Dit blog volgen, betekent dat je per dag minstens vijfhonderd woorden moet lezen. Ik ben niet zo van de hap-snap Powerpointbullets, die veel managers zo waarderen. Maar ja, die denken ook niet echt veel. Die managen.
Ik ben ook van de afwisseling. Dit blog gaat over het dagelijks leven, over van alles en nog wat waar je in de loop van de dag op kunt stuiten. Dat betekent variatie. Natuurlijk, ik kán er ook van maken dat mijn specialisme juist dát is: variatie in beschouwingen. Maar da's dan een woordspelletje.
Vanochtend had ik een mooi idee voor een blogpost. In de loop van de middag ben ik dat weer kwijtgeraakt. Verdrongen door gedachten over oude mensen in verpleeghuizen, het weer, het beter kennen van je eigen huis als je het zelf schoonmaakt, nieuwe computers, de gedachte van Maurice de Hond om massaal geen hypotheken meer af te lossen, wéér een vliegtuigbom in Leiden, ga zo maar door.
Maar eigenlijk vind ik het weer eens tijd voor beeld. Daarmee draai ik mezelf ook netjes onder het schrijven van 500 woorden uit.
Dit zag ik gisteren: een lied in het VARAprogramma de Kwis. En het beviel me wel: hypercorrect maken, haalt de swing, de schwung er uit. Maar of je er de bedóeling uitsloopt? Vorm en inhoud, doel en middel: het is en blijft lastig. Het zichtbare of het hoorbare acceptabel maken zegt nog helemaal niets over het gedachte. Welke van die drie denk je dat het gedrag het meest beïnvloedt?
http://www.youtube.com/watch?v=B3uLa8bk1yQ&
Posts tonen met het label traditie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label traditie. Alle posts tonen
zondag 3 november 2013
zaterdag 29 juni 2013
Een woekerend onkruid
Er is iets wat organisatoren goed zouden moeten bewaken: het hárt en de géést van hun evenement. Daar loert een veelkoppig monster op. De koppen hebben eigen namen: Sponsor, Reclame, Marketing, Sales, Branding, PR, Promotie. Aan het lijf zie je dat er vast nog meer koppen gaan komen. Het monster Commercie heeft de mentaliteit van het beroemde Rupsje-Nooit-Genoeg en de vorm van een zwam, onzichtbaar woekerend met af en toe een zichtbare paddestoel.
Volgens jou is het niet zo erg?
Goed dan. Drie voorbeelden, twee uit Leiden en één wereldwijde. We beginnen in Leiden.
Het beroemdste aan Leiden is, denk ik, Drie Oktober. Als je het in quizzen tot vraag schopt, als je gerecht van de dag, hutspot, in kookboeken wordt gekoppeld aan díe dag, en als tienduizenden naar je stad reizen om er bij te zijn; dan héb je iets met nationale allure. Leiden zelf ziet het nóg groter en wil de traditie Leidens Ontzet op de Unesco Werelderfgoedlijst zien.
Het is een raar feest, dat Leidens Ontzet. Je moet er echt iets mee hebben, want anders is het niks. Een Taptoe 2 Oktober 's avonds die geen taptoe is, maar een optocht van sportverenigingen - en waarbij de ene helft van Leiden uren staat te kijken of ze hun eigen kind of bekenden, de andere helft, voorbij zien komen. Een kermis en warenmarkt die al járen hetzelfde zijn en waar je ook al járen hetzelfde doet: 'een rondje kermis lopen'. En snacken, bier drinken, suikerspin 'eten', druiven, banaan met slagroom, churros, saté of oliebol; de combinatie is, net als wat je die dag tegenkomt, multiculinair willekeurig. En op 3 Oktober dan de Grote Optocht; ook ieder jaar min of meer hetzelfde. Belgische figuranten en schoolkinderen, fanfare's, praalwagens, de onvermijdelijke 'gaten' en de reclamewagens. Onbedorven echt zijn nog de koraalzang, haring en wittebrood en het reveille, maar die laatste is op 3 oktober om 07.00.
Dat is Leidens Ontzet, als je je er niet in laat opgaan.
Want de essentie is eigenlijk dat Leiden die anderhalve dag gewoon 'de straat opgaat'. We zijn zélf het feest. Alles eromheen is alleen maar een excuus. Twee Oktober 's avonds is De Gezelligste Avond Van Het Jaar: zowat alle café's hebben bandjes spelen en het bier vloeit rijkelijk. Op 3 Oktober is die muziek iets minder dominant. De grap is dat de horeca-ondernemers doorhebben dat muziek de omzet verhoogt. En dus spelen óók op Koninginnedag de bandjes, net als op Drie Oktober.
Maar dan die reclame. Vooral tijdens de Grote Optocht valt die uit de toon. Wat moeten in godesnaam al die luxe-auto's met een bloemstuk op de motorkap in de optocht? Geen idee wat die uitbeelden, anders dan een rijdende commercial break. En op zo'n break zit ik nu net níet te wachten.

Maar het kan erger, hoor. In de zomer heeft Leiden een zelfbedachte traditie, de Lakenfeesten. Daarin de eveneens zelfbedachte Peurbakkentocht. De eerste was grandioos; de schuitjes waarmee ooit op paling werd gevist in de grachten, het peuren, waren werkelijk een varend carnaval. En nu? Nu is het een stoet bootjes met reclameborden. De lol is er af. Ook de voetgangersbruggen worden gedegradeerd tot reclamebord. En de naam peurbakkentocht wordt tegenwoordig ook al voorafgegaan door een bedrijfsnaam.

Toppunt is ongetwijfeld de sport, met daarin voetbal als koning. Een koning die wordt geheerst door de commercie. Waar spandoeken moeten wijken om het zicht op reclameborden niet te belemmeren. Waar drank Y niet in het stadion te koop mag zijn omdat X het alleenrecht heeft. Voorwaar, bij het voetbal bracht de commercie de middeleeuwen terug, tot en met de spelershandel die trekjes heeft van de koehandel lijfeigenschap.
De vraag is waar de grens ligt. Als het oorspronkelijk doel zo ver raakt ondergesneeuwt door andere belangen, afgekocht door gratis ijsmutsen, vlaggetjes of toeters; wat blijft er dan aan geloofwaardigheid over? Steeds minder toch?
Dat hoor je dan ook op de walkant geïrriteerd mompelen tijdens de peurbakkentocht: "Het is allemaal reclame".
Volgens jou is het niet zo erg?
Goed dan. Drie voorbeelden, twee uit Leiden en één wereldwijde. We beginnen in Leiden.
Het beroemdste aan Leiden is, denk ik, Drie Oktober. Als je het in quizzen tot vraag schopt, als je gerecht van de dag, hutspot, in kookboeken wordt gekoppeld aan díe dag, en als tienduizenden naar je stad reizen om er bij te zijn; dan héb je iets met nationale allure. Leiden zelf ziet het nóg groter en wil de traditie Leidens Ontzet op de Unesco Werelderfgoedlijst zien.
Het is een raar feest, dat Leidens Ontzet. Je moet er echt iets mee hebben, want anders is het niks. Een Taptoe 2 Oktober 's avonds die geen taptoe is, maar een optocht van sportverenigingen - en waarbij de ene helft van Leiden uren staat te kijken of ze hun eigen kind of bekenden, de andere helft, voorbij zien komen. Een kermis en warenmarkt die al járen hetzelfde zijn en waar je ook al járen hetzelfde doet: 'een rondje kermis lopen'. En snacken, bier drinken, suikerspin 'eten', druiven, banaan met slagroom, churros, saté of oliebol; de combinatie is, net als wat je die dag tegenkomt, multiculinair willekeurig. En op 3 Oktober dan de Grote Optocht; ook ieder jaar min of meer hetzelfde. Belgische figuranten en schoolkinderen, fanfare's, praalwagens, de onvermijdelijke 'gaten' en de reclamewagens. Onbedorven echt zijn nog de koraalzang, haring en wittebrood en het reveille, maar die laatste is op 3 oktober om 07.00.
Dat is Leidens Ontzet, als je je er niet in laat opgaan.
Want de essentie is eigenlijk dat Leiden die anderhalve dag gewoon 'de straat opgaat'. We zijn zélf het feest. Alles eromheen is alleen maar een excuus. Twee Oktober 's avonds is De Gezelligste Avond Van Het Jaar: zowat alle café's hebben bandjes spelen en het bier vloeit rijkelijk. Op 3 Oktober is die muziek iets minder dominant. De grap is dat de horeca-ondernemers doorhebben dat muziek de omzet verhoogt. En dus spelen óók op Koninginnedag de bandjes, net als op Drie Oktober.
Maar dan die reclame. Vooral tijdens de Grote Optocht valt die uit de toon. Wat moeten in godesnaam al die luxe-auto's met een bloemstuk op de motorkap in de optocht? Geen idee wat die uitbeelden, anders dan een rijdende commercial break. En op zo'n break zit ik nu net níet te wachten.
Maar het kan erger, hoor. In de zomer heeft Leiden een zelfbedachte traditie, de Lakenfeesten. Daarin de eveneens zelfbedachte Peurbakkentocht. De eerste was grandioos; de schuitjes waarmee ooit op paling werd gevist in de grachten, het peuren, waren werkelijk een varend carnaval. En nu? Nu is het een stoet bootjes met reclameborden. De lol is er af. Ook de voetgangersbruggen worden gedegradeerd tot reclamebord. En de naam peurbakkentocht wordt tegenwoordig ook al voorafgegaan door een bedrijfsnaam.
Toppunt is ongetwijfeld de sport, met daarin voetbal als koning. Een koning die wordt geheerst door de commercie. Waar spandoeken moeten wijken om het zicht op reclameborden niet te belemmeren. Waar drank Y niet in het stadion te koop mag zijn omdat X het alleenrecht heeft. Voorwaar, bij het voetbal bracht de commercie de middeleeuwen terug, tot en met de spelershandel die trekjes heeft van de koehandel lijfeigenschap.
De vraag is waar de grens ligt. Als het oorspronkelijk doel zo ver raakt ondergesneeuwt door andere belangen, afgekocht door gratis ijsmutsen, vlaggetjes of toeters; wat blijft er dan aan geloofwaardigheid over? Steeds minder toch?
Dat hoor je dan ook op de walkant geïrriteerd mompelen tijdens de peurbakkentocht: "Het is allemaal reclame".
Labels:
commercie,
hutspot,
kookboeken,
Leiden,
markering,
oliebol,
paddestoel,
peuren,
taptoe,
teloorgang,
traditie,
verloedering,
zwam
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)