Posts tonen met het label film. Alle posts tonen
Posts tonen met het label film. Alle posts tonen

dinsdag 24 september 2013

Innovatie zoek je op de verkeerde plaats

Alvorens ik begin en jij verder leest: éen minuut en vijftien seconden onderstaand filmfragment kijken. Mét geluid aan.

http://www.youtube.com/watch?v=8Fd_T4l2qaQ&start=1860&end=1935

Als je, zonder in de YouTube-titel te spieken, wist wie dit maakte en wanneer, ben je vast een cinefiel. Veruit de meeste mensen - ik ook - kennen het niet.

Je keek en hoorde naar een stukje uit The Man With The Movie Camera van Vertov. Uit 1929. Maar dat-i oud is, had je vast al vastgesteld op basis van de beelden.

Nu ben ik dol op filmpjes en foto's van het dagelijks leven; zeker als het beelden zijn uit tijden waarvan niet veel beeld bestaat. Onderaan deze blogpost staat de film(link) in zijn geheel. Kost je een uurtje om 'm in z'n geheel te kijken. Maar ik vind de beelden de moeite waard: de zwervers, de arbeiders, de voertuigen, het straatleven, de andere snelheid van leven.

Dat is wat Vertov probeerde. Het (stads)leven vast te leggen. En dat zonder script, regisseur of acteurs. Het leven zélf registreerde hij.

Wat me zo frappeerde, zijn de parallellen met bijvoorbeeld de film Koyaanisqatsi of de delen van de uitgangspunten van Dogma. Aspecten van beide vind je terug. De aandacht voor het dagelijks leven, het ontbreken van acteurs, de herhaling - in dit fragment ook in de muziek -, het bééld laten vertellen. Je vindt in 1929 duidelijke voorlopers van een stroming en film die zeventig jaar later faam maakten als innovatief.

Nu ga ik niet wéér beweren dat wat wij soms als innovatie zien, helemaal niet zo nieuw is. Maar wel dat je voor innovatie vaak op de verkeerde plaats zoekt.

Met dank aan museum De Lakenhal in Leiden waar nu de tentoonstelling Utopia is te zien, waar deze film, en veel meer, onderdeel van uit maakt. Want daar rondlopend en kijkend, bekroop me de gedachte hoe het in díe tijd moet zijn geweest. De tijd dat de kunstenaar zijn werk maakte.

Naar Vertov kun je kijken met een vertederd-melancholische blik - "wat een tijd was dat" - maar ook met verbazing over het lef van de man. Afgezien van zijn boodschap - hij zag in het opkomend socialisme en communisme zijn utopie verwezenlijkt - is het wel een film geworden waarin gezocht wordt naar een nieuwe beeldtaal. Tal van toenmalige conventies zijn gechonden. En beelden gemaakt die wij tegenwoordig als normaal (perspectief) zijn gaan zien.

Let wel, hè: 1929.

Als je zometeen de hele film - hopelijk - kijkt, moet je je eens proberen te verplaatsen in het leven wat je krijgt voorgeschoteld. En dan moet je je voorstellen dat je een film als deze maakt. Dan snap je wat innovatie is en wat ik bedoel met 'het komt uit onverwachte hoek'.

Innovatie is niet dat trendwatchers je vertellen wat er staat te gebeuren. Dat weten ze niet eens. Wat je wel kunt, is de ontwikkelingen in de gaten houden en advies geven over in te zetten middelen. Yep, de innovatieverkenner.

Vertovs film is voor mij een deel van het 'bewijs' dat je daarvoor open moet staan voor ontwikkelingen op tal van terreinen. En dan dus niet eens zozeer de technologische, of de technische mogelijkheden, maar vooral de uitbrekende toepassingen van mogelijkheden. Dat gaat niet gebeuren als je niet álles ter discussie durft te stellen: je eigen positie, je eigen nut, je eigen processen, je eigen doelen, je eigen visie. De kunstenaar Vertov kon dat wel omdat hij er geen direct belang bij had, geen direct gevolg van ondervond.

Om een nieuwe gezondheidszorg of overheid te definiëren, kun je geen arts of ambtenaar gebruiken.


De beloofde link. Dit is, op You Tube de hele film:
http://www.youtube.com/watch?v=8Fd_T4l2qaQ

maandag 2 juli 2012

Waartoe drie dimensionaal kopiëren leidt


Kun je je nog herinneren hoe je vroeger in de bibliotheek een discotheek had waar je lp’s kon lenen? (voor iedereen jonger dan 40 jaar: dat zijn dus de vinyl platen die nu weer je-van-het zijn. In onze tijd trokken ze weleens krom, jankte of ‘zweefde’ het geluid omdat de plaat-as niet precies in het midden zat of de platenspeler niet precíes de 33 1/3 toeren haalde)
Of de tijd dat je voor school ook echt scripties moest overschrijven, of overtikken, omdat het origineel niet onbewijsbaar voor de leraar kon worden gekopieerd?
De tijd dat je een televisietoestel liet repareren door een monteur die geheimzinnige lampen en onderdelen verving? En de wasmachine-reparateur dan?
En aan een auto kon je zelf nog sleutelen. Voor de duidelijkheid: ík niet. Mijn technische kennis is zuiver theoretisch. Maar ik heb talloze jongeren aan ‘auto’s’ zien werken: apparaten die heden ten dage gegarandeerd níet door de APK zouden komen. Al die bezorgde moeders… ze hadden vaak gelijk.
Maar die tijd is voorbij. We werken nu modulair. Zelfs een koplamp van onze twaalf jaar oude auto is een vrij complexe operatie. Daarbij wordt niet eens het lampje vervangen, maar een hele module. En op een gegeven moment gaat het een grens over. Dan blijkt ineens dat je goedkoper uit bent met het kopen van een hele printer dan een navulling voor je bestaande. Dan gooi je vrij achteloos je elektrische tandenborstel weg omdat-i kapot is. Dan zijn de batterijen op fietslampjes en zijn nieuwe duurder dan een nieuw apparaatje.
We schuiven op. Van duurzame gebruiksgoederen zijn we terecht gekomen in een wereld waarin (korte termijn) winst telt. Een wereld waarin je niet meer repareert omdat dat niet meer kán, maar omdat het te dúúr is.
Gelukkig is er de cradle to cradle-beweging, die ons leert zo te produceren dat we geen restafval hebben en alles kunnen hergebruiken. Gedachteloze verspilling zou niet meer kunnen bestaan. Maar dat duurt nog even.
Inmiddels zitten we geobsedeerd te kijken naar wat ‘de techniek’ nog meer vermag. In De Wereld Draait Door werd het gedemonstreerd en de tech-idealisten vertellen al enkele jaren dat het kan: 3D kopiëren. Van eenvoudige vormen als asbakken en vazen tot en met complexere als auto-onderdelen: de demonstraties vliegen je om de oren. Uitgevoerd in bewerkelijk materiaal kan zowat iedere vorm worden geïmiteerd. Met als voorlopig hoogtepunt, de stelling dat ook lichaamsdelen kunnen worden gereproduceerd. De techniek staat werkelijk voor niets.
Nu is het ook wel hándig. Je bestelt een onderdeel voor je vaatwasser in een ver land en krijgt een stukje software gestuurd waarmee een 3D printer het onderdeel ter plaatse kan namaken. Snel en heel veel vervoerkosten uitsparend.
Maar eigenlijk lijkt het me veel interessanter wat het effect zal zijn op de maakindustrie. Want zoals de mp3 in staat bleek een industrie open te breken doordat muziek eindeloos, makkelijk en snel kon worden gereproduceerd, zoals ook e-boeken en films op het internet zijn te vinden: zo gaan we ook stoelen, tafels, vaatwerk en wc-potten kopiëren?
Dat lijkt me grandioos. Want het beeld wat daarbij hoort, is van een huishouden met een kwalitatief goede 3 D-printer en een netwerk aan ‘illegale’ 3D-mallen. Dat gaan we natuurlijk wel doen: de bestanden delen met elkaar. Met één origineel kun je immers oneindig veel kopieën maken. Zijn we meteen ook van het probleem van de toeristen-namaak af. Niks Rolex van een of andere aziatische markt, maar een ‘originele’, ge-3D’t.
Het zou betekenen dat er wéér een tussenlaag verdwijnt, of minstens verkleint. De maak-industrie zal immers voor slechts een paar, complexe producten noodzakelijk blijven. Complex kan dan ‘groot’ zijn of werkelijk erg ingewikkeld samen te stellen. Maar voor grote delen van een inventaris zal gelden dat je dat kopieert.
Dát is dus ontregelend; niet de techniek, maar het effect ervan: het verdwijnen van grote delen van maakindustrieën. En de werkgelegenheid, want werken is een gevolg van ondoelmatig produceren. Doordat computers dat meer en meer overnemen, neemt de doelmatigheid ervan toe en wordt de mens als productiefactor overbodig. Dan hebben we meteen wel een nieuw verdelingsbasis voor geld nodig, omdat er te weinig mensen nog kúnnen werken.
3D kopiëren heeft dus nogal wat consequenties (zie ook dit gratis boek van Cory Doctorow. Tip van @joostburger).
Wat rest, is de herwaardering van de ontwerper. Die ontwerpt en laat zijn klanten zijn ontwerp zelf maken. Het is dus voor de komende generaties heel verstandig ‘handwerksman moderne stijl’ te worden. En dat lijkt mij een prima, meer dan prima, zaak.