Posts tonen met het label mp3. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mp3. Alle posts tonen

dinsdag 4 juni 2013

Daarom is downloaden juist góed.

Ergens in mijn digitale werkelijkheid slingeren 8800 Nederlandstalige boeken rond. Als je over digitale straten en pleinen zwerft, vind je nog weleens wat. Dus ook 8800 boeken in één keer. Overigens moet er daar ook een verzameling van iets meer dan 12000 boeken rondslingeren.

Dan heb je dus 8800 boeken. Om te beginnen is een groot deel niet 'jouw smaak'. Baantjer? Mwah nee. Agatha Christie? Die las ik op de middelbare school. Pietje Bell en Arendsoog? De verhálen hebben geen waarde, wel de boeken van toen: beduimeld, gescheurd, gelézen. Grote auteurs, beroemde titels; ook zij staan er in, als ook naslagwerken als de bijbel. Dan blijft er nog steeds een onzalig grote hoeveelheid boeken over van auteurs die míj even niets zeggen. Uiteindelijk resten er dan een stuk of honderd die 'de moeite waard zijn'.

Op mijn computers staan ook honderden muziek-albums. In MP3-bestandsformaat, want ik stel geen hoge eisen. Binnengehaalde FLAC-bestanden heb ik vroeger naar MP3 geconverteerd; stomweg vanwege het gemak. En sinds kort staan ze weer bij elkaar: de zelfgebreide albums met de zelfgeprinte hoesjes. Huisvlijt. Stof te verzamelen, zoals de beeldjes van Fimo'klei' die hier jaren geleden in forse aantallen werden gemaakt. Huisvlijt die nu stof verzamelt.

De Nederlandse overheidsbenadering van het verschijnsel downloaden heeft mijn steun. Uploaden mag niet, maar downloaden van muziek, boeken en films voor eigen gebruik mag. Sterker, ik denk dat het bestrijden ervan volledig averechts werkt.

Als je in de digitale wereld om je heen kijkt en lúistert (leest), dan kom je wellicht ook tot die conclusie. De weg ernaartoe, die ik volgde, is niet zo verborgen. Zoals het magnetisch noorden of de zon onze oriëntatie bepalen, zo speelt zoiets ook hier een rol. Alleen is dat geen natuurkundig fenomeen, maar een sociaal(-psychologisch). Geld, in de zin van 'betalen voor', neemt daar een veel minder belangrijke plaats in dan gedacht. Het is helemaal niet het ontwijken van dat betalen wat drijfveer is voor downloaden. Die drijfveer is het ontwijken van risico.

Je hebt veel geld uitgegeven aan een slimme telefoon of bureaucomputer met cd-brander. Of aan een discman - jaren tachtig! De tijd van de cassettebandjes is voorbij. Die van digitale media begint. Maar is dat wat voor jou? Er wordt gezegd dat de cd een veel te blikkerig geluid heeft in vergelijking met de analoge lp. En dat, hoe heet 't, MP3; daarvan zeggen ze dat het zoveel verkleind om maar hanteerbaar te zijn dat ook allerlei muzikale details verdwijnen.

Dat probeer je dus eens uit, als dat mogelijk is. Per slot van rekening deed je dat altijd al met lp's en boeken. Die werden uitgeleend. En soms nooit meer terug gegeven: ik weet van veel ook nog door wie niet! Dat 'proberen' is zo'n risicomijding, denk ik.

Die digitale boeken volgen ook zo'n soort van pad. Gaat het je bevallen: lezen vanaf een e-reader, een slimme telefoon, een tablet? Weet jij veel? Nee, véél nog niet. Da's precies het probleem. Je hebt er geen ervaring mee en weet ook niet wat te verwachten. Wat is de leeservaring als je geen bladzijden meer omslaat? Als je zelf bepaalt hoe groot je 'bladzijde' is? Als je niet meer ziet hoe ver je al bent in een boek? Niet het verhaal op zich is de nieuwigheid, maar de leeservaring.

En dan blijkt er dus een waanzinnig aanbod aan digitale inhoud te bestaan. Met een klein beetje moeite maak je je de wereld van torrents en van NZB's eigen. En wég ben je, als een kind in een snoepwinkel. Die kinderen hebben het moeilijk met kiezen. Jij ook. Links, rechts, boven, beneden, overal vandaan wordt muziek en worden boeken gegraaid. Het kán. Het ís er. Het roept iets hebberigs op; alsof ieder moment alle muziek en literatuur van de wereld wég kan zijn en jij jouw verzameling moet veiligstellen. Niet langer lenen of luisteren bij de platenzaak. Je downloadt het en ziet wel of het iets is.

Maar er komt een omslagpunt.

Op een goede dag ben je het zat avond na avond torrents en spots af te zoeken, te downloaden - soms te ontdekken dat het nog de verkeerde is, ook - en ergens op te slaan. Dat is het moment waarop de industrie geduldig op moet kunnen en vooral wíllen wachten. Dat is het moment waarop je gevoelig bent voor gemak. Je hébt al bewezen dat je de weg weet. Je wéét wat de kwaliteit is. Waarom zou jíj je nog uitsloven? Da's voor rookies, beginnelingen. Jij bent nu klaar om te gaan betalen.

Tien euro per maand voor Spotify zorgde ervoor dat ik het afgelopen jaar geen cd meer draaide. Dat spaart me een partij tijd uit, zeg. Goed, voor mij heeft het ook nadelen. Maar de luie mens wint. Met de boeken moet dat punt nog komen. Ikzelf vind het helemaal verklaarbaar: ik heb mezelf nog niet overtuigd van het digitaal lezen. Ondanks dus 8800 boeken. Pas als ik diezelfde gemoedstoestand bereik als nu met muziek, ga ik betalen.

Tot dan? Er ís nog een bestand van 17,69Gb met 12.099 boeken op te halen. Maar wat móet ik ermee?

20130604-185921.jpg

maandag 2 juli 2012

Waartoe drie dimensionaal kopiëren leidt


Kun je je nog herinneren hoe je vroeger in de bibliotheek een discotheek had waar je lp’s kon lenen? (voor iedereen jonger dan 40 jaar: dat zijn dus de vinyl platen die nu weer je-van-het zijn. In onze tijd trokken ze weleens krom, jankte of ‘zweefde’ het geluid omdat de plaat-as niet precies in het midden zat of de platenspeler niet precíes de 33 1/3 toeren haalde)
Of de tijd dat je voor school ook echt scripties moest overschrijven, of overtikken, omdat het origineel niet onbewijsbaar voor de leraar kon worden gekopieerd?
De tijd dat je een televisietoestel liet repareren door een monteur die geheimzinnige lampen en onderdelen verving? En de wasmachine-reparateur dan?
En aan een auto kon je zelf nog sleutelen. Voor de duidelijkheid: ík niet. Mijn technische kennis is zuiver theoretisch. Maar ik heb talloze jongeren aan ‘auto’s’ zien werken: apparaten die heden ten dage gegarandeerd níet door de APK zouden komen. Al die bezorgde moeders… ze hadden vaak gelijk.
Maar die tijd is voorbij. We werken nu modulair. Zelfs een koplamp van onze twaalf jaar oude auto is een vrij complexe operatie. Daarbij wordt niet eens het lampje vervangen, maar een hele module. En op een gegeven moment gaat het een grens over. Dan blijkt ineens dat je goedkoper uit bent met het kopen van een hele printer dan een navulling voor je bestaande. Dan gooi je vrij achteloos je elektrische tandenborstel weg omdat-i kapot is. Dan zijn de batterijen op fietslampjes en zijn nieuwe duurder dan een nieuw apparaatje.
We schuiven op. Van duurzame gebruiksgoederen zijn we terecht gekomen in een wereld waarin (korte termijn) winst telt. Een wereld waarin je niet meer repareert omdat dat niet meer kán, maar omdat het te dúúr is.
Gelukkig is er de cradle to cradle-beweging, die ons leert zo te produceren dat we geen restafval hebben en alles kunnen hergebruiken. Gedachteloze verspilling zou niet meer kunnen bestaan. Maar dat duurt nog even.
Inmiddels zitten we geobsedeerd te kijken naar wat ‘de techniek’ nog meer vermag. In De Wereld Draait Door werd het gedemonstreerd en de tech-idealisten vertellen al enkele jaren dat het kan: 3D kopiëren. Van eenvoudige vormen als asbakken en vazen tot en met complexere als auto-onderdelen: de demonstraties vliegen je om de oren. Uitgevoerd in bewerkelijk materiaal kan zowat iedere vorm worden geïmiteerd. Met als voorlopig hoogtepunt, de stelling dat ook lichaamsdelen kunnen worden gereproduceerd. De techniek staat werkelijk voor niets.
Nu is het ook wel hándig. Je bestelt een onderdeel voor je vaatwasser in een ver land en krijgt een stukje software gestuurd waarmee een 3D printer het onderdeel ter plaatse kan namaken. Snel en heel veel vervoerkosten uitsparend.
Maar eigenlijk lijkt het me veel interessanter wat het effect zal zijn op de maakindustrie. Want zoals de mp3 in staat bleek een industrie open te breken doordat muziek eindeloos, makkelijk en snel kon worden gereproduceerd, zoals ook e-boeken en films op het internet zijn te vinden: zo gaan we ook stoelen, tafels, vaatwerk en wc-potten kopiëren?
Dat lijkt me grandioos. Want het beeld wat daarbij hoort, is van een huishouden met een kwalitatief goede 3 D-printer en een netwerk aan ‘illegale’ 3D-mallen. Dat gaan we natuurlijk wel doen: de bestanden delen met elkaar. Met één origineel kun je immers oneindig veel kopieën maken. Zijn we meteen ook van het probleem van de toeristen-namaak af. Niks Rolex van een of andere aziatische markt, maar een ‘originele’, ge-3D’t.
Het zou betekenen dat er wéér een tussenlaag verdwijnt, of minstens verkleint. De maak-industrie zal immers voor slechts een paar, complexe producten noodzakelijk blijven. Complex kan dan ‘groot’ zijn of werkelijk erg ingewikkeld samen te stellen. Maar voor grote delen van een inventaris zal gelden dat je dat kopieert.
Dát is dus ontregelend; niet de techniek, maar het effect ervan: het verdwijnen van grote delen van maakindustrieën. En de werkgelegenheid, want werken is een gevolg van ondoelmatig produceren. Doordat computers dat meer en meer overnemen, neemt de doelmatigheid ervan toe en wordt de mens als productiefactor overbodig. Dan hebben we meteen wel een nieuw verdelingsbasis voor geld nodig, omdat er te weinig mensen nog kúnnen werken.
3D kopiëren heeft dus nogal wat consequenties (zie ook dit gratis boek van Cory Doctorow. Tip van @joostburger).
Wat rest, is de herwaardering van de ontwerper. Die ontwerpt en laat zijn klanten zijn ontwerp zelf maken. Het is dus voor de komende generaties heel verstandig ‘handwerksman moderne stijl’ te worden. En dat lijkt mij een prima, meer dan prima, zaak.