Posts tonen met het label mobiel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mobiel. Alle posts tonen
woensdag 26 december 2012
Het eind van copyright
Mensen kunnen heel paradoxale wezens zijn. Soms willen we zowel het een als het ander en lijken het een en het ander met elkaar op gespannen voet te staan. Da's een lastig dilemma.
Hét klassieke voorbeeld van zo'n situatie is iets maken of bedenken. Wat moet je daar nu mee? Dan héb je bijvoorbeeld een prachtig kunststuk gemaakt. Maar de erkenning dat het dat ook echt zo is, krijg je pas als ook (veel) anderen het hebben gezin en gewaardeerd. Maar zijn 'die anderen' wel te vertrouwen? Wat als ze het namaken? Of stelen? Of een variant maken?
Dat beveiligen is vandaag de dag verdraaid lastig. Maar in eerdere tijden kon het vrij goed door je niet te concentreren op het unieke product. Een betere manier was je concentreren op de reproductie. Het intellectueel eigendom, het bedenkersrecht, is en was onvervreemdbaar bij de bedenker, maker. En omdat reproduceren nogal wat voeten in aarde had, was het vrij goed te doen om reproducties aan te pakken.
Boeken moesten worden gedrukt. Muziek op platen geperst. Kunst goed reproduceren eiste geavanceerde druktechnieken.
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121218-184107.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121218-184107.jpg" alt="20121218-184107.jpg" class="alignnone size-full" /></a>
Maar een heleboel van die drempels zijn weg. Het begon met het kopiëren ("voor onderwijsdoeleinden") van delen van boeken en toen hele boeken. Muziek kwam op banden en cassettebandjes terecht. De kopieermachine maakte steeds leesbaardere kopieën, tot en met kleuren. Het vermenigvuldigen werd oncontroleerbaar doordat het ook thuis kon worden gedaan.
En met het digitaliseren verergerde de situatie alleen maar: oneindige aantallen kopieën die identiek zijn aan het origineel en een origineel dat niet eens slíjt. Verérgerde?!
Wat lijkt te zijn gebeurd, is dat het sturingsinstrument buiten werking is gesteld. De vraag die dan opkomt, is in hoeverre ooit is verdiend aan het auteursrecht, het bedenken en máken van iets, of dat het eigenlijk altijd ging om reproductie. Ik denk dat het dat laatste is en dat de vraag nu weer aan de orde komt of je van auteursrecht kunt bestaan, in een wereld die om geld draait.
Waardevol is en blijft het unieke exemplaar, dat moeilijk tot niet is na te maken. Gold dat voor een opdrachtschildering door ene Rembrandt van Rijn, dat kan ook gelden voor opdrachtfoto's, boeken in bijzondere uitvoering of cd's met een <em>collectors jewelbox</em>. Mits ze maar niet digitaal beschikbaar komen. Maar weet wel dat met die uitingen weinig kan worden gedaan: (te?) weinig mensen zullen het ooit zien.
Alles wat digitaal beschikbaar komt, is kwetsbaar. Is dat erg?
Nee, zou ik denken. Het betekent dat informatie, of ze nu in tekst is gegoten of in beeld gevat, sneller en massaler beschikbaar is, wordt verspreid en wordt geconsumeerd.
Waar we wel bij moeten stilstaan, is dat dat systeem gevoed moet worden. Er zal een groep mensen moeten zijn die interessante <em>content</em> maakt en toevoegt. Het zal de samenleving moeten zijn die die functie zo waardevol vindt dat ze bereid is hem als collectief te onderhouden: scheppend kunstenaars in samenlevingsdienst. Niet vrijgesteld, maar werkend... aan hun eigen werk.
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121218-183501.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/12/20121218-183501.jpg" alt="20121218-183501.jpg" class="alignnone size-full" /></a>
Dat zou mijn basisgedachte zijn, het startpunt. Maar het is nog lang niet voldoende. Want het is en blijft zoeken naar balans. Wat belangrijk is in mijn ogen is dat we dan wel helder krijgen hoe en wat we waarderen.
Ik zie het gebeuren bij al die gratis diensten. Dat die niet gratis zijn, hebben we nu wel door. In ruil voor gebruik leveren we iets in: gegevens over ons gedrag, voorkeuren voor producten, de herbruikbaarheid van onze informatie. Op zich is dat logisch: ik doe iets voor jou in ruil voor iets wat ik van jou krijg. Ruilhandel, geïdealiseerd in het beeld van de ene boer die met de andere kaas tegen kippen ruilt. Maar ja, dat digitale, hè.
Geregeld vlamt er weer een discussie op over eigendomsrecht als weer eens een (<em>social media</em>) grootmacht in zijn gebruiksvoorwaarden opneemt dat zij het recht hebben jóuw <em>content</em> te gebruiken, dóór te verkopen. De ratten!
Maar dan toch ietwat gedateerde ratten. Want wat mij dan weer verbaast, is dat we niet zelf gebruik maken van die reproduceerbaarheid. Natuurlijk wil ik best 'betalen' voor gebruik van een dienst. Maar dezelfde foto die ik bij Instagram/Google plaats, staat ook op tal van andere plaatsen. Want ik wérk niet voor die dienst. Natuurlijk mogen ze proberen geld te verdienen met mijn werk. Maar precies datzelfde werk is op andere plaatsen ook te vinden. Wél gratis.
Kortom. Met uitzondering van degenen die er van moeten leven - maar die zullen ongetwijfeld niet van deze gratis diensten gebruik maken voor hun werk - is het niet veel anders dan je eigen <em>content</em> op meerdere plaatsen te publiceren. Dit blog kun je bijvoorbeeld ook vinden op http://www.blogspot.com; alhoewel ik daar weinig structureel mee om ga.
Je wilt toch dat zoveel mogelijk mensen kennis kunnen nemen van wat je maakte? Of wil je veel geld verdienen? Met wat? Kunstwerken? Dan zul je scheppend kunstenaar moeten worden; met alle gevolgen van dien. Dan mag je je voorbereiden op een situatie van <a href="http://www.waardebepalingachteraf.info/">waardering achteraf</a>. Want zó is het ook allemaal begonnen: iets zien, dat willen hebben en ervoor willen ruilen/betalen.
Wedden dat er steeds meer musea, restaurants, voorstellingen, boeken en muziek gaan verschijnen waarbij je eerst wil ervaren wat je gaat kopen in plaats van andersom? In plaats van te betalen voor de toegangsroute, die steeds breder wordt. Musea en theaters met de kassa aan het eind van de tentoonstelling of voorstelling. Boeken en muziek waarbij je ná het lezen of luisteren jouw waarde bepaalt en betaalt.
Labels:
alternatief,
auteursrecht,
business model,
fotografen,
inkomen,
internet,
kunst,
mobiel,
schrijvers,
tablet,
winst
Locatie:
Leiden, Nederland
zaterdag 7 juli 2012
'zó moet het' is onzin
"Alles van waarde is weerloos" (Lucebert)
Vijftiger Lucebert heeft het niet over geldwaarde. Hij duidt op esthetische waarde, op schoonheid en kunst. Dat-i gelijk heeft, bewijst de geschiedenis wel. Het is vooral waardevolle kunst die wordt bewaakt en bewaard. Daarvan zóu je kunnen beweren dat dat ook de kunst is die 'eeuwigheidswaarde' heeft.
Schoonheid en kunst zijn complexe begrippen. Wie of wat bepaalt nu eigenlijk wat 'mooi' is en wat de moeite van het bewaren waard is? Voor particuliere eigenaren en vooral beleggers lijkt dat de financiële waarde te zijn. Voor musea geldt steeds meer dat wordt geprobeerd een tijdsbeeld vast te houden. En voor de kleine particulier speelt vast de gedachte mee ooit in een programma als Tussen Kunst En Kitsch te horen te krijgen een zeldzaam stuk te hebben aangeschaft.
Het is een kwestie van smaak die zorgt voor de grootste problemen. Hoe je het wendt of keert: de waardering wordt bepaald door de ogen die het zien. En onze ogen zien een Rembrandt of een pindakaasvloer van Wim T. Schippers in een andere tijd dan de maker. Het is dus heel goed mogelijk dat die beide momenten geheel verschillende waarderingen opleveren. Voor sommige grote kunstenaars betekende dat dat zij daarvan nooit iets hebben gemerkt en in barre omstandigheden leefden en stierven.
Het betekent concreet dat waardering tijdgebonden is. En dat waardering dynamisch is. Onze inzichten en onze smaak veranderen over tijd. Je kunt dat bij jezelf al nagaan door eens te proberen te herinneren in hoeverre bijvoorbeeld je muzieksmaak als tiener nog hetzelfde is als die van vandaag. Of je voorkeur voor beeld: is die nog steeds hetzelfde?
Die dynamiek maakt dat er een permanente discussie gaande is over 'mooi, en hoe dat nu moet'. En, terzijde, ook dat een steeds andere selectie objecten wordt gezien als waardevol om te behouden: niet voor niets kunnen historici soms níet begrijpen 'waarom juist dát stuk ooit is vernietigd'. Binnensteden zijn daarvan mooie voorbeelden.
Die cultuur bestaat op het Internet net zo goed als elders. En dus zie je ook daar de meningen verschillen over wat 'goed en mooi' is. Er wordt met heatmaps fanatiek gemeten waar de hotspots zitten en welke aantallen bezoekers de verschilllende websites, of zelfs delen van websites, halen. En welke advertenties op die plekken dan het meest opleveren. Of, wacht: advertenties?! Nee, we moeten de boodschap onderbrengen in de informatie, in het verhaal. Advertenties werken blijkbaar niet meer voldoende.
De vraag is echter of dat meten wel de juiste informatie oplevert. Want een visueel platform als het web, en de mobiele apparaten die nu snel opkomen, maken dat de ervaring van de gebruiker steeds meer richting die van de kunst-ervaring gaat. En dan wordt het zaak voor ontwerpers een gevóel te pakken. Dat ga je met 'meten' níet weten.
Het is de (weder)opstanding van de kunstenaar, in al z'n variëteit en zonder 'waarheid'.
Labels:
lucebert,
mobiel,
richtlijnen,
schoonheid,
usability,
waarde,
waarheid,
websites
Locatie:
2321 Leiden, Nederland
vrijdag 29 juni 2012
Zelfzucht motiveert.... toch?!
De organisatie waarvoor ik tot voor kort werkte, zal niet snel worden gezien als ‘innovatief’; in weerwil wellicht van het zelfbeeld. Het is een ietwat bezadigde organisatie waar processen, producten en diensten al langer bestaan en men dus moeite heeft die ter discussie te stellen. Een standaardpatroon, kortom, dat op veel plekken is te vinden. Ook veel vrijwilligersorganisaties kennen de mentaliteit: ‘we doen het al jaren zo en dat gaat altijd goed. Dus waarom veranderen?’. De enige verandering die wordt toegestaan, is een vrij marginale. Een nieuwe product is zelden iets anders dan een nieuwe variant bínnen een bestaande reeks. Een nieuwe dienst is vaak gebaseerd op een beproefde aanpak. En nieuwe vormen worden getoetst aan oude modellen.
Dat zijn naar mijn idee de ondernemingen die het niet gaan redden.
Stomweg omdat ze geen oog hebben voor hun speelveld. Ik weet haast zeker dat er nu lezers op de achterste benen gaan staan: “maar wat een onzin. We luisteren wél naar de klanten. We kijken hoe ze onze producten gebruiken en met welke nieuwe problemen ze worden geconfronteerd. En daar bieden wij dan oplossingen voor”. Klopt. Dat doen ze ook.
En toch zullen ze het niet gaan redden. Eigenlijk om dezelfde reden die ik eerder aanhaalde in een blogpost over het kritisch kijken naar de inzet van gamification: je moet tot het gaatje willen en durven gaan. Het moet gemeend zijn. En de vraag die je je moet stellen: wat is hier gemeend? Wat is het werkelijke doel?
De reden dat ik het schrijf, is een stukje van misschien maar drie minuten gisteravond. Fast Moving Targets organiseerde naar aanleiding van de eerste honderd Top Names een uitzending met publiek. Top Names – hier en hier terug te zien – is een web-uitzending met gasten die iets te vertellen over de invloed van (digitale) innovatie op hun werk, bedrijfstak of bedrijf. Als je wilt weten, wat eraan komt: vooral kijken. Maar dat terzijde. Gisteren dus een uitzending, met een gevarieerd publiek en ondermeer Ben van der Burg – ja, die – als gast.
Het gesprek ging op een gegeven moment over ‘mobiel’. Dan komt op enig moment de winstgevendheid van ‘mobiel’ om de hoek en Ben’s (terechte) vraag wie nu eigenlijk echt al verdient en weet hoe dat moet. Tot op heden is het immers zo dat de vaak aangehaalde succesnummers meer toevalstreffers blijken te zijn dan gerichte acties. Niet dat dat een pleidooi is voor lang nadenken en dan pas iets doen, maar wel een bevestiging van iets wat ik al járen hoor: we snappen nog niet welke mechanismen werken.
In elk geval kwam er van de tafel geen antwoord op de vraag. Maar uit de zaal kwam wel de enig juiste toevoeging, van Marck de Kock: het gaat bij ‘mobiel’ ook niet om mobiele apparaatjes, maar om relaties. Het gaat, kortom, om een veel groter netwerk, van mensen, maar ook apparaten. En in dat grote geheel werken andere wetten, waardoor het eigenlijk niet mogelijk is er één component uit te isoleren om op waarde te schatten. Daarin heeft Mark helemaal gelijk. Ook volgens Ben.

Dat is dus precies wat veel bedrijven blijkbaar niet door (willen) hebben: dat hun bedrijf inderdaad niet verandert, dat de klant mogelijkerwijs ook niet fundamenteel is veranderd, maar wél dat de omgeving waarin het bedrijf werkt, is veranderd. Er zijn nieuwe spelers gekomen. Als dat nieuwe spelers zijn, hebben die ook nog het voordeel dat ze geen historische ballast meedragen en daarmee een nog grotere concurrent zijn dan gedacht en verwacht (‘wij’ weten het op basis van jarenlange ervaring immers veel beter).
Want dat is wat Ben en Mark aankaartten: het spel is veranderd.
Want dat is wat Ben en Mark aankaartten: het spel is veranderd.
De spelregels zijn waarschijnlijk ook veranderd. Natuurlijk, het gaat nog steeds om winstgevendheid. Maar wélke winstgevendheid? En hoe? Wat moet je in een situatie waarin wederkerigheid wordt verwacht? Waar vind je nog partijen die met jou willen samenwerken, met als ultiem doel jóuw winsten te vergroten (ten koste van hen)? Wat moet je, kortom, in een wereld waarin oprechtheid aan kracht wint, en jij nog steeds zelfzuchtig ‘het eigen bedrijf overeind houdt’?
Vragen, vragen, vragen. De antwoorden zijn er inderdaad nog niet. Maar de vragen zijn op zichzelf al interessant om te stellen omdat ze gaan over de beweegredenen van ondernemers en ondernemingen. Hoe oprecht zijn die eigenlijk?
Labels:
collectief,
fast moving targets,
innovatie,
mobiel,
netwerk,
ondernemen,
vernieuwen
Locatie:
2321 Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)

