Weet je hoeveel definities van 'inkomen' we hebben? Niet één. Vele. Het is alweer jaren terug dat we met een onderzoeksgroep op dergelijke vervelende problemen stuitten. Vervelend, omdat ze vergelijking van cijfers lastig tot onmogelijk maakten en maken. 'Armoede' ook zo'n mooie; ook daarvan bestaan er verschillende. De grootste ellende en diepste triestigheid is dat alle definities alleen maar bestaan in het belang van de maker, niet van het subject, het onderwerp.
Mocht je me niet geloven. Zoek maar eens op "definities van inkomen". Je krijgt een waslijst te zien, met ondermeer een rapport van m'n ex-werkgever SCP over het begrip en een, veel beter leesbaar en recenter, van Regioplan. Dat laatste is tussen twee haakjes ook informatief over het begrip ZZP. Inderdaad; hebben we ook meerdere betekenissen voor.
Dan lees je van de week "werkloosheid daalt opnieuw".
Het is al lang een kafkaïaans gooi - en smijtwerk met cijfers geworden dat onderzoekers en (hun opdrachtgevende) beleidsambtenaren beoefenen. Het werkelijk diep- en dieptrieste is dat niemand door de bomen het bos meer ziet en snapt wat er gebeurt. Iedere band met de realiteit is, in beleid, verloren, doordat een 'realiteit' wordt gezocht die spoort met de beleidsvisie. Denk niet dat dat overdreven is. Vraag je af en toe maar eens af wát waarom werd gemeten en hoe het mogelijk is dat daarover controverse bestaat. Als het geen aperte meetfout was, is de waarschijnlijkste verklaring 'meerdere definities of interpretaties'.
De werkloosheid dáált helemaal niet.
Het is een zuiver administratief fenomeen. In de registratie van het CBS daalt het cijfer. In de werkelijkheid van alledag neemt de ellende gewoon toe, hoor. Het inactief zijn, werkéloos, zonder baan, zonder baas, somber en sober thuis; het is geen steek verbeterd.
Het CBS geeft terecht aan: "(...) het aantal werklozen (daalt) vooral omdat meer mensen zich terugtrekken van de arbeidsmarkt."
De werkelijke werkloosheid is iets heel anders dan de geregistreerde. Niet voor niets rapporteert het UWV diezelfde dag een tóename van de WW-uitkeringen. Dat zijn helemaal geen tegensprekende cijfers. Het zijn bestandscijfers. Wie daarin niet is opgenomen, wordt niet meegeteld.
Het CBS legt, zoals vaak, de vinger op de juiste plek: de terugtrekking van de arbeidsmarkt. Tijdens de vorige crisis gebeurde dat ook. Ken je de termen nog? De informele economie, de zwartwerker, de overlevings-arrangementen (coping behaviour)?
Dat gebeurt nog steeds. Maar nu veel beter en krachtiger. Kon een informele economie nog worden weggezet als een half-criminele of als een waartoe je niet makkelijk toegang had als je er nog niemand kende; nu is dat anders. Eerlijk gezegd, hoor ik bij diegenen die er hoop uit put.
De huidige stand der techniek maakt die netwerkaanpak nu veel makkelijker. Nog oneindig veel belangrijker is dat ook de manier van denken en werken daarmee veranderd. Het gros van de werknemers sombert. De ZZPer, hoe moeilijk overeind blijvend ook, heeft in tegenstelling tot de freelancer van toen het imago van vrijbuiter, vrije geest, iemand die met plezíer werkt. Grote structuren vallen als zandkastelen uit elkaar. De enige grote zorg is dat dat niet te snel mag gebeuren.
Mijn interpretatie van de cijfers is dat steeds meer mensen zich áf keren van de klassieke arbeidsmarkt. Ik kén ze ook: mensen die geen uitkering meer willen en - hoog opgeleid - zichzelf wel redden. Vanaf dat moment zijn ze onzichtbaar voor de bestaande detectiesystemen. Als de overheid zelfredzaamheid propageert, dan krijgt ze dat ook; inclusief het verminderen van zicht op de samenleving.
De transitie nu gaande is, lijkt te zijn, zal voorlopig nog onduidelijk blijven. Beweren dat de werkloosheid daalt, is echter sovjetrussisch geloof in cijfers. De echte, informele wereld groeit. Ten goede? Ten kwade? In elk geval onbeheerst door anderen dan de mensen zélf.
Posts tonen met het label wanorde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wanorde. Alle posts tonen
vrijdag 20 december 2013
dinsdag 12 november 2013
Feiten en meningen
Als ik een ontwikkeling zou mogen aanwijzen waarvan ik denk dat-i slecht uitpakt, dan is 't, denk ik, deze: de strijd van feiten en meningen.
Een heel groot goed in iedere groep is het gesprek, de dialoog. Daarmee wisselen we gezichtspunten, opinies en meningen uit. Luisteren is een vaardigheid die daarbij hoort. Luisteren is niet hetzelfde als aanhoren. Luisteren betekent proberen te begríjpen wat iemand nastreeft. Luisteren is een actief proces; niet alleen tweerichtingsverkeer, ook het eigen standpunt toetsend.
Je gelijk halen?!
Da's dus m'n probleem. Dat opgeklopte je gelijk halen. Het lijkt wel een persoonlijk beetje sterven als je géén gelijk krijgt.
De afgelopen decennia woekerde het gelijk hebben als een houtzwam ons leven binnen. De basis is, denk ik, de vermeende kracht van feiten. Overgewaaid uit de wereld der exacte wetenschappen wordt nu ook het sociale domein erdoor bedreigd: het idiote idee dat er daar keiharde feiten bestaan die iemands gelijk 'bewijzen'.
Een sociale kwestie heeft vooral baat bij de discussie. Dat mag je ook discours noemen, als je er per sé een high brow sausje overheen wilt schenken. Het gaat om het geheel. Nog mooier is dat de term ook meteen duidelijk maakt dat het proces centraal staat. Niet het gelijk, want er is constante verandering.
Nederland wordt geteisterd door feitenbrij. Niemand neemt nog stelling, anders dan 'gebaseerd op onderzoek en cijfers'.
Daarmee wordt ieder gesprek doodgeknuppeld.
Het gebruik van 'feiten' werkt averechts. Het enige effect? "Het ís nu eenmaal zo. Je ziet de feiten toch?" Daar kun je andere 'feiten' tegenover zetten. Waarna de discussie bijna zeker overspringt op de methodologie. Over de inhoud gaat het in elk geval níet meer. Dát is wat 'feiten' in het sociale domein doen.
Veel interessanter zijn de meningen. Die zijn níet of minder gebaseerd op 'feiten'. Meningen zijn vooral gebaseerd op wereldbeelden en argumenten. En inderdaad: argumenten zijn echt iets anders dan feiten. Over meningen kun en moet je kunnen twisten.
In tegenstelling tot 'feiten' kijken meningen naar voren. 'Feiten' zijn een teken van een conservatieve geest. Ze kunnen immers alleen dat wat is in kaart brengen, de status quo. En onmiddellijk is duidelijk waarom die 'feiten' zo populair zijn in bepaalde kringen. Toch? Jij weet nu hoe je een behoudende geest herkent. Ook bij jóuw baas? Die zijn namelijk zelden vooruitstrevend.
Dan liever dus meningen. In tegenstelling tot het denksysteem van 'feiten', dat gesloten is en meent dat er werkelijk objectieve 'doelen' bestaan, gaat het denksysteem van meningen uit van dynamiek. Dat past veel beter in onze echte wereld waarin condities continue veranderen. Daarin passen meningen beter. Niet dat het makkelijker wordt. Meningen eisen overtuigingskracht: "Ja, zó zou ík het ook willen". Sneller gaat er zeer zeker níet van worden. Eerder zal meer tijd nodig zijn om stappen te zetten. Ik betwijfel ten zeerste of dat slecht is.
Lekker chargerend, zie ik een richtingenstrijd. De 'geobjectiveerde feiten' versus 'de meningen'. In tegenstelling tot wat je al snel geneigd bent te denken, zijn de implicaties verdergaand dan de twist 'bewijsbaar of niet'. Er hangt impliciet ook een wereldbeeld aan - doelgericht of wanordelijk - en ook zaken als ideeën over snelheid van beslissen, over bewijskracht, over autoriteit(swaarde).
Inderdaad. Mijn standpunt leidt er ook toe dat ik vind dat míjn standpunt aangevochten kan worden.
Een heel groot goed in iedere groep is het gesprek, de dialoog. Daarmee wisselen we gezichtspunten, opinies en meningen uit. Luisteren is een vaardigheid die daarbij hoort. Luisteren is niet hetzelfde als aanhoren. Luisteren betekent proberen te begríjpen wat iemand nastreeft. Luisteren is een actief proces; niet alleen tweerichtingsverkeer, ook het eigen standpunt toetsend.
Je gelijk halen?!
Da's dus m'n probleem. Dat opgeklopte je gelijk halen. Het lijkt wel een persoonlijk beetje sterven als je géén gelijk krijgt.
De afgelopen decennia woekerde het gelijk hebben als een houtzwam ons leven binnen. De basis is, denk ik, de vermeende kracht van feiten. Overgewaaid uit de wereld der exacte wetenschappen wordt nu ook het sociale domein erdoor bedreigd: het idiote idee dat er daar keiharde feiten bestaan die iemands gelijk 'bewijzen'.
Een sociale kwestie heeft vooral baat bij de discussie. Dat mag je ook discours noemen, als je er per sé een high brow sausje overheen wilt schenken. Het gaat om het geheel. Nog mooier is dat de term ook meteen duidelijk maakt dat het proces centraal staat. Niet het gelijk, want er is constante verandering.
Nederland wordt geteisterd door feitenbrij. Niemand neemt nog stelling, anders dan 'gebaseerd op onderzoek en cijfers'.
Daarmee wordt ieder gesprek doodgeknuppeld.
Het gebruik van 'feiten' werkt averechts. Het enige effect? "Het ís nu eenmaal zo. Je ziet de feiten toch?" Daar kun je andere 'feiten' tegenover zetten. Waarna de discussie bijna zeker overspringt op de methodologie. Over de inhoud gaat het in elk geval níet meer. Dát is wat 'feiten' in het sociale domein doen.
Veel interessanter zijn de meningen. Die zijn níet of minder gebaseerd op 'feiten'. Meningen zijn vooral gebaseerd op wereldbeelden en argumenten. En inderdaad: argumenten zijn echt iets anders dan feiten. Over meningen kun en moet je kunnen twisten.
In tegenstelling tot 'feiten' kijken meningen naar voren. 'Feiten' zijn een teken van een conservatieve geest. Ze kunnen immers alleen dat wat is in kaart brengen, de status quo. En onmiddellijk is duidelijk waarom die 'feiten' zo populair zijn in bepaalde kringen. Toch? Jij weet nu hoe je een behoudende geest herkent. Ook bij jóuw baas? Die zijn namelijk zelden vooruitstrevend.
Dan liever dus meningen. In tegenstelling tot het denksysteem van 'feiten', dat gesloten is en meent dat er werkelijk objectieve 'doelen' bestaan, gaat het denksysteem van meningen uit van dynamiek. Dat past veel beter in onze echte wereld waarin condities continue veranderen. Daarin passen meningen beter. Niet dat het makkelijker wordt. Meningen eisen overtuigingskracht: "Ja, zó zou ík het ook willen". Sneller gaat er zeer zeker níet van worden. Eerder zal meer tijd nodig zijn om stappen te zetten. Ik betwijfel ten zeerste of dat slecht is.
Lekker chargerend, zie ik een richtingenstrijd. De 'geobjectiveerde feiten' versus 'de meningen'. In tegenstelling tot wat je al snel geneigd bent te denken, zijn de implicaties verdergaand dan de twist 'bewijsbaar of niet'. Er hangt impliciet ook een wereldbeeld aan - doelgericht of wanordelijk - en ook zaken als ideeën over snelheid van beslissen, over bewijskracht, over autoriteit(swaarde).
Inderdaad. Mijn standpunt leidt er ook toe dat ik vind dat míjn standpunt aangevochten kan worden.
Abonneren op:
Posts (Atom)