Soms praten we over niet-bestaande zaken alsof ze wél bestaan. En ze bestaan ook wel, maar niet tastbaar of aanwijsbaar. Soms zijn dat metafysische concepten als 'hemel', 'hel' en 'ziel'. In aanwijsbare vorm bestaan die niet.
Die categorie concepten is interessant. Ze zijn allemaal door de mens geconstrueerd. Er is geen lieveheersbeestje dat nadenkt over naar de hemel gaan en geen vliegenvangende zonnedauw die bezig is met de hel. Concepten zijn menselijke constructen.
Om de wereld, en onszelf, te begrijpen, zijn die concepten handig als ordening. Zijn groepen als 'jongeren' en 'ouderen' nog enigszins voor te stellen op basis van fysieke kwaliteiten, andere worden een graadje moeilijker. Uniformen en andere onderscheidingstekens helpen nog weleens. Maar bij sommige is ook dat een probleem. 'Ouders'; die herken je zonder kinderen niet. En toch hebben we het geregeld over de kwaliteit van 'de opvoeding door huidige ouders'.
Omdat constructen en concepten afspraken zijn tussen mensen zijn het ideale voedingsbodems voor twist. Sommige duren voort - bij voorbeeld die over geloofszaken - terwijl andere min of meer beslecht zijn - de 'beschermde beroepen' zijn daarvan een voorbeeld. 'Min of meer' omdat die beslechting niet onwankelbaar is. Met name de technologische vooruitgang maakt breuklijnen.
Medici zijn een voorbeeld daarvan. Naast de ontdekking van de psychiatrie als serieus onderdeel van de medische wetenschap, zijn het vooral de functies die zijn gekoppeld aan medische apparatuur die voor discussie (gaan) zorgen. Een diagnose stellen, mag alleen een arts in casu een mens met de juiste opleiding. Maar wat te doen met de technologie die het mogelijk maakt (eenvoudige vooralsnog) diagnoses te stellen? De reactie is voorspelbaar: de beroepsgroep stelt dat alleen zij dat kan en mag.
Iets vergelijkbaars doen journalisten. Die bestaan helemaal niet. Wel zijn er mensen met een goed stel hersens en een vlotte pen die, omdat ze een opleiding volgden, menen een unieke aanspraak te kunnen maken op die titel. Omdat 'journalist' geen beschermd beroep is, is een eigen systeem gemaakt. 'Echte journalisten' zijn die lid zijn van de NVJ. En daarvan kan echt niet iedereen lid worden.
Ze voeren echter een achterhoedegevecht, in een veranderd medialandschap.
Wat mij zo verbaast aan de discussie in en over media en journalistiek, is dat er zo strak wordt vastgehouden aan oude beelden. In de media wandelen inmiddels tal van types rond die journalist werden genoemd toen ze bekend werden. En 'de media' is minder en minder het unieke domein van omroepen, kranten of tijdschriften. Jij en ik kunnen daar ook een plek in nemen.
Uit de meeste discussies blijkt hoe weinig adaptief vermogen de media en journalistiek hebben. In plaats van uit te gaan van coöperaties van mensen en middelen, verknoeit men tijd met hopeloze discussies over concepten: wat is het beroep journalist? Wat een publieke omroep?
Daar spelen dan ook nog eens afgunst, naijver en geld een rol. Zelden wordt het gesprek gevoerd over de kwaliteit van goed sámenwerkend journalistiek werken. Nee, het gaat om de afgeleide: marktwerking en -verstoring. Het publieke bestel is de start van alles. Zakelijke geesten zagen kans geld te verdíenen met 'media', maar probeerden meteen de spelregels te veranderen. Als dat niet lukt, klaag je, als nieuwkomer, over de spelbreker, degene die als eerste bezig waren. Dan is de publieke omroep een spelbreker, een marktverstoorder, en de overheid een financier die daarin partner in crime is.
Dat is een haast groteske reductie van de werkelijkheid.
Wij, de consumenten, zijn niet zo loyaal als gedacht. Als zich betere mogelijkheden voordoen, stappen we zonder scrupules over. Bínnen het omroepbestel wilden we nog wel lid zijn van een omroep en op die manier een statement maken. Dat gold ook voor de krant: er wás geen keus, anders dan deze steeds beperktere.
Maar de fase is al veranderd. Er komt meer en meer keuze. En we springen nu dan ook weg van onze gastheren, op weg naar talloze nieuwe. Op het Internet. Nog niet massaal, maar dat duurt geen generaties meer.
U bent een construct, dames heren journalisten en mediamensen. U bent aan het verbleken in het plaatje. Binnenkort bestaat u in deze vorm niet meer. Dan hebben we nieuwe constructen.
Posts tonen met het label content. Alle posts tonen
Posts tonen met het label content. Alle posts tonen
donderdag 15 augustus 2013
zaterdag 3 augustus 2013
Dáárom gaat het mis met de pers
In de vakantie zat ik lekker onder het eikje wat rond te lummelen op het Internet. Zo ronddwalend trof ik een titel die me indertijd ook al trof: Broodroof en Broddelwerk. Hij staat op Journalisten Lab.
Zo lezend onder de boom trof me iets anders dan die eerste keer:
Inderdaad. Het gaat over de werking van platforms als Dichtbij die een mengsel brengen van content curatie en eigen werk. Dat brengt wrevel met zich mee. Want journalisten - of beter: de uitgever - wil wél graag overal en altijd de eer (geld) die hem of haar naar zijn of haar indruk toekomt. Niet onterecht. Maar het is een ontkenning van een nieuwe vorm van publiceren.
Dat citaat hierboven trof me daarom. Wat me de eerste keer niet direct was opgevallen, is dat het bijna een pot verwijt de ketel-situatie is. Want blijkbaar functioneert de journalist binnen een conventie en een strak stramien: de boodschap breng je in de eerste regels van je artikel.
Kijk. Dat is een uitnodiging voor diegenen die dan slim software kunnen inzetten. Blijkbaar lukt het de schrijvende pers niet om buiten hun zelfgebaande paden te treden. Terwijl dat toch een deel van de oplossing is.
Waarom wordt dat stramien gehanteerd? Zijn de lezers te lui, te dom om verder te lezen? Of hebben 'we' onszelf dat aangeleerd? Waarom zou een nieuwsartikel niet een, pakkende, lange aanloop naar het nieuwsfeit mogen hebben? Waarom wordt de lezer niet uitgedaagd?
Als het waar is wat ik denk - dat die conventies en stramien zo bepalend zijn - dan heb ik meteen minder 'medelijden' met bestaande media die klagen over 'jatwerk'. Dat begint nu te neigen naar 'uitlokking'. Tijden en mogelijkheden veranderen. Iedereen past zich daaraan aan: langzamer of sneller, meer of minder. Maar aanpassen doe je.
Als de artikelen in vorm ónvoorspelbaar worden, zal iedere content curator net iets meer inspanning moeten leveren dan nu. Lezen en samenvatten en met hyperlinks naar de oorspronkelijke tekst terug verwijzen. Maar dat betekent ook meer (gevraagde) erkenning op voor de oorspronkelijke schrijver. Want de samenvatting is toch altijd minder dan het origineel.
Geen idee of het werkt. Maar die '50 woorden aan het begin'? Mij lijkt dat de journalist daar eens aan moet gaan tornen.
Zo lezend onder de boom trof me iets anders dan die eerste keer:
De “kop en 50 woorden” is best veel, meestal heb je de essentie dan wel te pakken zodat je niet naar de originele bron hoeft. Veel bronnen vinden het dan ook niet fijn.
Inderdaad. Het gaat over de werking van platforms als Dichtbij die een mengsel brengen van content curatie en eigen werk. Dat brengt wrevel met zich mee. Want journalisten - of beter: de uitgever - wil wél graag overal en altijd de eer (geld) die hem of haar naar zijn of haar indruk toekomt. Niet onterecht. Maar het is een ontkenning van een nieuwe vorm van publiceren.
Dat citaat hierboven trof me daarom. Wat me de eerste keer niet direct was opgevallen, is dat het bijna een pot verwijt de ketel-situatie is. Want blijkbaar functioneert de journalist binnen een conventie en een strak stramien: de boodschap breng je in de eerste regels van je artikel.
Kijk. Dat is een uitnodiging voor diegenen die dan slim software kunnen inzetten. Blijkbaar lukt het de schrijvende pers niet om buiten hun zelfgebaande paden te treden. Terwijl dat toch een deel van de oplossing is.
Waarom wordt dat stramien gehanteerd? Zijn de lezers te lui, te dom om verder te lezen? Of hebben 'we' onszelf dat aangeleerd? Waarom zou een nieuwsartikel niet een, pakkende, lange aanloop naar het nieuwsfeit mogen hebben? Waarom wordt de lezer niet uitgedaagd?
Als het waar is wat ik denk - dat die conventies en stramien zo bepalend zijn - dan heb ik meteen minder 'medelijden' met bestaande media die klagen over 'jatwerk'. Dat begint nu te neigen naar 'uitlokking'. Tijden en mogelijkheden veranderen. Iedereen past zich daaraan aan: langzamer of sneller, meer of minder. Maar aanpassen doe je.
Als de artikelen in vorm ónvoorspelbaar worden, zal iedere content curator net iets meer inspanning moeten leveren dan nu. Lezen en samenvatten en met hyperlinks naar de oorspronkelijke tekst terug verwijzen. Maar dat betekent ook meer (gevraagde) erkenning op voor de oorspronkelijke schrijver. Want de samenvatting is toch altijd minder dan het origineel.
Geen idee of het werkt. Maar die '50 woorden aan het begin'? Mij lijkt dat de journalist daar eens aan moet gaan tornen.
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)