Posts tonen met het label Berlijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Berlijn. Alle posts tonen

maandag 8 september 2014

Een levende stad

Blogde ik gisteren over sociale-archeologie; vandaag zat ik weer te grasduinen in de foto's die ik in steden maak. Veruit de meeste daarvan zijn echt herinneringskiekjes. Van die foto's die je, soms heel impulsief, maakt als je iets ziet en je weet dat je dat gaat vergeten áls je niet....... Dat soort foto's.

Sommige zijn met knippen en andere bewerkingen nog een beetje acceptabel te maken. Ik ben er niet gefocust en vakman genoeg voor om direct bruikbare beelden te maken. Als je er een aantal maakt, zijn daartussen echter altijd wel leuke te vinden.

Het zijn die beelden die mij boeien. Groots, verborgen, petieterig klein: alles kan. En soms is het maar even echt mooi, of in het echt nog véél mooier. Deze bijvoorbeeld knalde eruit doordat de zakkende zon vooral het stuk beschilderde muur bescheen:
foto

Eén van de mooiste schilderingen vond ik deze. De boom hoort er gewoon bij:
Photo 26-08-14 18 04 28

En voor deze ben ik met m'n ontstoken voet zelfs terug gelopen omdat ik na tweehonderd meter ineens bedacht: "Maar dat was een collage, op die buitenmuur achter de steiger":

Photo 26-08-14 19 36 28

Ik weet 't. Het zijn geen prijswinnende foto's. Dat hoeft ook niet. Het zijn privé kiekjes. Voor deze keer gebruikt om jou te laten zien dat de stad leeft, als je 'm de kans geeft.

woensdag 3 september 2014

Berlijns bier

Eigenlijk is het een vreemd fenomeen: drank in de openbare ruimte. Hypocriet is de omgang ermee.

Het is wéér Berlijn dat het onderwerp aandroeg (en nog een ander dat waarschijnlijk morgen wel oppopt). Wie zich door die stad beweegt, ziet, zo lijkt het, overal mensen met bier op straat. In eerste instantie denk je: alcoholisten. Tot je je realiseert dat de stad dan wel érg veel alcoholisten herbergt. Iets wat ik overigens niet uitsluit als verklaring voor al die bierflesjes.

Nu is Berlijn zo groot dat het niet zo is dat 'Berlijners drinken bier op straat' voor iedereen noch voor ieder stadsdeel op gaat. In het westelijk deel zagen we het beduidend minder dan in het oostelijk deel. Daar zullen de toeristen debet aan zijn, want die lijken de stad te overspoelen - zoals iedere toeristische bestemming weet - en brengen hun eigen waarden en normen mee. Op straat drinken hoort daar minder bij, dan voor de oostelijk Berlijners?!

Ik heb geen idee waar de verklaring voor dat straatdrinken te zoeken. Gezien mijn opleiding zoek ik het al snel in menselijk gedrag, sociale status, groepsdruk. En, eerlijk gezegd, heb ik de indruk dat dat ook werkbare verklaringen zijn.

Berlijn hééft veel alcoholisten. Dat zou weleens waar kunnen zijn. Wij hebben veel rondgehangen in de straten rondom de Schlesisches Tor (goedkope restaurants, straatleven, (voedsel)kiosken, mijn idee van stadsbezoek: ik beken). Als je dan op een terras wat voor je uit staart over de de straat, valt je op hoeveel mensen er met één - of vaker meerdere - halve liters bier over straat gaan. Een weinig betrouwbare gok: één op de vijf, zes?! Flesjes frisdrank of water zie je hoegenaamd niet, wel flessen sterke drank.

Al snel valt het je niet echt meer op, zo gaat het op in het straatbeeld.

Het gegeven dat er voornamelijk bier, alcohol, wordt gedronken, deed me toch denken aan vormen van verslaving. Alsof je de reis van A naar B niet kunt maken zónder voldoende bier. Zo, althans, kwam het op een gegeven moment over: dit was geen geníeten van een biertje meer. Vanaf dat moment kijk je vragend naar dat gedrag.

Deze blogpost, met deze inhoud, had ik al willen schrijven, toen ik in twittergesprek raakte met Alper Cugun (@alper) en Vincent Kompier (@vinberlin), over 'fietsen in Berlijn' (de vorige blogpost). Dat gesprek raakte ook aan het fenomeen straatdrinken. Blijkbaar is de verklaring ervoor lastig; het ís gewoon zo. Via Vincent kwam dit NOS-item uit 2010 tevoorschijn:

http://nos.nl/video/176670-zomercolumn-bier-drinken-in-berlijn.html

Nette drinkers. Niet de mensen met meerdere flesjes bij zich, uit jas- en broekzakken stekend. Deels, zo leek het, was het ook een houding. Jonge mensen in Kreuzberg die het flesje gebruikten als symbool voor onafhankelijkheid?! als teken van echte Berlijner zijn?! als teken van 'minachting' voor de toerist?!. Mij deed het denken aan het patserloopje.

De waarschijnlijkste verklaring is sociale status, ben ik bang. Of beter: sociaal-economische. Het uiterlijk van weinig geld.

Dat is het hypocritische aan alcoholgebruik in de openbare ruimte. De verslavende en verdovende werking van alcohol zijn algemeen bekend. De winsten die de brouwerijen maken, ook (min of meer). Vanwege de eerste zin zou je een verbod verwachten. Een verbod dat niet handhaafbaar meer is nu 'we' de geneugten van alcohol kennen. Een verbod dat ook niet in het belang van de brouwerijen (en overheid) is.

Dus verbieden veel landen het gebruik van alcohol in de openbare ruimte. Of ze maken het zichtbaar bij je hebben van alcohol al strafbaar. Mag je alleen 'buiten beeld' alcohol gebruiken - let op werkwoord!. Wat je niet ziet, deert blijkbaar niet.

Het is even wennen. Maar het is maar de vraag of het Berlijnse gebruik niet oprechter is.

dinsdag 2 september 2014

De valse Nederlandse volksaard

Het zal me een worst zijn hoe jij je in het verkeer gedraagt, zolang ik (wij) er geen last van heb. Da's, denk ik, mijn grondhouding.

Het komt er op neer dat ik naar regels kijk als instrumenten om een geschil te beslechten. Rode stoplichten zijn onzinnig op wegen waar ('s avonds bij voorbeeld) in geen velden of wegen ander verkeer is te bekennen. Het is betwistbaar of je daar dan voor moet stoppen 'omdat de regel nu eenmaal zo is'. Maar áls er iets misgaat, ben je wel de lul als je daar door rood reed.

Hoe drukker, hoe belangrijker hoe jíj met regels om gaat. Rood licht negeren, is dáár vragen om problemen. En recht op het aanstormende verkeer in een eenrichtingstraat af rijden, verdient ook geen schoonheidsprijs. Die leveren conflicten op, die je subiet verliest.

In dat kader heb ik met verbazing gekeken naar fietsers in (oost-)Berlijn. Die nemen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, de stoepen, zwenkend tussen voetgangers. Ik heb me laten vertellen dat het een overblijfsel is uit de pre-fietsperiode. De brede wegen waren voor de tram, bus en auto. Op de trottoirs is dat nog terug te zien in de vorm van de bestrating: veel stoepen hebben een centrale strook van afwijkend materiaal. Dat schijnt fietspad aan te duiden. En dus rijdt iedereen - bíjna iedereen - over de stoep. Vooral het 'tegen het verkeer in fietsen' is populair.

Op de weg fietsen doen minder mensen. En dat terwijl de wegen eigenlijk gewoon geschikt zijn, zowel oost als west en zowel de drukke als de stille. Dat neemt niet weg dat een 'tegengestelde stoepfietser' ons toebeet 'Primitiven' te zijn. Terwijl het toch echt fietsstrook was.

Hoe kan het dat die enorme stad op die manier met fietsers omgaat? Wij hebben er hier concepten voor nodig; zoals shared spaces.

Vandaag dacht ik het te zien. De Berlijners accepteren de fietsers. Dat is één. Maar belangrijker: beide respecteren elkaar. Eigenlijk heb ik geen enkele van de tientallen ontmoetingen gezien dat de voetganger níet opzij ging voor de stoepfietsers, heb ik geen enkele keer gezien dat de stoepfietser zijn weg af dwong of heb ik gezien dat beide elkaar stonden verrot te schelden.

Vandaag zag ik met andere ogen ons Nederlands gedrag. Da's anders, in zijn bedoeling. De Nederlandse verkeersdeelnemer lijkt uit te gaan van superioriteit, de zijne. Ik wil die kant op, jij gaat maar opzij. Oók fietsers doen daaraan volop mee. Tegenfietsers zijn eerder provocateurs of spelers van chicken games. In elk geval zijn het geen coöperatieve type-jes.

Wij negeren regels in volledig en uitsluitend eigenbelang. Het is frappant te zien hoe Nederlanders in staat zijn anderen in problemen te brengen zolang zíj maar veilig zijn.

Nederland is o zo trots op z'n open samenleving, onze volksaard. Dat dat 'open' feitelijk zou moeten worden vervangen door het veel terechtere 'onverschillig' werd voor mij (weer) bewezen, in Berlijn deze keer. Want in het land dat bekend staat om z'n Gründlichkeit en het misbruikte Befehl ist Befehl, blijkt men véél socialer en volwassener te zijn dan hier.

Blijkbaar is het voor Nederlanders noodzakelijker regels en scheidsrechters te hebben.

maandag 1 september 2014

Jij, de toerist

Het leukste aan vakantie - op zich al een blogpost waard - is de terugkeer naar huis. Is alles er nog? Er zal toch niet zijn ingebroken? Wat zal er zijn veranderd? Nou, meestal niets. Misschien dat de gemeente een boompje heeft geplant of geveld, maar meestal is dat het wel. Bij de meeste van ons ís niet ingebroken en staat het huis er nog steeds.

Er is één moment wat mijn favoriet is. Dat is het moment waarop we Nederland weer binnen komen. Niet omdat het zo'n 'we zijn weer thuis'gevoel oproept. We hebben ooit drie of vier achter elkaar meegemaakt dat we werkelijk bij het passeren van de Belgisch-Nederlandse grens in de regen kwamen. Op een gegeven moment leek het gewoonte te zijn. Dat was het jaar waarin het níet meer regende toen we thuis kwamen.

Nee, thuis komen geeft je even, héél even de mogelijkheid je eigen omgeving, je eigen land met vreemde ogen te zien. Alsof je toerist bent en net aankomt.

Als ik eerlijk ben, is dat geen onverdeeld genoegen.

Dit jaar kwamen we bijvoorbeeld terug uit Berlijn. Met de trein. Als toerist word je dan neergezet op een achteraf spoor op Amsterdam Centraal. Een griebus perron, om eerlijk te zijn: smal, vuil en een trap die je in een tunnel van geen enkel allooi voert. Amsterdam CS blijkt zich net aan te kunnen meten met de satellietstations van Berlijn, maar staat lichtjaren af van het Hauptbahnhof, van Antwerpen CS, van Paris Nord of Londen. De trein naar Leiden was smérig. Dát is dus de ervaring van een bezoeker.

Mij was dat nooit zo opgevallen. Want die trein en perron waren conform Nederlandse reinheidsnormen. De realiteit is dat de realiteit verblindt. Het is iedere keer weer een gewaarwording te merken dat je na slechts een paar dagen afwezigheid al met andere ogen naar je vanzelfsprekende omgeving kijkt. Heel maf. Heel leerzaam.

Zo arriveerden wij jaren terug vanuit Barcelona in Leiden. Wat mij het meest bij is gebleven, is dat Leiden 's avonds zo ongelooflijk donker (en kaal en grauw) oogt. De bus reed ons door de 'belangrijkste straat van Leiden'. Er was niets te zien. Een reiziger moest moeite doen om iets te ontwaren door de ramen van de bus. Er liepen wat losse figuren rond. Het was vooral dónker. En die straat wil Leiden 'opwaarderen' met 'winkelallure'?! Dan zul je dus echt eerst en vooral Licht en Leven moeten introduceren.

Voor mij zijn het kostbare beelden.

Om je keihard-pijnlijk met je neus op je eigen waarnemingsvertekening te wijzen. Voor mijn of jouw dagelijks leven is dat geen belemmering. Wij zien sommige aspecten niet niet (meer). Wij kunnen best tevreden zijn met onze omgeving. Daarin filteren we. Onaangename beelden worden verzacht (of weggegumd uit je waarneming). Schoonheid en lelijkheid vervloeien tot een nondescriptief decor. Je let er niet goed op, waardoor schoonheid én lelijkheid onzichtbaar worden gemaakt. Maar de bezoeker heeft die dagelijkse ervaring niet en zal de stad op een heel andere manier zien.

Daarom zijn die terugkeer-beelden zo belangrijk. In die minder dan een paar uur neem je je eigen omgeving waar als een vreemde. Dát zijn de ervaringen die relevant zijn voor stadsontwikkeling. Ik vond Leiden donker en dreigend. Wellicht miste jij een goede bewegwijzering? Vond je de stadsbewoners horken? Vroeg je je af hoe je eigenlijk snel bij de stadskern kwam als bezoeker? Al die vragen en ervaringen die je leven elders, in 'den vreemde', bepaalden.

Een stad die serieus aan de slag wil met stadsontwikkeling zou eigenlijk óók zijn inwoners naar díe ervaringen moeten vragen. Naar die zeldzame momenten waarin je objectiever, out of the box ervaart. Ziet hoe het visitekaartje er werkelijk uitziet.