Posts tonen met het label beelden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label beelden. Alle posts tonen

zaterdag 6 september 2014

de les van de meerkoet

Eigenlijk wil ik je er vandaag op wijzen dat het best de moeite waard is eens op andere tijdstippen dan je normaal bent door je stad of dorp te wandelen of fietsen. Dat is een dooddoener, zul je zeggen. Dat weten we allemaal al lang. Mooi, maar waarom dóen zo weinig dat dan?

Het levert echt iets op. Het zijn geen urenlange en torenhoge 'experiences', maar het zijn wel mooie momenten. Gratis, voor niets, rustgevend, tot nadenken stemmend.

Ze zijn alleen zo lastig te verwoorden.

Zo fiets ik vaak langs het water van één van die Leidse grachten die er ieder seizoen, iedere dag bijna, anders uit zien. Vooral windstil weer maakt hem mooi. Met in de herfst een laag afgevallen lichtgele bladeren die als scheepjes ronddobberen. Of een spiegelglad wateropppervlak dat als kwikzilver oogt. Het zijn beelden die je raken en laten denken, mijmeren, associëren.

Vanochtend overkwam het me weer. Een aanloopje met de fiets, een bijna haakse bocht naar links en direct de klim het steile bruggetje op. Boven is dan de snelheid bijna weg. Vanochtend was er het zicht op een rimpelloos wateroppervlak op de driesprong van drie grachten. Uit één van de grachtjes waren blijkbaar de eerste herftsbladeren al aangedreven. Maar verder was het water stil en onberoerd naakt.

Alhoewel.

In het centrum van de driehoek zwom een watervogel. Een meerkoet, denk ik. Zachtjes piepend, kleine cirkels zwemmend. Het gepiep was afkomstig van een jong op haar rug. Na een paar seconden bleek het er niet één te zijn. In het water dobberden er nog twee of drie. Ook piepend. Waarschijnlijk wilden die ook 'aan boord bij mamma'.

Het is het totale beeld dat je even heel langzaam laat voortgaan over zo'n brug. Even kijkend naar dat plaatje. Je moet denken in seconden. Maar ze zijn er.

Ik ben eigenlijk altijd te laat om juist die momenten vast te leggen. Gelukkig heb ik een jaar geleden een interview met een vakfotograaf gelezen die over deze momenten zei dat die haast nooit worden vastgelegd: omdat ze zo kort zijn en zo onverwacht komen. Het zijn privé-ervaringen.

Op het moment dat de fiets de afdaling weer begon, besloot ma dat er voor géén van de kinderen plek was op haar rug en lagen ze allemaal in de gracht. Een Leidse grachtendriesprong op een nevelige zaterdagochtend met spiegelglad water. Niks bijzonders.

woensdag 9 juli 2014

De kracht van beelden en woorden

Ze zijn niet allemaal even leuk. Waarschijnlijk correleert dat in hoge mate met mijn begrip van de grap. Maar grappen liggen me wel. Ze zetten je op een verkeerd been en in een flits aan tot nadenken. Vooral de beroemde jiddische humor vind ik onovertroffen.

Het web is een zo grote omgeving dat je jarenlang ontdekkingen zult kunnen doen. Mijn ontdekking van vandaag is dit:
xkcd

Als je dít over jezelf zegt, heb je mij:
I'm just this guy, you know? I'm a CNU graduate with a degree in physics. Before starting xkcd, I worked on robots at NASA's Langley Research Center in Virginia. As of June 2007 I live in Massachusetts. In my spare time I climb things, open strange doors, and go to goth clubs dressed as a frat guy so I can stand around and look terribly uncomfortable. At frat parties I do the same thing, but the other way around.


Je moet natuurlijk zelf gaan kijken en mij niet geloven. Smaken verschillen. Maar dat beelden meer zeggen dan woorden? Kijk:

http://imgs.xkcd.com/comics/research_ethics.png

http://imgs.xkcd.com/comics/people_are_stupid.png

http://imgs.xkcd.com/comics/margin.png

Jiddische witzen kun je in overvloed vinden. Dit is er een over slimheid.

In de tsaristische tijd mochten joden alleen in een stad wonen als ze aantoonbaar een beroep hadden.
Moos loopt op straat in Kiev. Komt hem een officier tegemoet, die zegt plotseling: 'Jij bent jood!'
Moos: '...'
Zegt die officier: 'Wat is je beroep?!'
Moos: 'Ik ben minyanman'.
'Minyanman? Wat is dat?', vraagt de officier.
Moos: 'O, als er maar negen man zijn, halen ze mij erbij en dan zijn er tien.'
Officier: 'Maar dat is toch geen beroep?'
Moos: 'Tuurlijk wel.'
'Maar kerel', roept de officier, 'als er negen man zijn en ze halen mij erbij, zijn er toch ook tien?'
Moos blij: 'O ja? Bent u ook jood?'

dinsdag 22 april 2014

Leven en dood van de tulp

Lisse/Sassenheim, 22 april 2014



Ochtendlicht.

De velden rondom het bollenparadijs ontwaken. De eerste auto's nemen plaats op de vluchtplaatsen.

Een half uur later.

De velden zijn half ontwaakt.
Langs de randen van de velden hurken mensen neer. Kleur.

Namiddaglicht.

Welhaast een religieuze ervaring.
Samen op de gevoelige plaat, strijklicht en warmte.

Een half uur later.

Tussen de kleuren figureren nog steeds mensjes.
Aan de andere kant kopt een machine kleurige tulpenhoofdjes weg.

Morgen.

Groene stengels. Spetters kleur.
De machine kopte niet alles.
De kleur is weg.

donderdag 14 november 2013

kleine draken

Het regende toen ik vanavond naar huis fietste. Het regende minder hard dan de rest van de dag. Eerder was het een soort nevelige regen. In de invallende duisternis waren de straatlantaarns nog niet eens aan, terwijl de donkerte al over de stad neerdaalde.

Het zijn die paar dagen in het jaar dat een stad heel eventjes onecht sprookjesachtig is: in Leiden is het donkerig, maar de feestdagensfeerverlichting is aan en de open ramen van huizen en winkels stralen gelig licht over stoepen en straten. Het duurt misschien een kwartier. Dan springen de straatlantaarns aan en is het effect een stuk minder.

Recht voor me de openstaande winkeldeur van de viswinkel. Een kleine hoekwinkel. Ik schat dat er misschien tien mensen voor de toonbank kunnen wachten. Zo'n ouderwetse toonbank, waar de vis je met dode ogen aanstaart. En toch, ondanks de dood, is het een schilderij, een stilleven. Van buiten gezien, heeft het iets huiselijks. Dat licht wekt de indruk van warmte terwijl het behoorlijk koud is in een vishandel.

Het mooiste aan dat beeld was eigenlijk een meisje van een jaar of zes. Het duurde misschien drie, vier seconden. Het beeld van een mensje dat vol verwondering de vissen bekeek. Maar vooral van twee armpjes in een rose regenjasje dat blijkbaar zo stug is, dat die armpjes onder een hoek van dertig graden van het lichaam stonden. Echt zo'n typische kinderhouding, bedacht ik me.

Als je er eenmaal op hebt gelet, zie je ze vaker. Van die kinderen met kleding waarin of waaronder een kind zit. Alsof er geen soepele kinderregenkleding bestaat. Of ouders alles op de groei kopen, waardoor petten, mutsen en capuchons óver hele hoofden vallen.

Ik blijf het grappig vinden om te zien: kindergedrag.

Eén soort kind is echter reuze-irritant. Dat zijn de onkinderen, de kinderen die geen kind zijn. Die mogelijk nooit kind waren. De kinderen die vroeger 'wijsneusje' zouden worden genoemd. Dat was zelfs nog een soort geuzennaam. Maar die wijsneus is tegenwoordig stomweg onuitstaanbaar eigenwijs.

Dat zijn van die kinderen die drammen en hun ouders hebben gehersenspoeld (of andersom). Van die kinderen die je tegen anderen woorden hoort gebruiken die niet in overeenstemming zijn met hun leeftijd. Van die kinderen waarvan de ouders daarna de essentiële fout maken te denken dat dat hoogbegaafdheid is: het naäpen van volwassenen zonder kind te zijn. Nee, dan honderd keer liever die donderstenen die ook niet doen wat vader of moeder zegt. Maar die dat doen met kinder-onbevangenheid.

Op dat moment verdween de vishandel in een nieuwe stortbui die alle aandacht opeiste van de straatgebruikers.