maandag 7 april 2014
Ken je recht
De advocaat vertelde me dat werkgevers nogal eens de neiging hebben eenzijdig eenzijdig naar een arbeidsrelatie te kijken. Blijkbaar wordt nogal eens vergeten dat zij een zorgplicht hebben. Zij hebben voor werk te zorgen, daarvoor zijn zij de werk-géver. Dat populaire 'iedereen haalt hier z'n eigen werk binnen' klopt van geen kanten. Da's leuke oneliner, maar ontslaat de werkgever niet van zijn zorgplicht als het de werk-némer niet lukt. In mijn woorden: "Doe het dan zelf maar eens voor. Laat maar zien dat het kán".
Zorgplicht, een begrip waarmee wederkerigheid wordt bevestigd.
Het woord wordt echter steeds vaker exclusief gekoppeld aan zorg in de betekenis van vérzorgen. Of dat bewust is, durf ik niet zo te stellen. Het komt wel goed uit. De zorgplicht, die ertoe leidt dat ouders voor hun kinderen moeten zorgen en later de kinderen voor de ouders. De huurder heeft een zorgplicht ("zoals een goed huisvader betaamt") voor het gehuurde en moet dat onderhouden, verzorgen. In gebreke blijven, levert een zwakkere juridische positie op. Terwijl nergens vastomlijnd is geregistreerd wat goede zorg ís. Je ramen iedere maand wassen? Iedere week?
Voor de wederpartij is de zorgplicht vaak een argument om iets níet te doen. Het is vrij logisch dat de ouders de zorg dragen - en dus financieren - voor een kind tot het meerderjarig is. Toch krijgen wij voor twee 21plussers ieder jaar een draagkrachtberekening van de Informatiebeheergroep die uitrekende hoeveel wíj kunnen meebetalen aan de studie. De leverancier van kozijnen - erkend beroerde - onttrok zich aan een collectieve claim door te stellen dat de kozijnen niet goed waren onderhouden. Inderdaad, te weinig gewassen en geschilderd, volgens hem.
Maar de zorgplicht gaat veel verder dan het, in de ogen van 'eigenverantwoordelijkheiddenkers', pamperende eenrichtings verzorgen.
Natuurlijk probeer je te doen wat de werkgever wil. Natuurlijk geef je aan wat jouw twijfels zijn. En.. natúúrlijk spreek je je werkgever aan op zíjn zorgplicht om jou van werk te voorzien. Oeps.
Het lijkt de héle 'werkgeverskant' te zijn die last heeft van die verwrongen interpretatie. Dat zóu je kunnen verklaren uit het bewaken van eigenbelang. Je mág het echter zo niet verklaren noch accepteren omdat de machtsbalans ongelijk is. Bedrijfsartsen en reïntegratiebedrijven zijn het afgelopen jaar geregeld in het nieuws gekomen vanwege een 'cowboy-mentaliteit'.
In al die gevallen komt dat veronachtzamen van de zorgplicht terug.
Zeker bij reïntegratiebedrijven zullen ook gemeenten die hen inhuren, zich moeten realiseren dat ook zíj vanaf dat moment kunnen worden aangesproken. Dat ook de gemeente voor de rechter kan verschijnen om te verdedigen hoe die zorgplicht gestalte is gegeven. Dat vooral veel druk uitoefenen, bijstandsgerechtigden in onmogelijke situaties plaatsen, het niet-vinden van werk een persoonlijk probleem maken, heel eenvoudig kan leiden tot het verwijt voor de rechter dat de zorgplicht is verzaakt.
Want het is de gemeente die het instrument reïntegratiebedrijf inschakelt. Het is de gemeente die aansprakelijk is voor de kwaliteit van die dienst (en die later zelf kan proberen mogelijke schade op hen te verhalen).
Gôh, wanneer beginnen de rechtszaken?
(Misschien een idee: EenVandaag (Avro/Tros) zendt tijdens dit tikwerk een reportage uit over de werkwijzen van Work Fast. De zoveelste...)
vrijdag 22 november 2013
Jouw stad, hun stad, geen stad
Ze doen me nog steeds aan lemmingen denken: amsterdammers. Iedere keer dat je er bent, verbaas je je over hun volstrekt idiote gedrag in het verkeer. Zoals lemmingen zich met ware doodsverachting van de rotsen storten, zo storten de amsterdammers zich in het verkeer. Daar waar de lemming het vanuit een collectief gevoel doet, lijkt de amsterdammer gedreven door hoge eigendunk. Verkeer, anderen, toeristen; het zijn hinderlijke bijverschijnselen in je leven. waarom zou je je er iets van aantrekken?
Het levert idiote taferelen op. Fietsers, brommers en voetgangers die maar doen wat hen goeddunkt. Nu ben ik nog steeds een groot voorstander van langzaam verkeer voorrang geven. Maar géven is toch echt iets anders dan némen. Nemen kan, als je dat verkeerd doet, heel slecht aflopen. Leukst zijn de automobilisten die menen dat in Amsterdam metropoolse allures en arrogantie gelden. Van die klungels die denken dat doordrukken om sneller op de plek van bestemming te komen, een goede weg is. Jammer; ik ben er dol op dergelijke aso's te dwarsbomen, zeker als ik een veel grotere bus bestuur. Dan blijf je netjes in je hok, hoe hard je ook claxonneert en naar je voorhoofd wijst.
Verbazingwekkend zijn ook de meningen van amsterdammers. Toeristen - dé kurk waarop de stad drijft - zijn een minderwaardig type mens. Die kunnen zich helemaal niet gedragen in het verkeer. Dan huren ze fietsen - of, erger, geruisloze electrische brommertjes - en schuiven ondoordacht door de stad. Een vreemd oordeel, want die toerist houdt de stad in leven. En de amsterdammers doen zelf wel voor hoe je moet fietsen in de stad: vanuit jezelf redenerend. Bijzonder raar dat je dan geërgerd kijkt naar vreemden die jouw voorbeeldgedrag volgen. Het is toch de mores van de straat? Zo leren Nederlanders toch ook te overleven in het Siciliaanse of Parijse stadsverkeer? Zo snel en goed mogelijk aanpassen. Dat dóen die toeristen ook.
Amsterdam blijft een gespleten stad. Ze teert heel erg op een imago uit het verleden, maar verloochent dat ook. Trots op de vrijgevochtenheid, op de vrijheid en de dynamiek. Dat is terecht, maar voor een groot deel gebaseerd op het verleden en de overgeleverde verhalen. Feitelijk is de stad een stuk burgerlijker dan het beeld dat amsterdammers cultiveren.
Natuurlijk zijn er enclaves te vinden die afwijken. Die zijn in iedere grote stad te vinden. In Amsterdam dus ook. Maar wie nu de binnenstad bezoekt, zal dezelfde sfeer aantreffen als willekeurig welke binnenstad. De hele binnenstad is vergeven van de feestverlichting: rond de boomtakken geweven, aan de gevels geplakt, in de etalages. Op de Dam is het echt grandioos 'over the top normaal'. De De Bijenkorf is werkelijk behángen met die lichtjes en zelfs het paleis is niet ontkomen aan de lichtsnoeren. Het verplichte kerstdorp is hier - uiteraard, want Amsterdam waant zich een wéreldstad - groter en ligt als één lang lint tussen de Dam en het Centraal Station.
Als ik op dagen als deze door zo'n stad als Amsterdam reis, dan bekruipt me toch iedere keer weer die gedachte over die dubbelzinnigheid: rebels en uitzonderlijk willen zijn, maar zo burgerlijk zíjn. Koningsdag? Je zou haast verwachten dat de stedelingen daarover kritisch zijn, maar het grootste feest is in Amsterdam te vinden. Dat geldt net zo goed voor de Gezellige Decemberfeestdagen; de stad doet er zó hartstochtelijk aan mee.
Het aardige daaraan is wel dat het voor veel mensen reden is eventjes onder te duiken in die lichtjessfeer. Die, als de avond valt, zo rustgevend de ellende van de dag wegpoetst. Even is de stad een sprookje.