Posts tonen met het label empathie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label empathie. Alle posts tonen

maandag 4 augustus 2014

Hoeveel ben jij waard?

Het zal een jaar of twintig geleden zijn dat we erover spraken. Met een kennis tijdens een conferentie in Lapland, op een enorm brede theatrale trap. Het zijn van die details waarvan je je afvraagt waarom je dát nu nog weet. Maar het is zo.

We hadden het over ambtenaren die 'voor zichzelf begonnen'. Zo werd dat toen genoemd, in de periode van zware bezuinigingen met namen als Bestek '81. Het zal vast zijn gegaan over VWS-ambtenaren zijn gegaan. Met hen hadden we heel veel van doen en het was (is) het ministerie dat bijna permanent in staat van reorganisatie verkeerde. Dat daar onder die omstandigheden nog íets uit kwam, is al een wonder op zich.

Wat ons toen verbaasde, is de gedachte van die ambtenaren dat zij als zelfstandige een mooie start zouden kunnen maken. Die verwachting was bijna altijd gebaseerd op hun netwerk. Dat was groot en invloedrijk.

Hoe zij zich vergisten. Dat netwerk verdampte waar ze bij stonden als zelfstandige. Immers, ze hadden niets meer te brengen, maar kwamen halen. En dat, lieve jongens en meisjes, is een fundamenteel andere positie zoals jullie weten.

Het was een situatie die enorm veel weg heeft van de kretologie die ons nu overspoelt als het gaat om het vinden van kansen, van banen of van opdrachten. Hol is het: "het gaat erom wie je kent". En dus netwerken we onszelf wezenloos, zonder een stap verder te komen.

Social media zijn wat dit betreft net een departement. Het zijn niet de personen die over een netwerk beschikken. Het zijn de medewerkers van een bedrijf die een netwerk hebben. Zo gauw je weg bent bij je adviesbureau, je ontwerpbureau, je gloeilampenfabriek, je onderzoeksinstituut, kalft je waarde enorm af. Niet jij, maar je positie bepaalt je waarde.

Maar al die invloedrijke zelfstandigen dan die via social media opmars maken en maakten? Welnu, de eerste vraag is maar één woord: 'invloedrijk'? Nou, dat valt te bezien. Ik denk dat jij erg veel moeite moet doen om één invloedrijke zelfstandige te vinden, laat staan eentje die invloed via social media verwierf. Bijna altijd is dat invloed binnen een beperkte kring.

Maar stel dat het wel zo is. De vraag die dan komt, is die naar de sterkte van die invloed, de vraag naar de bron ervan.

Je zult merken dat die net zo hard is gekoppeld aan imago als die van de werknemer aan het imago van z'n werkgever. Laat maar eens een discussie lopen waarin de identiteiten van deelnemers anoniem is. Een discussie waarin het alleen gaat om de kwaliteit van meningen, van gesprekvoering. Ik durf te wedden dat een aantal mensen dan enorm door de mand zal vallen; met een gebrek aan empathie, of een gebrek aan constructief denken, of (vooral?) vanwege een gebrek aan argumenten.

Het is een dood-ordinaire vaststelling dat je je enorm kunt vergissen in je eigen status, imago en invloed. Het is niet voor niets dat de ouden spreekwoorden hebben als dat je je echte vrienden pas leert kennen in tijden van crisis.

Dit blog bevat wel meer posts die rond het thema wentelen: wees jezelf en zorg dat je netwerk zich aan jou als persoon hecht. Dat impliceert dat je je ook als persoon moet (durven) presenteren. Ja, dat betekent ook 'boos', 'verdrietig' en 'niet-wetend'.

Want anders ben je niets meer dan een representant van net zoiets als een bedrijf: volslagen onnuttig als puntje bij paatje komt omdat de waarde dan ineens in de lucht blijkt te hangen.

dinsdag 22 juli 2014

Als letterlijk fout is

Later on, when they had all said “Good-bye” and “Thank-you” to Christopher Robin, Pooh and Piglet walked home thoughtfully together in the golden evening, and for a long time they were silent.
“When you wake up in the morning, Pooh,” said Piglet at last, “what's the first thing you say to yourself?”
“What's for breakfast?” said Pooh. “What do you say, Piglet?”
“I say, I wonder what's going to happen exciting to-day?” said Piglet.
Pooh nodded thoughtfully. “It's the same thing,” he said.”
― A.A. Milne, Winnie-the-Pooh







"Met mij kun je alle kanten op. Mij maakt het echt niet uit."
"Echt niet?"
"Nee, écht. Ik vind alles goed."
"Zeker? Ik doe het graag, hoor. Geen enkel probleem."
"Nee, nee. Het is goed."

Als je een béétje empathisch bent aangelegd, heb je zulke dialogen vast weleens gevoerd. Dit is er eentje van deze week. Het gaat over de tijd van thuis gebracht worden. Het is een dialoogje waaruit (later) weer 's bleek hoe gevaarlijk het is iemand letterlijk te nemen, z'n woorden voor waar aan te nemen en niet te wegen, zelf na te denken. Het is als de baas die je verleidt dingen (toe) te zeggen die je niet meent, niet hélemaal zult kunnen waarmaken, waarvan je de reikwijdte niet helemaal overziet. Maar waar je wél aan wordt gehouden.

Het gebeurt zó vaak en het gebeurt zó vaak fout. Het is deels een gevolg van ons haastgedrag. Snelle beslissingen en snel handelen hebben een mythische status gekregen, in de slechte betekenis van onbewezen. De collega die doordramt op z'n eigen standpunt, de baas die woordspelletjes speelt om je 'vast te zetten'. "Maar je hebt zélf gezegd dat het kan..!" Hele contexten, hele discussies weggeveegd tot die ene zin blijft staan. Het zijn echt psychopathische trekjes; misschien niet zo opvallend doordat ze zo vaak voorkomen. Maar ga er maar eens op letten, op het "Maar jij zei...".

Natuurlijk heeft dat binnen organisaties ook alles te maken met lafheid en afschuifgedrag. Een sterk mens heeft het helemaal niet nodig. Die weet wat de waarde van onzekerheid, twijfel en fouten is. Het zijn de zwakke broeders die woordspelletjes, contractentaal en mierengeneuk nodig hebben. Overigens ben tot de ontdekking gekomen dat veel van de mensen die 'zo' zijn abominabel slecht Nederlands schrijven, terwijl zij zichzelf (te) hoog achten. Moet ik toch ook 's uitzoeken.

Dat is een uitwas van letterlijk nemen: het (bewust) pakken op woorden.

Toch doen we het allemaal. Niet zo systematisch als hierboven - alhoewel ik benieuwd ben hoe die werknemers zich in hun privé leven gedragen - maar we dóen het.

Het zijn de momenten waarop een keuze moet worden gemaakt en iedereen wordt gevraagd positie te kiezen. Díe positie kun je niet altijd even zwaar wegen. Kinderen zullen bijvoorbeeld de neiging hebben dat te antwoorden wat zij denken dat gewenst is. Da's niet hetzelfde als hun eigen mening.

De beruchte dominante schreeuwers in de samenleving kunnen ook heel goed de wat timidere mens imponeren. De mensen die zijn opgevoed met de idee dat de wijste altijd de lieve vrede moet bewaren. En de ouderen die wel heel vaak niemand tot last willen zijn. Kijk altijd verder dan wat letterlijk wordt gezegd. Sterker, probeer je voor te stellen wat níet wordt gezegd.

Weet je wat nu eigenlijk zo vreemd is? Dat het me is opgevallen dat de letterlijkheid al decennia lijkt toe te nemen? Nee, dat niet. Wel dát het zo is. Want als je het anders formuleert: het lijkt er op dat we steeds minder (ontvangst)gevoelig worden voor onderliggende boodschappen in de taal, voor de ander. Is dat vreemd? Voor mij wel, want het zou betekenen dat ons gedrag steeds meer geformaliseerd gedrag wordt. Geen wereld van robots; wel een wereld van functionele mensen met instrumenteel gedrag. Maar waar blijft in zo'n wereld wat we écht willen? Al die gedachten en ideeën die ook jij vast hebt, maar voor je houdt.

Die mevrouw?

Ze aten altijd vroeg en om iedereen op haar te laten wachten, is ook zo wat. Het maakte haar wel degelijk wat uit hoe laat ze thuis was. 'met mij kun je alle kanten op'?! Nogal wiedes als je niet tot last wilt zijn, ook als je daardoor wellicht een wárme maaltijd misliep.

maandag 7 april 2014

Ken je recht

Het was een advocaat die het me duidelijk maakte: ook een werkgever is gebonden. Sommige werkgevers hebben een 'wat vertekend beeld van hun positie'. Zij vergeten nogal eens hun verantwoordelijkheid. Feitelijk zijn ze slecht of dom, een ex-collega parafraserend.

De advocaat vertelde me dat werkgevers nogal eens de neiging hebben eenzijdig eenzijdig naar een arbeidsrelatie te kijken. Blijkbaar wordt nogal eens vergeten dat zij een zorgplicht hebben. Zij hebben voor werk te zorgen, daarvoor zijn zij de werk-géver. Dat populaire 'iedereen haalt hier z'n eigen werk binnen' klopt van geen kanten. Da's leuke oneliner, maar ontslaat de werkgever niet van zijn zorgplicht als het de werk-némer niet lukt. In mijn woorden: "Doe het dan zelf maar eens voor. Laat maar zien dat het kán".

Zorgplicht, een begrip waarmee wederkerigheid wordt bevestigd.

Het woord wordt echter steeds vaker exclusief gekoppeld aan zorg in de betekenis van vérzorgen. Of dat bewust is, durf ik niet zo te stellen. Het komt wel goed uit. De zorgplicht, die ertoe leidt dat ouders voor hun kinderen moeten zorgen en later de kinderen voor de ouders. De huurder heeft een zorgplicht ("zoals een goed huisvader betaamt") voor het gehuurde en moet dat onderhouden, verzorgen. In gebreke blijven, levert een zwakkere juridische positie op. Terwijl nergens vastomlijnd is geregistreerd wat goede zorg ís. Je ramen iedere maand wassen? Iedere week?

Voor de wederpartij is de zorgplicht vaak een argument om iets níet te doen. Het is vrij logisch dat de ouders de zorg dragen - en dus financieren - voor een kind tot het meerderjarig is. Toch krijgen wij voor twee 21plussers ieder jaar een draagkrachtberekening van de Informatiebeheergroep die uitrekende hoeveel wíj kunnen meebetalen aan de studie. De leverancier van kozijnen - erkend beroerde - onttrok zich aan een collectieve claim door te stellen dat de kozijnen niet goed waren onderhouden. Inderdaad, te weinig gewassen en geschilderd, volgens hem.

Maar de zorgplicht gaat veel verder dan het, in de ogen van 'eigenverantwoordelijkheiddenkers', pamperende eenrichtings verzorgen.

Natuurlijk probeer je te doen wat de werkgever wil. Natuurlijk geef je aan wat jouw twijfels zijn. En.. natúúrlijk spreek je je werkgever aan op zíjn zorgplicht om jou van werk te voorzien. Oeps.

Het lijkt de héle 'werkgeverskant' te zijn die last heeft van die verwrongen interpretatie. Dat zóu je kunnen verklaren uit het bewaken van eigenbelang. Je mág het echter zo niet verklaren noch accepteren omdat de machtsbalans ongelijk is. Bedrijfsartsen en reïntegratiebedrijven zijn het afgelopen jaar geregeld in het nieuws gekomen vanwege een 'cowboy-mentaliteit'.

In al die gevallen komt dat veronachtzamen van de zorgplicht terug.

Zeker bij reïntegratiebedrijven zullen ook gemeenten die hen inhuren, zich moeten realiseren dat ook zíj vanaf dat moment kunnen worden aangesproken. Dat ook de gemeente voor de rechter kan verschijnen om te verdedigen hoe die zorgplicht gestalte is gegeven. Dat vooral veel druk uitoefenen, bijstandsgerechtigden in onmogelijke situaties plaatsen, het niet-vinden van werk een persoonlijk probleem maken, heel eenvoudig kan leiden tot het verwijt voor de rechter dat de zorgplicht is verzaakt.

Want het is de gemeente die het instrument reïntegratiebedrijf inschakelt. Het is de gemeente die aansprakelijk is voor de kwaliteit van die dienst (en die later zelf kan proberen mogelijke schade op hen te verhalen).

Gôh, wanneer beginnen de rechtszaken?

(Misschien een idee: EenVandaag (Avro/Tros) zendt tijdens dit tikwerk een reportage uit over de werkwijzen van Work Fast. De zoveelste...)

maandag 20 januari 2014

Filters vertunnelen je

Het is nog een hersenspinsel ook: blue monday. Bedacht en in 2005/2006 'in de markt gezet' door Porter Novelli, een reclamebureau. Er is niets wetenschappelijks aan, net zoals de kerstman niet bestaat maar door Thomas Nast is geïntroduceerd in zijn huidige vorm. En die was nog gebaseerd op oude sagen en vertellingen!

Het is een leuk gebbetje, net zoals Valentijnsdag. In elk geval niet iets om langer dan een paar seconden bij stil te staan als curiositeit. Die zijn vooral goed om de saaie, langdradige aaneenschakeling van dagen te onderbreken. Toch wordt er een partij aandacht aan besteed. Het woord zoemde vandaag de hele dag rond. Alsof we allemaal Amerikanen zijn geworden, die dit soort van onzin serieus nemen.

Dan zijn social media indicatief. Twitter stond een groot deel van de dag bol van de verwijzingen en scherpzinnigheden over de blauwe maandag. Sommigen kwam dat 's ochtends vroeg al de neus uit. Zij kreetten wanhopig dat ze een filter gingen aanzetten op de term.

Een filter. Om te blokkeren wat je niet zint.

Een logische stap lijkt het wel. Al die berichten met informatie die je niet bevalt, die houd je toch tegen? Je plakt toch ook de Nee,Nee-sticker op je brievenbus? Of de Nee,Ja-versie als je wat minder recht in de leer bent.

Eerlijk gezegd, vind ik het niet zó logisch.

Social media gaan, wat mij betreft, over contacten tussen mensen. Ménsen, níet informatie. Ik weet dat dat enigszins idealistisch is geworden. Zoals het Internet allang niet meer draait om wederkerigheid, zo zie ik veel social media transformeren naar profileringsmechanismen: weinig tot geen persoonlijke informatie, en steeds meer personal branding. Man, man, man, wat lezen we veel, wat zien we veel, wat denken we veel en wat geven we dat allemaal non-descriptief door aan anderen door middel van citaten.

Dat je daar af en toe - geregeld? - de balen van hebt, lijkt me goed voorstelbaar. Toch vind ik het niet altijd juist om daarop te filteren om uit te sluiten. Ik ga er van uit dat mensen elkaar volgen op Twitter omdat ze zijn geïnteresseerd in elkaar en niet om reclamefolders aan elkaar te sturen.

Kijk. En dan is filteren voor mij net zoiets als niet willen weten dat je vrienden homohaters zijn, racisten of sexisten. We zijn gelukkig niet allemaal behept met dezelfde oordelen. Als je iemand als vriend of kennis ziet, dan zul je ook die onhebbelijkheden hebben meegewogen; mits je ze kent.

Natuurlijk is het veel te zwaar aangezet om filters op 'blue monday' of op voetbaltweets zo te vergelijken. Het kan je vast af en toe even teveel worden. Dan is zo'n filter handig. Anders wordt het als je je voorstelt dat die filtermogelijkheden ondoordacht worden gebruikt. Ondoordacht in de zin dat je ze vooral gebruikt om 'alleen relevante informatie' te zien. Enig idee wat dat is? Enig idee wat je dan dus níet ziet? En enig idee bij mijn stelling dat je dan volop mee gaat in een tijdsgeest die is gericht op egocentrische behoeftebevrediging.

Dat is níet te zwaar aangezet.

Filteren leidt tot, wat jij denkt, relevante informatie vóór jou. Da's wezenlijk anders dan het volgen van de informatiestroom ván de ander.

zaterdag 2 november 2013

Zijn we sociaal? Of egoïstisch?

De meeste mensen vinden het verdraaid lastig dat wij mensen niet logisch zijn. We zijn in staat volslagen - of is het: ogenschijnlijk volslagen - tegengesteld te redeneren of handelen. We neigen ertoe het een óf het ander als verklaring te gebruiken en dat dan 'logischerwijs' aan te houden.

Waarom we die neiging hebben, weet ik na 58 jaar nog steeds niet.

Mij is het nog steeds een raadsel waarom we zo denken. Wat ik weet, is dat mensen al eeuwenlang bezig zijn met de vraag naar de ware aard van de mens. Zijn we nu sociale wezens of egoïstische? Grote denkers - en dat waren echt hele grote denkers vergeleken met 'onze' grote denkers - in de oudheid zijn daar al mee bezig. Maar waarom eigenlijk?!

Laat ik me daar maar even niet over buigen.

We zullen inmiddels toch minstens zijn gaan twíjfelen aan dat digitale zwartwit denken?! Dat meer kennis over menselijk gedrag niet per sé betekent dat het daarmee makkelijker (te begrijpen) wordt: het zij zo. Mensen zijn zo heerlijk onvoorspelbaar. Tot grote treurnis van economen, helderzienden, beleidsmakers en trendwatchers; die zitten er daardoor keer op keer naast.

Nu schijnt er een nieuw boek te zijn verschenen dat mooi aansluit bij ons goed-fout denken. In de New York Times webeditie stond een recensie van Social, geschreven door Matthew Lieberman. Die is voor mij reden het boek op het lijstje Boeken Die Ik Ooit Nog Eens Moet Lezen ga zetten.

Eigenlijk vooral vanwege van die ogenschijnlijke open deuren als dat "negeren ervaren wordt als pijn". Lieberman schrijft dat dat aantoonbaar is met MRIscans. Ongeacht de discussie over de bewijskracht en interpretatie van die scans; het idee dat 'sociale pijn' net zo pijnlijk wordt ervaren als fysieke pijn, lijkt me in hoge mate in overeenstemming met onze eigen ervaringen.

Liefdesverdriet, pesten, rouwverwerking, hatelijkheid: ze komen net zo aan als een rechtse hoek. Complimenten en lach werken uit als een stevige knuffel. Lieberman komt op basis daarvan tot de conclusie dat mensen toch echt sociale wezens zijn, die zich inleven in anderen en daar op reageren.

Het interessantste citaat daarover, via Zite, is dit:


20131102-202149.jpg

Even nog een keer lezen en laten doordringen?!

maandag 4 maart 2013

Nee, díe lichaamstaal spreek ik niet


Ieder mens heeft zo zijn beperkingen. Het best is die zo snel als mogelijk te kennen. Dat voorkomt dat je in situaties verzeild raakt waar je aanspraak moet maken op iets wat je niet kunt.

Heel lang geleden was ik in het Evoluon. Dat moet lang geleden zijn geweest, want de permanente technologietentoonstelling was er nog. Zo'n soort van luxe versie van het natuurkundepracticum, met proefjes, bewijzen en filmpjes van verschijnselen die wij of alleen uit de theorie kenden of als lullig dingetje waarvoor de amanuensis - bestaat die soort nog? - werd opgetrommeld.

Zo kon je ruimtedeeltjes zichtbaar maken door ze 'in' een vloeistof te vangen. Wat je ziet, is een spoor. Onze natuurkundeleraar kon dat heel beeldend maken: de aarde die continue werd gebombardeerd door ontelbare deeltjes. Welnu, in het Evoluon maakten die proeven meer indruk.

Zo was er ook een gezichtsherkenningstest. Die verliep bij mij nogal rampzalig. De - mijn - conclusie was dat ik me maar niet moest opwerpen als getuige van een misdaad.
Je kreeg, meen ik, een soort van tasjesroof te zien en moest dan vragen beantwoorden als wat voor kleur het tasje had, of de dader een bril had en welke kleding i aanhad. Geen idee.

Mocht je mij kennen en tegen het lijf lopen; neem geen risico en groet   me, want de kans is nogal reëel dat ik je straal voorbij loop. Meteen maar even op straat leggen: da's geen onwil of hooghartigheid. Het is een onhandigheid om gezichten en namen snel te kunnen koppelen. Een poosje later weet ik vast wél wie je bent. Maar ja, dan is Het Moment alweer voorbij.

Da's best wel lastig.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/thuiscursus-lichaamstaal-psychonomie.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/thuiscursus-lichaamstaal-psychonomie.jpg" alt="thuiscursus-lichaamstaal-psychonomie" width="250" height="167" class="alignnone size-full wp-image-3485" /></a>

Wat voor mij ook zo'n geheimtaal is, is lichaamstaal. Ik heb geen idee hoe dat jullie vergaat, maar als ik televisieprogramma's zie met politiemensen die de meest complexe zaken oplossen op basis van aanwijzingen uit de lichaamstaal, ben ik zwaar onder de indruk. Over elkaar gevouwen armen duiden op geslotenheid?! Onderuit gezakt zitten op desinteresse?! Jeuj, ik associeer ze eerder met pijnlijke ledematen of een slecht aangeleerde zithouding.

Niet dat ik niet geloof dat er zoiets is als lichaamstaal. Maar ik spreek 'm niet best, denk ik. Of het is zo dat heel veel mensen 'm niet beheersen en maar doen alsof.

In elk geval kan ik niets met van die opmerkingen als 'de dame keek de heer aan met een veelbetekenende blik'. Wat? Wat? wat? Hoezo? Veel van wát betekenend? Zég het gewoon...
En dan hebben we het nog niet eens over de heel subtiele aanwijzingen die je kunt geven. Als kijker mis je dan soms de clou van het verhaal, omdat je de subtiele aanwijzing niet opmerkte.

Ik doe er wat badinerend over. Dat mensen op meerdere niveaus communiceren staat als een paal boven water. En dat goede communicatie vereist dat al die lagen eenzelfde golflengte hebben, ook. Lachend iemand vertellen dat een goede vriend is overleden, komt vreemd over (en is juist daarom goede grondstof voor werkelijke komieken). Maar om nu te denken dat we die lagen ook echt als een taal kunnen (leren) beheersen, vind ik wat ver gaan. Zo ongeveer het gebrekkig steenkolen-Engels, het braadworsten-Duits of het wijnglazen-Frans, dat lijkt me maximaal haalbaar.

Van de week waren de beelden van de Google bril (<a href="http://www.google.com/glass/start/">Google Glass</a>) nogal in de aandacht. Nu heb je dat altijd wel. Dat mensen graag willen kunnen zeggen dat zij 'de eerste' waren die iets signaleerden. In dit geval móeten dat wel techneuten zijn geweest, want esthetisch is die Google bril een wanstaltig iets.

Het bijzondere zit 'm erin dat in de poot van de bril een complete reken- en projectie-eenheid zit verwerkt; zeg: een computer met beamer. Omdat die computer draadloos is verbonden met die enorme informatiebron die het Internet heet, heb je dus toegang tot 'alles'. En dat werkt door ergens naar te kijken, dat beeld te (laten) herkennen en achtergrondinformatie aan de binnenkant van de brilleglazen te projecteren.

Ken je die actiefilms waarin piloten informatie zien op het cockpitscherm? Dat dus. je loopt rond en ziet meer dan het oog zónder bril zou zien.

Dat is handig. Een oud gebouw?! Hoe oud? Wat is de geschiedenis ervan? Een etalage? Maar wat kosten die schoenen? En wat kosten ze bij de buren? Of, degene met wie je staat te praten: wie is dat precies? Wat deed of doet hij?

Het is er allemaal nog niet. Die bril is niet echt een hebbeding om je mee te vertonen. Waar ik ook nog wel benieuwd naar ben, is naar mogelijk onvoorziene effecten. De 3D-bril bleek tot zeeziekte, misselijkheid en desoriëntatie te kunnen leiden als gevolg van de onnatuurlijke beweging (je zíet in drie dimensies van alles wat je lichaam níet registreert, omdat het eenvoudigweg niet echt is).

Het is zwaar onethisch, maar ik ben wel erg benieuwd hoe zo'n systeem kan uitpakken. Een mogelijk scenario is namelijk dat het onze afhankelijkheid enorm vergroot. Als het nu al zo is, dat aanwijsbaar minder parate topografische kennis beschikbaar is dan is het niet zo wereldschokkend te voorspellen dat dit die afhankelijkheid nog veel meer gaat vergroten.

Denk dan niet alleen aan plaatsbepaling. Denk eens aan een bril die voor jou de vertaling maakt van de lichaamstaal van degene met wie je in een vergadering zit. Een wereldomvattende souffleur. Dat roept echter ook weer die ene vraag op: maar wie heeft dan de regie? Wie (be)stuurt?

Overigens. Een mooie toepassing is die waarin de bril voor mensen met een stoornis in het autistisch spectrum de aanvulling verzorgt op hun gebrekkige sociale vaardigheid. Maar die moet nog wel even worden gemaakt. Nu maar hopen dat die niet teveel het gedrag manipuleert. Want dan komen ineens heel andere visioenen op.