Grappig. Ik heb me jarenlang bezig gehouden met het oppikken van innovaties die invloed zouden kunnen hebben op sociaal gedrag. In principe gebeurde dat binnen de reikwijdte van de organisaties waarvoor ik heb gewerkt. Robotisering, bijvoorbeeld, is iets wat ik marginaal heb gevolgd. Maar social media en vooral de komst en spectaculaire opkomst van mobiele apparaten zijn een heel ander hoofdstuk.
Voorzien dat 'mobiel' groot zou worden, vereist echt geen groot genie, hoor. Dat het zó snel zou gaan, was tot de komst van de allereerste iPhone en Androïd niemand duidelijk. Niet dat dat vreemd is. Mensen zijn sociale wezens en dat betekent interactie. Interactie, op zijn beurt, bestaat niet alleen uit communicatie, maar óók uit beweging. Sociale groepen ontstaan als ze kunnen bewegen.
De afgelopen tijd - en de komende - ben ik veel bezig geweest met politici en de komende gemeenteraadsverkiezingen. Meestal zijn dat debatten die moeten worden verslagen of interviews met politici. Die interviews zijn nog het leukst. Vandaag was de Onvermijdelijke Dag: de grote partijen trommelden hun Grote Namen op om kiezers duidelijk te maken wie zij wel niet in hun partijgelederen hadden. In Leiden telden we op één zaterdag twee Toppers en één Subtopper.
Ik ben met één van de Toppers meegelopen voor een verslag. Nee, niet iemand van mijn stemkeuze.
Verrast was ik wel. Niet door de drukte en zo. Dat kun je verwachten. Niet door de foto's en zo. Ook dat kun je verwachten. Ik was wél verrast door de apparaten zelf en het gebruik.
Eerlijk gezegd, had ik verwacht dat veel mensen hun slimme telefoon annex fototoestel annex leesboek annex filmscherm annex navigatiesysteem annex geheugenondersteuner zouden pakken en foto's maken. De smartphone was inderdaad het best vertegenwoordigd. Altijd handig om even snel iets vast te leggen.
Maar wat me werkelijk verraste, was het aantal fotocameraatjes. Het leek er zowaar op alsof een fors aantal mensen met een kleine fotocamera op zak rondwandelt.
De enige verklaring die ik tot nu kan bedenken, is dat men die cameraatjes doelbewust juist nú bij zich had. Maar dat spoorde niet met het gedrag. Veel te veel van die fotografen wekten bij mij de indruk te worden overvallen door de ontmoeting met een Topper.
Over het algemeen is het fotograferen wat men doet ietwat bevreemdend. Ik vind het nog steeds wonderlijk te zien hoeveel mensen met een Bekende Nederlander op een foto willen. Maar goed, ieder zijn voorkeuren.
Het ís helemaal geen fotograferen, heb ik nu voor mezelf geconstateerd.
Al die mensen die vandaag de Topper op de foto zetten, stopten hun apparaat onmiddellijk daarna weer weg. Niemand - voor zover ik kon zien - was verder geïnteresseerd in andere foto-onderwerpen. De kleurrijke bloemen- of notenkraam? Nee. De blinde hond met staargrijze ogen in het kinderwagentje? Nee. De kinderen? De meeuwen? Nee. Of het moeten de toeristen zijn geweest.
Da's iets wat me nu pas opviel; dat met de komst van mobiele apparaten en de mogelijkheid om overal zowat alles te registreren velen er van zijn uit gegaan dat daarmee ook heel veel informatie zou worden gedeeld. Dat laatste klopt wel. Maar het lijkt in slechts beperkte mate informatie te zijn die ook relevant is voor anderen, voor mensen buiten eigen sociale netwerken.
Nog steeds denk ik dat burgerjournalistiek groot kan worden. Maar inmiddels ben ik er ook van overtuigd dat dat alleen gebeurt door bevlógen mensen. Door mensen die gerícht waarnemen, en dat verslaan.
Posts tonen met het label kwaliteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kwaliteit. Alle posts tonen
zaterdag 1 maart 2014
zondag 1 december 2013
Kwaliteit managen
Kwaliteitsmedewerkers en -managers: ik blijk er een paar te kennen. Pas geleden zat ik op de tribune van onze geliefde rugbyclub te kijken naar - een toen al niet meer te verliezen - wedstrijd met zo iemand. Ze was in die functie terechtgekomen na ziekte en reorganisatie. Gelukkig was het antwoord bevestigend op de belangrijkste vraag: 'Heb je er plezier in?". Je zal niet de eerste zijn die na een langdurige ziekte geen plek meer heeft en wordt weggepest met een non-functie en -werk.
Kwaliteit is een belangrijk aspect van je werk. Het is een waardering, door anderen geuit, over je werk op punten als esthetiek, vakkundigheid of robuustheid. Kwaliteit zie, hoor of voel je ergens aan af. De verf die strak op je kozijnen zit. De stof die zwaar en stevig aanvoelt. De muziek die de instrumenten uit dánst.
En dan zit ik dus te praten met een kwaliteitsmanager.
Eigenlijk zijn dat vreemde functies. Niet dat het niet goed is dat ze er zijn. Juist wel. De invulling bevreemdt me. Kwaliteitsmedewerkers gáán helemaal niet over kwaliteit, maar over regels en protocollen.
Sterker, mijn idee is dat kwaliteitswerk zich juist níet laat meten met regels en protocollen. Dat is gericht op een minimale basis en manier van werken. Een bedrijf zal zich helemaal níet richten op het overschrijden van die minimale eis, maar juist die minimale eis als richtsnoer gebruiken. Dat immers is winstgevend: het minimum doen waarvoor de klant nog betaalt.
Intern zijn die kwaliteitsmedewerkers nog van enige waarde. Maar al die bedrijven die ermee reclame maken of die benadrukken dat zíj zijn gecertificeerd, vertellen meteen ook dat zij zich minimalistisch opstellen. Zeker ISO-certificaten zijn holle vaten, omdat het grootste deel van het certificatieproces door de beoordeelde zélf wordt gedaan.
Kwaliteit lever je uit liefde voor je product of dienst. Kwaliteit lever je ongeacht de wegen die je ervoor moet bewandelen. Kwaliteit staat op gespannen voet met reglementering.
Kwaliteitsmedewerkers maken duidelijk dat jouw kwaliteit onder druk staat. Blijkbaar heb je beambten nodig die de kwaliteit bewaken. Dat zie ik bij de vakman niet snel gebeuren; bij massa-produktie wel.
Dát is wat kwaliteit dus is: "wij gaan voor het minimum.".
Kwaliteit is een belangrijk aspect van je werk. Het is een waardering, door anderen geuit, over je werk op punten als esthetiek, vakkundigheid of robuustheid. Kwaliteit zie, hoor of voel je ergens aan af. De verf die strak op je kozijnen zit. De stof die zwaar en stevig aanvoelt. De muziek die de instrumenten uit dánst.
En dan zit ik dus te praten met een kwaliteitsmanager.
Eigenlijk zijn dat vreemde functies. Niet dat het niet goed is dat ze er zijn. Juist wel. De invulling bevreemdt me. Kwaliteitsmedewerkers gáán helemaal niet over kwaliteit, maar over regels en protocollen.
Sterker, mijn idee is dat kwaliteitswerk zich juist níet laat meten met regels en protocollen. Dat is gericht op een minimale basis en manier van werken. Een bedrijf zal zich helemaal níet richten op het overschrijden van die minimale eis, maar juist die minimale eis als richtsnoer gebruiken. Dat immers is winstgevend: het minimum doen waarvoor de klant nog betaalt.
Intern zijn die kwaliteitsmedewerkers nog van enige waarde. Maar al die bedrijven die ermee reclame maken of die benadrukken dat zíj zijn gecertificeerd, vertellen meteen ook dat zij zich minimalistisch opstellen. Zeker ISO-certificaten zijn holle vaten, omdat het grootste deel van het certificatieproces door de beoordeelde zélf wordt gedaan.
Kwaliteit lever je uit liefde voor je product of dienst. Kwaliteit lever je ongeacht de wegen die je ervoor moet bewandelen. Kwaliteit staat op gespannen voet met reglementering.
Kwaliteitsmedewerkers maken duidelijk dat jouw kwaliteit onder druk staat. Blijkbaar heb je beambten nodig die de kwaliteit bewaken. Dat zie ik bij de vakman niet snel gebeuren; bij massa-produktie wel.
Dát is wat kwaliteit dus is: "wij gaan voor het minimum.".
donderdag 11 juli 2013
Het doet maar wat
Soms vraag je je af of jij nu de enige bent die iets op die manier ziet. Dat is een 'best wel' bijzondere ervaring, want je begeeft je buiten de bescherming van de groep(s-mening). Het hangt van de kwaliteit van de groep en jouw positie daarin af hoe dat uitpakt.
Je loopt het risico voor gek te worden versleten en verketterd te worden. Of de stempel Rare Wijsneus stempelt in rode stempelinkt die woorden op je voorhoofd; dénk je. Als je geluk hebt, word je wellicht Excentrieke Academicus. Als je pech hebt, word je vermorzeld. Gek en geniaal liggen, ook voor pesters, te dicht bij elkaar om te onderscheiden.
'Wat de boer niet kent, dat vreet-i niet', zei mijn moeder altijd. Onbekend maakt onbemind, klinkt wat vriendelijker. De kern is hetzelfde. Dat wat we niet kennen, wantrouwen we. Dat wantrouwen groeit met de dag nu we alle Vreemde Types uit het dagelijks leven en het straatbeeld lieten verdwijnen. Al diegenen die net een tikkie anders zijn en ons continue eraan herinneren dat iedereen níet hetzelfde is, níet hetzelfde kan en zal bereiken en níet hetzelfde reageert.
De Afwijkende, de Kleurrijke als baken.
Genialiteit en gekte liggen dicht bij elkaar, wordt gezegd. Dat is verwarrend. Want genialiteit en gekte líggen niet dicht bij elkaar. Wat dicht bij elkaar ligt, is het óórdeel over het 'anders zijn' van genialiteit en gekte.
In een wereld zonder authoriteit, is dat een verdraaid groot probleem. Dan ben je op jezelf, je eigen kennis en je eigen intuïtie aangewezen. Tenzij je kiest voor het aansluiten bij een grote groep, een grootste gemene deler.
Als er iets is, wat ik beangstigend vind aan de tijden die voor ons liggen dan is het dat wel: volksmennerij.
Je loopt het risico voor gek te worden versleten en verketterd te worden. Of de stempel Rare Wijsneus stempelt in rode stempelinkt die woorden op je voorhoofd; dénk je. Als je geluk hebt, word je wellicht Excentrieke Academicus. Als je pech hebt, word je vermorzeld. Gek en geniaal liggen, ook voor pesters, te dicht bij elkaar om te onderscheiden.
'Wat de boer niet kent, dat vreet-i niet', zei mijn moeder altijd. Onbekend maakt onbemind, klinkt wat vriendelijker. De kern is hetzelfde. Dat wat we niet kennen, wantrouwen we. Dat wantrouwen groeit met de dag nu we alle Vreemde Types uit het dagelijks leven en het straatbeeld lieten verdwijnen. Al diegenen die net een tikkie anders zijn en ons continue eraan herinneren dat iedereen níet hetzelfde is, níet hetzelfde kan en zal bereiken en níet hetzelfde reageert.
De Afwijkende, de Kleurrijke als baken.
Genialiteit en gekte liggen dicht bij elkaar, wordt gezegd. Dat is verwarrend. Want genialiteit en gekte líggen niet dicht bij elkaar. Wat dicht bij elkaar ligt, is het óórdeel over het 'anders zijn' van genialiteit en gekte.
In een wereld zonder authoriteit, is dat een verdraaid groot probleem. Dan ben je op jezelf, je eigen kennis en je eigen intuïtie aangewezen. Tenzij je kiest voor het aansluiten bij een grote groep, een grootste gemene deler.
Als er iets is, wat ik beangstigend vind aan de tijden die voor ons liggen dan is het dat wel: volksmennerij.
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)