Posts tonen met het label ontmenselijking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontmenselijking. Alle posts tonen

dinsdag 29 oktober 2013

Vrijheid komt met ... beperkingen

Sommige zaken zijn wat mij betreft onbespreekbaar. Daar heb je je maar bij neer te leggen. Dat klínkt niet autoritair; dat ís autoritair.

Om vrijheid te hebben, zul je vrijheid moeten inleveren.

Alhoewel het klinkt als een paradox, is het dat echt niet. Als je met tegen de zeventien miljoen mensen op een krappe 34.000 km2 leeft, is het druk. Temeer daar van die oppervlakte ook delen gebruikt moeten worden voor landbouw, veeteelt, ontspanning. Dan heb je regeltjes en regels nodig.

Ook als je principieel tegenstander bent van 'regels'; die zijn er altijd. Precies zoals kinderen spelen en bedrijven ontstaan, ontstaan regels. Eerst de vanzelfsprekende, onuitgesproken regels. Dan, na een eerste conflictje over 'wat mag', spreek je expliciet uit wat de regel is. Voor je het weet, worden afspraken vastgelegd in contractuele regels waaraan partijen kunnen refereren én zich moeten houden. Een neutrale derde kan dat beoordelen.

Die idealistische aanpak gaat scheef lopen als je het woord 'afspraken' ziet staan. Dat insinueert een stadium van onderhandeling, van gelijkwaardigheid en wederzijdse instemming. We wéten dat dat niet is. Als je werkgever zegt 'dan hebben we dat zó afgesproken', is de kans groot dat-i daarmee zíjn mening doordrukte en van een dun, aantrekkelijk vernislaagje probeert te voorzien. Als je wordt geboren, kom je op enige leeftijd echt niet in een situatie waarin jij, als individu, kunt onderhandelen over de invulling van jouw leven. De bestaande groep is zo groot en zo ingesteld op bestaande regels dat veranderen daarvan nogal moeilijk gaat.

Vrijheid is niet oneindig.

Vrijheid gaat tot waar het de vrijheid van een ander beïnvloedt. Dat is een mooi uitgangspunt; in een drukbevolkte omgeving wordt dat verdomd ingewikkeld. Misschien kun je het nog het beste met een goed plekje zoeken om op een festival iets te zien van een podiumact. Een stap opzij, naar voor of naar achter; in bijna al die gevallen kom je in aanraking met iemand die dáár al staat. Dan heb je het nog niet eens over die lange mensen die plompverloren voor anderen gaan staan. Of de kleintjes die nergens overheen kunnen kijken. Met gelijke lengtes is het al lastig.

Maar waar ligt die grens? Da's dus een lastige. Omdat het een permanent gesprek hoort te zijn, omdat ideeën en meningen veranderen. Omdat wat voor de een persoonlijk is, dat voor de ander niet zo hoeft te zijn. Omdat het maar de vráág is of jij wel water bij de wijn wílt doen voor een ander.

Afgelopen weekeinde overleed een meisje van zeventien. Aan mazelen. Voor mij is dat een overschreden grens. Niet zozeer dat overlijden; daarvan kun je beargumenteren dat het een persoonlijke keuze is. De overschreden grens is die van het weigeren van een preventieve inenting, terwijl je wéét dat daardoor het leven van anderen in gevaar komt. Je hébt geen keuze dan. Daar ligt de grens tussen jouw persoonlijke vrijheid en onze collectieve.

Die grens heeft een grillig verloop, net zo onlogisch als ons gedrag. Ogenschijnlijk gelijke zaken worden verschillend beoordeeld. Dan kun je wel hoog of laag springen, maar je verandert niet dat de oudste gewoonten de sterkste rechten hebben. De nieuwkomer zal een plek moeten bevechten. Dat wás zo, dat ís zo en dat blíjft zo.

Overleg, gesprek en dialoog zijn daarom belangrijke instrumenten. Eenieder die zich daaraan onttrekt, geeft ook zijn eigen vrijheid uit handen. Niet dat deelnemen meteen gelijk krijgen inhoudt. Het probleem zal je nu wel duidelijk zijn: tot waar en wanneer blijf je in gesprek? Het is nogal onpraktisch permanent te debatteren. Er moet ook worden geleefd en dus moeten er knopen worden doorgehakt.

Wij zijn zelf de motor achter iets engs (in mijn ogen). Als het voorgaande klopt, dan zal er een situatie gaan ontstaan waarin een dictatuur de samenleving regelt, die bepaalt wat kan en mag, die - helemaal waanzinnig - bepaalt wat geluk is. Die dystopie is niet ondenkbeeldig indien de bevolkingsgroei en -concentratie blijven als nu. Alhoewel chaos ook orde brengt, is het maar de vraag of mensen met chaos als ordeningsschema kunnen omgaan. Ik vermoed dat de meesten zullen neigen naar orde.

Je zou verwachten dat een steeds beter opgeleide bevolking steeds beter in staat miet zijn zichzelf te organiseren. Maar wie om zich heen kijkt in de publieke ruimte ziet wel enorm veel voorbeelden hoe we dat níet doen. Het verkeer, de politiek, gezondheidszorg, openbare financiën, religie, culturele gewoonten: de chaos neemt toe en we hebben er geen antwoord op.

Zo'n mazelenprik doet me ertoe neigen die prik dan maar door een centrale autoriteit te laten opleggen. Da's dan wel weer een stap naar die dystopie van den centralische systeem. En ik denk nog steeds te geloven in die chaosgedachte.

donderdag 26 september 2013

De ontmenselijkte mens

Als er iets is wat mij zorgen baart, is het de manier waarop we met elkaar omgaan. Op z'n Hollands-helderst: dat gaat beroerd. Onze innovatiedrang heeft daarin een belangrijke rol. Wellicht komen we er ooit achter dat we stomweg zelfdestructief zijn, als mensheid.

Innovatie - hier téchnische innovaties, geen sociale - heeft wel wat bijzonderheden. Zo is mobiliteit een van de belangrijkste velden als het om vernieuwing gaat. Voortbewegen hebben we altijd al 'verbeterd'. Met een wiel, een fiets, een stoomauto, een benzine-auto: de eerste toepassingen vergemakkelijkten en versnelden onze voortbeweging.

Parallel aan die ontwikkeling loopt ook de ontmenselijking.

Het bekendste voorbeeld is de auto. Was de eerste nog gebaseerd op de bekende paard en wagen - weet je nog? Innovatie is vaak het bestaande automatiseren - de modernste denken. Dat denken wordt aan jou verkocht als 'denken in jouw belang'. Want da's toch veel veiliger? Een auto met stuurbekrachtiging, met ABS, met airbags, met 'Gordel Om!'waarschuwingen, met navigatie, met alcoholslot: stapsgewijs neemt de auto het heft in handen.

Da's allemaal bekend, toch?! Maar heb je weleens op straat gekeken?

De effecten zijn de zaken die me zorgen baren. Of het terecht is die één op één toe te schrijven aan deze vernieuwingen, weet ik niet helemaal zeker. Wat ik wel weet, is dat ik de indruk heb dat dat zo ís.

Mijn indruk is dat onze intolerantie op straat voor een groot deel is bepaald door de mate van innovatie. Mijn theorie gaat in de richting: de automobilist is steeds verder verwijderd geraakt van het leven buiten de auto, buiten zijn instrumentenpaneel. Binnen de auto beschikt hij, in zijn eigen cocon, over zoveel veiligheidssystemen dat-i zich wel haast onfeilbaar móet gaan wanen. Zelfs deukjes worden voorkomen door parkeersystemen en achteruitrij-afstandmetertjes.

Op straat is de auto aanwezig, niet de automobilist. De vergelijking met voortbewegende huiskamers is wellicht zo gek nog niet. De aandacht voor de leefbaarheid ín het apparaat is groot. Hifi-muziek, telefoon, versiering, tv... Hoe ziet jouw huiskamer er uit? En daarbuiten, bijna onhoorbaar, is de boze buitenwereld.

De ontmenselijkte mens is de mens die niet meer vertrouwt op eigen kennis en intuïtie, maar op techniek.

Maar dat zijn dan toch alleen maar automobilisten voor wie dat opgaat?

Nou, nee dus. Want het systeem 'verkeer' bestaat uit meer elementen; de grootste groepen zijn de voetgangers en de wielrijders, het langzame verkeer. Samen met de automobilisten, en anderen, vormen zij een verkeerssysteem. En dát betekent dat die elementen op elkaar effect hebben. Zie daar het effect van innovatie: het gedrag van automobilisten roept een reactie op bij andere weggebruikers.

Het nadrukkelijk snel rijden, het met veel poeha voortbewegen, het venijnig geluid maken om de aanwezigheid te benadrukken, het nadrukkelijk gebruik maken van de uitstraling van macht en kracht van de auto; dat alles wordt gezien, dat alles wordt ervaren, dat alles roept een reactie op. Waarom zou de fietser zich inferieur achten? Waarom zou de voetganger zijn plaats niet opeisen? En dus begint een wedloop-achtige situatie waarin regels steeds meer worden genegeerd.

Nu kun je blijven volhouden dat dat allemaal individuele beslissingen zijn. Je kunt die ook interpreteren als reacties op de omgeving, inclusief andermans gedrag. Dan is dat individuele toch echt een stuk minder individueel; zeker in drukke - lees: complexe - omgevingen.

De vraag die je dient te gaan stellen, denk ik, is of we met die gevolgen niet omgevingen scheppen die helemaal niet meer geschikt zijn voor mensen. Dat klinkt dramatisch. Maar als je nu door je wimpers naar stadsleven kijkt; wat zie jij dan?