Posts tonen met het label communicatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label communicatie. Alle posts tonen

woensdag 9 juli 2014

De kracht van beelden en woorden

Ze zijn niet allemaal even leuk. Waarschijnlijk correleert dat in hoge mate met mijn begrip van de grap. Maar grappen liggen me wel. Ze zetten je op een verkeerd been en in een flits aan tot nadenken. Vooral de beroemde jiddische humor vind ik onovertroffen.

Het web is een zo grote omgeving dat je jarenlang ontdekkingen zult kunnen doen. Mijn ontdekking van vandaag is dit:
xkcd

Als je dít over jezelf zegt, heb je mij:
I'm just this guy, you know? I'm a CNU graduate with a degree in physics. Before starting xkcd, I worked on robots at NASA's Langley Research Center in Virginia. As of June 2007 I live in Massachusetts. In my spare time I climb things, open strange doors, and go to goth clubs dressed as a frat guy so I can stand around and look terribly uncomfortable. At frat parties I do the same thing, but the other way around.


Je moet natuurlijk zelf gaan kijken en mij niet geloven. Smaken verschillen. Maar dat beelden meer zeggen dan woorden? Kijk:

http://imgs.xkcd.com/comics/research_ethics.png

http://imgs.xkcd.com/comics/people_are_stupid.png

http://imgs.xkcd.com/comics/margin.png

Jiddische witzen kun je in overvloed vinden. Dit is er een over slimheid.

In de tsaristische tijd mochten joden alleen in een stad wonen als ze aantoonbaar een beroep hadden.
Moos loopt op straat in Kiev. Komt hem een officier tegemoet, die zegt plotseling: 'Jij bent jood!'
Moos: '...'
Zegt die officier: 'Wat is je beroep?!'
Moos: 'Ik ben minyanman'.
'Minyanman? Wat is dat?', vraagt de officier.
Moos: 'O, als er maar negen man zijn, halen ze mij erbij en dan zijn er tien.'
Officier: 'Maar dat is toch geen beroep?'
Moos: 'Tuurlijk wel.'
'Maar kerel', roept de officier, 'als er negen man zijn en ze halen mij erbij, zijn er toch ook tien?'
Moos blij: 'O ja? Bent u ook jood?'

donderdag 2 januari 2014

Wel én niet doen

Niet voor niets zijn er spelletjes als Pictionary, waarin je moet raden wat een ander in gedachten heeft. Niet eenvoudig, als je niet kunt tekenen. Niet eenvoudig, als je niet in staat blijkt te zijn de kern van je onderwerp te verbeelden. De paar keer dat ik het speelde, was ik er slecht in omdat het me niet vaak lukt de krabbels te doorgronden.

Het is ook allemaal zo moeilijk.

In je hoofd heb jij een duidelijk beeld van wat je wilt. Maar hoe moeilijk kan het wel niet zijn om dat beeld aan een ander duidelijk te maken. Bij de fietsenmaker zeggen dat je "een fiets zoekt" is wat mager. Hij heeft er tientallen staan. Hoe ziet degene die jij zoekt er precies uit? En da's dan nog een in Nederland veel voorkomend gebruiksprodukt. Ga nu maar eens 'concepten' benoemen. Of een schilderij dat je bevalt. Een muziekstuk. Een prettige woonomgeving. Nee, het kan erg ingewikkeld zijn.

Een werkelijk prachtig boekje over visuele communicatie is dat van Mijksenaar uit 1996. Alleen de titel al: De vorm zal u toegeworpen worden. Ik kocht het ooit bij De Slegte, voor een habbekrats. Mocht je het vinden: kopen! Als je het een keer hebt doorgebladerd dan kijk je vanaf dat moment heel anders naar bewegwijzering, naar handleiding, naar icoontjes of naar verpakkingen.

En je ziet heel veel 'fouten'.

Die apostrofs staan daar niet nutteloos te lummelen. Fout betekent dat er een absolute waarheid is die niet wordt gehaald. En da's niet altijd zo. Het is vooral psychologie. Van ontruimingsroutes, bijvoorbeeld, weten we inmiddels dat die slecht werken. Brand? Kans is bijna 100% dat je de route neemt die je kent; die waarlangs je binnen kwam.

Een grote stap voorwaarts is duidelijk zeggen wat je wilt. Ja, dat is inderdaad óók een pleidooi voor goed nederlands, want slordigheden kunnen voor problemen zorgen. Daarvan kun je in een lachbui schieten, van die slordigheid, maar het kan ook frustrerend zijn. "Mijn vader die..." en "mijn vader, die..." zijn echt in betekenis héél verschillend. Als je niet weet wat een beperkende bijzin is, ben je de klos (de eerste, komma-loze, impliceert dat je méérdere vaders hebt).

En, nee, dit alles leidt helemaal niet tot juristenjargon of tot de beruchte 'kleine lettertjes'. Dat líjkt te leiden tot duidelijkheid door middel van nauwkeurigheid, maar leidt de facto tot méér onduidelijkheid. Nog veel erger, die juridiseringstendens leidde vooral ook tot een toename van het wantrouwens-startpunt: heel beperkt letterlijk nemen van tekst (en als er iets níet staat, je afvragen waarom niet). Niet alles is een contract, ook het ongelooflijk misbruikte begrip 'sociaal contract' niet.

Iets willen overdragen, vereist duidelijkheid. Dat is iets wezenlijk anders dan volledigheid of diens neefje gedetailleerdheid. Dat leidt alleen maar áf van de geest van je bericht. De géést van een wet is belangrijk; nooit of te nimmer de letter.

Hoe moeilijk dat ook bij eenvoudige zaken kan zijn, bewijst deze foto die ik de afgelopen maand maakte:

20140102-172427.jpg

dinsdag 5 november 2013

Eén van de visionairen

The medium is the message


Eén van de bekendste one liners, denk ik. McLuhan, degene die 'm introduceerde, bedoelde ermee dat niet uitsluitend de ínhoud belangrijk is, maar ook de drager. De drager bepaalt hoe de boodschap wordt overgebracht.

Je stapt er zo makkelijk overheen.

Het is je misschien opgevallen dat in dit blog vrij veel gebruik wordt gemaakt van leestekens; met name het nadrukteken. Dat is niet voor niets. De eenvoudigste vorm van meerdere betekenissen van woorden en de invloed van het medium daarin, is de taal. "Ik houd van jou". Zegt-i "ík houd van jou", "ik hóud van jou", "ik houd van jóu"?!

Tegenwoordig hebben we effetjes meer dragers, media tot onze beschikking: garantie voor wanorde en misverstanden. Maar McLuhan wees eigenlijk op iets anders: de invloed van het medium op onze sociale interactie.

Inderdaad: sneller, grootschaliger en ongeremder. Nog steeds zijn we het zelf, maar wel via een kanaal dat invloed heeft op onze boodschappen.

Je kent de flame wars op usenet vast nog wel. Van die ongemeen felle scheldpartijen in discussiegroepen op het Internet die kort opvlammen. Of de begintijd van de elektronische post, met de aanbeveling om berichten vooral voorzichtig te gebruiken.

De aandacht gaat grotendeels naar digitale media. Vooral social media moeten het ontgelden. Terwijl het, McLuhan volgend, niet eens over gaat. Dan zou het gaan om het medium. Dan heb je het eerder over 'de computer', of wellicht 'het Internet', dan over de toepassingen. McLuhan wees op de invloed van 'de kranten', niet op afzonderlijke titels.

McLuhan wees in de jaren zestig op iets waarvan ik me nú afvraag of we daar actief mee omgaan. Eerlijk gezegd, denk ik dat we onszelf laten leven door media.

Hoe bewust ben jij je van die invloed? Van de invloed dat televisie, als voorbeeld, is bedoeld voor bewégend beeld en dus alles probeert te vertalen in beweging. Zelfs de praatprogramma's - sterven die uit? - moeten op die wijze uitnodigend zijn.

Die invloed gaat zo ver dat zij effect heeft op onze manier van waarnemen. Overtrokken?!

Kijk maar eens naar televisieregistraties. Uiteraard is de invloed groot doordat iemand besluit welke stukken we te zien krijgen. Maar er wordt ook bepaald hoe we iets beoordelen. Spanning? Dan is de kans groot dat een close up(!) wordt gebruikt van een gezicht dat spanning verbeeld. Ik weet niet hoe vaak jij dat in werkelijkheid tegen komt. Ik zelden. Angst? De regisseur reikt je de handvatten - in zíjn ogen - wel aan. Zónder muziek (en visuele cues) gaan we het dagelijks leven nog met moeite interpreteren.

Het is mooi dat er meer, betere en breder toegankelijke communicatiekanalen zijn. Dat maakt het echter niet eenvóudiger, maar ingewikkelder.

Dat is wat McLuhan bedoelde: van al die kanalen moet je ook nog eens de invloed schatten. Ga 'r maar aan staan.

zaterdag 28 september 2013

De bushalte

In Leiden fiets je veel. Dat is zonder twijfel het handigste en doelmatigste vervoermiddel in de stad.

Een auto? Die moet je maar meteen vergeten als alternatief. Tenzij je je prettig voelt in langzaam voortkruipend verkeer, wachten voor spoorwegovergangen, wegen die eindigen in eenrichting de verkeerde kant op en meer van dat soort van ellende. Parkeren is het enige wat wel meevalt; mits je niet eist voor de déur te kunnen parkeren in de stad.

OV dan? Een groot woord. Want in Leiden rijdt niets anders dan bussen. Als megalomaan denkt, kún je beweren dat je van de ene kant van de stad naar de andere kunt met de trein. De meeste mensen zullen dat niet doen. Die nemen de bus. Alhoewel die eigen banen hebben op een aantal knelpunten is het nog steeds vergelijkbaar met die auto: traag.

Maar we hebben het. Inclusief de last, de lusten en de infrastructuur.

Die infrastructuur was me wat ontgaan. Een hele poos geleden zijn de bushaltes gemoderniseerd. Of juister: de reisinformatiesystemen. De aloude tijdschema's zijn verdwenen (de stadsplattegrond gelukkig (nog?) niet). Aan de haltepaal zijn nu displays geschroefd.

Het display laat je zien hoe lang het nog duurt voordat je bus arriveert, en ook de eventuele daarop volgende. 's Avonds kun je het display tijdelijk laten verlichten. Een rood knipperend lampje geeft aan dat de display leeft, contact heeft.

Een levend display; zo had ik er tot vorige week nog niet naar gekeken.

Maar als-t-i leeft, dan kan-i ook communiceren via zijn eigen levenslijn. Toch? Met andere displays in de stad.

Dat lijkt me dus enorm gaaf en vooral goed tegen die beruchte bushalteverveling: displays waarmee je al wachtend iets kunt dóen. Zo vreemd is dat niet. Er zijn al voetgangersstoplichten waarop je korte spelletjes kunt spelen. Het hoeft allemaal niet supercool te zijn. Als je er alleen al naar kunt gaan staan staren, ben je al een stuk opgeschoten.

Waarom dus geen cameraatje in de display en een systeem dat willekeurige beelden van verschillende haltes toont? Waarom, moeilijker cq duurder, geen mogelijkheid te kiezen wat je ziet: de eindhalte bij voorbeeld? Of het beeld van een andere camera's (want waarom zou je alleen haltes onderling verbinden?). Je zou er zelfs een audiokanaal aan kunnen toevoegen. En die eenvoudige spelletjes ook.

Een paar jaar geleden liep ik tegen een project aan dat steden op zo'n manier wil ontsluiten - Eumedianet -, maar dan met grote videoschermen in de openbare ruimte. Omdat de lokatie Zuid Limburg is, zijn ook Duitse en Belgische buursteden in de plannen opgenomen. Je zou in Heerlen - waar ik ben wezen kijken - kunnen zien wat er in Aken gebeurt, en vice versa. O, en alles moet contextgevoelig zijn; afhankelijk van wie er staan te kijken. Dát is een enorme uitdaging. Dat is ambitieus. Maar wellicht kan Leiden bescheidener beginnen?

Zo'n rood knipperend oogje. Dat leven. Wat zou je daar allemaal mee kunnen doen?

woensdag 4 september 2013

De a-sexuele aanraking

Soms denk je op latere leeftijd "Had ik maar...". Da's geen geintje. Da's iets wat je gaat overkomen. Dat je je ineens realiseert dat je met je gedachten ver weg in het verleden bent. Dat je terugkijkend op gebeuretenissen in je leven nu denkt "Dat deed is fout". Of goed, uiteraard.

De zelfbekentenissen zijn het leerzaamst en louterendst. Dan bevind je je in de krochten van jezelf. Op de plek waar je de 'heb ik spijt van'ervaringen in leven worden gehouden, in alle soorten en maten. Iedere dag komen er weer bij. Gelukkig is er een automatisch opruimsysteem meegeleverd: je vergeetachtigheid. Toch blijven sommige herinneringen taaie rakkers en andere komen ineens in beeld, de toenmalige situatie onbarmhartig helder voorstellend. Ik heb ze ook, hoor.

Over die gaan we het nu niet hebben.

Wel over het verschijnsel dat je eigenlijk pas op latere leeftijd spijt kunt hebben. Niet dat je op jong leeftijd geen fouten maakt. Maar pas na verloop van tijd kun je, terugkijkend, beslissingen in perspectief zien. Daarvoor heb je dan wel afstand nodig, tijd.

Geen idee of het bij jou klopt; maar veel mensen die ik ken, zijn in de loop van hun leven heel ander werk gaan doen dan ze als kind wilden of zelfs waarvoor ze een opleiding volgden. Niet alle jongetjes zijn brandweerman of piloot geworden en niet alle meisjes verpleegster of lerares. Om maar wat beelden uit de jaren vijftig-zestig te noemen. Veel mensen rollen door hun loopbaan (mooi woord).

Als ik nu terugkijk op míjn ervaringen dan denk ik niet dat het allemaal niets was. Maar wel dat ik, wat ik nú mijn hart volgend zou noemen, eerder psyichatrie of sociale psychologie zou zijn gaan studeren dan sociologie (wat ik deed). Dan zou ik veel eerder zijn gaan schrijven (bloggen) in de veronderstelling dat oefening kunst baart, ervaring dus.

Of dat bloggen iets is, bepaal jij. Ik beleef er lol aan en blijf doorgaan. Jij bepaalt of je het leest en anderen aanraadt.

Sociale psychologie is me toch wel altijd blijven achtervolgen. Niet voor niets ben ik afgestudeerd in de kleinste groepen die sociologen kennen: primaire groepen en socialisatie. Dat ligt verdraaid dicht tegen sociale psychologie aan.

Nog steeds blader ik door websites die die kant van de mens tot onderwerp hebben. Nog steeds ben ik geïntrigeerd door onderzoeken naar psychopathie en leiderschap. Nog steeds vind ik het leuk te ontdekken hoe lichaamstaal werkt (daar snap ik zelf nog steeds bar weinig van). Hoe vijandigheid werkt. En wat aanraking doet.

Zo las ik vandaag een ouder artikel over aanraken. Eigenlijk vooral ook omdat de digitale wereld juist dát element ontbeert. Dan sta je toch weer even te kijken van de rol die een eenvoudige handaanraking heeft. En, nee, niet de sensuele, maar de haast achteloze.

Die nonchalante aanraking die je verbindt, die je vertrouwen geeft. Die in intermenselijk verkeer een grote rol speelt. En die in de digitale wereld niet bestaat. De aanraking die cultuurgebonden is; op de ene lokatie brutaal en op de andere prettig wordt gevonden. Als je er over nadenkt, dan is die terloopse beweging - net als de onopvallende kleine teen - zó belangrijk.

Wat gaat er gebeuren als we elkaar niet meer aanraken?

maandag 4 maart 2013

Nee, díe lichaamstaal spreek ik niet


Ieder mens heeft zo zijn beperkingen. Het best is die zo snel als mogelijk te kennen. Dat voorkomt dat je in situaties verzeild raakt waar je aanspraak moet maken op iets wat je niet kunt.

Heel lang geleden was ik in het Evoluon. Dat moet lang geleden zijn geweest, want de permanente technologietentoonstelling was er nog. Zo'n soort van luxe versie van het natuurkundepracticum, met proefjes, bewijzen en filmpjes van verschijnselen die wij of alleen uit de theorie kenden of als lullig dingetje waarvoor de amanuensis - bestaat die soort nog? - werd opgetrommeld.

Zo kon je ruimtedeeltjes zichtbaar maken door ze 'in' een vloeistof te vangen. Wat je ziet, is een spoor. Onze natuurkundeleraar kon dat heel beeldend maken: de aarde die continue werd gebombardeerd door ontelbare deeltjes. Welnu, in het Evoluon maakten die proeven meer indruk.

Zo was er ook een gezichtsherkenningstest. Die verliep bij mij nogal rampzalig. De - mijn - conclusie was dat ik me maar niet moest opwerpen als getuige van een misdaad.
Je kreeg, meen ik, een soort van tasjesroof te zien en moest dan vragen beantwoorden als wat voor kleur het tasje had, of de dader een bril had en welke kleding i aanhad. Geen idee.

Mocht je mij kennen en tegen het lijf lopen; neem geen risico en groet   me, want de kans is nogal reëel dat ik je straal voorbij loop. Meteen maar even op straat leggen: da's geen onwil of hooghartigheid. Het is een onhandigheid om gezichten en namen snel te kunnen koppelen. Een poosje later weet ik vast wél wie je bent. Maar ja, dan is Het Moment alweer voorbij.

Da's best wel lastig.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/thuiscursus-lichaamstaal-psychonomie.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/thuiscursus-lichaamstaal-psychonomie.jpg" alt="thuiscursus-lichaamstaal-psychonomie" width="250" height="167" class="alignnone size-full wp-image-3485" /></a>

Wat voor mij ook zo'n geheimtaal is, is lichaamstaal. Ik heb geen idee hoe dat jullie vergaat, maar als ik televisieprogramma's zie met politiemensen die de meest complexe zaken oplossen op basis van aanwijzingen uit de lichaamstaal, ben ik zwaar onder de indruk. Over elkaar gevouwen armen duiden op geslotenheid?! Onderuit gezakt zitten op desinteresse?! Jeuj, ik associeer ze eerder met pijnlijke ledematen of een slecht aangeleerde zithouding.

Niet dat ik niet geloof dat er zoiets is als lichaamstaal. Maar ik spreek 'm niet best, denk ik. Of het is zo dat heel veel mensen 'm niet beheersen en maar doen alsof.

In elk geval kan ik niets met van die opmerkingen als 'de dame keek de heer aan met een veelbetekenende blik'. Wat? Wat? wat? Hoezo? Veel van wát betekenend? Zég het gewoon...
En dan hebben we het nog niet eens over de heel subtiele aanwijzingen die je kunt geven. Als kijker mis je dan soms de clou van het verhaal, omdat je de subtiele aanwijzing niet opmerkte.

Ik doe er wat badinerend over. Dat mensen op meerdere niveaus communiceren staat als een paal boven water. En dat goede communicatie vereist dat al die lagen eenzelfde golflengte hebben, ook. Lachend iemand vertellen dat een goede vriend is overleden, komt vreemd over (en is juist daarom goede grondstof voor werkelijke komieken). Maar om nu te denken dat we die lagen ook echt als een taal kunnen (leren) beheersen, vind ik wat ver gaan. Zo ongeveer het gebrekkig steenkolen-Engels, het braadworsten-Duits of het wijnglazen-Frans, dat lijkt me maximaal haalbaar.

Van de week waren de beelden van de Google bril (<a href="http://www.google.com/glass/start/">Google Glass</a>) nogal in de aandacht. Nu heb je dat altijd wel. Dat mensen graag willen kunnen zeggen dat zij 'de eerste' waren die iets signaleerden. In dit geval móeten dat wel techneuten zijn geweest, want esthetisch is die Google bril een wanstaltig iets.

Het bijzondere zit 'm erin dat in de poot van de bril een complete reken- en projectie-eenheid zit verwerkt; zeg: een computer met beamer. Omdat die computer draadloos is verbonden met die enorme informatiebron die het Internet heet, heb je dus toegang tot 'alles'. En dat werkt door ergens naar te kijken, dat beeld te (laten) herkennen en achtergrondinformatie aan de binnenkant van de brilleglazen te projecteren.

Ken je die actiefilms waarin piloten informatie zien op het cockpitscherm? Dat dus. je loopt rond en ziet meer dan het oog zónder bril zou zien.

Dat is handig. Een oud gebouw?! Hoe oud? Wat is de geschiedenis ervan? Een etalage? Maar wat kosten die schoenen? En wat kosten ze bij de buren? Of, degene met wie je staat te praten: wie is dat precies? Wat deed of doet hij?

Het is er allemaal nog niet. Die bril is niet echt een hebbeding om je mee te vertonen. Waar ik ook nog wel benieuwd naar ben, is naar mogelijk onvoorziene effecten. De 3D-bril bleek tot zeeziekte, misselijkheid en desoriëntatie te kunnen leiden als gevolg van de onnatuurlijke beweging (je zíet in drie dimensies van alles wat je lichaam níet registreert, omdat het eenvoudigweg niet echt is).

Het is zwaar onethisch, maar ik ben wel erg benieuwd hoe zo'n systeem kan uitpakken. Een mogelijk scenario is namelijk dat het onze afhankelijkheid enorm vergroot. Als het nu al zo is, dat aanwijsbaar minder parate topografische kennis beschikbaar is dan is het niet zo wereldschokkend te voorspellen dat dit die afhankelijkheid nog veel meer gaat vergroten.

Denk dan niet alleen aan plaatsbepaling. Denk eens aan een bril die voor jou de vertaling maakt van de lichaamstaal van degene met wie je in een vergadering zit. Een wereldomvattende souffleur. Dat roept echter ook weer die ene vraag op: maar wie heeft dan de regie? Wie (be)stuurt?

Overigens. Een mooie toepassing is die waarin de bril voor mensen met een stoornis in het autistisch spectrum de aanvulling verzorgt op hun gebrekkige sociale vaardigheid. Maar die moet nog wel even worden gemaakt. Nu maar hopen dat die niet teveel het gedrag manipuleert. Want dan komen ineens heel andere visioenen op.

zaterdag 2 maart 2013

Samenwerkende professionaliteit


Van de week was ik bij een voorlichtingsbijeenkomst over nieuw sociaal beleid bij ons in de gemeente. Het werd een standaard-avond: een zaaltje met belanghebbenden, daarvoor een wethouder met voorlichters. Op een scherm de onvermijdelijke Powerpointpresentatie (bij ons zijn ze - gelukkig - nog niet zo hip dat ze je zeeziek maken met Prezi). Vooraf koekjes en koffie en na afloop fris en licht alcoholisch plus nootjes en zoutjes. Standaard, kortom.

De wethouder beloofde twintig minuten te gebruiken om het vierjarig beleidsplan neer te zetten. Dat eist presentatievaardigheden. Laat ik volstaan met de nuchtere vaststelling dat ze bijna veertig minuten gebruikte. Standaard, kortom.

Wat ondermeer opvalt tijdens zo'n avond is de stereotype, haast saai-voorspelbare aanpak. Alhoewel direct belanghebbende organisaties loftuitingen uitten als "sprankelend" en "inspirerend", moet ik bekennen dat ik verbaasd was over de ideeën.

Je mist in de plannen stomweg het lokale karakter. Als je zo'n wethouder hoort, dan zou dat verhaal net zo goed in een buurgemeente of in een gemeente honderden kilometers verderop kunnen worden gelokaliseerd. Maar wat er nu specifiek is voor ónze gemeente? Ik heb nog geen duidelijk beeld. De beleidslijnen, de -kaders, de -clusters, ja zelfs de -ordening zijn zo algemeen dat het meer weg heeft van een invuloefening.

Voordat de kritiek komt, dat onze gemeente wel degelijk zelf beleid ontwikkelt; de kritiek geldt de manier waarop dat dan wordt bekendgemaakt aan de bevolking. Zo'n gemeente moet toch een aansprekend, éigen verhaal hebben? Een échte visie? Eentje waar de bevolking van zegt: 'ja, dat snappen we'. Dat ís er niet. Dat miste ik. Dat maakt dat ook de komende vier jaar de aansluiting bij de bevolking waarschijnlijk minimaal is.

Het wrange? Dat ambtenaren die je spreekt, stuk voor stuk denken het beste te doen voor hun burgers. Maar de gekozen woorden en de gekozen opstelling maken óók duidelijk dat diezelfde ambtenaren dat niet vanzelfsprekend mét burgers doen. Ook niet in deze tijden en met deze mogelijkheden. Het is en blijft zénden.

Wat eveneens opvalt, is de rappe opmars van de ontdekking van de integrale aanpak. Sinds een paar jaar word je dood gegooid met beleid dat 'is gericht op maatwerk', 'op de burger en diens situatie', 'op ketenafstemming en -samenwerking', op 'integrale aanpak zonder zuilen, kolommen of schotten'. Mooi, denk je dan: eindelijk wordt erkend dat de burger centraal moet staan en de overheid dienstverlenend volgt.

Toch?

Of is het ook zo dat het ook wel makkelijk is als je met meerdere partijen een zorgomgeving moet vormen? Zou het ook zo kunnen zijn dat al die afhankelijkheden ook een prima startpunt zijn voor zwartepieten? Dat het niet lukken van een geïntegreerde aanpak zometeen gaat leiden tot enorme disputen over de vraag wie nu wat en waarom fout deed?

Het is mogelijk wat cynisch gedacht, maar mij valt op dat veel van die ketengedachten ontstaan in situaties en op momenten dat het vinden van oplossingen moeilijk is: de ketens in de sociale zekerheid (die voor uitkeringsgerechtigden bar weinig opleverden), de reïntegratie (idem), maatschappelijke zorg/WMO, veiligheid.

Nu ben ik groot voorstander van integratie. Maar dan wel ook écht. Dan moeten betrokkenen hun autonomie durven en willen opgeven. Dan moeten identiteiten kunnen wegvallen en professionaliteit samengevoegd. Dát is integratie. Dát is het belang van de klant, de burger, de patiënt: samengevoegde professionaliteit.

En dat is dus echt anders dan samenwerkende organisaties. Sterker, ik denk dat ik gisteravond tussen de regels door hoorde hoe organisaties allang bezig zijn met het éigen hachie. Niet het jouwe of het mijne.