Ik typ nogal veel. Alleen dit blog al waar ik jou bombardeer met lettertjes die zich hopelijk aaneenrijgen tot iets waar je even bij stil kunt staan. Ik mik op max vijfhonderd woorden. Dat haal ik niet vaak. Zeshonderd is eerder een gemiddeld aantal.
Ik merk dat het nogal wat uit maakt hoe, waar óp ik tik.
Een paar jaar geleden bracht mijn buurman m'n iPad mee uit de Verenigde Staten. In Nederland was-i nog niet te krijgen en ik was ongeduldig. Door de aswolk van die onuitsprekelijke IJslandse vulkaan kwam-i uiteindelijk slechts dágen voor de Nederlandse versie in Leiden aan. Maar dat terzijde.
O, als we toch zijpaadjes inslaan: koop ook nóóit een eerste uitvoering van enig apparaat. Ik adviseer dat iedereen. Bij m'n iPhones heb ik me ook aan m'n eigen advies gehouden. Maar bij de iPad niet. En nu heb ik dus een Ipad Classic - de 1, dus - die binnen een jaar werd opgevolgd door veel lichtere en betere versies. Ik troost me met de gedachte dat ik nu een Ipad heb waarop de Youtube-app nog staat en werkt. Want ik meen me te herinneren dat jullie nieuwere iPads die moesten ontberen. Of waren het de kaarten?!
Terug naar de hoofdweg: ik tik veel.
Wat me opvalt, is dat ik werkelijk uit m'n schoenen werd geblazen door die eerste iPad-ervaring. Dít zou het apparaat der apparaten worden, de moeder aller apparaten om die verschrikkelijke moeder aller oorlogen voor de 6738ste keer te parafraseren.
Vrij van draadjes en kabeltjes: handig. Maar dat bleek niet doorslaggevend. Dat was het enórme scherm waarop je kon vegen en slepen. en dat vlák was in gebruik. Geen raar gedoe met een toetsenbord en scherm die in een soort botbreukstand ten opzichte van elkaar op je schoot lagen. En altijd, maar dan ook altijd, zaten m'n vingers op de verkeerde plek als ik op zo'n toetsenbord wilde typen.
Nee, dan die iPad.
Geen gedoe met ellebogen, met hoekig omvallende schermen. Geen steeds warmer wordende dingen op je schoot. Ineens ging het soepeltjes en goed.
We zijn nu een paar jaar verder. De nadelen van de tablet zijn nu wel genoegzaam bekend. Ik vind het nog steeds een grandioos apparaat en gebruik die Classic nog zeer intensief. Dat klopt niet, dat 'ik'. Dat moet 'we' zijn want persoonlijk is onze iPad niet. Die is eerder collectief bezit, net als de afstandbediening van de tv.
Maar op één punt heb ik het opgegeven: het tikken van teksten. Deze ook. Die wordt níet op de iPad gemaakt. Daarvoor gebruik ik de Eeepc met Jolicloud. Een kleine laptop met een open source besturingssysteem. Maar vooral met een echt toetsenbord. Dat is iets waar ik me nu, na jaren, bij heb neergelegd: ik ga niet wennen aan die idiote toetscombinaties van Apple.
Het is niet eens zozeer het gevoel van toetsen onder m'n vingers dat de doorslag gaf. Ik wil best toegeven dat dat een belangrijke rol speelde. Maar echt doorslaggevend waren de bijzondere tekens.
Wát het is, weet ik niet. Mogelijk ben ik gewoon al te ver heen om nog iets anders prettig te leren vinden. Dat lijkt me overigens stug, want ik kán er best snel op typen. Maar dat geschuif om de é te maken, vind ik reuze irritant als ik al typend mijn gedachten probeer bij te houden. Dan gaat op de Eeepc de ' gevolgd door de e toch echt sneller om een é te maken.
Zie je wel: 571 woorden. En ik wilde vooral het punt maken dat een echt vervángende innovatie maken reuze lastig is. Die iPad ís handiger dan de Eeepc, maar toch... dat toetsenbord heeft in sommige situaties echt wel iets.
Het is ook nooit goed, hè. Misschien is dat het wel.
Posts tonen met het label tablet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tablet. Alle posts tonen
maandag 11 november 2013
woensdag 26 december 2012
Het eind van copyright
Mensen kunnen heel paradoxale wezens zijn. Soms willen we zowel het een als het ander en lijken het een en het ander met elkaar op gespannen voet te staan. Da's een lastig dilemma.
Hét klassieke voorbeeld van zo'n situatie is iets maken of bedenken. Wat moet je daar nu mee? Dan héb je bijvoorbeeld een prachtig kunststuk gemaakt. Maar de erkenning dat het dat ook echt zo is, krijg je pas als ook (veel) anderen het hebben gezin en gewaardeerd. Maar zijn 'die anderen' wel te vertrouwen? Wat als ze het namaken? Of stelen? Of een variant maken?
Dat beveiligen is vandaag de dag verdraaid lastig. Maar in eerdere tijden kon het vrij goed door je niet te concentreren op het unieke product. Een betere manier was je concentreren op de reproductie. Het intellectueel eigendom, het bedenkersrecht, is en was onvervreemdbaar bij de bedenker, maker. En omdat reproduceren nogal wat voeten in aarde had, was het vrij goed te doen om reproducties aan te pakken.
Boeken moesten worden gedrukt. Muziek op platen geperst. Kunst goed reproduceren eiste geavanceerde druktechnieken.
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121218-184107.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121218-184107.jpg" alt="20121218-184107.jpg" class="alignnone size-full" /></a>
Maar een heleboel van die drempels zijn weg. Het begon met het kopiëren ("voor onderwijsdoeleinden") van delen van boeken en toen hele boeken. Muziek kwam op banden en cassettebandjes terecht. De kopieermachine maakte steeds leesbaardere kopieën, tot en met kleuren. Het vermenigvuldigen werd oncontroleerbaar doordat het ook thuis kon worden gedaan.
En met het digitaliseren verergerde de situatie alleen maar: oneindige aantallen kopieën die identiek zijn aan het origineel en een origineel dat niet eens slíjt. Verérgerde?!
Wat lijkt te zijn gebeurd, is dat het sturingsinstrument buiten werking is gesteld. De vraag die dan opkomt, is in hoeverre ooit is verdiend aan het auteursrecht, het bedenken en máken van iets, of dat het eigenlijk altijd ging om reproductie. Ik denk dat het dat laatste is en dat de vraag nu weer aan de orde komt of je van auteursrecht kunt bestaan, in een wereld die om geld draait.
Waardevol is en blijft het unieke exemplaar, dat moeilijk tot niet is na te maken. Gold dat voor een opdrachtschildering door ene Rembrandt van Rijn, dat kan ook gelden voor opdrachtfoto's, boeken in bijzondere uitvoering of cd's met een <em>collectors jewelbox</em>. Mits ze maar niet digitaal beschikbaar komen. Maar weet wel dat met die uitingen weinig kan worden gedaan: (te?) weinig mensen zullen het ooit zien.
Alles wat digitaal beschikbaar komt, is kwetsbaar. Is dat erg?
Nee, zou ik denken. Het betekent dat informatie, of ze nu in tekst is gegoten of in beeld gevat, sneller en massaler beschikbaar is, wordt verspreid en wordt geconsumeerd.
Waar we wel bij moeten stilstaan, is dat dat systeem gevoed moet worden. Er zal een groep mensen moeten zijn die interessante <em>content</em> maakt en toevoegt. Het zal de samenleving moeten zijn die die functie zo waardevol vindt dat ze bereid is hem als collectief te onderhouden: scheppend kunstenaars in samenlevingsdienst. Niet vrijgesteld, maar werkend... aan hun eigen werk.
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121218-183501.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121218-183501.jpg" alt="20121218-183501.jpg" class="alignnone size-full" /></a>
Dat zou mijn basisgedachte zijn, het startpunt. Maar het is nog lang niet voldoende. Want het is en blijft zoeken naar balans. Wat belangrijk is in mijn ogen is dat we dan wel helder krijgen hoe en wat we waarderen.
Ik zie het gebeuren bij al die gratis diensten. Dat die niet gratis zijn, hebben we nu wel door. In ruil voor gebruik leveren we iets in: gegevens over ons gedrag, voorkeuren voor producten, de herbruikbaarheid van onze informatie. Op zich is dat logisch: ik doe iets voor jou in ruil voor iets wat ik van jou krijg. Ruilhandel, geïdealiseerd in het beeld van de ene boer die met de andere kaas tegen kippen ruilt. Maar ja, dat digitale, hè.
Geregeld vlamt er weer een discussie op over eigendomsrecht als weer eens een (<em>social media</em>) grootmacht in zijn gebruiksvoorwaarden opneemt dat zij het recht hebben jóuw <em>content</em> te gebruiken, dóór te verkopen. De ratten!
Maar dan toch ietwat gedateerde ratten. Want wat mij dan weer verbaast, is dat we niet zelf gebruik maken van die reproduceerbaarheid. Natuurlijk wil ik best 'betalen' voor gebruik van een dienst. Maar dezelfde foto die ik bij Instagram/Google plaats, staat ook op tal van andere plaatsen. Want ik wérk niet voor die dienst. Natuurlijk mogen ze proberen geld te verdienen met mijn werk. Maar precies datzelfde werk is op andere plaatsen ook te vinden. Wél gratis.
Kortom. Met uitzondering van degenen die er van moeten leven - maar die zullen ongetwijfeld niet van deze gratis diensten gebruik maken voor hun werk - is het niet veel anders dan je eigen <em>content</em> op meerdere plaatsen te publiceren. Dit blog kun je bijvoorbeeld ook vinden op http://www.blogspot.com; alhoewel ik daar weinig structureel mee om ga.
Je wilt toch dat zoveel mogelijk mensen kennis kunnen nemen van wat je maakte? Of wil je veel geld verdienen? Met wat? Kunstwerken? Dan zul je scheppend kunstenaar moeten worden; met alle gevolgen van dien. Dan mag je je voorbereiden op een situatie van <a href="http://www.waardebepalingachteraf.info/">waardering achteraf</a>. Want zó is het ook allemaal begonnen: iets zien, dat willen hebben en ervoor willen ruilen/betalen.
Wedden dat er steeds meer musea, restaurants, voorstellingen, boeken en muziek gaan verschijnen waarbij je eerst wil ervaren wat je gaat kopen in plaats van andersom? In plaats van te betalen voor de toegangsroute, die steeds breder wordt. Musea en theaters met de kassa aan het eind van de tentoonstelling of voorstelling. Boeken en muziek waarbij je ná het lezen of luisteren jouw waarde bepaalt en betaalt.
Labels:
alternatief,
auteursrecht,
business model,
fotografen,
inkomen,
internet,
kunst,
mobiel,
schrijvers,
tablet,
winst
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)