Posts tonen met het label iPhone. Alle posts tonen
Posts tonen met het label iPhone. Alle posts tonen

maandag 11 november 2013

Hoezo "de toekomst is aan de tablet"?!

Ik typ nogal veel. Alleen dit blog al waar ik jou bombardeer met lettertjes die zich hopelijk aaneenrijgen tot iets waar je even bij stil kunt staan. Ik mik op max vijfhonderd woorden. Dat haal ik niet vaak. Zeshonderd is eerder een gemiddeld aantal.

Ik merk dat het nogal wat uit maakt hoe, waar óp ik tik.

Een paar jaar geleden bracht mijn buurman m'n iPad mee uit de Verenigde Staten. In Nederland was-i nog niet te krijgen en ik was ongeduldig. Door de aswolk van die onuitsprekelijke IJslandse vulkaan kwam-i uiteindelijk slechts dágen voor de Nederlandse versie in Leiden aan. Maar dat terzijde.

O, als we toch zijpaadjes inslaan: koop ook nóóit een eerste uitvoering van enig apparaat. Ik adviseer dat iedereen. Bij m'n iPhones heb ik me ook aan m'n eigen advies gehouden. Maar bij de iPad niet. En nu heb ik dus een Ipad Classic - de 1, dus - die binnen een jaar werd opgevolgd door veel lichtere en betere versies. Ik troost me met de gedachte dat ik nu een Ipad heb waarop de Youtube-app nog staat en werkt. Want ik meen me te herinneren dat jullie nieuwere iPads die moesten ontberen. Of waren het de kaarten?!

Terug naar de hoofdweg: ik tik veel.

Wat me opvalt, is dat ik werkelijk uit m'n schoenen werd geblazen door die eerste iPad-ervaring. Dít zou het apparaat der apparaten worden, de moeder aller apparaten om die verschrikkelijke moeder aller oorlogen voor de 6738ste keer te parafraseren.

Vrij van draadjes en kabeltjes: handig. Maar dat bleek niet doorslaggevend. Dat was het enórme scherm waarop je kon vegen en slepen. en dat vlák was in gebruik. Geen raar gedoe met een toetsenbord en scherm die in een soort botbreukstand ten opzichte van elkaar op je schoot lagen. En altijd, maar dan ook altijd, zaten m'n vingers op de verkeerde plek als ik op zo'n toetsenbord wilde typen.

Nee, dan die iPad.

Geen gedoe met ellebogen, met hoekig omvallende schermen. Geen steeds warmer wordende dingen op je schoot. Ineens ging het soepeltjes en goed.

We zijn nu een paar jaar verder. De nadelen van de tablet zijn nu wel genoegzaam bekend. Ik vind het nog steeds een grandioos apparaat en gebruik die Classic nog zeer intensief. Dat klopt niet, dat 'ik'. Dat moet 'we' zijn want persoonlijk is onze iPad niet. Die is eerder collectief bezit, net als de afstandbediening van de tv.

Maar op één punt heb ik het opgegeven: het tikken van teksten. Deze ook. Die wordt níet op de iPad gemaakt. Daarvoor gebruik ik de Eeepc met Jolicloud. Een kleine laptop met een open source besturingssysteem. Maar vooral met een echt toetsenbord. Dat is iets waar ik me nu, na jaren, bij heb neergelegd: ik ga niet wennen aan die idiote toetscombinaties van Apple.

Het is niet eens zozeer het gevoel van toetsen onder m'n vingers dat de doorslag gaf. Ik wil best toegeven dat dat een belangrijke rol speelde. Maar echt doorslaggevend waren de bijzondere tekens.

Wát het is, weet ik niet. Mogelijk ben ik gewoon al te ver heen om nog iets anders prettig te leren vinden. Dat lijkt me overigens stug, want ik kán er best snel op typen. Maar dat geschuif om de é te maken, vind ik reuze irritant als ik al typend mijn gedachten probeer bij te houden. Dan gaat op de Eeepc de ' gevolgd door de e toch echt sneller om een é te maken.

Zie je wel: 571 woorden. En ik wilde vooral het punt maken dat een echt vervángende innovatie maken reuze lastig is. Die iPad ís handiger dan de Eeepc, maar toch... dat toetsenbord heeft in sommige situaties echt wel iets.

Het is ook nooit goed, hè. Misschien is dat het wel.

zaterdag 7 september 2013

Overheid, stop met innoveren en ga exploiteren

Omdat ik het een prachtig idee vind, heb ik verleden week een app geïnstalleerd op mijn iPhone. De naam is Human. Overigens, een Nederlands produkt. Na een dag heb ik 'm er weer afgehaald. Maar niet omdat-i slecht is.

Human is een app die het waard is breed te worden gebruikt. Ik vind het zó mooi: Human houdt bij hoeveel de telefoon, jij, per dag beweegt. De reden? We moeten minstens dertig minuten per dag bewegen. Maar doen we dat? Human kan het voor je volgen. De app registreert alle bewegingen. En tot mijn stomme verbazing weet-i vanaf moment nul ook al vrij goed wat welke beweging is. Fietsen is sneller dan lopen en langzamer dan autorijden. Natuurlijk, je moet de eerste tijd nog wel correcties toepassen. Maar toch: knap.

Wat Human - uiteraard, zou'k zeggen - níet kan, is vaststellen wat je doet als je de telefoon niet bij je hebt. dat ik donderdag een half uur zwom, weet-i niet want mijn iPhone is niet waterdicht. Twintig minuten crosstrainen brengt je geen meter vooruit, volgens Human. En daarin heeft-i nog gelijk ook.

Maar ik verwijderde 'm toch. Want de app heeft één - door de makers erkende - tekortkoming: de accu wordt leeg geslúrpt. Binnen een dag was de accu leeg. Ik heb dus maar besloten even te wachten op een oplossing voor dit probleem.

O. Die ene gebruiksdag heb ik wel van Human een pluim gekregen omdat ik minimaal dertig minuten bewoog.

Naar aanleiding van mijn ervaring met Human schoot me een voorstel te binnen wat ik de afgelopen jaren een paar keer aan ambtenaren heb voorgesteld. Het gaat over innovatie (what else?): de innovatie-verkenner.

Waarom ondersteunt de overheid eigenlijk de ontwikkeling van innovaties en stimuleert zij innovatiekracht? De ervaring leert dat dat mondjesmaat zoden aan de dijk zet. De stevigste vernieuwingen komen 'als vanzelf' tot stand, niet door subsidie.

Waarom richt de overheid zich niet op de kwetsbare periode van een innovatie? Die van de exploitatie?

Waarom zouden we geen situatie kunnen hebben waarin de overheid de markt af stroopt op zoek naar toepassingen die 'in het algemeen belang' zijn? Zoals gas. Zoals water. Electriciteit. Wegen. En bijvoorbeeld Human.

Waarom zou de overheid zich niet afwenden van het stimuleren van innovaties met subsidies, en richten op het herkennen en in stand houden van maatschappelijke toepassingen? Waarom niet de exploitatie ondersteunen? Of, een stap verder, waarom de ontwikkelaar niet alle eer geven en uitkopen om zijn idee daarna gratis aan te kunnen bieden?

Lijkt me, tussen twee haakjes, een leuke baan: het continue zoeken naar toepassingen waarvan je denkt dat die iets toevoegen aan de kwaliteit van het leven.

Ik zou Human er onmiddellijk voor in aanmerking laten komen.

woensdag 29 mei 2013

De verdwijning van het Internet

.... van de bureaucomputer of: de komst van mobiel. Als je mij een jaar of drie had gevraagd hoe we het Internet heden ten dage benaderen, dan had ik vast wel gezegd dat dat ook met mobiel zou gebeuren. Dát was wel duidelijk. Niet voor iedereen overigens, want ik kan me nog wel herinneren dat er nogal wat scepsis bestond over mobiele applicaties.

Ik ben mobiel erg dankbaar dat het er is. Pas nadat die ontwikkeling op stoom kwam, lijkt ook de aandacht voor de afnemer toe te nemen.

Voorheen was die aandacht er ook wel. Maar dat ging om onderwerpen als gebruiksvriendelijkheid, om interface-ontwerp en gebruikerslogica... van het aanbod. De website bepaalde hoe en wat. Hele discussies konden met de bouwers worden gevoerd of een website wel of niet zichtbaar was 'op alle platforms en browserversies'. Een website was immers een etalage.

Bij het inrichten van die etalage houd je uiteraard wel rekening met je producten en met de etalage zelf. Hoe groot is die? Hoeveel mensen zullen er kijken? Dat soort van dingen. In die etalage plaatst de winkelier zijn waren. De lokkertjes opvallend in het zicht. Voor sommige etalages geldt dat prijskaartjes uit den boze zijn. Andere etalages zijn sober en stralen vooral 'chique' uit.

Als het Internet zich begint te ontwikkelen, zijn er eigenlijk alleen bureaucomputers in gebruik. Niet onlogisch dus dat die als referentie werden gebruikt. Steeds snellere computers, kleurenschermen en steeds grótere schermen werden vormbepalend. De enige - nou ja, énige - hobbels werden gevormd door al die verschillende platforms.

Draagbare computers, en direct daarop volgend, de mobiele telefoons en tablets worden dan al snel gezien als aanvúllend. Kan dat nog gelden voor draagbare computers, bij de slimme telefoon vanaf - pak 'm beet - zes jaar geleden is dat dus een fors probleem geworden. Die gebruikers worden in eerste instantie geconfronteerd met een soort van slappe aftreksels van websites. Een verschrikkelijk gepiel en gedoe, want die websites zijn helemaal niet gemaakt om te bekijken op kleine schermpjes. Die waren net lekker aan het wennen aan de grote oppervlakken. Als je al langer zo'n slimme telefoon hebt, dan herinner je je wellicht dat gevoel nog wel: alsof je met een verrekijker van dichtbij een boek leest. Nergens overzicht en continue zoekend naar 'wat willen ze hier van me?'. Dan hebben we het nog niet eens over die typische muistrucs als 'mouse-over' instructies. Die deden het niet. Zonder muis.

Apps. Dus. Toch?

Jazeker. Die zijn handig omdat daarmee de mogelijkheden van die slimme apparaten worden benut: de sensoren, de beeldopname, de rekenkracht. Maar ja, een app maken kost iets. Mijn vermoeden is dat veel opdrachtgevers een zucht van verlichting moeten hebben geslaakt toen de ontdekking van de web-app bekend werd. Een website die zich als een app presenteert, of andersom; een stúk voordeliger dan die native app.

Maar wat veel interessanter is, is de gebruiker. Met die mobiele apparaten werd het belangrijker te weten hoe gebruikers daarmee om gingen. Al snel bleek dat 'één website voor alles' bezijden de werkelijkheid is. Mij staat nog een presentatie van Nu.nl bij, van járen terug, die toen al bezig waren met drie kanalen: de bureaucomputer, de mobiele telefoon en de tablet. Ieder met eigen voorkomen en indeling, maar met, in principe, hetzelfde nieuws. Dat was wat: werd het nóg kostbaarder want die verschillende apparaatsvormen eisten dus eigen aanpakken. Man, man, man.... wéér discussie.

Het is echter nog helemaal niet voorbij. Inmiddels begint zich een nieuw soort van gebruiker te manifesteren: de altijd mobiele. Op zich een voorspelbare ontwikkeling: steeds meer mensen gebruiken mobiele apparaten om het Internet te benaderen. Ook ín huis. PEW heeft dat al eerder gesignaleerd.

Als je nu eens door denkt: wat gebeurt er als we inderdaad het Internet op schoot willen hebben als we een vraag hebben? Dat betekent dat alles op het Internet primair geschikt moet zijn voor mobiele raadpleging. Een 180 graden omkering. Dan blijft voor de bureaucomputer eigenlijk vooral de taak over die hij ooit ook al had: een bedrijfsgebonden apparaat voor toepassingen die (intern) bedrijfsgericht zijn. Want voor het Internet hebben we dan de mobiele apparaten.

Zo absoluut wordt het niet. Ik weet het. Maar wat wel gaat gebeuren, is dat die groep uitsluitend-mobielen gaat groeien. Voor de aanbieders gaat dat véél uitdagingen opleveren. Mobiele gebruikers kun je dus niet negeren, maar het zijn wel ook degenen die het meest maatwerk nodig hebben en dat ook zoeken. Op kleine(re) schermen is het woekeren met de ruimte, maar verwacht niet dat de mobiele gebruiker ineens heel veel geduldiger is. Hij of zij is net zo ongeduldig en dus zó weg als het allemaal niet snel genoeg lukt.

Uitsluitend-mobielen. Ze komen er aan.