Posts tonen met het label Rugby. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rugby. Alle posts tonen

vrijdag 19 september 2014

Waarin rugby uitblinkt

Spelletjes begrijpen, vereist de spelregels begrijpen. Een beetje kijken naar wat je ziet, is zelden interessant.

Als je mensen op ijs rondjes ziet schaatsen, is dat niet bepaald opwindend. Tot je snapt dat ze het doen om wie de snelste is. Voetballen is tweeëntwintig man op een veld die achter een bal galopperen. Tot je snapt dat het om doelpunten gaat en er regels zijn om het maken daarvan te bemoeilijken. Pokeren; kaarten neergooien. Curling; een ... tja, wat eigenlijk. Het lijkt een open deur, maar hij wordt te vaak over het hoofd gezien.

Snap jij sporten als het Friese kaatsen? Of het Baskische pelota? Hurling? Iers. Als je die sporten ziet, wat zie je dan?

Zo kun je een hele tijd doorgaan. Het barst van de sporten waarvan wij de spelregels niet kennen en die we (daarom?) links laten liggen. Da's jammer maar logisch - waarom zou je álles tot je moeten nemen? Dan word je gek. Jammer omdat er soms aspecten aan sporten zitten die interessant zijn.

Neem rugby. Voor driekwart van Nederland een vreemde sport van woestelingen die elkaar enorm te grazen nemen om een bal. Inderdaad, het zit ietsje genuanceerder. Als je je er in verdiept, is het een reuze spannende sport; zeker op topniveau. Maar wat nog minder Nederlanders weten, is de enorme kracht die uitgaat van de puntentelling. Niet 'die rare telling' van vijf(!) punten bij een goal - een try! - en de extra twee als je tussen de palen doorschopt - de conversie!; nee, de telling van punten voor de competitie.

Eén van de redenen waarom rugby'ers doorgaan tot de allerlaatste seconde, is dat er ook voor verliezers punten zijn te winnen.

Als er iets innovatiefs is aan de sport, dan is het wel deze oude gedachte dat ook verliezers moeten worden gewaardeerd. Niks eerloze '0 punten'en verder niets. Of de gedachte dat, als je een wedstrijd aantrekkelijk wil maken, je het maken van doelpunten - tries! - moet belonen. En dus bestaat er dit:

The Rugby union bonus points system is a method of deciding table points from a rugby union match. It was implemented in order to encourage attacking play throughout a match, to discourage repetitive goal-kicking, and to reward teams for "coming close" in losing efforts. Under the standard system, points are awarded as follows:

4 points for a win.
2 points for a draw.
1 "bonus" point for scoring 4 tries (or more).
1 "bonus" point for losing by 7 points (or fewer).

No team can get more than 5 points in a match.

maandag 16 juni 2014

1-5

Het wonderbaarlijk begin van de wereldkampioenschappen voor het Nederlands elftal dat Spanje met 1-5 versloeg. Klinkt mooi en enkele doelpunten wáren mooi. Maar om toch even weer terug te keren op aarde: die pracht werd mogelijk gemaakt door een slecht spelend Spaans elftal en een doelverdediger die vast teveel spanning verlagende middelen had geslikt.

Wat mij verbaasde, was de ophef over de innovatie van Nederland. Een 'nieuw systeem'. Een systeem met vijf verdedigers waarvan de twee flankverdedigers zich het leplazarus kunnen rennen omdat hun rol óók een aanvallende is.

Ik vond het wel een grappige vertoning.

Die vijf verdedigers op één lijn. Mij deed het sterk denken aan rugby. Dat beeld werd versterkt door een andere 'innovatie', volgens de televisiecommentatoren: het schouder om schouder staan en meezingen met het volkslied. Rugby.

Ik denk en maak mezelf wijs dat ik neutraal kan kijken. Dan vind ik dat Nederland iets moois neerzette (maar niet een wonder) en vooral dat de bondscoach iets heel slims heeft gedaan. Want wat er vrijdagavond op het veld gebeurde, is dat er heel vaak ballen klutste en dat er, in tegenstelling tot de jaren hiervoor, vaak een achtervanger was voor de balverliezende Nederlander. Ook dat deed me aan rugby denken.

Voetballers spelen de bal naar voren en rugby'ers naar achteren. Dat is een nogal essentieel verschil. Maar er zijn wel principes uit te wisselen. Mij zou het niet verbazen als de bondscoach dat heeft gedaan.

Een aanvallend rugbyteam, bijvoorbeeld, probeert (ook) uit te waaieren. Maar vaker komen ze in tackles en grondgevechten terecht. Dat betekent niet alleen stuiterende (klutsende) ballen, maar vooral ook een vertrouwen op medespelers. Zíj zijn het die de ondersteuning, de support, de veiligheid moeten leveren.

Met die vijf 'verdedigers' - inderdaad nu staan er apostrofs - ligt er niet alleen een brede verdedigingslinie, maar ook een ondersteuningsmogelijkheid in klutssituaties. Het vereist wel longinhoud en uithoudingsvermogen. Maar, zoals de rugby'ers weten: die linie doorbreken, is levensgevaarlijk. En dan staan die al buitenspel als ze voor de bál staan, veel eerder dus.

Mij zou het veel deugd doen als een (groot) aantal rugbymores en -regels worden overgenomen:
- de video-scheidsrechter (ref in jargon). Kost tijd, maar levert zekerheid;
- de scheidsrechter is onbetwiste baas en daarmee wordt níet gecorrespondeerd. Grandioos, zeker als zij op een beslissing terug komen;
- hard mag. Jammeren en simuleren niet. Geváárlijk hard wordt onverbiddelijk direct en hárd gestraft.

Maar goed, dit is internationaal voetbal. Een bedrijfstak waarin veel geld om gaat. Waar heel andere belangen dan alleen sportieve een rol meespelen.

Toch zou ik heel graag willen weten of er niet een heeeeel klein beetje waar is van die indruk die ik vrijdagavond opdeed: dat de bondscoach serieus invloeden van andere sporten, met name rugby, heeft ingepast.

Dat zou pas vernieuwing zijn: niet een nieuw spelsysteem, maar een nieuw voetbalconcept zoals 'voetbal is oorlog' of 'totaalvoetbal'.

zondag 1 december 2013

Kwaliteit managen

Kwaliteitsmedewerkers en -managers: ik blijk er een paar te kennen. Pas geleden zat ik op de tribune van onze geliefde rugbyclub te kijken naar - een toen al niet meer te verliezen - wedstrijd met zo iemand. Ze was in die functie terechtgekomen na ziekte en reorganisatie. Gelukkig was het antwoord bevestigend op de belangrijkste vraag: 'Heb je er plezier in?". Je zal niet de eerste zijn die na een langdurige ziekte geen plek meer heeft en wordt weggepest met een non-functie en -werk.

Kwaliteit is een belangrijk aspect van je werk. Het is een waardering, door anderen geuit, over je werk op punten als esthetiek, vakkundigheid of robuustheid. Kwaliteit zie, hoor of voel je ergens aan af. De verf die strak op je kozijnen zit. De stof die zwaar en stevig aanvoelt. De muziek die de instrumenten uit dánst.

En dan zit ik dus te praten met een kwaliteitsmanager.

Eigenlijk zijn dat vreemde functies. Niet dat het niet goed is dat ze er zijn. Juist wel. De invulling bevreemdt me. Kwaliteitsmedewerkers gáán helemaal niet over kwaliteit, maar over regels en protocollen.

Sterker, mijn idee is dat kwaliteitswerk zich juist níet laat meten met regels en protocollen. Dat is gericht op een minimale basis en manier van werken. Een bedrijf zal zich helemaal níet richten op het overschrijden van die minimale eis, maar juist die minimale eis als richtsnoer gebruiken. Dat immers is winstgevend: het minimum doen waarvoor de klant nog betaalt.

Intern zijn die kwaliteitsmedewerkers nog van enige waarde. Maar al die bedrijven die ermee reclame maken of die benadrukken dat zíj zijn gecertificeerd, vertellen meteen ook dat zij zich minimalistisch opstellen. Zeker ISO-certificaten zijn holle vaten, omdat het grootste deel van het certificatieproces door de beoordeelde zélf wordt gedaan.

Kwaliteit lever je uit liefde voor je product of dienst. Kwaliteit lever je ongeacht de wegen die je ervoor moet bewandelen. Kwaliteit staat op gespannen voet met reglementering.

Kwaliteitsmedewerkers maken duidelijk dat jouw kwaliteit onder druk staat. Blijkbaar heb je beambten nodig die de kwaliteit bewaken. Dat zie ik bij de vakman niet snel gebeuren; bij massa-produktie wel.

Dát is wat kwaliteit dus is: "wij gaan voor het minimum.".