media naar sommige discussies kijk, vind ik het ondoenlijk te bepalen wie nu eigenlijk wat vindt.
Zeker de discussies over polemieken - ik noem ze maar even geen 'ruzies' - leiden soms tot verwarring. Ik zie dan stukken van het geheel en ben niet goed in staat ook de context te reconstrueren. Deels omdat niet altijd alle delen van het gesprek zijn terug te vinden, maar vooral ook omdat het moeilijk is iemand te plaatsen. Het is dan heel snel gebeurd: een te snelle conclusie trekken.
Ik weet niet of ik de enige ben die er last van heeft. Het lijkt me sterk. Wat je ziet, is te vergelijken met een lopend gesprek in een café of op een receptie waar jij halverweg aanhaakt. Ook dan heb je tijd nodig om de situatie in kaart te brengen.
Alleen is dat in de wereld van de social media nog een slag moeilijker.
Posts tonen met het label indelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label indelen. Alle posts tonen
zondag 25 augustus 2013
Ik volg het niet meer
Labels:
donker,
gedrag,
hoody,
indelen,
jonge mannen,
luisteren,
nadenken,
onzin,
oordelen,
rust,
stratificatie,
traagheid,
vooroordelen
Locatie:
Leiden, Nederland
zondag 19 mei 2013
DSM-V
Nou. Hij is er(bijna). De nieuwe Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders: DSM-5.
Ter plaatsbepaling: ik vind dat er geen 'markt van welzijn en geluk' hoort te bestaan. De farmaceutische indústrie dien je daarom met argusogen te volgen en hun beweringen op een goudschaaltje te wegen om de waarde te bepalen. 'Industrie', 'ondernemen' en 'gezondheid' zijn lastig te combineren zonder in een belangenconflict te raken.
De DSM speelt daarin een vreemde rol. Psychiatrie is mijn vakgebied niet. Maar als ik lees hoe er over de DSM wordt gesproken en geschreven, dan zijn er toch wat zaken te observeren.
De DSM beschrijft aandoeningen. Niet meer en niet minder. In dat opzicht is het een boekwerk vergelijkbaar moet ieder ander codeboek: wat bedoelen we met..? Ook onze woordenboeken vervullen die functie. Zonder zulke afspraken is het onmogelijk te communiceren.
Maar ja: niets is echt waardevrij, hoezeer het ook wordt geprobeerd.
En dus wordt de DSM gebruikt. Daar ontstaat de ellende.
Als ik me met klachten níet bij een arts meld, heb ik die klachten nog steeds wél maar wordt er (waarschijnlijk) geen diagnose gesteld. Beruchte voorbeelden? 'De griep' die vaak een heel stevige verkoudheid is. En als ik een dag of wat goed chagrijnig ben, is dat ook niet echt reden tot zorg.
Kom ik met die klachten toch bij een arts, dan zal ik vast te horen krijgen dat het meevalt. Daar zijn protocollen, hand- en leerboeken voor. En vooral de vakkundigheid van de arts. Want alhoewel het soms lijkt alsof we als machientjes zijn te repareren of nieuwe onderdelen kunnen krijgen, zíjn we geen machientjes die honderd procent voorspelbaar of zelfs maar kenbaar zijn.
Kom ik vaak met zulke 'onbelangrijke' klachten bij de arts, dan is er meer aan de hand. Ik zóu een hypochonder kunnen zijn. Hoeveel daarvan in Nederland rondlopen, weet ik eigenlijk niet. Maar een fijn leven kunnen die niet hebben, met al die ziekten die je als mens kúnt krijgen.
Maar het kan ook zijn dat er iets héél anders aan de hand is.
De samenleving waarin we leven, wil alles bevestigd zien; hetzij door onderzoek, hetzij door professionele analyses. Dat werkt verlammend. En het is een van de belangrijkste perverse prikkels om instrumenten in te zetten op manieren waarvoor ze nooit zijn bedoeld.
De DSM is er zo één. Alleen de ziektebeelden die daarin zijn opgenomen, worden erkend. Door werkgevers, door verzekeraars. Maar daarvoor is de DSM nooit bedoeld: om bijvoorbeeld te dienen als basis voor een recht op vergoeding. Het is een volledige ontkenning van de patiënt en diens klachten. CVS? Chronisch VermoeidheidSyndroom? Volgens sommigen bestaat het niet; ook niet als er veel mensen zijn, die onafhankelijk van elkaar, vergelijkbare klachten ontwikkelen. RSI? Een modeziekte, denken sommigen - vaak dezelfde. Ook hier weer ondanks de aandoeningsklachten.
De New York Post had gisteren een artikel met de kop We're All Mad Here. Twee citaten daaruit, dit:
en dit:
Dat laatste citaat is, denk ik, tekenend. Daaruit blijkt iets vreemds. want vanaf het moment dat je gaat benoemen, is de tendens de onbenoemde kern zo klein mogelijk te laten zijn. 'Normaal' ís inderdaad een 'kleine poel'. Sterker, het is de vraag of er wel iemand ís die honderd procent gezond is.
Het eerste citaat geeft goed weer wat ik bedoelde: alle negatieve gevolgen zijn gevolgen van een gebrúik van de DSM. Een, denk ik als toeschouwer, verkéérd gebruik. Maar om dat dan aan de DSM te wijten, gaat me nog even te ver.
Waarom wordt er niet veel meer aandacht gevestigd op het gebruik van instrumenten als de DSM? Op de rap om zich grijpende medicalisering? Die een gevolg is van ons eigen onderling wantrouwen. Op de rap om zich grijpende besluiteloosheid als er geen onderzoek of commissie-oordeel aan ten grondslag ligt?
Wíj zijn doorgeslagen. Dát is het probleem. Niet de DSM 5.
Ter plaatsbepaling: ik vind dat er geen 'markt van welzijn en geluk' hoort te bestaan. De farmaceutische indústrie dien je daarom met argusogen te volgen en hun beweringen op een goudschaaltje te wegen om de waarde te bepalen. 'Industrie', 'ondernemen' en 'gezondheid' zijn lastig te combineren zonder in een belangenconflict te raken.
De DSM speelt daarin een vreemde rol. Psychiatrie is mijn vakgebied niet. Maar als ik lees hoe er over de DSM wordt gesproken en geschreven, dan zijn er toch wat zaken te observeren.
De DSM beschrijft aandoeningen. Niet meer en niet minder. In dat opzicht is het een boekwerk vergelijkbaar moet ieder ander codeboek: wat bedoelen we met..? Ook onze woordenboeken vervullen die functie. Zonder zulke afspraken is het onmogelijk te communiceren.
Maar ja: niets is echt waardevrij, hoezeer het ook wordt geprobeerd.
En dus wordt de DSM gebruikt. Daar ontstaat de ellende.
Als ik me met klachten níet bij een arts meld, heb ik die klachten nog steeds wél maar wordt er (waarschijnlijk) geen diagnose gesteld. Beruchte voorbeelden? 'De griep' die vaak een heel stevige verkoudheid is. En als ik een dag of wat goed chagrijnig ben, is dat ook niet echt reden tot zorg.
Kom ik met die klachten toch bij een arts, dan zal ik vast te horen krijgen dat het meevalt. Daar zijn protocollen, hand- en leerboeken voor. En vooral de vakkundigheid van de arts. Want alhoewel het soms lijkt alsof we als machientjes zijn te repareren of nieuwe onderdelen kunnen krijgen, zíjn we geen machientjes die honderd procent voorspelbaar of zelfs maar kenbaar zijn.
Kom ik vaak met zulke 'onbelangrijke' klachten bij de arts, dan is er meer aan de hand. Ik zóu een hypochonder kunnen zijn. Hoeveel daarvan in Nederland rondlopen, weet ik eigenlijk niet. Maar een fijn leven kunnen die niet hebben, met al die ziekten die je als mens kúnt krijgen.
Maar het kan ook zijn dat er iets héél anders aan de hand is.
De samenleving waarin we leven, wil alles bevestigd zien; hetzij door onderzoek, hetzij door professionele analyses. Dat werkt verlammend. En het is een van de belangrijkste perverse prikkels om instrumenten in te zetten op manieren waarvoor ze nooit zijn bedoeld.
De DSM is er zo één. Alleen de ziektebeelden die daarin zijn opgenomen, worden erkend. Door werkgevers, door verzekeraars. Maar daarvoor is de DSM nooit bedoeld: om bijvoorbeeld te dienen als basis voor een recht op vergoeding. Het is een volledige ontkenning van de patiënt en diens klachten. CVS? Chronisch VermoeidheidSyndroom? Volgens sommigen bestaat het niet; ook niet als er veel mensen zijn, die onafhankelijk van elkaar, vergelijkbare klachten ontwikkelen. RSI? Een modeziekte, denken sommigen - vaak dezelfde. Ook hier weer ondanks de aandoeningsklachten.
De New York Post had gisteren een artikel met de kop We're All Mad Here. Twee citaten daaruit, dit:
DSM 5 has added many new mental disorders that include many symptoms and behaviors previously accepted as simply part of the human condition. The resulting overdiagnosis of mental disorder will have many harmful unintended consequences — the misuse of medication, unnecessary stigma, high costs, misallocated resources, narrowed expectations, a reduced sense of personal responsibility, and the misapprehension that we are all becoming sick individuals living in an increasingly sick society.
en dit:
Why all the these daffy DSM 5 diagnoses reducing the large pool of normal into a small puddle?
Dat laatste citaat is, denk ik, tekenend. Daaruit blijkt iets vreemds. want vanaf het moment dat je gaat benoemen, is de tendens de onbenoemde kern zo klein mogelijk te laten zijn. 'Normaal' ís inderdaad een 'kleine poel'. Sterker, het is de vraag of er wel iemand ís die honderd procent gezond is.
Het eerste citaat geeft goed weer wat ik bedoelde: alle negatieve gevolgen zijn gevolgen van een gebrúik van de DSM. Een, denk ik als toeschouwer, verkéérd gebruik. Maar om dat dan aan de DSM te wijten, gaat me nog even te ver.
Waarom wordt er niet veel meer aandacht gevestigd op het gebruik van instrumenten als de DSM? Op de rap om zich grijpende medicalisering? Die een gevolg is van ons eigen onderling wantrouwen. Op de rap om zich grijpende besluiteloosheid als er geen onderzoek of commissie-oordeel aan ten grondslag ligt?
Wíj zijn doorgeslagen. Dát is het probleem. Niet de DSM 5.
Labels:
belangen,
classificeren,
farmaceut,
indelen,
industrie,
misbruik,
ondeskundig,
psychiatrie,
waardevrijheid
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)