Er is weer 's een zware storm in een glas water aan het ontstaan. Nederland heeft een nieuwe Ombudsman nodig. Eén ding is nu wel glashelder geworden: de aanstelling van een Ombudsman is een 100% politieke aanstelling.
De Ombudsman is een bemiddelaar. Je zou kunnen zeggen scheidsrechter, maar hij heeft geen machtsmiddelen. Wel velt hij een oordeel. Een tandeloze leeuw, dus?
Nou, niet bepaald. Niet alleen werken er 170 mensen - zoals altijd: het werk wordt door anonieme hardwerkende deskundigen gedaan - ook is zijn werkwijze niet vrijblijvend. Opgeroepen? Je hebt maar te komen, ook als overheidslichaam. Als lid van een politieklachtencommissie - voorafgaand aan 'de ombudsman' - een aantal keer meegemaakt: dat een ambtenaar móet komen, is wennen.
Mijn indruk is dat het instituut Nationale Ombudsman zijn werk grondig doet (en soms tot andere conclusies kwam dan wij). De persoon ombudsman is de personificatie van dat werk.
Het zijn de klachten die wij als burgers over het gedrag van een overheidsonderdeel indienen, die bepalen wat de ombudsman doet. Daarnaast heeft hij de mogelijkheid zélf onderzoek in te stellen. Als dan het UWV járenlang de lijst aanvoert van beklaagde instanties, dan is het zeer onwaarschijnlijk dat er geen nader onderzoek wordt ingesteld naar de grond daarvan.
En dan is er de echt zelfstandige beslissing eigen onderzoek te starten naar door 'de ombudsman' zélf verwachte misstanden. Daarover hoeven niet eens (veel) klachten te bestaan. Wie weet, durft men niet. Of wéét men niet.
Het onderzoek en het oordeel zijn dus niet bepaald politiek. Dat geldt in grotere mate voor die vrije onderzoeken en vooral voor het onder de aandacht brengen.
Dat is dus echt zeer politiek en dat zie je dus terug.
Het ligt maar aan je maatschappij-opvatting hoe je bijvoorbeeld klachten over sociale dienst(medewerkers), over politie(mensen) of UWV(medewerkers) waardeert. Is het nodig om daar zelfstandig onderzoek naar op te starten als je vindt dat 'de WW moet leiden tot activering', een vandaag geïntroduceerde omschrijving. Maar dat zijn besluiten die iedere leidinggevende neemt: hoe zetten we de middelen in? Dát is de kern.
Het verbaast ben ik over de mening dat de ombudsman onbevooroordeeld moet zijn.
Natuurlijk, het is vanzelfsprekend dat de functie zich slecht verhoudt tot partijdigheid. Maar waar heb je het over?
Klachtencommissies en de Nationale Ombudsman houden zich vaak bezig met 'bejegeningsvraagstukken'. Zeer zelden zijn die zwart-wit waar of onwaar. Dat is lastig afwegen, maar als een team onderzoekers gezamenlijk tot een conclusie komt, lukt het meestal wel.
De volgende stap is zeker voor de Nationale Ombudsman véél belangrijker: hoe breng je die beslissingen over? Hoe verwoordt je de kritiek die jouw instituut heeft op de overheid?
Brenninkmeyers bloed kan door sommigen worden gedronken, denk ik. Maar hij was scherp in zijn woordkeuze en het instituut schuwde ook gevoelige onderwerpen als racistische agenten niet.
Persoonlijk denk ik dat de directeur van de ANWB die schwung niet heeft.
De Tweede Kamer debatteert over de onbevooroordeeldheid. Niet dat iemand ooit inzicht krijgt in de (on)bevooroordeeldheid van een ander krijgt. Hoogstens een indruk. Zelfs in de intiemste relaties zullen verrassingen over opvattingen voor komen. De weg die nu wordt bewandeld, gaat daar níet van uit. Eén misstap: weg. Alsof iemand die je misschien niet kent of nooit iets verkeerds deed of zei níet over opvattingen beschikt. Da's een wel heel erg ouderwets beeld van bureaucraten.
Nee, ik zou graag die onbevooroordeeld hebben, maar als realistischer optie toch liever iemand die zich laat kennen en vooral iemand die toont met hart en ziel zo kritisch mogelijk te zijn. Naar álle partijen.
Posts tonen met het label VVD. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VVD. Alle posts tonen
dinsdag 3 juni 2014
zaterdag 1 maart 2014
Zelfportret met een BN-er
Grappig. Ik heb me jarenlang bezig gehouden met het oppikken van innovaties die invloed zouden kunnen hebben op sociaal gedrag. In principe gebeurde dat binnen de reikwijdte van de organisaties waarvoor ik heb gewerkt. Robotisering, bijvoorbeeld, is iets wat ik marginaal heb gevolgd. Maar social media en vooral de komst en spectaculaire opkomst van mobiele apparaten zijn een heel ander hoofdstuk.
Voorzien dat 'mobiel' groot zou worden, vereist echt geen groot genie, hoor. Dat het zó snel zou gaan, was tot de komst van de allereerste iPhone en Androïd niemand duidelijk. Niet dat dat vreemd is. Mensen zijn sociale wezens en dat betekent interactie. Interactie, op zijn beurt, bestaat niet alleen uit communicatie, maar óók uit beweging. Sociale groepen ontstaan als ze kunnen bewegen.
De afgelopen tijd - en de komende - ben ik veel bezig geweest met politici en de komende gemeenteraadsverkiezingen. Meestal zijn dat debatten die moeten worden verslagen of interviews met politici. Die interviews zijn nog het leukst. Vandaag was de Onvermijdelijke Dag: de grote partijen trommelden hun Grote Namen op om kiezers duidelijk te maken wie zij wel niet in hun partijgelederen hadden. In Leiden telden we op één zaterdag twee Toppers en één Subtopper.
Ik ben met één van de Toppers meegelopen voor een verslag. Nee, niet iemand van mijn stemkeuze.
Verrast was ik wel. Niet door de drukte en zo. Dat kun je verwachten. Niet door de foto's en zo. Ook dat kun je verwachten. Ik was wél verrast door de apparaten zelf en het gebruik.
Eerlijk gezegd, had ik verwacht dat veel mensen hun slimme telefoon annex fototoestel annex leesboek annex filmscherm annex navigatiesysteem annex geheugenondersteuner zouden pakken en foto's maken. De smartphone was inderdaad het best vertegenwoordigd. Altijd handig om even snel iets vast te leggen.
Maar wat me werkelijk verraste, was het aantal fotocameraatjes. Het leek er zowaar op alsof een fors aantal mensen met een kleine fotocamera op zak rondwandelt.
De enige verklaring die ik tot nu kan bedenken, is dat men die cameraatjes doelbewust juist nú bij zich had. Maar dat spoorde niet met het gedrag. Veel te veel van die fotografen wekten bij mij de indruk te worden overvallen door de ontmoeting met een Topper.
Over het algemeen is het fotograferen wat men doet ietwat bevreemdend. Ik vind het nog steeds wonderlijk te zien hoeveel mensen met een Bekende Nederlander op een foto willen. Maar goed, ieder zijn voorkeuren.
Het ís helemaal geen fotograferen, heb ik nu voor mezelf geconstateerd.
Al die mensen die vandaag de Topper op de foto zetten, stopten hun apparaat onmiddellijk daarna weer weg. Niemand - voor zover ik kon zien - was verder geïnteresseerd in andere foto-onderwerpen. De kleurrijke bloemen- of notenkraam? Nee. De blinde hond met staargrijze ogen in het kinderwagentje? Nee. De kinderen? De meeuwen? Nee. Of het moeten de toeristen zijn geweest.
Da's iets wat me nu pas opviel; dat met de komst van mobiele apparaten en de mogelijkheid om overal zowat alles te registreren velen er van zijn uit gegaan dat daarmee ook heel veel informatie zou worden gedeeld. Dat laatste klopt wel. Maar het lijkt in slechts beperkte mate informatie te zijn die ook relevant is voor anderen, voor mensen buiten eigen sociale netwerken.
Nog steeds denk ik dat burgerjournalistiek groot kan worden. Maar inmiddels ben ik er ook van overtuigd dat dat alleen gebeurt door bevlógen mensen. Door mensen die gerícht waarnemen, en dat verslaan.
Voorzien dat 'mobiel' groot zou worden, vereist echt geen groot genie, hoor. Dat het zó snel zou gaan, was tot de komst van de allereerste iPhone en Androïd niemand duidelijk. Niet dat dat vreemd is. Mensen zijn sociale wezens en dat betekent interactie. Interactie, op zijn beurt, bestaat niet alleen uit communicatie, maar óók uit beweging. Sociale groepen ontstaan als ze kunnen bewegen.
De afgelopen tijd - en de komende - ben ik veel bezig geweest met politici en de komende gemeenteraadsverkiezingen. Meestal zijn dat debatten die moeten worden verslagen of interviews met politici. Die interviews zijn nog het leukst. Vandaag was de Onvermijdelijke Dag: de grote partijen trommelden hun Grote Namen op om kiezers duidelijk te maken wie zij wel niet in hun partijgelederen hadden. In Leiden telden we op één zaterdag twee Toppers en één Subtopper.
Ik ben met één van de Toppers meegelopen voor een verslag. Nee, niet iemand van mijn stemkeuze.
Verrast was ik wel. Niet door de drukte en zo. Dat kun je verwachten. Niet door de foto's en zo. Ook dat kun je verwachten. Ik was wél verrast door de apparaten zelf en het gebruik.
Eerlijk gezegd, had ik verwacht dat veel mensen hun slimme telefoon annex fototoestel annex leesboek annex filmscherm annex navigatiesysteem annex geheugenondersteuner zouden pakken en foto's maken. De smartphone was inderdaad het best vertegenwoordigd. Altijd handig om even snel iets vast te leggen.
Maar wat me werkelijk verraste, was het aantal fotocameraatjes. Het leek er zowaar op alsof een fors aantal mensen met een kleine fotocamera op zak rondwandelt.
De enige verklaring die ik tot nu kan bedenken, is dat men die cameraatjes doelbewust juist nú bij zich had. Maar dat spoorde niet met het gedrag. Veel te veel van die fotografen wekten bij mij de indruk te worden overvallen door de ontmoeting met een Topper.
Over het algemeen is het fotograferen wat men doet ietwat bevreemdend. Ik vind het nog steeds wonderlijk te zien hoeveel mensen met een Bekende Nederlander op een foto willen. Maar goed, ieder zijn voorkeuren.
Het ís helemaal geen fotograferen, heb ik nu voor mezelf geconstateerd.
Al die mensen die vandaag de Topper op de foto zetten, stopten hun apparaat onmiddellijk daarna weer weg. Niemand - voor zover ik kon zien - was verder geïnteresseerd in andere foto-onderwerpen. De kleurrijke bloemen- of notenkraam? Nee. De blinde hond met staargrijze ogen in het kinderwagentje? Nee. De kinderen? De meeuwen? Nee. Of het moeten de toeristen zijn geweest.
Da's iets wat me nu pas opviel; dat met de komst van mobiele apparaten en de mogelijkheid om overal zowat alles te registreren velen er van zijn uit gegaan dat daarmee ook heel veel informatie zou worden gedeeld. Dat laatste klopt wel. Maar het lijkt in slechts beperkte mate informatie te zijn die ook relevant is voor anderen, voor mensen buiten eigen sociale netwerken.
Nog steeds denk ik dat burgerjournalistiek groot kan worden. Maar inmiddels ben ik er ook van overtuigd dat dat alleen gebeurt door bevlógen mensen. Door mensen die gerícht waarnemen, en dat verslaan.
zondag 5 januari 2014
De leugen: ontslag vanwege bedrijfseconomische omstandigheden
Zelfs voor een onderneming is het iets menselijks: het leugentje om bestwil. Verklaarbaar ook, want de directeur is een mens. Het management bestaat uit mensen. Voor velen is het eigenbelang het belangrijkst, het bedrijfsbelang dat op zijn beurt wordt vertaald in kosten en baten. Goede bedrijfsvoering leidt tot hogere baten dan de ermee gepaard gaande kosten.
Maar wat te doen als de baten niet omhoog gaan? De consument, de klant kun je niet dwíngen jouw produkt of dienst af te nemen. Dus richt je je op de kosten. Dat is een idee wat ook mooi past in het beeld dat je alleen dat moet aanpakken wat jij zelf kunt beïnvloeden. En dat zijn de kosten, nietwaar?
Nu wordt het interessant.
Op een galei kun je het ritme van de beïnvloeden door de paukenist een sneller of langzamer ritme te laten aangeven. De assemblageband kun je ook sneller of langzamer laten lopen. Door de doelstellingen te verhogen krijg je, als het lukt, meer product voor hetzelfde geld. Grappige redenering, want de kosten dalen feitelijk niet. Het bedrijf krijgt méér produkt(en). Als het probleem is dat klanten die niet willen... dan los je op deze manier niets óp, maar maak je je eigen probleem groter.
Die klanten zijn bijzonder interessant.
De lolligste redenering vind ik nog steeds dat je iets moet maken waarnaar vraag is. Dat is maar zeer ten dele waar. Als dat waar zou zijn, is er haast geen innovatie mogelijk. De klant vráágt niet om nieuwe producten of diensten. Die worden hem aangeboden.
Transparantie, openheid, mondige klanten en eigen verwantwoordelijkheid: zomaar een paar trefwoorden die de regering in de rondte strooit. Het bedrijfsleven reageert daarop met holle termen als 'maatschappelijk verantwoord ondernemen'. Het imago van 'de sociale onderneming met hart voor klant, medewerker en samenleving' is belangrijk geworden.
Maar dat spoort vaak niet met de eerste vier alinea's.
De voorbeelden liggen op straat. De ministers zouden eens moeten gaan nadenken. De (overheids)opdrachtgevers zouden eens moeten nadenken. Als er een aanbesteding wordt open gesteld, is daar haast altijd een enorme lijst minimumvereisten aan bedrijven aan toegevoegd. Minimum jaaromzetten, inzicht in jaarcijfers, overzichten van andere projecten, toestemming tot boekencontrôle (en nog steeds wordt er gesjoemeld).
Maar wat onbreekt, is de vraag naar informatie over personeelsbewegingen.
Steeds vaker hanteren bedrijven een leugen om bestwil. Wat te denken van een bedrijf dat bij het UWV een ontslagaanvraag indient 'omwille van bedrijfseconomische overwegingen'? Blijkbaar gaat het met het bedrijf dus niet zo goed. Sterker, het gaat zó slecht dat er werknemers uit moeten.
Het is blijkbaar een relatief ongevaarlijke weg, want ik hoorde 'm pas geleden wéér. Wat me opvalt, is dat het een uitermate vreemde situatie is. Immers, indien 'de overheid' wéét dat een partij een zwakke broeder is, zou dat bekend moeten kunnen zijn. Het UWV ís overheid en hééft die informatie.
Nu kunnen ondernemers zonder al te veel risico kletspraatjes ophangen om hun personeel te lozen. Het zal mij benieuwen wat er gebeurt als ze weten dat ontslagaanvragen openbaar zijn. Wat de gevolgen zijn als opdrachten gepaard zouden moeten gaan van een verklaring van bijvoorbeeld het UWV. Een verklaring, vergelijkbaar aan die voor goed gedrag, dat het betrokken bedrijf géén aanvragen vanwege bedrijfseconomisch ontwikkelingen heeft gedaan in de voorgaande drie jaar.
Zo'n eis en zo'n register/verklaring is eigenlijk zó vanzelfsprekend. De klant, de opdrachtgever moet toch kunnen nagaan hoe betrouwbaar zijn opdrachtnemer eigenlijk is?
Moet je eens zien hoe snel het aantal aanvragen voor ontslag om deze reden gaat afnemen. Want dát leugentje is dan achterhaald door de waarheid.
Maar wat te doen als de baten niet omhoog gaan? De consument, de klant kun je niet dwíngen jouw produkt of dienst af te nemen. Dus richt je je op de kosten. Dat is een idee wat ook mooi past in het beeld dat je alleen dat moet aanpakken wat jij zelf kunt beïnvloeden. En dat zijn de kosten, nietwaar?
Nu wordt het interessant.
Op een galei kun je het ritme van de beïnvloeden door de paukenist een sneller of langzamer ritme te laten aangeven. De assemblageband kun je ook sneller of langzamer laten lopen. Door de doelstellingen te verhogen krijg je, als het lukt, meer product voor hetzelfde geld. Grappige redenering, want de kosten dalen feitelijk niet. Het bedrijf krijgt méér produkt(en). Als het probleem is dat klanten die niet willen... dan los je op deze manier niets óp, maar maak je je eigen probleem groter.
Die klanten zijn bijzonder interessant.
De lolligste redenering vind ik nog steeds dat je iets moet maken waarnaar vraag is. Dat is maar zeer ten dele waar. Als dat waar zou zijn, is er haast geen innovatie mogelijk. De klant vráágt niet om nieuwe producten of diensten. Die worden hem aangeboden.
Transparantie, openheid, mondige klanten en eigen verwantwoordelijkheid: zomaar een paar trefwoorden die de regering in de rondte strooit. Het bedrijfsleven reageert daarop met holle termen als 'maatschappelijk verantwoord ondernemen'. Het imago van 'de sociale onderneming met hart voor klant, medewerker en samenleving' is belangrijk geworden.
Maar dat spoort vaak niet met de eerste vier alinea's.
De voorbeelden liggen op straat. De ministers zouden eens moeten gaan nadenken. De (overheids)opdrachtgevers zouden eens moeten nadenken. Als er een aanbesteding wordt open gesteld, is daar haast altijd een enorme lijst minimumvereisten aan bedrijven aan toegevoegd. Minimum jaaromzetten, inzicht in jaarcijfers, overzichten van andere projecten, toestemming tot boekencontrôle (en nog steeds wordt er gesjoemeld).
Maar wat onbreekt, is de vraag naar informatie over personeelsbewegingen.
Steeds vaker hanteren bedrijven een leugen om bestwil. Wat te denken van een bedrijf dat bij het UWV een ontslagaanvraag indient 'omwille van bedrijfseconomische overwegingen'? Blijkbaar gaat het met het bedrijf dus niet zo goed. Sterker, het gaat zó slecht dat er werknemers uit moeten.
Het is blijkbaar een relatief ongevaarlijke weg, want ik hoorde 'm pas geleden wéér. Wat me opvalt, is dat het een uitermate vreemde situatie is. Immers, indien 'de overheid' wéét dat een partij een zwakke broeder is, zou dat bekend moeten kunnen zijn. Het UWV ís overheid en hééft die informatie.
Nu kunnen ondernemers zonder al te veel risico kletspraatjes ophangen om hun personeel te lozen. Het zal mij benieuwen wat er gebeurt als ze weten dat ontslagaanvragen openbaar zijn. Wat de gevolgen zijn als opdrachten gepaard zouden moeten gaan van een verklaring van bijvoorbeeld het UWV. Een verklaring, vergelijkbaar aan die voor goed gedrag, dat het betrokken bedrijf géén aanvragen vanwege bedrijfseconomisch ontwikkelingen heeft gedaan in de voorgaande drie jaar.
Zo'n eis en zo'n register/verklaring is eigenlijk zó vanzelfsprekend. De klant, de opdrachtgever moet toch kunnen nagaan hoe betrouwbaar zijn opdrachtnemer eigenlijk is?
Moet je eens zien hoe snel het aantal aanvragen voor ontslag om deze reden gaat afnemen. Want dát leugentje is dan achterhaald door de waarheid.
Labels:
controle,
fraude,
gemeente,
liegen,
misbruik,
ondernemen,
onmacht,
openheid,
PvdA,
sociale zaken,
uwv,
VVD
Abonneren op:
Posts (Atom)