Eigenlijk zóu ik moeten zoeken naar de ontkrachting. Maar het toeval wil dat ik vandaag wel heel mooie voorbeelden hoorde van de rol van toeval. Toevallig. Dus.
Eigenlijk is het woord toeval niet precies genoeg. Maar het is wel het woord wat het best associeert met wat in chaostheorie wordt bedoeld: het onvoorziene, het onverwachte. Die vlinderslag met een orkaan als gevolg is het bekendste voorbeeld. Het is een wiskundige manier om dynamische systemen te beschrijven (en te onderzoeken).
Toeval is een belangrijke factor in ons sociale leven. Het is zeker niet zo dat we alles onder controle hebben of kunnen plannen. Da's voor mij een uitgangspunt.
In het verleden kwam ik er al vaker mee in aanraking. OL2000 - het oer-overheidsproject om eenloketontwikkelingen aan te jagen, zonder veel succes - dacht bijvoorbeeld met blauwdrukachtige handboeken richtlijnen te kunnen geven hoe dat allemaal dan te doen. Maar de realiteit was dat de succesvolle lokale projecten die waren waarin de chemie goed was. Dat was en is niet na te bootsen. Zeker de chemie tussen mensen is essentieel.
Precies datzelfde hoorde ik de afgelopen weken in Leiden. In het stadsbestuur, zo vertelden stadsbestuurders me, is het niet zo dat iedereen vriendjes is met elkaar. "Gezamenlijk op vakantie gaan we niet", legde iemand uit. Maar er was wel begrip voor elkaar en er was oprechte onderlinge beleefdheid. Sommigen zouden dat wellicht respect noemen. Hoe je het beestje ook noemt; chemie tussen partijen betekent elkaar in z'n waarde laten zonder klef te worden of elkaar dood te meppen.
In Leiden krijgt een opleiding het voor elkaar miljoenen bij elkaar te harken voor een uitbreiding. De opleiding is zo populair, bij studenten en bij werkgevers, dat die uitbreiding is gerechtvaardigd. Maar hoe financier je dat?
De overheid draagt een steen bij. Maar toeval wil dat bestuursleden van twee belangrijke spelers les krijgen van dezelfde muzieklerares. Via haar komt het contact tot stand. De directeur komt in contact met een belangrijke intermediair - een tweedekamerlid - ...... via z'n huisarts, die beide als patiënt heeft.
Toeval kun je wel een handje helpen.
Statistisch gezien, neemt de kans op relevante contacten toe als het totaal aantal contacten toeneemt. Veel mensen kennen, helpt. Netwerken helpt (mits je in staat bent overzicht te houden over al die mensen die je 'kent'). Wat ook een optie is: het netwerk kleiner maken en zorgen dat alle relevantie daarbinnen komt te vallen. Het old boys network-idee.
Maar voor veruit de meeste mensen: toeval. Dan is het weer wel raadzaam je ook eens te interesseren voor al die anderen. Want, tja, als je met niemand praat, ga je ook nooit weten wie voor jou wellicht interessant is.
Posts tonen met het label chaos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label chaos. Alle posts tonen
maandag 17 maart 2014
woensdag 22 januari 2014
Plots gebeurt het
Zojuist is er een mailbericht verstuurd aan een drietal heren. Mijn bericht heeft een verheugende inhoud.
In de afgelopen jaren heb ik me steeds weer verbaasd over het gegeven dat we, als samenleving, zoveel kapitaal vernietigen. Kapitaal dien je dan op te vatten als sociaal kapitaal, maar ook als economisch kapitaal - geld, kosten - en als kennis. De wegwerpmaatschappij laat zich echt niet alleen maar herkennen in wegwerp-artíkelen.
Vandaag zijn er in Leiden belangrijke stappen gezet.
Een aantal mensen - zowel 'denkers', strategen en dat soort, als beleidsmensen - heeft elkaar gevonden in die opvatting. Na al die tijd is het idee aan het landen en vinden gelijkdenkenden elkaar. Plots en onverwacht, zoals ik had verwacht.
Onze analyse is dat dat vernietigen, dat defaitisme, wordt gevoed door de economische crisis, maar óók - en vooral, denk ik - door de manier van denken. Het is idioot te menen dat de weg uit de crisis moet komen uit het bedrijfsleven dat momenteel op grootse en meeslepende wijze banen verlíest. Van hen kun je met goed fatsoen zoiets dús niet verwachten. Ze hebben de grootste moeite niet zelf ten onder te gaan.
De oplossing ligt in onszelf.
Lang hebben we geleefd in een situatie waarin alles was gericht op disciplinering ten behoeve van werkgévers. Dat er zoiets als werktijd naast vrije tijd bestaat, is meer dan een taalkwestie. Er bestaat een verschil. Over vrij tijd kun je zelf, vrij, beschikken. Werktijd is verkochte tijd. Niet dat niemand plezier had in z'n werk, maar dat was geen vereiste. Ik schreef het al eerder: daardoor geeft nu 66% van de werknémers aan te weinig werkplezier te hebben.
Het belangrijkste effect is echter dat we met veel werknemers zitten; mensen die níet zijn gericht op eigen initiatief, eigen creativiteit of eigen capaciteiten. Die welke de werkgever nodig had, zijn de enig belangrijk. En dus zijn ze een slapend bestaan gaan leiden.
Zonder werk lijken we doelloos en zinloos. Líjken, want in feite gebeurt er iets anders: we zijn niet (goed) in staat een alternatief te vinden voor het verlorene.
Daar ging het bericht dus over.
Over ons antwoord daarop; hoe geef je dát proces een zetje? Tot nu is het een Leids idee. Als Leiden de kans waarneemt, dan wordt het na volwassenwording geëxporteerd; als 'de Leidse aanpak'.
Of het lukt? Geen idee. In tegenstelling tot al die bedrijven die de gebaande - en improductieve - paden bewandelen, gaan we iets onbekends proberen. Maar als ik eerlijk ben en oordeel op basis van de reacties?
Natúúrlijk lukt het. Het sluit precies aan bij mensen, niet bij systemen.
In de afgelopen jaren heb ik me steeds weer verbaasd over het gegeven dat we, als samenleving, zoveel kapitaal vernietigen. Kapitaal dien je dan op te vatten als sociaal kapitaal, maar ook als economisch kapitaal - geld, kosten - en als kennis. De wegwerpmaatschappij laat zich echt niet alleen maar herkennen in wegwerp-artíkelen.
Vandaag zijn er in Leiden belangrijke stappen gezet.
Een aantal mensen - zowel 'denkers', strategen en dat soort, als beleidsmensen - heeft elkaar gevonden in die opvatting. Na al die tijd is het idee aan het landen en vinden gelijkdenkenden elkaar. Plots en onverwacht, zoals ik had verwacht.
Onze analyse is dat dat vernietigen, dat defaitisme, wordt gevoed door de economische crisis, maar óók - en vooral, denk ik - door de manier van denken. Het is idioot te menen dat de weg uit de crisis moet komen uit het bedrijfsleven dat momenteel op grootse en meeslepende wijze banen verlíest. Van hen kun je met goed fatsoen zoiets dús niet verwachten. Ze hebben de grootste moeite niet zelf ten onder te gaan.
De oplossing ligt in onszelf.
Lang hebben we geleefd in een situatie waarin alles was gericht op disciplinering ten behoeve van werkgévers. Dat er zoiets als werktijd naast vrije tijd bestaat, is meer dan een taalkwestie. Er bestaat een verschil. Over vrij tijd kun je zelf, vrij, beschikken. Werktijd is verkochte tijd. Niet dat niemand plezier had in z'n werk, maar dat was geen vereiste. Ik schreef het al eerder: daardoor geeft nu 66% van de werknémers aan te weinig werkplezier te hebben.
Het belangrijkste effect is echter dat we met veel werknemers zitten; mensen die níet zijn gericht op eigen initiatief, eigen creativiteit of eigen capaciteiten. Die welke de werkgever nodig had, zijn de enig belangrijk. En dus zijn ze een slapend bestaan gaan leiden.
Zonder werk lijken we doelloos en zinloos. Líjken, want in feite gebeurt er iets anders: we zijn niet (goed) in staat een alternatief te vinden voor het verlorene.
Daar ging het bericht dus over.
Over ons antwoord daarop; hoe geef je dát proces een zetje? Tot nu is het een Leids idee. Als Leiden de kans waarneemt, dan wordt het na volwassenwording geëxporteerd; als 'de Leidse aanpak'.
Of het lukt? Geen idee. In tegenstelling tot al die bedrijven die de gebaande - en improductieve - paden bewandelen, gaan we iets onbekends proberen. Maar als ik eerlijk ben en oordeel op basis van de reacties?
Natúúrlijk lukt het. Het sluit precies aan bij mensen, niet bij systemen.
Labels:
beleid,
chaos,
coöperatie,
innovatie,
Leiden,
maatschap,
overheid,
plannen,
sociale zaken,
Visie,
werkloos
dinsdag 12 november 2013
Feiten en meningen
Als ik een ontwikkeling zou mogen aanwijzen waarvan ik denk dat-i slecht uitpakt, dan is 't, denk ik, deze: de strijd van feiten en meningen.
Een heel groot goed in iedere groep is het gesprek, de dialoog. Daarmee wisselen we gezichtspunten, opinies en meningen uit. Luisteren is een vaardigheid die daarbij hoort. Luisteren is niet hetzelfde als aanhoren. Luisteren betekent proberen te begríjpen wat iemand nastreeft. Luisteren is een actief proces; niet alleen tweerichtingsverkeer, ook het eigen standpunt toetsend.
Je gelijk halen?!
Da's dus m'n probleem. Dat opgeklopte je gelijk halen. Het lijkt wel een persoonlijk beetje sterven als je géén gelijk krijgt.
De afgelopen decennia woekerde het gelijk hebben als een houtzwam ons leven binnen. De basis is, denk ik, de vermeende kracht van feiten. Overgewaaid uit de wereld der exacte wetenschappen wordt nu ook het sociale domein erdoor bedreigd: het idiote idee dat er daar keiharde feiten bestaan die iemands gelijk 'bewijzen'.
Een sociale kwestie heeft vooral baat bij de discussie. Dat mag je ook discours noemen, als je er per sé een high brow sausje overheen wilt schenken. Het gaat om het geheel. Nog mooier is dat de term ook meteen duidelijk maakt dat het proces centraal staat. Niet het gelijk, want er is constante verandering.
Nederland wordt geteisterd door feitenbrij. Niemand neemt nog stelling, anders dan 'gebaseerd op onderzoek en cijfers'.
Daarmee wordt ieder gesprek doodgeknuppeld.
Het gebruik van 'feiten' werkt averechts. Het enige effect? "Het ís nu eenmaal zo. Je ziet de feiten toch?" Daar kun je andere 'feiten' tegenover zetten. Waarna de discussie bijna zeker overspringt op de methodologie. Over de inhoud gaat het in elk geval níet meer. Dát is wat 'feiten' in het sociale domein doen.
Veel interessanter zijn de meningen. Die zijn níet of minder gebaseerd op 'feiten'. Meningen zijn vooral gebaseerd op wereldbeelden en argumenten. En inderdaad: argumenten zijn echt iets anders dan feiten. Over meningen kun en moet je kunnen twisten.
In tegenstelling tot 'feiten' kijken meningen naar voren. 'Feiten' zijn een teken van een conservatieve geest. Ze kunnen immers alleen dat wat is in kaart brengen, de status quo. En onmiddellijk is duidelijk waarom die 'feiten' zo populair zijn in bepaalde kringen. Toch? Jij weet nu hoe je een behoudende geest herkent. Ook bij jóuw baas? Die zijn namelijk zelden vooruitstrevend.
Dan liever dus meningen. In tegenstelling tot het denksysteem van 'feiten', dat gesloten is en meent dat er werkelijk objectieve 'doelen' bestaan, gaat het denksysteem van meningen uit van dynamiek. Dat past veel beter in onze echte wereld waarin condities continue veranderen. Daarin passen meningen beter. Niet dat het makkelijker wordt. Meningen eisen overtuigingskracht: "Ja, zó zou ík het ook willen". Sneller gaat er zeer zeker níet van worden. Eerder zal meer tijd nodig zijn om stappen te zetten. Ik betwijfel ten zeerste of dat slecht is.
Lekker chargerend, zie ik een richtingenstrijd. De 'geobjectiveerde feiten' versus 'de meningen'. In tegenstelling tot wat je al snel geneigd bent te denken, zijn de implicaties verdergaand dan de twist 'bewijsbaar of niet'. Er hangt impliciet ook een wereldbeeld aan - doelgericht of wanordelijk - en ook zaken als ideeën over snelheid van beslissen, over bewijskracht, over autoriteit(swaarde).
Inderdaad. Mijn standpunt leidt er ook toe dat ik vind dat míjn standpunt aangevochten kan worden.
Een heel groot goed in iedere groep is het gesprek, de dialoog. Daarmee wisselen we gezichtspunten, opinies en meningen uit. Luisteren is een vaardigheid die daarbij hoort. Luisteren is niet hetzelfde als aanhoren. Luisteren betekent proberen te begríjpen wat iemand nastreeft. Luisteren is een actief proces; niet alleen tweerichtingsverkeer, ook het eigen standpunt toetsend.
Je gelijk halen?!
Da's dus m'n probleem. Dat opgeklopte je gelijk halen. Het lijkt wel een persoonlijk beetje sterven als je géén gelijk krijgt.
De afgelopen decennia woekerde het gelijk hebben als een houtzwam ons leven binnen. De basis is, denk ik, de vermeende kracht van feiten. Overgewaaid uit de wereld der exacte wetenschappen wordt nu ook het sociale domein erdoor bedreigd: het idiote idee dat er daar keiharde feiten bestaan die iemands gelijk 'bewijzen'.
Een sociale kwestie heeft vooral baat bij de discussie. Dat mag je ook discours noemen, als je er per sé een high brow sausje overheen wilt schenken. Het gaat om het geheel. Nog mooier is dat de term ook meteen duidelijk maakt dat het proces centraal staat. Niet het gelijk, want er is constante verandering.
Nederland wordt geteisterd door feitenbrij. Niemand neemt nog stelling, anders dan 'gebaseerd op onderzoek en cijfers'.
Daarmee wordt ieder gesprek doodgeknuppeld.
Het gebruik van 'feiten' werkt averechts. Het enige effect? "Het ís nu eenmaal zo. Je ziet de feiten toch?" Daar kun je andere 'feiten' tegenover zetten. Waarna de discussie bijna zeker overspringt op de methodologie. Over de inhoud gaat het in elk geval níet meer. Dát is wat 'feiten' in het sociale domein doen.
Veel interessanter zijn de meningen. Die zijn níet of minder gebaseerd op 'feiten'. Meningen zijn vooral gebaseerd op wereldbeelden en argumenten. En inderdaad: argumenten zijn echt iets anders dan feiten. Over meningen kun en moet je kunnen twisten.
In tegenstelling tot 'feiten' kijken meningen naar voren. 'Feiten' zijn een teken van een conservatieve geest. Ze kunnen immers alleen dat wat is in kaart brengen, de status quo. En onmiddellijk is duidelijk waarom die 'feiten' zo populair zijn in bepaalde kringen. Toch? Jij weet nu hoe je een behoudende geest herkent. Ook bij jóuw baas? Die zijn namelijk zelden vooruitstrevend.
Dan liever dus meningen. In tegenstelling tot het denksysteem van 'feiten', dat gesloten is en meent dat er werkelijk objectieve 'doelen' bestaan, gaat het denksysteem van meningen uit van dynamiek. Dat past veel beter in onze echte wereld waarin condities continue veranderen. Daarin passen meningen beter. Niet dat het makkelijker wordt. Meningen eisen overtuigingskracht: "Ja, zó zou ík het ook willen". Sneller gaat er zeer zeker níet van worden. Eerder zal meer tijd nodig zijn om stappen te zetten. Ik betwijfel ten zeerste of dat slecht is.
Lekker chargerend, zie ik een richtingenstrijd. De 'geobjectiveerde feiten' versus 'de meningen'. In tegenstelling tot wat je al snel geneigd bent te denken, zijn de implicaties verdergaand dan de twist 'bewijsbaar of niet'. Er hangt impliciet ook een wereldbeeld aan - doelgericht of wanordelijk - en ook zaken als ideeën over snelheid van beslissen, over bewijskracht, over autoriteit(swaarde).
Inderdaad. Mijn standpunt leidt er ook toe dat ik vind dat míjn standpunt aangevochten kan worden.
dinsdag 29 oktober 2013
Vrijheid komt met ... beperkingen
Sommige zaken zijn wat mij betreft onbespreekbaar. Daar heb je je maar bij neer te leggen. Dat klínkt niet autoritair; dat ís autoritair.
Om vrijheid te hebben, zul je vrijheid moeten inleveren.
Alhoewel het klinkt als een paradox, is het dat echt niet. Als je met tegen de zeventien miljoen mensen op een krappe 34.000 km2 leeft, is het druk. Temeer daar van die oppervlakte ook delen gebruikt moeten worden voor landbouw, veeteelt, ontspanning. Dan heb je regeltjes en regels nodig.
Ook als je principieel tegenstander bent van 'regels'; die zijn er altijd. Precies zoals kinderen spelen en bedrijven ontstaan, ontstaan regels. Eerst de vanzelfsprekende, onuitgesproken regels. Dan, na een eerste conflictje over 'wat mag', spreek je expliciet uit wat de regel is. Voor je het weet, worden afspraken vastgelegd in contractuele regels waaraan partijen kunnen refereren én zich moeten houden. Een neutrale derde kan dat beoordelen.
Die idealistische aanpak gaat scheef lopen als je het woord 'afspraken' ziet staan. Dat insinueert een stadium van onderhandeling, van gelijkwaardigheid en wederzijdse instemming. We wéten dat dat niet is. Als je werkgever zegt 'dan hebben we dat zó afgesproken', is de kans groot dat-i daarmee zíjn mening doordrukte en van een dun, aantrekkelijk vernislaagje probeert te voorzien. Als je wordt geboren, kom je op enige leeftijd echt niet in een situatie waarin jij, als individu, kunt onderhandelen over de invulling van jouw leven. De bestaande groep is zo groot en zo ingesteld op bestaande regels dat veranderen daarvan nogal moeilijk gaat.
Vrijheid is niet oneindig.
Vrijheid gaat tot waar het de vrijheid van een ander beïnvloedt. Dat is een mooi uitgangspunt; in een drukbevolkte omgeving wordt dat verdomd ingewikkeld. Misschien kun je het nog het beste met een goed plekje zoeken om op een festival iets te zien van een podiumact. Een stap opzij, naar voor of naar achter; in bijna al die gevallen kom je in aanraking met iemand die dáár al staat. Dan heb je het nog niet eens over die lange mensen die plompverloren voor anderen gaan staan. Of de kleintjes die nergens overheen kunnen kijken. Met gelijke lengtes is het al lastig.
Maar waar ligt die grens? Da's dus een lastige. Omdat het een permanent gesprek hoort te zijn, omdat ideeën en meningen veranderen. Omdat wat voor de een persoonlijk is, dat voor de ander niet zo hoeft te zijn. Omdat het maar de vráág is of jij wel water bij de wijn wílt doen voor een ander.
Afgelopen weekeinde overleed een meisje van zeventien. Aan mazelen. Voor mij is dat een overschreden grens. Niet zozeer dat overlijden; daarvan kun je beargumenteren dat het een persoonlijke keuze is. De overschreden grens is die van het weigeren van een preventieve inenting, terwijl je wéét dat daardoor het leven van anderen in gevaar komt. Je hébt geen keuze dan. Daar ligt de grens tussen jouw persoonlijke vrijheid en onze collectieve.
Die grens heeft een grillig verloop, net zo onlogisch als ons gedrag. Ogenschijnlijk gelijke zaken worden verschillend beoordeeld. Dan kun je wel hoog of laag springen, maar je verandert niet dat de oudste gewoonten de sterkste rechten hebben. De nieuwkomer zal een plek moeten bevechten. Dat wás zo, dat ís zo en dat blíjft zo.
Overleg, gesprek en dialoog zijn daarom belangrijke instrumenten. Eenieder die zich daaraan onttrekt, geeft ook zijn eigen vrijheid uit handen. Niet dat deelnemen meteen gelijk krijgen inhoudt. Het probleem zal je nu wel duidelijk zijn: tot waar en wanneer blijf je in gesprek? Het is nogal onpraktisch permanent te debatteren. Er moet ook worden geleefd en dus moeten er knopen worden doorgehakt.
Wij zijn zelf de motor achter iets engs (in mijn ogen). Als het voorgaande klopt, dan zal er een situatie gaan ontstaan waarin een dictatuur de samenleving regelt, die bepaalt wat kan en mag, die - helemaal waanzinnig - bepaalt wat geluk is. Die dystopie is niet ondenkbeeldig indien de bevolkingsgroei en -concentratie blijven als nu. Alhoewel chaos ook orde brengt, is het maar de vraag of mensen met chaos als ordeningsschema kunnen omgaan. Ik vermoed dat de meesten zullen neigen naar orde.
Je zou verwachten dat een steeds beter opgeleide bevolking steeds beter in staat miet zijn zichzelf te organiseren. Maar wie om zich heen kijkt in de publieke ruimte ziet wel enorm veel voorbeelden hoe we dat níet doen. Het verkeer, de politiek, gezondheidszorg, openbare financiën, religie, culturele gewoonten: de chaos neemt toe en we hebben er geen antwoord op.
Zo'n mazelenprik doet me ertoe neigen die prik dan maar door een centrale autoriteit te laten opleggen. Da's dan wel weer een stap naar die dystopie van den centralische systeem. En ik denk nog steeds te geloven in die chaosgedachte.
Om vrijheid te hebben, zul je vrijheid moeten inleveren.
Alhoewel het klinkt als een paradox, is het dat echt niet. Als je met tegen de zeventien miljoen mensen op een krappe 34.000 km2 leeft, is het druk. Temeer daar van die oppervlakte ook delen gebruikt moeten worden voor landbouw, veeteelt, ontspanning. Dan heb je regeltjes en regels nodig.
Ook als je principieel tegenstander bent van 'regels'; die zijn er altijd. Precies zoals kinderen spelen en bedrijven ontstaan, ontstaan regels. Eerst de vanzelfsprekende, onuitgesproken regels. Dan, na een eerste conflictje over 'wat mag', spreek je expliciet uit wat de regel is. Voor je het weet, worden afspraken vastgelegd in contractuele regels waaraan partijen kunnen refereren én zich moeten houden. Een neutrale derde kan dat beoordelen.
Die idealistische aanpak gaat scheef lopen als je het woord 'afspraken' ziet staan. Dat insinueert een stadium van onderhandeling, van gelijkwaardigheid en wederzijdse instemming. We wéten dat dat niet is. Als je werkgever zegt 'dan hebben we dat zó afgesproken', is de kans groot dat-i daarmee zíjn mening doordrukte en van een dun, aantrekkelijk vernislaagje probeert te voorzien. Als je wordt geboren, kom je op enige leeftijd echt niet in een situatie waarin jij, als individu, kunt onderhandelen over de invulling van jouw leven. De bestaande groep is zo groot en zo ingesteld op bestaande regels dat veranderen daarvan nogal moeilijk gaat.
Vrijheid is niet oneindig.
Vrijheid gaat tot waar het de vrijheid van een ander beïnvloedt. Dat is een mooi uitgangspunt; in een drukbevolkte omgeving wordt dat verdomd ingewikkeld. Misschien kun je het nog het beste met een goed plekje zoeken om op een festival iets te zien van een podiumact. Een stap opzij, naar voor of naar achter; in bijna al die gevallen kom je in aanraking met iemand die dáár al staat. Dan heb je het nog niet eens over die lange mensen die plompverloren voor anderen gaan staan. Of de kleintjes die nergens overheen kunnen kijken. Met gelijke lengtes is het al lastig.
Maar waar ligt die grens? Da's dus een lastige. Omdat het een permanent gesprek hoort te zijn, omdat ideeën en meningen veranderen. Omdat wat voor de een persoonlijk is, dat voor de ander niet zo hoeft te zijn. Omdat het maar de vráág is of jij wel water bij de wijn wílt doen voor een ander.
Afgelopen weekeinde overleed een meisje van zeventien. Aan mazelen. Voor mij is dat een overschreden grens. Niet zozeer dat overlijden; daarvan kun je beargumenteren dat het een persoonlijke keuze is. De overschreden grens is die van het weigeren van een preventieve inenting, terwijl je wéét dat daardoor het leven van anderen in gevaar komt. Je hébt geen keuze dan. Daar ligt de grens tussen jouw persoonlijke vrijheid en onze collectieve.
Die grens heeft een grillig verloop, net zo onlogisch als ons gedrag. Ogenschijnlijk gelijke zaken worden verschillend beoordeeld. Dan kun je wel hoog of laag springen, maar je verandert niet dat de oudste gewoonten de sterkste rechten hebben. De nieuwkomer zal een plek moeten bevechten. Dat wás zo, dat ís zo en dat blíjft zo.
Overleg, gesprek en dialoog zijn daarom belangrijke instrumenten. Eenieder die zich daaraan onttrekt, geeft ook zijn eigen vrijheid uit handen. Niet dat deelnemen meteen gelijk krijgen inhoudt. Het probleem zal je nu wel duidelijk zijn: tot waar en wanneer blijf je in gesprek? Het is nogal onpraktisch permanent te debatteren. Er moet ook worden geleefd en dus moeten er knopen worden doorgehakt.
Wij zijn zelf de motor achter iets engs (in mijn ogen). Als het voorgaande klopt, dan zal er een situatie gaan ontstaan waarin een dictatuur de samenleving regelt, die bepaalt wat kan en mag, die - helemaal waanzinnig - bepaalt wat geluk is. Die dystopie is niet ondenkbeeldig indien de bevolkingsgroei en -concentratie blijven als nu. Alhoewel chaos ook orde brengt, is het maar de vraag of mensen met chaos als ordeningsschema kunnen omgaan. Ik vermoed dat de meesten zullen neigen naar orde.
Je zou verwachten dat een steeds beter opgeleide bevolking steeds beter in staat miet zijn zichzelf te organiseren. Maar wie om zich heen kijkt in de publieke ruimte ziet wel enorm veel voorbeelden hoe we dat níet doen. Het verkeer, de politiek, gezondheidszorg, openbare financiën, religie, culturele gewoonten: de chaos neemt toe en we hebben er geen antwoord op.
Zo'n mazelenprik doet me ertoe neigen die prik dan maar door een centrale autoriteit te laten opleggen. Da's dan wel weer een stap naar die dystopie van den centralische systeem. En ik denk nog steeds te geloven in die chaosgedachte.
zondag 30 juni 2013
Hoezo 'nieuw'?!
In eerste instantie legde ik de opmerking bijna weer terzijde. Maar omdat juist die achteloze soms tot nadenken (zouden moeten) stemmen, gilde dat inwendig virtuele stemmetje dat dát niet de bedoeling is. En dus...
Iemand die over het algemeen verstandige dingen zegt, beweerde dat een tekst van een columnist niet zo interessant was omdat
Kijk, en dáár ben ik het dus hartgrondig níet mee eens. Als je dit blog 'doorbladert', zul je hopelijk zien dat ik probeer over te brengen dat het loont het alledaagse van een andere kant te bekijken. Dat levert je nieuwe beelden en inzichten op. Gegarandeerd.
Jóu!
De stelling moet verdedigbaar zijn, dat het haast onmogelijk is geworden iets te bedenken, beargumenteren wat elders nog niet is gedacht, wat uniek is. Degene die met de eer van een Waarlijk Unieke Gedachte aan de haal gaat, is degene die het verwoordt. Da's best vreemd, toch? Dat is niet degene die de gedachte het eerst dénkt, maar de eerste die 'm deelt. Voor mij is dit een reden om bijvoorbeeld ieders gedachten serieus te nemen; ook de bespiegelingen van de glazenwasser over de samenleving.
Maar goed: uniek.
Het citaat ademt 'waardevrijheid' uit. Dat zal de spreekster níet met me eens zijn, maar ik zeg het tóch. Het argument wordt losgekoppeld van z'n context en beoordeeld aan de hand van een soort meetlat van uniciteit. En omdát veel anderen het gebruiken, is het lager gewaardeerd. Dat is echter, zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen, in the eye of the beholder. Het is maar net wie ernaar kijkt.
Ik hoop echt dat je af en toe met een andere blik naar de wereld om je heen kijkt. Dat lukt lang niet genoeg. Het is lastig. Je vergeet het, en bekende patronen zijn snel en makkelijk. Maar toch... af en toe?! Zelfs mij lukt het, af en toe.
Als je - bijvoorbeeld als samenleving - wilt vernieuwden, dan is die open geest onontbeerlijk.in dat licht bezien, ben ik ook niet zo enorm onder de indruk van wat er zoal wordt 'geïnnoveerd'. Veel van die innovatoren blijken bij doorluisteren juist déze kwaliteit, openheid, te missen. In tegenstelling tot wat je zou verwachten bedoelen veel van die lui met 'wat goed is voor de mensen' 'wat ík vind dat goed is voor de mensen'. Innovatie is dan bevoogdend.
Dat werpt nieuw licht op de zaak. Het betekent - en ik denk dat ook te zien - veel trial and error, vallen en opstaan. Proberen. Niet omdat dat een goede ontwikkelstrategie is - dat deel ik volledig - maar vooral omdat je niet snapt wat je beoogde gebruikers wíllen. Dat de indrukwekkendste innovaties en de belangwekkendste theorieën levenswerken waren, dát vergeten we nog weleens. Haastige tijden maken dat we minder tijd nemen om goed te luisteren. Wat rest, is dan inderdaad de Aanpak van het Schot Breedspreidends Hagel: veel projecten starten en bij geen direct succes meteen weer stoppen.
Agile. Het eufemisme voor 'eigenlijk heb ik geen benul van de richting'?! En dús ook de beste aanpak?!
Iemand die over het algemeen verstandige dingen zegt, beweerde dat een tekst van een columnist niet zo interessant was omdat
zijn argument is ook niet fout, het is verschrikkelijk voorspelbaar en uitgekauwd. (...) Het is een argument dat iedere eerstejaars maakt. Gaap.
Kijk, en dáár ben ik het dus hartgrondig níet mee eens. Als je dit blog 'doorbladert', zul je hopelijk zien dat ik probeer over te brengen dat het loont het alledaagse van een andere kant te bekijken. Dat levert je nieuwe beelden en inzichten op. Gegarandeerd.
Jóu!
De stelling moet verdedigbaar zijn, dat het haast onmogelijk is geworden iets te bedenken, beargumenteren wat elders nog niet is gedacht, wat uniek is. Degene die met de eer van een Waarlijk Unieke Gedachte aan de haal gaat, is degene die het verwoordt. Da's best vreemd, toch? Dat is niet degene die de gedachte het eerst dénkt, maar de eerste die 'm deelt. Voor mij is dit een reden om bijvoorbeeld ieders gedachten serieus te nemen; ook de bespiegelingen van de glazenwasser over de samenleving.
Maar goed: uniek.
Het citaat ademt 'waardevrijheid' uit. Dat zal de spreekster níet met me eens zijn, maar ik zeg het tóch. Het argument wordt losgekoppeld van z'n context en beoordeeld aan de hand van een soort meetlat van uniciteit. En omdát veel anderen het gebruiken, is het lager gewaardeerd. Dat is echter, zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen, in the eye of the beholder. Het is maar net wie ernaar kijkt.
Ik hoop echt dat je af en toe met een andere blik naar de wereld om je heen kijkt. Dat lukt lang niet genoeg. Het is lastig. Je vergeet het, en bekende patronen zijn snel en makkelijk. Maar toch... af en toe?! Zelfs mij lukt het, af en toe.
Als je - bijvoorbeeld als samenleving - wilt vernieuwden, dan is die open geest onontbeerlijk.in dat licht bezien, ben ik ook niet zo enorm onder de indruk van wat er zoal wordt 'geïnnoveerd'. Veel van die innovatoren blijken bij doorluisteren juist déze kwaliteit, openheid, te missen. In tegenstelling tot wat je zou verwachten bedoelen veel van die lui met 'wat goed is voor de mensen' 'wat ík vind dat goed is voor de mensen'. Innovatie is dan bevoogdend.
Dat werpt nieuw licht op de zaak. Het betekent - en ik denk dat ook te zien - veel trial and error, vallen en opstaan. Proberen. Niet omdat dat een goede ontwikkelstrategie is - dat deel ik volledig - maar vooral omdat je niet snapt wat je beoogde gebruikers wíllen. Dat de indrukwekkendste innovaties en de belangwekkendste theorieën levenswerken waren, dát vergeten we nog weleens. Haastige tijden maken dat we minder tijd nemen om goed te luisteren. Wat rest, is dan inderdaad de Aanpak van het Schot Breedspreidends Hagel: veel projecten starten en bij geen direct succes meteen weer stoppen.
Agile. Het eufemisme voor 'eigenlijk heb ik geen benul van de richting'?! En dús ook de beste aanpak?!
Labels:
chaos,
column,
innovatie,
logica,
nadenken,
ontwikkelen,
orde,
samenleving,
uitdagen,
Vernieuwing
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)