Posts tonen met het label waarheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label waarheid. Alle posts tonen

dinsdag 7 oktober 2014

het verdwijnen van een werkelijkheid

Dit is een echt leuk artikel: It’s Official: A.I.s are Now Re-Writing History. Het is van de hand van Rob Smith en ik vond het op PetaPixel.

En het is beangstigend. Of líjkt het beangstigend?

Dit leek me de kern. Een foto die niet is gemaakt van een moment dat niet bestond.
Actually, these photos were a part of a “burst” or twelve that my iPhone created when my father-in-law accidentally held down the button too long. I only uploaded two photos from this burst to see which one my wife liked better.

So Google’s algorithms took the two similar photos and created a moment in history that never existed, one where my wife and I smiled our best (or what the algorithm determined was our best) at the exact same microsecond, in a restaurant in Normandy.


Een foto die niet is gemaakt van een moment dat niet bestond, maar die wel wordt gepresenteerd als de werkelijkheid. Dát intrigeert. Toch? Want het roept meteen de vraag op wat werkelijkheid is. We zijn immers opgevoed, opgeleid en doordrongen van het uitgangspunt dat je de werkelijkheid kunt zíen. Empirie heerst.

Met de komst van intermediaire media, zoals televisie, is dat gaan schuiven. Uit mijn jeugd komt dit iconisch fragment. Bijzonder, omdat 'de rest van de wereld' níet twijfelde aan de televisiewaarheid.
http://youtu.be/FMkokpaAh78

Nu lachen we er om. Maar waarom lachen we eigenlijk?

We weten inmiddels dat voor de televisiewerkelijkheid foto's ook werden bewerkt, geretoucheerd. Was dat bedoeld om stofjes en krasjes op negatieven weg te werken, in later jaren verdwenen er personen van foto's. Weg geretoucheerd. In het Oostblok was men er een kei in, vertelden de Westerse leiders. Die er zelf ook aardig handig in waren. Met de komst van digitale media(opslag) wordt het nog een slag complexer: er verdwijnt een zichtbare opslag. Geen film, geen negatieven, alleen nullen en enen.

In 1998 wordt geconstateerd:
De waarheidspretentie ligt dan ook niet zozeer in de techniek, maar in de plaats die zij zich heeft verworven in ons denken.

Een stelling die nog niet aan geldigheid inboette. Sterker, de vraag is wat onze werkelijkheid nu is.

Met de digitale mogelijkheden is de weergave van een werkelijkheid al hevig onder druk komen te staan. Retoucheren doen we al lang niet meer. We fotosjoppen. Het is een werkwoord geworden! Eentje dat we zoveel gebruiken dat het normaalste zaak van de wereld lijkt foto's aan te passen. Modellen die slanker worden of waarvan lichaamsdelen onbewust de aandacht trekken (omdat dat zo lekker verkoopt). Maar ook de net niet gelukte vakantiefoto die we even 'bijwerken'. En dan kun je natuurlijk ook nog leuke geintjes uithalen met foto's. Geintjes die zó overduidelijk nep zijn, dat iedereen daarvan de lol inziet.

Maar waar verlaat je dan de werkelijkheid?

De situatie tot nu is dat we met ópzet - kwader of goeder trouw - manipuleerden. Wat nu gaat beginnen, is echter principieel anders. Een autonome machine beslist en stelt onze werkelijkheid samen. Persoonlijk vind ik dat weer zo'n fascinerend effect van innovatie, van technologische vooruitgang: op welk moment zijn we niet meer in staat werkelijkheid van werkelijkheid te onderscheiden? Op welk moment is dat samenstellen zo massaal en onbetwist dat we in een nieuwe werkelijkheid terecht komen? Een werkelijkheid die wel de echte móet zijn; want we zien het toch, nemen 'm toch waar?

donderdag 31 juli 2014

De essentie van informatieoorlog

Ondanks dat ik wist dat er een wezenlijk verschil is tussen een afbeelding en zijn origineel, was ik diep onder de indruk van dat verschil. De reden is eigenlijk heel eenvoudig. Ik zag een schilderij. Een schilderij dat, in woorden beschreven, een blauw vlak is. Hoe moeilijk kan dat zijn?

Dit is het:

Untitled blue monochrome2.png
"Untitled blue monochrome2". Licentie Public domain via Wikimedia Commons.



In het Stedelijk Museum in Amsterdam een ander blauw doek van dezelfde kunstenaar: L’accord bleu van Yves Klein.

Het is alweer meer dan een jaar geleden dat ik het doek zag en werd verpletterd. Niks blauw vlak. Ja, het is een blauw vlak, maar het lijkt te leven! Het is het beroemde ultramarijnpigment van Klein: International Klein Blue. In feite doen afbeeldingen beide werken he-le-maal geen recht. Kunstkenner ben ik niet. Mijn oordeel is voor honderd procent gebaseerd op míjn ervaring, míjn gevoel. Mijn vooroordeel was dat zo'n eenvoudig blauw vlak toch niet echt moeilijk moest zijn weer te geven op, bijvoorbeeld, een computerscherm. Inmiddels weet ik dat dat dus níet (altijd) kan en dat een origineel onkopieerbaar uniek kan zijn.

Zulke ervaringen heb je wel meer. Dat je een origineel ziet, of hoort, en dat je denkt: 'Dat líjkt niet op de kopie!'. Nog afgezien van de omkering - de kopie lijkt niet op het origineel - is het wel een vaststelling waarvan je je kunt afvragen tot waar die geldt. Kopieën, van kunst, muziek, literatuur, teksten, analoge bronnen: daarvan weten we allemaal wel dat die inferieur zijn. Bij digitale originelen is dat al veel onduidelijker. Sterker, de veronderstelling dat digitale bronnen oneindig gekopieerd kunnen worden zonder kwaliteitsverlies is waar. Of ze ook met dezelfde kwaliteit overal getóónd kunnen worden, is een andere vraag. Op een waardeloze monitor zal zelfs het allerscherpste fotobestand er erbarmelijk uitzien, ondanks de identieke code.

Maar voor dat doek van Klein staand, bekroop me weer de gedachte: er is een onderscheid tussen de twee werelden die we 'de echte' en 'de digitale' noemen. Dat schilderij was niet in al z'n facetten te reproduceren. Je kunt er wel een indruk van krijgen, een impressie. Maar dat essentiële effect, dat overdonderend blauw, dat kunnen we niet overbrengen.

Een Belg, ene Magritte - ben ik groot fan van - wees daar al op: het bedrieglijke van waarneming en interpretatie, van onze gedachten. We denken (te) snel te weten wat we zien, horen, voelen of ruiken. En dat is de 'echte wereld'.

De vraag is of we in 'de digitale wereld' diezelfde misleiding niet ook ontmoeten, maar dan nog sterker. Want niet alleen misleidt onze geest ons, maar mogelijk ook de schepper van de digitale werkelijkheid. Da's niet per sé een zorgwekkend idee. Het is wel iets waar we alert op moeten zijn: er is geen ijkpunt voor waarheid in 'het digitale'. Je bent aan jezelf overgeleverd, je eigen gezond verstand en kennis.

Dan zit je ineens van een blauw vlak middenin de essentie van een informatieoorlog, de zoveelste.

zondag 30 september 2012

De wijsheid van Ali B.

Een echt heel erg groot fan van Ali B. zal ik niet snel worden. Het lijkt me een aardige jongen. Maar rap en hiphop... nee, dat vind ik niks. Wellicht dat ik daarom ook niet zo'n hoge waardering geef voor Ali B. Op Volle Toeren. Het verhiphoppen van bestaande 'klassiekers' vond ik in de helft van de gevallen absoluut geen toegevoegde waarde hebben.

Even tussendoor en voor de duidelijkheid: anders is het als je in het programma naar de gesprekken luisterde. Wat mij daarin opviel, is de generatiekloof. Muzikanten die in de jaren zestig, zeventig en wellicht nog tachtig nog populair waren, waren dat voor Ali en zijn kornuiten absoluut niet. En waarom ook? In dat verband: zoiets als de Top2000 leidt ook aan zo'n vanzelfsprekende, onuitgesproken, ontkende(?) oriëntatie op die periodes. Alsof er daarna niets meer gebeurde.

20120930-193413.jpg

Maar goed. Ali B. had ik een beetje geplaatst in de categorie charmante en zo op het oog vriendelijke mensen. Of hij dat in werkelijkheid echt ís? Geen flauw benul. Maar hij kan wel de indruk wekken zichzelf te blijven en te zeggen wat hij denkt. Een soort van Frans Bauer. Maar dan anders.

In de afgelopen week was Ali B. te gast bij De Wereld Draait Door. Daar ging het gesprek over de kwaliteit van Zomergasten en de kwaliteit van de presentator, Jan Leyers. Die gesprekken hebben inmiddels de status van ongeloofwaardig ritueel bereikt, zo vaak als dat ze jaarlijks worden gevoerd met hetzelfde type opmerkingen. Alsof Nederland in de zomer op zoek is naar die ene superpresentator. Net zoals Nederland dan smachtend wacht op die ene superzomer, die iedereen zal heugen als dé zomer. En waarvan we eigenlijk allemaal weten dat-i niet bestaat.

20120930-193438.jpg

In die situatie kwam Ali B. heel treffend uit de hoek, en eigenlijk ook snoeihard naar al die critici die Jan Leyers 't een of 't ander verweten. Naar Ali's mening is Zomergasten, een gesprek tussen twee personen, een verantwoordelijkheid van béiden. Dat er één gastheer is en de voortgang bewaakt, ontslaat de ander niet van zijn verantwoordelijkheid openingen te bieden voor het gesprek.

Dat is een wijs standpunt. Als je akkoord gaat met zo'n gesprek, dien je ook bereid te zijn iets van jezelf bloot te geven. In tegenstelling tot een kruisverhoor, wat meestal onvrijwillig plaatsvindt, gebeurt dit geheel vrijwillig en met een bekende intentie. Ali heeft dan ook helemaal gelijk als hij stelt dat ook de gast een verantwoordelijkheid heeft.

Het aardige is dat de uitzending van De Wereld Draait Door ook scripting aanstipte, zoals gebruikt in gespeelde documentaire-achtige programma's. Alhoewel de bedoeling is een ongeregisseerde registratie te insinueren, is álles uitgeschreven en geregisseerd. Blijkbaar is het eenvoudiger de 'werkelijkheid' naar je hand te zetten dan hem echt te registreren. En da's een hellend vlak.
Begint dat met een onschuldige 'herhaling van zetten' vanwege een beter plaatje of geluid; het kan eindigen met een gesimuleerde situatie die slechts heel zwakke ankers in de werkelijkheid heeft. Motivatie kan uiteraard best kostenbeheersing zijn, maar nadat een eerste keer de werkelijkheid is aangetast is voor een neutrale kijker de integriteit in zijn algemeenheid aangetast. Want, ja, wat is dan nog waar?

Het zal voor echte documentairemakers steeds moeilijker worden te overtuigen. De kans is groot dat kijkers steeds meer op voorhand wantrouwig gaan worden. Maar wat ook wellicht zal gebeuren, is dat de eisen die kijkers stellen aan documentaires steeds hoger worden: 'Geen mooie opnamen van wilde dieren? Geen ultra slowmotion van insecten? Dan kijk ik niet. Dan is 't niks.'

Wat dat betreft, heeft Ali B. meteen een vraagteken geplaatst bij het aloude uitgangspunt 'wat ik zie, is waar'. Want hoe waar, ís waar?

20120930-193503.jpg

zaterdag 7 juli 2012

'zó moet het' is onzin


"Alles van waarde is weerloos" (Lucebert)
Vijftiger Lucebert heeft het niet over geldwaarde. Hij duidt op esthetische waarde, op schoonheid en kunst. Dat-i gelijk heeft, bewijst de geschiedenis wel. Het is vooral waardevolle kunst die wordt bewaakt en bewaard. Daarvan zóu je kunnen beweren dat dat ook de kunst is die 'eeuwigheidswaarde' heeft.
Schoonheid en kunst zijn complexe begrippen. Wie of wat bepaalt nu eigenlijk wat 'mooi' is en wat de moeite van het bewaren waard is? Voor particuliere eigenaren en vooral beleggers lijkt dat de financiële waarde te zijn. Voor musea geldt steeds meer dat wordt geprobeerd een tijdsbeeld vast te houden. En voor de kleine particulier speelt vast de gedachte mee ooit in een programma als Tussen Kunst En Kitsch te horen te krijgen een zeldzaam stuk te hebben aangeschaft.
20120707-194747.jpg
Het is een kwestie van smaak die zorgt voor de grootste problemen. Hoe je het wendt of keert: de waardering wordt bepaald door de ogen die het zien. En onze ogen zien een Rembrandt of een pindakaasvloer van Wim T. Schippers in een andere tijd dan de maker. Het is dus heel goed mogelijk dat die beide momenten geheel verschillende waarderingen opleveren. Voor sommige grote kunstenaars betekende dat dat zij daarvan nooit iets hebben gemerkt en in barre omstandigheden leefden en stierven.
Het betekent concreet dat waardering tijdgebonden is. En dat waardering dynamisch is. Onze inzichten en onze smaak veranderen over tijd. Je kunt dat bij jezelf al nagaan door eens te proberen te herinneren in hoeverre bijvoorbeeld je muzieksmaak als tiener nog hetzelfde is als die van vandaag. Of je voorkeur voor beeld: is die nog steeds hetzelfde?
Die dynamiek maakt dat er een permanente discussie gaande is over 'mooi, en hoe dat nu moet'. En, terzijde, ook dat een steeds andere selectie objecten wordt gezien als waardevol om te behouden: niet voor niets kunnen historici soms níet begrijpen 'waarom juist dát stuk ooit is vernietigd'. Binnensteden zijn daarvan mooie voorbeelden.
Die cultuur bestaat op het Internet net zo goed als elders. En dus zie je ook daar de meningen verschillen over wat 'goed en mooi' is. Er wordt met heatmaps fanatiek gemeten waar de hotspots zitten en welke aantallen bezoekers de verschilllende websites, of zelfs delen van websites, halen. En welke advertenties op die plekken dan het meest opleveren. Of, wacht: advertenties?! Nee, we moeten de boodschap onderbrengen in de informatie, in het verhaal. Advertenties werken blijkbaar niet meer voldoende.
20120707-203500.jpg
De vraag is echter of dat meten wel de juiste informatie oplevert. Want een visueel platform als het web, en de mobiele apparaten die nu snel opkomen, maken dat de ervaring van de gebruiker steeds meer richting die van de kunst-ervaring gaat. En dan wordt het zaak voor ontwerpers een gevóel te pakken. Dat ga je met 'meten' níet weten.
Het is de (weder)opstanding van de kunstenaar, in al z'n variëteit en zonder 'waarheid'.