Posts tonen met het label stimulans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stimulans. Alle posts tonen

zaterdag 23 november 2013

Keihard gekoppeld

Mijn krant meldde weer eens iets over inkomensverschillen. In Zwitserland wordt dit weekeinde gestemd over een prachtig voorstel: de best betaalde werknemer mag niet meer dan twaalf keer het salaris van de laagst betaalde verdienen. Een keiharde bandbreedte, een keiharde koppeling.

Het is en blijft naar mijn mening een idioot idee dat de een meer zoveel meer bijdraagt aan een bedrijfssucces dan een ander dat daarmee een groot salarisverschil wordt gerechtvaardigd. Helemaal zot is het idee dat een opleidingsniveau de basis is voor die verschillen. Alsof nog steeds niet duidelijk is dat je geboorteplaats in heel hoge mate je toekomst bepaalt. Dat dubbeltje dat nooit een kwartje wordt, is wat absoluut gesteld maar zeker niet helemaal bezijden de waarheid. Je ontworstelen aan een milieu is veel meer dan 'kunnen leren'. Het vereist ook de mensen en de mores kennen.

Zo ver dat álle werknemers in een bedrijf hetzelfde moeten verdienen, wil ik niet gaan. Er mogen wel degelijk stimuli zijn. De vraag is alleen op basis waarván. Waarom is de span of control van een manager van meer waarde dan het werk dat een secretariaatsmedewerker doet? Sterker, de organisatie kukelt onmiddellijk om als die laatste zijn werk niet goed doet, terwijl het wegvallen van een manager vaak niet tot problemen leidt. Daarenboven, het gaat over werk op jouw niveau; dát zou de basis moeten zijn.

Niet alleen hebben we een overschot aan 'beleidsmensen op academisch niveau'; het is ook het niveau dat we van hen mogen verwáchten. Het is geen exceptionele prestatie. Terwijl dát, het uitzonderlijke, de reden is voor een hogere beloning. Een zwakbegaafde medewerker kan zich dus een slag in de rondte werken in een eenvoudige functie en op de toppen van zijn kunnen opereren, maar daarvoor geen waardering ontvangen.

Een mooie bandbreedte zou, wat mij betreft, iets van 1:4 zijn. Daarmee wordt het graaien en zelfverrijken een stuk minder interessant. Daarmee wordt de inhoud van je werk en functie weer de belangrijkste factor om te kiezen.

Hoe je het referentiepunt bepaalt (dat heb je immers nodig omdat een verhouding niets zegt over de plaatsing op een schaal)? Door de directeur zijn eigen salarisniveau te laten bepalen in de wetenschap dat alle andere salarissen daaraan zijn gekoppeld. De bedrijfsresultaten houden dat salaris acceptabel. Een te hoog salaris is stomweg niet op te brengen omdat er een vermenigvuldigingsfactor - een multiplier - in het spel is gebracht.

Ik hoop dat de zwitsers ja zeggen tegen hun 1:12. Misschien dat wij dan op den duur doorkrijgen dat salaris, functie en opleiding minder samengeklonken zijn als we nu menen. Dat de volgende generatie wél werkt binnen de 1:4-bandbreedte.

dinsdag 4 juni 2013

Daarom is downloaden juist góed.

Ergens in mijn digitale werkelijkheid slingeren 8800 Nederlandstalige boeken rond. Als je over digitale straten en pleinen zwerft, vind je nog weleens wat. Dus ook 8800 boeken in één keer. Overigens moet er daar ook een verzameling van iets meer dan 12000 boeken rondslingeren.

Dan heb je dus 8800 boeken. Om te beginnen is een groot deel niet 'jouw smaak'. Baantjer? Mwah nee. Agatha Christie? Die las ik op de middelbare school. Pietje Bell en Arendsoog? De verhálen hebben geen waarde, wel de boeken van toen: beduimeld, gescheurd, gelézen. Grote auteurs, beroemde titels; ook zij staan er in, als ook naslagwerken als de bijbel. Dan blijft er nog steeds een onzalig grote hoeveelheid boeken over van auteurs die míj even niets zeggen. Uiteindelijk resten er dan een stuk of honderd die 'de moeite waard zijn'.

Op mijn computers staan ook honderden muziek-albums. In MP3-bestandsformaat, want ik stel geen hoge eisen. Binnengehaalde FLAC-bestanden heb ik vroeger naar MP3 geconverteerd; stomweg vanwege het gemak. En sinds kort staan ze weer bij elkaar: de zelfgebreide albums met de zelfgeprinte hoesjes. Huisvlijt. Stof te verzamelen, zoals de beeldjes van Fimo'klei' die hier jaren geleden in forse aantallen werden gemaakt. Huisvlijt die nu stof verzamelt.

De Nederlandse overheidsbenadering van het verschijnsel downloaden heeft mijn steun. Uploaden mag niet, maar downloaden van muziek, boeken en films voor eigen gebruik mag. Sterker, ik denk dat het bestrijden ervan volledig averechts werkt.

Als je in de digitale wereld om je heen kijkt en lúistert (leest), dan kom je wellicht ook tot die conclusie. De weg ernaartoe, die ik volgde, is niet zo verborgen. Zoals het magnetisch noorden of de zon onze oriëntatie bepalen, zo speelt zoiets ook hier een rol. Alleen is dat geen natuurkundig fenomeen, maar een sociaal(-psychologisch). Geld, in de zin van 'betalen voor', neemt daar een veel minder belangrijke plaats in dan gedacht. Het is helemaal niet het ontwijken van dat betalen wat drijfveer is voor downloaden. Die drijfveer is het ontwijken van risico.

Je hebt veel geld uitgegeven aan een slimme telefoon of bureaucomputer met cd-brander. Of aan een discman - jaren tachtig! De tijd van de cassettebandjes is voorbij. Die van digitale media begint. Maar is dat wat voor jou? Er wordt gezegd dat de cd een veel te blikkerig geluid heeft in vergelijking met de analoge lp. En dat, hoe heet 't, MP3; daarvan zeggen ze dat het zoveel verkleind om maar hanteerbaar te zijn dat ook allerlei muzikale details verdwijnen.

Dat probeer je dus eens uit, als dat mogelijk is. Per slot van rekening deed je dat altijd al met lp's en boeken. Die werden uitgeleend. En soms nooit meer terug gegeven: ik weet van veel ook nog door wie niet! Dat 'proberen' is zo'n risicomijding, denk ik.

Die digitale boeken volgen ook zo'n soort van pad. Gaat het je bevallen: lezen vanaf een e-reader, een slimme telefoon, een tablet? Weet jij veel? Nee, véél nog niet. Da's precies het probleem. Je hebt er geen ervaring mee en weet ook niet wat te verwachten. Wat is de leeservaring als je geen bladzijden meer omslaat? Als je zelf bepaalt hoe groot je 'bladzijde' is? Als je niet meer ziet hoe ver je al bent in een boek? Niet het verhaal op zich is de nieuwigheid, maar de leeservaring.

En dan blijkt er dus een waanzinnig aanbod aan digitale inhoud te bestaan. Met een klein beetje moeite maak je je de wereld van torrents en van NZB's eigen. En wég ben je, als een kind in een snoepwinkel. Die kinderen hebben het moeilijk met kiezen. Jij ook. Links, rechts, boven, beneden, overal vandaan wordt muziek en worden boeken gegraaid. Het kán. Het ís er. Het roept iets hebberigs op; alsof ieder moment alle muziek en literatuur van de wereld wég kan zijn en jij jouw verzameling moet veiligstellen. Niet langer lenen of luisteren bij de platenzaak. Je downloadt het en ziet wel of het iets is.

Maar er komt een omslagpunt.

Op een goede dag ben je het zat avond na avond torrents en spots af te zoeken, te downloaden - soms te ontdekken dat het nog de verkeerde is, ook - en ergens op te slaan. Dat is het moment waarop de industrie geduldig op moet kunnen en vooral wíllen wachten. Dat is het moment waarop je gevoelig bent voor gemak. Je hébt al bewezen dat je de weg weet. Je wéét wat de kwaliteit is. Waarom zou jíj je nog uitsloven? Da's voor rookies, beginnelingen. Jij bent nu klaar om te gaan betalen.

Tien euro per maand voor Spotify zorgde ervoor dat ik het afgelopen jaar geen cd meer draaide. Dat spaart me een partij tijd uit, zeg. Goed, voor mij heeft het ook nadelen. Maar de luie mens wint. Met de boeken moet dat punt nog komen. Ikzelf vind het helemaal verklaarbaar: ik heb mezelf nog niet overtuigd van het digitaal lezen. Ondanks dus 8800 boeken. Pas als ik diezelfde gemoedstoestand bereik als nu met muziek, ga ik betalen.

Tot dan? Er ís nog een bestand van 17,69Gb met 12.099 boeken op te halen. Maar wat móet ik ermee?

20130604-185921.jpg

zaterdag 27 april 2013

De kortetermijn van Leiden

Mijn buurman is een geleerd man. Sterker, hij is een erkénd geleerd man. Zijn werk is nadenken, onderzoeken, publiceren en lesgeven. En daarenboven draagt-i een titel die zijn geleerdheid aangeeft. Hij houdt zich bezig met de bestuurskundige kant van Nederland. En hij vliegt van hot naar haar over de wereld, in gesprek blijvend met vakgenoten.

We kunnen goed met elkaar opschieten. Wij zorgen tijdens vakanties voor hun konijn. We nemen pakjes aan van de pakjesbezorgers als er niemand thuis is. Kinderen weten waar een noodsleutel is te halen als zij de hunne zijn vergeten. Zo, dus. En we spreken elkaar af en toe verdergaand dan de standaardzinnen. Dat begint vaak over het weer, of zo'n konijnenafspraak, en kabbelt dan voort in de richting van heel andere onderwerpen.

Pas stonden we te praten over de staat van het land. Niet dat wij dat denken te gaan oplossen. Maar we hebben wel zo onze meningen en ideeën. Zo denken we allebei dat de groep die de grote klap gaat krijgen de zogenoemde middenklasse is. Zonder lullig te willen zijn: dat is het gros van Nederland en de kans is groot dat jij ertoe hoort. In de snel opkomende economieën zie je de middenklasse snel groeien, maar vooral ook snel aan macht winnen. Bij 'ons' - en da's inclusief de VS - dondert de middenklasse in elkaar. Inderdaad, de verhoudingen kantelen, draaien 180 graden.

De verwachting - die ik deel - is dat de makers de winnaars zullen zijn. Niet de beleidsmakers of de managers, die hebben afgedaan maar weten dat nog niet. Niet de zuivere denkers maar de doeners gaan de pijlers worden waarop we zullen moeten bouwen (voor een dubbel linkshandige als ik geen prettig idee). Nu moet je dat 'maken' niet onmiddellijk klassiek vertalen in: 'A ha! Arbeiders! Industrie!'. Fout! Dát wordt dus níet bedoeld.

De toekomst is er een waarin lijntjes weer kort zijn. Een waarin in kleine groepen wordt gewerkt. Een waarin wonen en werken weer geïntegreerd worden. Een waarin de samenleving meer autarkisch is dan nu. Dat klinkt allemaal enorm romantisch. Toch is het dat niet. Het is de tegenpool van de huidige situatie. En het is de situatie in wat wij nu nog derdewereldlanden noemen.

En de voorspelling is dat die mindermachtigen, die derde wereld, zich binnen enkele jaren híer bevindt.

Dat betekent niet per sé armoede. Het betekent wel andere verhoudingen. Kleinschaligheid zal belangrijker zijn dan ze de afgelopen decennia was. De wederopbouw van de economie zal afhankelijk zijn van makers.

Toen we zo stonden te praten, schoot me onze stad Leiden te binnen. Die gaat dus een zware periode tegemoet. We hebben hier haast geen makers meer. Wat we wel hebben, zijn denkers aan de universiteit en de hogeschool. We hebben veel dienstverlenende bedrijven. Dat zijn ook geen makers. Gelukkig hebben we wel een grote ROC en bijvoorbeeld een uniek instituut als de Leidse Instrumentmakersschool. Maar het is en blijft wat magertjes.

Leiden zal het zwaar krijgen. Maar de stad heeft ook kansen. De stad is historisch gezien al helemaal voorbereid op kleinschaligheid. Dat immers was eeuwen geleden de maat der dingen. De stad herbergde veel, zo niet alle, elementen uit een keten. Niet helemaal autarkisch, maar een stuk meer dan Leiden anno 2013 waarin van alles van buiten moet worden aangevoerd. Dat kan minder en zal ook anders gáán gebeuren. Stomweg omdat de recessie dat gaat afdwingen.

Als het over een poosje weer mooi weer is, ga ik toch 'ns verder praten met de buurman over deze situatie. Een stad als Leiden: met die soms vervloekt beperkte infrastructuur (middeleeuwers kenden bar weinig auto's), met jonge goed-opgeleide bewoners, strategisch gelegen. Dat moet toch kansen bieden? Dan moet je daar wél op inzetten, Leiden.