Posts tonen met het label ww. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ww. Alle posts tonen

donderdag 24 juli 2014

De kruideniersmentaliteit van werkgevers

Wellicht moeten we hen toch eens met andere ogen gaan bekijken: werkgevers.

Een oplossing voor de crisis is nog niet in zicht. De cynicus verwacht dat die ook niet zal komen, maar dat wordt afgewacht tot de crisis weg gaat. Een formulering die past bij een beeld van een doodnormale straat waar mensen wonen die wachten tot die overlast gevende buurman weggaat. De buurman waartegen ze geen verweer hebben. Een ingrijpen van buiten is nodig. In de verhalenkunde wordt dat de deus ex machina. De televisie-detective bestaat zowat bij de gratie van het konijn uit de hoge hoed: hij is degene die nu net die ene aanwijzing te weten komt die ons kijkers al die tijd is onthouden.

Economen hebben wel iets (gehad) met deze stijlfiguur. De goddelijke hand en andere black boxes vullen de hiaten in. De nieuwe termen zijn 'innovatie' en 'entrepreneurschap'. Vernieuwing en ondernemingszin zijn de benodigde wonderen. De oplossing zit daardoor ongeveer op het niveau 'er is een oplossing nodig'. Blijkbaar is er niemand die hardop zegt 'we hebben geen flauw benul en hopen op een wonder'.

Nu wordt het tijd wat anders te kijken en eerlijker te zijn.

De ondernemers, de werk-gevers, kunnen het niet. Niet dat zij de crisis veroorzaakten - dat waren banken - maar zij zijn het wel die (teveel en) te optimistisch wilden geloven in de geboden kredieten en mogelijkheden. Zij pasten hun concept van 'ondernemen' aan en verschoven naar risicovolle ondernemingen met als prioriteit 'eigen inkomen eerst'. In dat opzicht zijn ook de ondernemers schatplichtig, zeker de grote, anonieme ondernemingen.

Zij zijn het niet die het wonder gaan bieden. Sterker, zij maken gebruik van de situatie. Gebruik om als echte kruideniers uit de jaren vijftig een slaatje te slaan uit de situatie. Massaal dumpen ze personeel. Dit zijn niet de mensen of bedrijven die hoop kunnen bieden, als herstel voor herstel van eigen inkomen is.

Wellicht moeten we anders kijken en zien dat die werkgevers feitelijk degene zijn die op kosten van de samenleving bestaan. Zonder moeite, zonder scrupules en vooral zonder al teveel kosten lozen ze personeel, dat daarna ten laste van de samenleving komt. Veel principieel verschil met het gedrag van mensen die vinden dat 'de overheid er is om de straat schoon te houden' en dus alles op straat mieteren wat ze niet meer nodig hebben, is er niet.

Als ondernemer niet ook je éigen salaris aanpassen, is kwalijk. Je risico-gevolg afwentelen en zelf niet nemen, is dat ook. Bijzonder kwalijk zijn degene die daarna drogredenen hanteren om toch vooral onaangepast verder te gaan.

De werkgever die de opengevallen vacatures publiek maakt; plots als vrijwilligerswerk. In de zorg is dat een publiek geheim. Functie worden afgepeld en afgepeld. Iedere afgepelde laag is vrijwilliger-geschikt.

De werkgever die de idee fixe aanhangt dat jong beter is, daarom oudere collega's de deur uit schopt en soms zelfs de brutaliteit op brengt hen als zzp'er weer in te huren.

Jong is beter ís een idee fixe. Dat is een idee wat voor 100% is gebaseerd op kostenoverwegingen. Jong is goedkoper: dát klopt. Beter is baarlijke nonsens.

Wat de oudere biedt en de jongere niet zijn zaken als:
flexibiliteit: de kinderen leveren geen slapeloze nachten meer op, geen slaaptekort, geen zorgen en veroorzaken geen dúbbele kans op ziekteverzuim;
ambitie: de oudere hoeft zichzelf niet te bewijzen over de ruggen van anderen, door roddel en achterklap, stapt niet snel over naar 'een betere kans' (voor zichzelf);
kennis: je zult versteld staan hoeveel kennis helemaal níet nieuw is en hoeveel kennis wel wordt gepresenteerd als nieuw. Dat zien en wegen, eist ervaring. Daarvoor bestaat maar één weg: ouder worden;
dreiging: de jongere gaat het beter doen dan z'n collega's, z'n leidinggevende, z'n baas: dát is een uitgangspunt. De oudere hoeft zich niet te bewijzen. Die weet een echt team op waarde te schatten.

Dát is de kruidenier die ons níet gaat redden. De man of vrouw die uitsluitend naar zijn eigen, kortetermijn belangetjes kijkt en alles wat hij of zij ziet als afval op straat mietert om door anderen te worden opgeruimd.

De spannende vraag is dan ook helemaal niet wat de bestaande ondernemers doen, maar welke recycler iets kan met dat 'afval'.

zaterdag 31 augustus 2013

Phthonos regeert over Nederland

In de tijd dat ik onderzoek deed, ontspon zich een discussie die je zo naar vandaag de dag kunt overzetten. In al die jaren zijn we geen steek opgeschoten. De discussie ging over armoede. Wat is arm?

Dat we geen steek zijn opgeschoten, heeft naar mijn mening alles te maken met gunnen en niets met armoede. Een stelliger schrijver zou hier mogelijk zelfs neerzetten dat die stagnatie wordt verklaard door áfgunst.

Waar ligt de 'arm'grens?

Zal ik wedden dat jij dat precies weet? Voor jezelf? Dat je heel goed aanvoelt wanneer je te weinig hebt om nog op een aanvaardbare manier te leven, de dagen door te komen. Dat je voor jezelf uitmaakt dat als je dít niet meer kan, dat dán sprake is van armoede.

Wat 'dít' en 'dán' zijn, is aan jou gekoppeld.

Wat voor de een armoede is, is dat voor een ander niet. Het is een subjectief begrip. Dat maakt het dus onmogelijk in generieke termen precies vast te stellen waar de grens ligt. In onze technocratische bureaucratieën willen, en moeten, we dat wel. Zonder normen en regels lopen systemen immers vast. denken we.

De discussie die inherent is aan onze beschaafde opvatting dat we voor onze medemens moeten zorgen, een vangnet aanbieden, een verzorgingsstaat zijn, is een onzuivere.

Ga maar eens na. De toerist die na drie weken Afrika constateert dat "dáár sprake is van armoede. Hier bestaat dat niet". De ochtendhumeurige forens die stelt dat "armoede een gevolg is van niet je best doen". De gierige bankspaarder die vindt dat "je voor die situatie maar had moeten sparen". En niet te versmaden de uitvoerende technocraten, bureaucraten en ambtenaren die niet in staat zijn "zonder richtlijnen te bepalen of ondersteuning echt nodig is".

Als je er eens eventjes bij stil staat, zijn het vaak beweringen en stelingnames die zijn gebaseerd op oordelen, meningen en zienswijzen: gunsten.

Na al die jaren denk ik meer dan ooit dat het allemaal draait om de ander iets gúnnen.

Berucht voorbeeld uit 'mijn' tijd was de televisie. Als je die had, dan kón je niet arm zijn. Die werd je niet gegund. Dat ging ook op voor de videorecorder. En de auto. De vaatwasser. Richtlijnen bepaalden wat nog wel kon. Een derdehands Gevaar Op De Weg-brik kon nog net. Ironisch kun je het niet noemen - het is veel erger dan dat - maar door die beknibbeling werd het níet goedkoper. Goedkoop is en blijft duurkoop: goedkoop voedsel is vaker ongezond, goedkope spullen sneller kapot, armoede-huisarrest leidt tot gezondheidsklachten.

Jacques_Callot,_The_Seven_Deadly_Sins_-_Envy

Eerlijk, zijn naam heb ik moeten opzoeken want die wist ik niet meer. Maar hier is-i dan:

Phthonos (afgunst) bestaat erin om alles in het werk te stellen (via irrationele middelen) om je buur niet het “goede”, het succes te laten bezitten of genieten. Het gaat om een destructieve houding. (opm. Aritoteles gaf zelf het tegengif voor de phthonos, nl. “zelos”. “Zelos” is een goede kracht, en “een karakteristiek van goede mensen”. Zelos is de gezonde kracht van scheppende mededinging, wedijver).

In een gezonde samenleving zijn dergelijke krachten in balans. We zíjn niet het een óf het ander. We zijn - jij en ik net zo goed - mengsels van gevoelens, capaciteiten en inzichten. Ingrediënten die ook heel goed tegengestelde effecten kunnen hebben. We kunnen slecht én goed zijn.

Maar onze systemen kunnen dat niet.

Zeg het me maar, schrijf het hieronder op of spreek me aan op Twitter; onze systemen cultiveren de afgunst. Waar ooit de wetgever de bedoeling had 'minderbedeelden' - léés dat woord - te ondersteunen, zijn we nu bezig hen aan hun lot over te laten.

Ja, ja, daar komen ze al: maar het is allemaal te duur, ze zijn uitvreters, het valt wel mee, ik moet er toch voor werken, verschil móet er zijn, ik offer er van alles voor op. Als je dat vindt: luister dan eens naar jezelf.

Je gúnt het anderen niet.


dinsdag 25 juni 2013

Open brief aan de wethouder Werkgelegenheid

Geachte heer, mevrouw,

U heeft de oplossing zelf in handen. Waarvoor? Laat ik proberen dat uit te leggen.

Naar alle waarschijnlijkheid droomt u 's nachts dat uw gemeente bruist van energie. Voor uw geestesoog ontrolt zich het beeld van een nijver volkje. Enthousiaste ondernemers haasten zich door de straten. Met een tevreden glimlach. De hele stád straalt dat optimisme uit.

De ochtend is dan wat minder. Leiden is in last. Nederland luidt de noodklok. De economische motor hapert, stottert, stagneert. De energie vloeit weg uit uw gemeente.

Wat te doen?

Een belangrijk deel van de oplossing ligt in uw gemeente voor het oprapen. Menskracht die te gebruiken is en die feitelijk al is bekostigd waardoor ze min of meer gratis is.

In Leiden is pas een actieplan gepresenteerd om jongeren aan het werk te krijgen of (bij) te scholen. Dat is allemaal niet bijzonder. Ook niet zo heel bijzonder, maar wél belangrijk om vast te stellen, is dat Leiden en zijn partners een dynamische aanpak kiezen. De jonge werkloze en zijn mogelijkheden zijn leidend. Oplossingen moeten daarbij aansluiten, ook onorthodoxe. Maakt u zich, als bestuurder, geen zorgen dat dat 'u vraagt, wij draaien' wordt in Leiden; de inspanning zal van twee kanten moeten komen.

U beschikt over deskundigheid in uw gemeente, die níet wordt benut. Energie die weglekt en ervaring die verstoft raakt. Waarom die niet aangesproken in het belang van uw lokale economie en van de betrokkenen?

Het eist wel wat lef. Maar 'wie niet waagt, die niet wint' is niet voor niets een wijsheid.

Uw gemeente herbergt een aantal 55plussers, die in de systemen van het UWV zijn terecht gekomen. Mensen waarvan duidelijk is dat het voor hen uitermate moeilijk is weer een plaats te vinden in loondienst. Mensen ook die wel werk- én levenservaring meebrengen. Mensen die niet zo snel meer in paniek raken of onder de indruk. Mensen die kunnen relativeren.
En u weet net zo goed als ik dat dat niet hetzelfde is als 'Ja, maar...'-denken of 'niet met de tijd meegaand'. Ook u weet dat dat een leeftijd-ónafhankelijke mindset is. Of heeft u nooit gehoord van de vroegoude jongere, de antipode van Koos Koets?

Al die energie komt uw richting op. Ná de periode onder de hoede van het UWV zal een fors aantal via IOW of WWB uw verantwoordelijkheid worden. U gaat er een kostenpost bij krijgen de komende jaren.

Een kostenpost?!

Ik zeg: draai het om. U heeft ineens de beschikking over een impulskracht. Als u slim bent en slim opereert, kunt u een stevige zwengel geven aan uw lokale economie.

Waarom geeft u al die oudere werklozen - laten we het beestje bij z'n naam noemen - niet de ruimte om zich maximaal in te zetten? In te zetten voor uw samenleving.

Natuurlijk, het is niet politiek-correct te accepteren dat mensen niet meer in loondienst zullen werken. Maar het ontkennen, is niet alleen het ontkennen van de werkelijkheid; het is ook het doodslaan van energie omdat men wordt verplicht energie te steken in zinloos tijdverdrijf: het met alle geweld vinden van een betaalde baan.

Als u het lef en de visie heeft: waarom zo'n groep niet ontslaan van die verplichting en via individuele gesprekken nagaan waar ze aan de slag kunnen. Niet dwingend, maar hen faciliterend. Voor de een zal dat vrijwilligerswerk zijn en voor de ander het begeleiden van beginnende ondernemers. De een zal ondersteunend kunnen zijn in het onderwijs en de ander een poging willen doen tóch ZZPer te worden. Er zullen ook dure externe adviseurs vervangen kunnen worden.
Maar laat ze dat dan dóen. Zonder de dreiging een uitkering te verliezen of belemmeringen in het aantal uren.

U bent niet voor niets wethouder. Waarom niet met het UWV onderhandelt over het al eerder kunnen inzetten van die groepen? Waarom niet een poging gewaagd het UWV te bewegen te investeren in úw toekomstige medewerkers? Waarom niet de minister overtuigen van een flexibele oplossing voor oudere werkzoekenden die ook nog eens maatschappelijk rendement oplevert? De báten komen uw kant op.

Met vriendelijke groet,
Jan van der Sluis

PS
meneer Jan-Jaap de Haan, wethouder in Leiden,
míj kunt u bellen om dit eens verder uit te werken. En ik ken nog wel mensen in Leiden die geïnteresseerd zijn.

vrijdag 22 juni 2012

Hoe moeilijk is 't?



Vreemd staaltje van twee uitersten, uit één organisatie nog wel.


Afgelopen vrijdag ben ik gebeld door het UWV: mijn werkloosheidsuitkering is toegekend. Om een en ander te verifiëren en mij te informeren, belde een medewerker mij. Prima zaak, want het maakt nogal uit voor je reactie of je plompverloren een brief op de deurmat vindt of een mens te spreken krijgt.
Mijn uitkeringsbeschikking, zo zei hij, zou de dag erop of anders maandag – je weet het nooit zeker met de post vandaag de dag – arriveren. De uitkering zou die vrijdag betaalbaar worden gesteld, maar ik moest rekening houden met een verwerkingstijd bij de bank van een dag of twee, drie. Na een controle van geboortedatum en bankrekeningnummer werd ik nog geattendeerd op de verplichting werk te zoeken en door te geven als er iets veranderde in werk of inkomen. Alhoewel hij overduidelijk geregeld dit soort van gesprekken voerde en er routineus doorheen ging, nam hij met een vriendelijk ‘succes met het vinden van werk’ afscheid.
Een dag later plofte de brief van het UWV op de mat.
En die was dus diametraal anders. Goed, de informatie klopt. Dat is het probleem niet. Maar de brief is zó onleesbaar en vooral klantontvriendelijk.
Het UWV is nu voor mij een belangrijke bron van inkomsten. En zoals je – ik althans – bij een werkgever op de loonstrookje meteen kijkt naar het netto-bedrag, zo zoek je dat ook meteen op bij een WW-uitkering. Hoeveel krijg ik per maand?
Dat staat er dus niet op.
Wat er wel op staat, is dat ik een x-aantal uren werkte, dat mijn inkomen x hoog was en dat ik nu een uitkering van x euro. Per dag. En daarvan houdt UWV nog een percentage in als reservering voor vakantiegeld in mei. Ook wordt meegedeeld dat men per voer weken, achteraf, uitbetaald en dat er dus geen vaste uitbetalingsdatum per maand is. Allemaal noodzakelijke infomatie. Maar geen enkele indicatie van een nettobedrag per vier weken, of van een brutobedrag. Daarvoor word ik verwezen naar Mijn UWV waar ik, met DigiD, toegang heb tot mijn uitkeringsspecificatie. Op de dag van betaling. Dat was gisteren.
Niks van het beloofde. Op Mijn UWV is niets anders te vinden dan de melding dat ik me nu moet aanmelden voor de Berichtenbox van de overheid. Weer met DigiD, en handig, want je hebt meteen ook een digitaal berichtenkanaal met andere overheden. Dat blijken diverse gemeenten en bijvoorbeeld de Belastingdienst te zijn. En die zijn al aangevinkt. In principe kan ik nu berichten ontvangen van ondermeer enkele noordelijke gemeenten. Niet dat ik daarmee enige relatie heb, maar ze waren al aangevinkt. En ik ben nogal nieuwsgierig.

20120618-191223.jpg
Vandaag bleek Mijn UWV tot halverwege de middag een storing te hebben. Helemaal onbereikbaar. Als je vandaag dus wilde weten hoe hoog je uitkering is, zoals ik, dan had je pech en was het wachten geblazen.
Maar dat werd beloond. Met een uitkeringsspecificatie. Die zo duidelijk is dat je daarover ook weer moet bellen. En gelukkig is er een waterscheiding bij het UWV: ook nu weer was de mens aan de telefoon véél klantvriendelijker dan de software annex brievenopsteller/webformulier-ontwerper.
Want wat blijkt: op de specificatie staat dat de betaling gaat over de periode vanaf 28 mei tot 18 juni. Dat zijn drie weken en dan krijg ik echt heel veel minder dan uitgerekend. De dame aan de telefoon legt uit dat “UWV daarmee bedoelt: de wéék vanaf 28 mei. In uw geval tellen we vanaf 1 juni, want toen werd u officieel werkloos.” Ik blijk de werkdágen te moeten tellen tot 18 juni – dat zijn er elf – en dat te vermenigvuldigen met het bruto-uitkeringsbedrag per dag. Want dát staat in de brief. Ik ga er maar van uit dat de aftrekposten kloppen. In dat geval komt de berekening aardig in de buurt van wat de rekenmodules op het Internet – ook die van het UWV zelf – opleverden. Dan zou ik nu ongeveer de helft hebben gekregen voor inderdaad iets meer dan twee weken. Maar je zit met bonkend hart te stressen voordat je zo ver bent. Zo moeilijk kan heldere communicatie toch niet zijn.
Woensdag word ik terug gebeld of ik het bij het juiste eind heb. Ik ga er van uit van wel. Maar een beetje heel veel meer inlevingsvermogen in de informatiebehoefte van je klanten zou geen overbodige luxe zijn. De ménsen bij UWV die klantkontakten hebben, wekken de indruk dat wél te weten.