Het verbaast me nog steeds dat er geen grote groepen ambtenaren, met knuppels en stokkend zwaaiend, optrekken naar de stadscentra. De reden: belediging.
Het is één van de ergerlijkste uitdrukkingen, vooral bij vacatures: 'wij zoeken medewerkers die geen 9tot5 mentaliteit hebben'. De werkgever die die zin bezigt, moet zich goed (gaan) realiseren wat-i zegt.
Hard aantonen dat het over ambtenaren gaat, zal me niet lukken. Maar er is genoeg ondersteunend materiaal. De tijd dat de uitdrukking opkwam, is het heel gewoon - en leuk, zeg - om grappen te maken over ambtenaren. Die gaan dan vooral over het nietsnuttig karakter van hun werk. Dat dat opgaat voor heel grote groepen medewerkers bij heel grote bedrijven wordt over het hoofd gezien.
Het beledigende zit 'm er in dat wordt gedaan alsof van 09.00 tot 17.00 werken inferieur is. Maar waaraan? En waarom zou het niet juist zijn?
Het is ook een gevolg van de doorbreking van allerlei conventies. Vakantiespreiding. Ontzuiling. En ook de gezamenlijke werktijd - ergens tussen 08.30 en 17.30 uur - zorgden voor uniformiteit. Nederland eet om 18.00 uur; het kantoorlijke deel dan. Want Nederland heeft een dan snelgroeiende formatie 'kenniswerkers', 'witte boorden' of 'kantoorklerken'.
Die mensen werkten netjes acht uur per dag (en waren dus 8,5 uur 'op kantoor'). Niets mis mee, want daarvoor werden ze betaald.
In de protestperiode zet je je uiteraard af tegen 'die burgermannetjes' als je enigszins vernieuwend meende te zijn. Man, man, de creatieve mensen van reclamebureaus; die moesten 'hun flow volgen' en die beperkte zich niet tot kantoortijden. Wetenschappers waren er ook erg goed in, zij het dat die vaak bijzonder laat in de ochtend aan de eerste koffie begonnen. Prima, die flexibiliteit.
Sinds decennia is die flexibiliteit ook ontdekt door werkgevers met mindere bedoelingen. De sociale druk om vooral geen 9tot5-mentaliteit er op na te houden, is sindsdoen enorm. Niemand wil burgerlijk of conservatief zijn. Iedereen doet aan witte voetjes.
En iedereen belazert zichzelf, als-t-i zich zo gedraagt.
Want niemand zal je complimenteren met je inzet. Niemand zal je herinneren als 'die ene die geen 9tot5 mentaliteit had'. Je wordt betaald voor je werk en in een dienstverband staan daarvoor uren per dag. Daarbuiten ligt je eigen leven, waarover je werkgever geen enkele zeggenschap heeft (alhoewel dat waanzinnig snel aan het veranderen is).
Voor flexibiliteit valt uiteraard iets te zeggen. De beste oplossing is als beide partijen een norm hanteren van 'gemiddeld 8 uur per dag', met bijvoorbeeld een bandbreedte van 7 tot 9 uur. Of zoiets. Maar met als uitgangspunt erkenning van wederzijdse belangen en 'dus' een in de gaten houden van een gezond gemiddelde.
Kijk, en daar wringt de schoen ook.
Pas geleden zag ik een personeelsadvertentie voor een, laak ik zeggen, pakjesbezorger. In de vacaturetekst stond, ongelogen, de verwachting dat dat iemand was zonder de infame 9tot5 mentaliteit. In een zwaar onderbetaald beroep, waar stuksbeloning nog een mooi woord is voor de salariëring, wordt dus verwacht dat je maar blijft doorgaan.
Waar de ambtenaren eigenlijk pisnijdig zouden moeten zijn over de - allang verouderde - basis voor de 'uitdrukking', zo zouden werknemers die ermee geconfronteerd worden alsof het een functie-eis is, ook heel pissig moeten zijn.
Jij kent de voorbeelden ook. Van werkgevers die vinden dat je wel langer moet werken, maar nooit korter. Die snappen he-le-maal niets van mensen en van commitment. Wederkerigheid als basis is een stuk verstandiger.
Overigens kun je dat ook de andere kant op verkeerd doen. Ik hoorde er dit weekeinde weer een. Van een werkgever die eiste dat zijn werknemers tijdens de uren dat ze werden betaald op hun werk bleven. Vrij logisch, maar wat-i blijkbaar niet zag, was dat zij loeihard hadden gewerkt als ze eerder weg mochten. Kijk, als je dat níet waardeert, kun je uittekenen wat er gebeurt: het tempo is weg. Want, tja, snel of langzaam werken heeft voor jou toch geen enkel gevolg. Als je er maar bent. Van 9 tot 5.
Posts tonen met het label arbeid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label arbeid. Alle posts tonen
woensdag 6 augustus 2014
zondag 3 augustus 2014
Hij komt: de 'zelfstandige met geld', de zmg'er.
Hij ís er al. Maar we zien hem nog niet.
Een probleem moet je van verschillende kanten bekijken, vooral een vastgelopen exemplaar. Zoals ik hier al vaker beweerde, geldt dat ook, en met name, voor 'de econonomische crisis'. Die gaat structureel niet worden opgelost zonder een herbezinning en herdefiniëring van wat arbeid eigenlijk is.
Het is óók een probleem waarvoor de oplossing al beschikbaar is; als je 'm wílt zien en ermee verder wilt.
Begin eens aan het eind.
Je arbeidzame leven zit er op. Na jaren zwoegen liggen daar de zeeën van tijd, de oceanen met nieuwe mogelijkheden. Wat doe je daarmee? Da's een ongelooflijk relevante vraag, want die zeeën en oceanen waren er al tijd al, maar jij was bezig met iets anders: geld verdienen. Dat móet kloppen, want als je je passie - blegh-woord - of je vreugde had gevolgd, had je wellicht (waarschijnlijk, denk ik zelfs) iets anders gedaan.
Maar goed. Nu is er de kans om dingen te doen die je echt leuk vindt, die je intrinsieke bevrediging opleveren. Je kunt aspecten die je niet bevallen, buitensluiten en je kunt werk dat je niet bevalt stomweg negeren. Een mooi toekomstbeeld, dat voor de een meer realiteit zal worden dan voor de ander.
Maar er is een groep die interessant is. Dat is de groep mensen die zo heeft gewerkt en geleefd dat zij financieel onafhankelijk kunnen gaan leven. Hetzij omdat zij hebben gespaard, hetzij omdat ze soberder bestaanswensen hebben; maar bovenal omdat ze financieel onafhankelijk zijn van wérk. We kennen ze allang onder verschillende namen: de rentenier, de gepensioneerde, de babyboomer.
Dit zijn de ZMG'ers; de zelfstandigen met geld. Een categorie die we nog niet kenden, maar die wel bestaat.
Het zijn al die mensen die op de arbeidsmarkt actief blijven of worden, maar dan op hún voorwaarden. Het zijn professionals, ervaren mensen die hun kennis en ervaring voor heel lage tarieven kunnen vermarkten, omdat geld geen drijfveer meer is. Het zijn de mensen die door hun keuzes voor werkgevers keiharde oordelen vellen over werkgevers (als men zelfs grátis niet voor je wil werken...).
De arbeidsmarkt zal worden opgeschud. In een afhankelijke periode zullen werknemers werken ondergeschikt aan de wensen van werkgevers teneinde een toekomst op te bouwen. In die periode wordt gespaard voor de oude dag. Dan komt er iets wat we niet eerder kenden: de onafhankelijke periode. Dat is de periode waarin het gouden koord van de werkgever wordt verbroken.
Het is niet het principe wat nieuw is, maar wel de omvang en intentie. Renteniers kenden we al. Maar mensen die op grote schaal nieuwe banen gaan benutten om nog actief te zijn; da's relatief onbekend.
Het zál ook gebeuren. Ouderen worden geacht langer te participeren op de arbeidsmarkt. Maar nooit hoor je iemand over de instrumenten om dat te stimuleren laat staan te sturen. Nog steeds wordt gedacht in termen van de koorden van salaris en loon. Maar wat als dat wegvalt?
De effecten zullen er ook zijn. Niet iedere werknemer-op-leeftijd zal in de positie komen zelf te beslissen. Móeten werken voor een loon zal niet op slag verdwijnen. Maar wel zal een kapitaalkrachtig deel - nu al doelwit van de overheid - zich manifesteren. De kans is groot dat dat goed opgeleide mensen zullen zijn. Werkgevers zullen die ZMG'ers, goedkoop, ongetwijfeld willen hebben. "Hoeveel zmg'ers heb jij in dienst?" Maar de keuzes van ZMG'ers zullen veelzeggend kunnen zijn.
Het denken in verhoogde AOW- en pensioenleeftijden geeft aan dat vooralsnog te sterk wordt geredeneerd vanuit een eerste fase, waarin 'werken voor inkomen' geldt. En zolang de inzet van 'inkomen voor werk' wordt weg gezet als 'vrijwilligerswerk' - alsof dat niet professioneel kan zijn - zal de ZMG'er als fenomeen nog niet veel kans maken.
Een probleem moet je van verschillende kanten bekijken, vooral een vastgelopen exemplaar. Zoals ik hier al vaker beweerde, geldt dat ook, en met name, voor 'de econonomische crisis'. Die gaat structureel niet worden opgelost zonder een herbezinning en herdefiniëring van wat arbeid eigenlijk is.
Het is óók een probleem waarvoor de oplossing al beschikbaar is; als je 'm wílt zien en ermee verder wilt.
Begin eens aan het eind.
Je arbeidzame leven zit er op. Na jaren zwoegen liggen daar de zeeën van tijd, de oceanen met nieuwe mogelijkheden. Wat doe je daarmee? Da's een ongelooflijk relevante vraag, want die zeeën en oceanen waren er al tijd al, maar jij was bezig met iets anders: geld verdienen. Dat móet kloppen, want als je je passie - blegh-woord - of je vreugde had gevolgd, had je wellicht (waarschijnlijk, denk ik zelfs) iets anders gedaan.
Maar goed. Nu is er de kans om dingen te doen die je echt leuk vindt, die je intrinsieke bevrediging opleveren. Je kunt aspecten die je niet bevallen, buitensluiten en je kunt werk dat je niet bevalt stomweg negeren. Een mooi toekomstbeeld, dat voor de een meer realiteit zal worden dan voor de ander.
Maar er is een groep die interessant is. Dat is de groep mensen die zo heeft gewerkt en geleefd dat zij financieel onafhankelijk kunnen gaan leven. Hetzij omdat zij hebben gespaard, hetzij omdat ze soberder bestaanswensen hebben; maar bovenal omdat ze financieel onafhankelijk zijn van wérk. We kennen ze allang onder verschillende namen: de rentenier, de gepensioneerde, de babyboomer.
Dit zijn de ZMG'ers; de zelfstandigen met geld. Een categorie die we nog niet kenden, maar die wel bestaat.
Het zijn al die mensen die op de arbeidsmarkt actief blijven of worden, maar dan op hún voorwaarden. Het zijn professionals, ervaren mensen die hun kennis en ervaring voor heel lage tarieven kunnen vermarkten, omdat geld geen drijfveer meer is. Het zijn de mensen die door hun keuzes voor werkgevers keiharde oordelen vellen over werkgevers (als men zelfs grátis niet voor je wil werken...).
De arbeidsmarkt zal worden opgeschud. In een afhankelijke periode zullen werknemers werken ondergeschikt aan de wensen van werkgevers teneinde een toekomst op te bouwen. In die periode wordt gespaard voor de oude dag. Dan komt er iets wat we niet eerder kenden: de onafhankelijke periode. Dat is de periode waarin het gouden koord van de werkgever wordt verbroken.
Het is niet het principe wat nieuw is, maar wel de omvang en intentie. Renteniers kenden we al. Maar mensen die op grote schaal nieuwe banen gaan benutten om nog actief te zijn; da's relatief onbekend.
Het zál ook gebeuren. Ouderen worden geacht langer te participeren op de arbeidsmarkt. Maar nooit hoor je iemand over de instrumenten om dat te stimuleren laat staan te sturen. Nog steeds wordt gedacht in termen van de koorden van salaris en loon. Maar wat als dat wegvalt?
De effecten zullen er ook zijn. Niet iedere werknemer-op-leeftijd zal in de positie komen zelf te beslissen. Móeten werken voor een loon zal niet op slag verdwijnen. Maar wel zal een kapitaalkrachtig deel - nu al doelwit van de overheid - zich manifesteren. De kans is groot dat dat goed opgeleide mensen zullen zijn. Werkgevers zullen die ZMG'ers, goedkoop, ongetwijfeld willen hebben. "Hoeveel zmg'ers heb jij in dienst?" Maar de keuzes van ZMG'ers zullen veelzeggend kunnen zijn.
Het denken in verhoogde AOW- en pensioenleeftijden geeft aan dat vooralsnog te sterk wordt geredeneerd vanuit een eerste fase, waarin 'werken voor inkomen' geldt. En zolang de inzet van 'inkomen voor werk' wordt weg gezet als 'vrijwilligerswerk' - alsof dat niet professioneel kan zijn - zal de ZMG'er als fenomeen nog niet veel kans maken.
zaterdag 4 mei 2013
Collega's: vriend of vijand?
Dit is de verklaring:
In Infoworld schrijft Galen Gruman dit artikel - Social business apps' weakness: Being social - waarin dit citaat voorkomt.
Het klinkt logisch: jouw werk is niet jouw vrienden- of familienetwerk. Dat wordt door heel andere factoren en criteria bepaald. En dus is het ook niet verwonderlijk dat het kopiëren van social media naar bedrijfsomgevingen niet (goed) werkt.
Toch waag ik dat te betwijfelen. Niet dat ze niet werken. Maar wel de verklaring. Alhoewel degene die ík eerder als verklaring zou zien, wel wordt genoemd: "Be open with us and your colleagues, and note everything you say is recorded and subject to disciplinary action.".
Gruman schrijft zijn artikel over bestaande bedrijven die social media implementeren. Wat ik met hem eens ben, is dat zonder visie gebeurt. Maar dat geldt voor het najagen van veel. Dat is in het (moderne) bedrijfsleven met z'n fixatie op korte termijn, onbetwist. Dat gaat fout. Heel terecht wijst Gruman er op dat het van het grootste belang is te weten hoe mensen samenwerken en welke toepassingen dat ondersteunen.
Dat betekent wel dat de onderneming ook dát wíl doen: de samenwerking tussen medewerkers centraal stellen. Jammer genoeg zal een gemiddeld manager eerder denken in termen die neerkomen op 'leiding geven aan zijn ondergeschikten'. Dat is de diametraal tegengestelde positie. Serieus luisteren en gehoor geven aan die samenwerking, impliceert ook eigen idee en oordeel terzijde plaatsen. Als ik één vraagteken zou mogen plaatsen bij de LEAN-aanpak is dat precies dit.
In die klassieke, verouderde termen denkend, klopt het wel dat social media niet passen. Dat is ook wat ik de afgelopen jaren keer op keer van collega's hoorde: 'Ja, ik ga me daar sociaal zijn met collega's', 'Wat zou ík nu moeten delen met de rest?', 'Als ik ze vertel wat ik doe en denk, krijg ik dat op m'n bordje'. En dat is dus een club die zichzelf probeert te afficheren als 'innovatief'. Mij is het nooit gelukt daar tussen de oren te krijgen dat dat een valse claim is en dat het management een klassieke uitvoeringscultuur maakten.
Wat ik bijzonder vind aan Grumans betoog, is dat-i begint met de idee dat social media gaan over het publiceren van persoonlijke berichten, roddel en geruchten én dat dát geen (directe) relatie heeft met werk. Zoals het hoort; zó absoluut stelt hij het niet:
Kijk. Daar wijk ik af. Want als betrokkenheid - en vertrouwen, veiligheid - belangrijk zijn, dan zijn juist die sociale processen van het allergrootste belang. In tijden van oorlog zal ik vertrouwen op mensen die ik goed kén. Klinkt dramatisch, maar het is wel een goede graadmeter voor die hechtheid. En dan is het juist góed meer te weten en doen dan alleen werkgerelateerde informatie uitwisselen. Dat maakt een veilige omgeving.
Eigenlijk krijg ik ook wel gelijk. Want als er één plek is waar ik die manier van samenwerken vaker dan elders zag, dan is het deze waar ook Gruman op wijst:
Het begint en eindigt met mensen. De komst van social media heeft ons nieuwe instrumenten gegeven. Die met alle geweld in oude keurslijven persen, gaat niet werken.
The workplace is not a collection of friends and family sharing personal updates, rumors, and the like, so labeling business tools as social simply doesn't make sense.
In Infoworld schrijft Galen Gruman dit artikel - Social business apps' weakness: Being social - waarin dit citaat voorkomt.
Het klinkt logisch: jouw werk is niet jouw vrienden- of familienetwerk. Dat wordt door heel andere factoren en criteria bepaald. En dus is het ook niet verwonderlijk dat het kopiëren van social media naar bedrijfsomgevingen niet (goed) werkt.
Toch waag ik dat te betwijfelen. Niet dat ze niet werken. Maar wel de verklaring. Alhoewel degene die ík eerder als verklaring zou zien, wel wordt genoemd: "Be open with us and your colleagues, and note everything you say is recorded and subject to disciplinary action.".
Gruman schrijft zijn artikel over bestaande bedrijven die social media implementeren. Wat ik met hem eens ben, is dat zonder visie gebeurt. Maar dat geldt voor het najagen van veel. Dat is in het (moderne) bedrijfsleven met z'n fixatie op korte termijn, onbetwist. Dat gaat fout. Heel terecht wijst Gruman er op dat het van het grootste belang is te weten hoe mensen samenwerken en welke toepassingen dat ondersteunen.
Dat betekent wel dat de onderneming ook dát wíl doen: de samenwerking tussen medewerkers centraal stellen. Jammer genoeg zal een gemiddeld manager eerder denken in termen die neerkomen op 'leiding geven aan zijn ondergeschikten'. Dat is de diametraal tegengestelde positie. Serieus luisteren en gehoor geven aan die samenwerking, impliceert ook eigen idee en oordeel terzijde plaatsen. Als ik één vraagteken zou mogen plaatsen bij de LEAN-aanpak is dat precies dit.
In die klassieke, verouderde termen denkend, klopt het wel dat social media niet passen. Dat is ook wat ik de afgelopen jaren keer op keer van collega's hoorde: 'Ja, ik ga me daar sociaal zijn met collega's', 'Wat zou ík nu moeten delen met de rest?', 'Als ik ze vertel wat ik doe en denk, krijg ik dat op m'n bordje'. En dat is dus een club die zichzelf probeert te afficheren als 'innovatief'. Mij is het nooit gelukt daar tussen de oren te krijgen dat dat een valse claim is en dat het management een klassieke uitvoeringscultuur maakten.
Wat ik bijzonder vind aan Grumans betoog, is dat-i begint met de idee dat social media gaan over het publiceren van persoonlijke berichten, roddel en geruchten én dat dát geen (directe) relatie heeft met werk. Zoals het hoort; zó absoluut stelt hij het niet:
Businesses don't need social tools, but they need collaboration and communications tools. Businesses don't need to reinvent human interplay at work as if it were a virtual party, but they need to help people work together to achieve the desired creative, efficiency, and other results from that collaboration.
Of course, human interactions by definition are social, and you get more useful collaboration if you encourage constructive dialog -- that is, get people to engage. Call that human factor "engagement," not "social," and focus on what you really want. Engagement is critical to collaboration, but engagement for its own sake is not critical at all.
Kijk. Daar wijk ik af. Want als betrokkenheid - en vertrouwen, veiligheid - belangrijk zijn, dan zijn juist die sociale processen van het allergrootste belang. In tijden van oorlog zal ik vertrouwen op mensen die ik goed kén. Klinkt dramatisch, maar het is wel een goede graadmeter voor die hechtheid. En dan is het juist góed meer te weten en doen dan alleen werkgerelateerde informatie uitwisselen. Dat maakt een veilige omgeving.
Eigenlijk krijg ik ook wel gelijk. Want als er één plek is waar ik die manier van samenwerken vaker dan elders zag, dan is het deze waar ook Gruman op wijst:
(...) focusing on specific collaboration needs and identifying technologies that truly support them. A good place to start is to "look for scenarios where people are working differently, then seeing what tools they are using." People, especially those engaged in creative work, are good at finding tools. Rather than impose tools on such people, see if you can grow from what they find useful or at least use them as a starting model.
Het begint en eindigt met mensen. De komst van social media heeft ons nieuwe instrumenten gegeven. Die met alle geweld in oude keurslijven persen, gaat niet werken.
maandag 2 juli 2012
Waartoe drie dimensionaal kopiëren leidt
Kun je je nog herinneren hoe je vroeger in de bibliotheek een discotheek had waar je lp’s kon lenen? (voor iedereen jonger dan 40 jaar: dat zijn dus de vinyl platen die nu weer je-van-het zijn. In onze tijd trokken ze weleens krom, jankte of ‘zweefde’ het geluid omdat de plaat-as niet precies in het midden zat of de platenspeler niet precíes de 33 1/3 toeren haalde)
Of de tijd dat je voor school ook echt scripties moest overschrijven, of overtikken, omdat het origineel niet onbewijsbaar voor de leraar kon worden gekopieerd?
De tijd dat je een televisietoestel liet repareren door een monteur die geheimzinnige lampen en onderdelen verving? En de wasmachine-reparateur dan?
En aan een auto kon je zelf nog sleutelen. Voor de duidelijkheid: ík niet. Mijn technische kennis is zuiver theoretisch. Maar ik heb talloze jongeren aan ‘auto’s’ zien werken: apparaten die heden ten dage gegarandeerd níet door de APK zouden komen. Al die bezorgde moeders… ze hadden vaak gelijk.
Maar die tijd is voorbij. We werken nu modulair. Zelfs een koplamp van onze twaalf jaar oude auto is een vrij complexe operatie. Daarbij wordt niet eens het lampje vervangen, maar een hele module. En op een gegeven moment gaat het een grens over. Dan blijkt ineens dat je goedkoper uit bent met het kopen van een hele printer dan een navulling voor je bestaande. Dan gooi je vrij achteloos je elektrische tandenborstel weg omdat-i kapot is. Dan zijn de batterijen op fietslampjes en zijn nieuwe duurder dan een nieuw apparaatje.
We schuiven op. Van duurzame gebruiksgoederen zijn we terecht gekomen in een wereld waarin (korte termijn) winst telt. Een wereld waarin je niet meer repareert omdat dat niet meer kán, maar omdat het te dúúr is.
Gelukkig is er de cradle to cradle-beweging, die ons leert zo te produceren dat we geen restafval hebben en alles kunnen hergebruiken. Gedachteloze verspilling zou niet meer kunnen bestaan. Maar dat duurt nog even.
Inmiddels zitten we geobsedeerd te kijken naar wat ‘de techniek’ nog meer vermag. In De Wereld Draait Door werd het gedemonstreerd en de tech-idealisten vertellen al enkele jaren dat het kan: 3D kopiëren. Van eenvoudige vormen als asbakken en vazen tot en met complexere als auto-onderdelen: de demonstraties vliegen je om de oren. Uitgevoerd in bewerkelijk materiaal kan zowat iedere vorm worden geïmiteerd. Met als voorlopig hoogtepunt, de stelling dat ook lichaamsdelen kunnen worden gereproduceerd. De techniek staat werkelijk voor niets.
Nu is het ook wel hándig. Je bestelt een onderdeel voor je vaatwasser in een ver land en krijgt een stukje software gestuurd waarmee een 3D printer het onderdeel ter plaatse kan namaken. Snel en heel veel vervoerkosten uitsparend.
Maar eigenlijk lijkt het me veel interessanter wat het effect zal zijn op de maakindustrie. Want zoals de mp3 in staat bleek een industrie open te breken doordat muziek eindeloos, makkelijk en snel kon worden gereproduceerd, zoals ook e-boeken en films op het internet zijn te vinden: zo gaan we ook stoelen, tafels, vaatwerk en wc-potten kopiëren?
Dat lijkt me grandioos. Want het beeld wat daarbij hoort, is van een huishouden met een kwalitatief goede 3 D-printer en een netwerk aan ‘illegale’ 3D-mallen. Dat gaan we natuurlijk wel doen: de bestanden delen met elkaar. Met één origineel kun je immers oneindig veel kopieën maken. Zijn we meteen ook van het probleem van de toeristen-namaak af. Niks Rolex van een of andere aziatische markt, maar een ‘originele’, ge-3D’t.
Het zou betekenen dat er wéér een tussenlaag verdwijnt, of minstens verkleint. De maak-industrie zal immers voor slechts een paar, complexe producten noodzakelijk blijven. Complex kan dan ‘groot’ zijn of werkelijk erg ingewikkeld samen te stellen. Maar voor grote delen van een inventaris zal gelden dat je dat kopieert.
Dát is dus ontregelend; niet de techniek, maar het effect ervan: het verdwijnen van grote delen van maakindustrieën. En de werkgelegenheid, want werken is een gevolg van ondoelmatig produceren. Doordat computers dat meer en meer overnemen, neemt de doelmatigheid ervan toe en wordt de mens als productiefactor overbodig. Dan hebben we meteen wel een nieuw verdelingsbasis voor geld nodig, omdat er te weinig mensen nog kúnnen werken.
3D kopiëren heeft dus nogal wat consequenties (zie ook dit gratis boek van Cory Doctorow. Tip van @joostburger).
Wat rest, is de herwaardering van de ontwerper. Die ontwerpt en laat zijn klanten zijn ontwerp zelf maken. Het is dus voor de komende generaties heel verstandig ‘handwerksman moderne stijl’ te worden. En dat lijkt mij een prima, meer dan prima, zaak.
Labels:
3d printing,
aardewerk,
arbeid,
film,
huishouden,
kopie,
mp3,
trendwatcher
Locatie:
2321 Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)